Stiga Combi 48 SQ H handleiding

Bekijk hieronder de handleiding van de Stiga Combi 48 SQ H. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Stiga
  • Product: Grasmaaier
  • Model/naam: Combi 48 SQ H
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: Nederlands, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Portugees, Pools, Roemeens, Slowaaks, Grieks, Hongaars, Kroatisch, Bulgaars

Inhoudsopgave

Pagina: 155
NL - 1
NL LET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AAN-
DACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor eventuele raadpleging.
INHOUDSOPGAVE
1. ALGEMEEN...........................................................................1
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.......................................1
3. LEER DE MACHINE KENNEN.............................................3
4. MONTAGE.............................................................................4
5. BEDIENINGSELEMENTEN.................................................4
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE..............................................4
7. ONDERHOUD.......................................................................5
8. STALLING..............................................................................6
9. HANTERING EN TRANSPORT...........................................7
12. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES................8
1. ALGEMEEN
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die
gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de
veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt,
volgens het volgende criterium:
OPMERKING of BELANGRIJK |f verstrekt details of meer
gegevens ter aanvulling op voorgaande informatie om te voor-
komen dat schade wordt aangericht aan de machine of andere
zaken.
Het symbool wijst op een gevaar.Veronachtzaming van de
waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels
aan anderen en/of schade.
De door een kader van grijze stippen aangegeven
paragrafen wijzen op optionele kenmerken die
niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze
handleiding beschreven zijn. Controleer of het
kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.
De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” gaan uit
van de positie van de bediener.
1.2 REFERENTIES
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genum-
merd 1, 2, 3 enz.
De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn
gekentekend met de letters A, B, C enz.
Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aan-
gegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg
"(Afb. 2.C)".
De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen kunnen
wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.
1.2.2 Titels
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragra-
fen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel
van "2.
Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of pa-
ragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het
desbetreffend nummer. Voorbeeld: “hst. 2” of “par. 2.1”
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 TRAINING
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen
en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken.
Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van
de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige
letsels veroorzaken.
• Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen
of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwij-
zingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk
gereglementeerd zijn.
• Gebruik de machine nooit wanneer de gebruiker vermoeid
of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of
andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed
kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
• Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
• Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de
gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene
gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen
overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van
de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet
werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle
nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn
eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen,
hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
• Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet
men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiks-
aanwijzingen in dit handboek doorneemt.
2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
• Draag geschikte kledij, stevige werkschoenen met antislip-
zolen en een lange broek. Schakel de machine niet wanneer
u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag ge-
hoorbeschermingen.
• Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermogen
eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen,
verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond
de werkzone gebeurt.
• Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaar-
lijk kunnen zijn voor de handen.
• Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met
losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende
of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door
de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de
werkplaats.
• Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.
Werkzone / Machine
• Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat
door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of het
maaimechanisme/draaiende organen zou kunnen bescha-
digen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
Explosiemotoren: brandstof
GEVAAR! De brandstof is zeer ontvlambaar.
• Bewaar de brandstof in speciale houders die daarvoor
gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de buurt van
warmtebronnen of open vuur.
• Zorg dat de houders vrij blijven van gras- en bladresten of
vet.
• De recipiënten moeten buiten het bereik van kinderen be-
waard worden.
• Rook niet tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of
elke keer wanneer men met de brandstof werkt.
• Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit
enkel in de open lucht.
Pagina: 156
NL - 2
• Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
• Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toe-
voegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
• Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk
geleidelijk aan af te laten.
• Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om
de inhoud ervan te controleren.
• In geval van brandstoflekkage niet de motor opstarten, maar
de machine verwijderen uit de buurt van de gemorste brand-
stof. Voorkom elk risico van ontbranding totdat de brandstof
is verdampt en de brandstofdampen verdwenen.
• Reinig onmiddellijk elk spoor van brandstof dat op de machi-
ne of op de grond gelekt is.
• Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir en op
de houder van de brandstof.
• Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijge-
vuld werd; de motor moet steeds gestart worden op een af-
stand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof
bijgevuld werd.
• Vermijd dat brandstof met kledij in contact komt. Als dit toch
gebeurt, moet u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de
motor te starten.
2.3 TIJDENS HET GEBRUIK
Werkzone
• Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke
koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet
in openlucht of op een goed verluchte plaats plaatsvinden.
Denk er altijd aan dat uitlaatgassen giftig zijn.
• Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluids-
demper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare
materialen.
• Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ont-
ploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas
of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken
die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
• Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij
goede zichtbaarheid.
• Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De
kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene
staan.
• Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het
bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
• Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein
(drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren
en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de
zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
• Wees zeer voorzichtig nabij steile niveauverschillen, sloten of
dijken. De machine kan omkantelen indien een wiel over de
rand gaat of indien de rand inzakt.
• Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de rich-
ting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen
van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben,
en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten
(stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschui-
ving of verlies van controle over de machine zouden kunnen
veroorzaken.
• Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de
straat gebruikt wordt.
• Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme
motor achterlaten op bladeren, droog gras of andere ont-
vlambare materialen.
Gedrag
• Let op wanneer u achteruit of achterwaarts rijdt. Kijk achteruit
voor en tijdens het achteruit rijden om u ervan te verzekeren
dat er geen hindernissen zijn.
• Niet rennen, maar lopen.
• Laat u niet door de grasmaaier trekken.
• Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanis-
me, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het
gebruik van de machine.
• Let op: het maai-element blijft gedurende enkele seconden
na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
• Houd steeds afstand van de uitlaatopening.
• De delen van de motor niet aanraken, omdat die tijdens het
gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden.
In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient
men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te
verwijderen om geen verdere schade te berokkenen;in geval
van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden,
dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-proce-
dures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheids-
structuur te richten voor de nodige zorgen.Verwijder zorgvul-
dig eventuele resten die schade of letsels aan personen of
dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
Beperkingen voor het gebruik
• Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen bescha-
digd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn (opvangzak-
ken, afvoerbeveiliging aan de zij- en achterkant).
• Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen
niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
• De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschakelaars niet
uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
• De afstellingen van de motor niet wijzigen, en de motor niet op
een te hoog toerental brengen. Indien de motor op een te hoog
toerental draait, neemt het risico voor lichamelijke letsels toe.
• Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine
om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine
met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de
kwaliteit van het werk verbeteren.
2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOER
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de
veiligheid van de machine en het niveau van de performance.
Onderhoud
• Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of
beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen
moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
• Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren
of er geen olie en/of brandstof lekt.
• Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop let-
ten dat de vingers niet tussen het bewegende maaimecha-
nisme en de vaste delen van de machine beklemd geraken.
De in deze aanwijzingen genoemde geluids- en vibratie-
niveaus zijn bovengrenzen bij het gebruik van de machine.
Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een
overdreven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud
hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en
op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve
maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge
van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te
vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag
gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.
Stalling
• Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte
waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een
warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
• Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte,
om het risico op brand te voorkomen.
2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect
vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de
civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
Pagina: 157
NL - 3
• Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de
machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's
avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
• Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken
van de verpakking, versleten delen of eender welk element
met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de
huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden wor-
den en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden,
die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
• Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van
het afval.
• Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit
in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een
opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaat-
selijke normen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK
Deze machine is een lopend bediende grasmaaier.
De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een maai-
mechanisme inschakelt dat omgeven is door een behuizing,
voorzien van wielen en een handgreep.
De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste com-
mando’s bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft,
en dus op veilige afstand van de draaiende maaimechanisme.
Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de
motor en het maaimechanisme na enkele seconden stil.
Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien (en
vergaren) van gras en soortgelijke gewassen in tuinen en overi-
ge zones met een oppervlak dat door een zich te voet bewegen-
de bediener gemaaid kan worden.
Deze machine kan, in het algemeen:
1. gras maaien en vergaren in de opvangzak.
2. Gras maaien en dit aan de achterzijde op het terrein afvoe-
ren (indien gewenst).
3. Gras maaien en het zijdelings afvoeren (indien gewenst).
4. Gras maaien, versnipperen en over het terrein verspreiden
("mulchen" - indien gewenst).
Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabri-
kant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen,
staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschillende werk-
wijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het
toebehoren geleverd worden, beschreven zijn.
3.1.1 Onjuist gebruik
Elk ander gebruik dat afwijkt van wat hierboven beschreven is,
kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of
zaken.
De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoor-
beeld, maar niet uitsluitend):
• andere personen, kinderen of dieren op de machine
vervoeren, die bij een mogelijke val ernstige letsels
kunnen oplopen en veilig sturen van de machine kunnen
belemmeren;
• zich door de machine laten vervoeren;
• de machine te gebruiken om lasten te trekken of voort te duwen;
• het maaimechanisme aanschakelen op zones zonder gras;
• de machine te gebruiken voor het verzamelen van bladeren
of afval;
• de machine gebruiken voor het bijknippen van heggen of voor
het maaien van andere vegetatiesoorten dan gras;
• gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk.
BELANGRIJK|fOnjuist gebruik van de machine maakt de
garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ongel-
dig; in dit geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor scha-
de of letsel die hij/zij of anderen door dit gebruik oplopen.
3.1.2 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten,
d.w.z. door niet professionele bedieners.
Ze is bestemd voor een "amateuriëel gebruik".
BELANGRIJK De machine mag door niet meer dan één
bediener worden gebruikt.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig
(afb.2.0). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag
dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht
en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:
Let op.Lees de aanwijzingen alvorens de
machine te gebruiken.
Waarschuwing!Steek uw handen of voe-
ten niet in de behuizing van het maaime-
chanisme. Haal de kap van de bougie af en
lees de aanwijzingen voordat u welk onder-
houd of welke reparatie dan ook uitvoert.
Gevaar!Risico op wegschietende voor-
werpen.Zorg tijdens het gebruik dat zich
geen personen in de werkzone bevinden.
Gevaar!Gevaar voor snijwonden.Bewegend
maaimechanisme. Steek uw handen of voeten
niet in de behuizing van het maaimechanisme.
BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden
labels dienen te worden vervangen.Vraag nieuwe labels aan
uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL
Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb.1.0).
1. Geluidsniveau.
2. CE-conformiteitsteken.
3. Bouwjaar.
4. Machinetype.
5. Serienummer.
6. Naam en adres van de fabrikant.
7. Artikelcode.
8. Nominaal vermogen en maximum snelheid van de motor.
9. Gewicht in kg.
Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op
het label aan de achterkant van de omslag.
BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens aange-
geven op het identificatielabel van het product wanneer u
contact opneemt met de geautoriseerde werkplaats.
BELANGRIJK Hetvoorbeeldvandeverklaringvanconfor-
miteitbevindtzichopdelaatstepagina'svandehandleiding.
3.4 VOORNAAMSTE ONDERDELEN (Afb.1)
A. Chassis.
B. Motor.
C. maaimechanisme.
D. Afvoerbeveiliging achterzijde.
E. Afvoerbeveiliging zijkant (indien voorzien).
F. Afvoergeleiding zijkant (indien voorzien).
G. Opvangzak.
H. Handgreep.
I. Hendel motorrem / maaimechanisme.
J. Aandrijfhendel.
Pagina: 158
NL - 4
Houdt u strikt aan de aanwijzingen en veiligheidsregels
opgevoerd in hst. 2..
4. MONTAGE
Enkele onderdelen van de machine worden niet in gemon-
teerde vorm geleverd, maar dienen na het uitpakken van de
machine te worden gemonteerd aan de hand van de volgende
instructies.
De machine moet op een vlakke en solide onder-
grond worden uitgepakt en gemonteerd, met voldoende
bewegingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik
de machine niet voordat u alle aanwijzingen in de sectie
"MONTAGE" hebt uitgevoerd.
4.1 UITPAKKEN (Fig.3.0)
1. Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn uit de doos.
2. Haal de machine uit de doos en voer doos en verpakking
af in overeenstemming met lokale regelgeving.
4.2 MONTAGE VAN DE HANDGREEP (Afb.4.A/B/C)
4.3 MONTAGE VAN DE ZAK (Afb.5,6,7)
4.4 AANSLUITING ACCU
• Modellen met elektrische startknop: zie
de gebruikshandleiding van de motor.
5. BEDIENINGSELEMENTEN
5.1 HANDGREEP VOOR HANDMATIG OPSTAR-
TEN (Afb.8.A)
5.2 BEDIENING ELEKTRISCHE STARTKNOP
(Afb.8.B)
5.3 HENDEL MOTORREM / MAAIMECHANISME
(Afb.9.A)
5.4 AANDRIJFHENDEL (Afb.9.B)
BELANGRIJK Motorstart dient te allen tijde worden
uitgevoerd bij uitgeschakelde aandrijving.
BELANGRIJK De machine niet achteruit trekken bij
ingeschakelde aandrijving.
5.5 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE
Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat.
• Afstelling (Zie Afb.10.A)
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK Voor de aanwijzingen over motor en accu(in-
dien voorzien), zie de betreffende handleidingen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.
6.1.1 Olie en benzine bijvullen
BELANGRIJK De machine wordt geleverd zonder mo-
torolie en brandstof.
Alvorens de machine voor de eerste keer na de aankoop te
gebruiken, moet men brandstof en olie bijvullen volgens de
werkwijzen en met inachtneming van de voorzorgsmaatre-
gelen die aangegeven zijn in de Gebruiksaanwijzing van de
motor en in de par. 7.2.1/7.2.2.
Voor eender welk gebruik
Controleer of er brandstof aanwezig is en controleer
het oliepeil volgens wat aangegeven is in de Gebru-
iksaanwijzing van de motor en in de par. 7.2.1/7.2.2.
6.1.2 Voorbereiding van de machine voor het werk
OPMERKING Met deze machine kan men het gras op ver-
schillende wijzen maaien.
a. Instellen op maaien en opvangen van het
maaisel in de opvangzak):
1. Voor modellen met afvoer aan zijkant: vergewis
u ervan dat de beveiliging (Afb. 11.A) omlaag is
gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheid-
shendel (Afb. 11.B).
2. De opvangzak inschuiven (Afb.11.C).
b. Instellen op maaien en afvoer van het maaisel
op het terrein zelf:
1. Hef de beveiliging van de afvoer achterzijde
(Afb.12.A) en monteer de blokkeerpen (Afb.12.B).
2. Voor modellen met mogelijkheid tot zijdelingse af-
voer: vergewis u ervan dat de beveiliging (Afb. 12.C)
omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de
veiligheidshendel (Afb. 12.B).
Om de blokkeerpen te verwijderen: zie Afb.12.A/B.
c. Instellen op maaien en versnipperen van het
maaisel ("mulch"-functie):
Hef de afvoerbeveiliging achterzijde (Afb.13.A) en plaats
de geleidedop (Afb.13.B) in de afvoeropening. Voor mo-
dellen met mogelijkheid tot zijdelingse afvoer: vergewis
u ervan dat de zij-beveiliging (Afb. 13.C/D) omlaag is
gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheidshendel
(Afb. 13.D).
Om de geleidedop te verwijderen: zie Afb.13.E.
d. Instellen op maaien en zij-afvoer van het
maaisel op het terrein zelf:
1. Hef de beveiliging van de achterafvoer (Afb.14.A)
en breng de geleidedop (Afb.14.B) aan in de afvoer-
opening.
2. Druk zachtjes op de veiligheidshendel (Afb.14.C) en
hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).
3. Voer de geleider voor de zij-afvoer in (Afb.14.E).
4. Sluit de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D) zo-
danig dat de beveiliging voor de zij-afvoer (Afb.14.E)
wordt vastgezet.
Om de geleidedop voor de zij-afvoer te verwijderen:
5. Druk zachtjes op de veiligheidshendel (Afb.14.C) en
hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.14.D).
6. Maak de geleider voor de zij-afvoer los (Afb.14.E).
6.1.3 Afstelling van de hoek van de handgreep
(Afb.15/16)
Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat.
Pagina: 159
NL - 5
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer vóór het gebruik altijd een veiligheidscontrole uit.
6.2.1 Veiligheidscontrole voor elk gebruik
• Controleer de goede staat en juiste montage
van alle machine-onderdelen;
• vergewis u ervan dat alle bevestigingsschroeven
goed zijn aangedraaid;
• houd alle machine-oppervlakken schoon en droog.
6.2.2 Test werking van de machine
Actie Resultaat
1. De machine opstarten
(par. 6.3 ).
2. De hendel van de mo-
torrem / maaimecha-
nisme loslaten.
1. Het maaimechanisme
moet bewegen.
2. De hendels moeten
automatisch en snel
naar de neutrale stand
terugkeren, de motor
moet stilvallen en het
maaimechanisme
moet binnen enkele
seconden stoppen.
1. De machine opstarten
(par. 6.3 ).
2. De aandrijfhendel
bewegen.
3. Laat de hendel van de
aandrijving los.
2. De wielen doen de
machine vooruit gaan.
3. De wielen stoppen en
de machine stopt de
voortbeweging.
Rijtest Geen abnormale trillingen.
Geen abnormaal geluid.
Indien eender welke van deze resultaten verschilt
van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet
gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de
nodige controles en herstelling.
6.3 STARTEN
OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond
zonder hindernissen of hoog gras.
6.3.1 Modellen met handgreep voor handmatig
opstarten (Afb.17.A)
OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme
dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt
de motor.
6.3.2 Modellen met elektrische startknop
(Afb.18.B)
OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme
dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt
de motor.
6.4 HET WERKEN
BELANGRIJK Behoud tijdens het werk steeds de veilig-
heidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die over-
eenstemt met de lengte van de steel.
6.4.1 Het gras maaien
1. Start de voortbeweging en het maaien van de met gras
bedekte zone.
2. Pas werksnelheid en maaihoogte (par. 5.5) aan de toe-
stand van het gazon aan (hoogte, dichtheid en vochtig-
heid van het gewas).
3. Wij raden aan elke maaiing op dezelfde hoogte en in twee
richtingen uit te voeren (Afb.20).
In geval van “mulchen” of achterwaartse afvoer van
het maaisel:
• Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte
van het gras in een enkele beurt (afb.19).
• Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.4.2).
In geval van zij-afvoer: het maaisel niet afvoeren aan
de zijde van het gazon dat nog gemaaid moet worden.
6.4.2 Lediging van de opvangzak
In geval van een opvangzak met een volume-
aanwijzer:
Hoog = leeg. Laag = vol *.
*de opvangzak is vol en dient geledigd te worden.
Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen:
1. Wachten tot het maaimechanisme afslaat (Afb.21.A);
2. verwijder de opvangzak (Afb.21.B/C/D).
6.5 UITSCHAKELING(Fig.22.A)
Na stopzetting van de machine dient u enkele secon-
den wachten totdat het maaimechanisme tot stilstand is
gekomen.
Na uitschakeling de motor niet aanraken! Gevaar voor
brandwonden.
BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit:
• Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
• Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
• In de buurt van een obstakel.
• Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
• Elke keer dat u de opvangzak verwijdert of opnieuw beves-
tigt.
• Elke keer dat u de geleider voor de zij-afvoer verwijdert of
opnieuw bevestigt.
6.6 NA GEBRUIK (Afb.23.A/B/C/D)
1. Reinig de machine (par. 7.4).
2. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en
klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn
weer vast.
BELANGRIJK Telkens wanneer u de machine ongebruikt of
onbewaakt achterlaat:
• De kap van de bougie af nemen (in modellen met handgreep
voor handmatige start) (Afb.23.B/C).
• Druk op het lipje en verwijder de vrijgavesleutel (in modellen
met elektrische startknop) (Afb.23.D).
7. ONDERHOUD
7.1 ALGEMEEN
De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten wor-
den, worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen
strikt in acht om geen ernstige risico's te lopen:
Voordat u enigerlei controle, reiniging of onderhouds-
werkzaamheid/afstelling op de machine uitvoert:
• Zet de machine stil.
Pagina: 160
NL - 6
• Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stil-
stand is gekomen.
• Wacht tot de motor is afgekoeld.
• Haal het kapje van de bougie af (Afb.23.B).
• Verwijder de sleutel (Afb. 23.D) of de accu (in model-
len met elektrische startknop).
• Lees de desbetreffende instructies.
• Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een
beschermende bril.
7.2 GEWOON ONDERHOUD
• De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in
de "Tabel Onderhoud" (hst. 10).
BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en
afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moe-
ten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een
gespecialiseerd Centrum.
7.2.1 Brandstof bijvullen
Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.
Wanneer u brandstof bijvult, dient de machine uitge-
schakeld te zijn en het bougiekapje weggenomen.
Vul de brandstof bij op de wijze en met alle voorzorgsmaat-
regelen als aangegeven in de gebruikershandleiding van
de motor.
Machines die in verticale stand kunnen worden
gestald (hst. 8.1) hebben een tank waarop van het
brandstofpeil wordt aangegeven. De tank niet vullen
boven de onderzijde van de peilaanwijzer (Afb.24.A).
BELANGRIJK Verwijder alle gemorste benzine, hoe
weinig ook. De garantie dekt geen schade veroorzaakt door
op de kunststofdelen gemorste benzine.
NOTA De brandstof is beperkt houdbaar en mag niet
langer dan 30 dagen in de tank blijven.
7.2.2 Controle / bijvullen motorolie
Controleren en bijvullen van de motorolie op de wijze e me
de voorzorgsmaatregelen als aangegeven in de gebruiks-
handleiding van de motor.
Om goede werking van uw machine te waarborgen, dient u
regelmatig de motorolie te verversen volgens de aanwijzin-
gen in de gebruikshandleiding van de motor.
Vergewis u ervan dat het motoroliepeil is aangevuld voordat
u de machine opnieuw inzet.
7.3 BUITENGEWOON ONDERHOUD
7.3.1 maaimechanisme
Alle werkzaamheden aan de maaimechanismen
(demontage, slijpen, uitbalanceren, reparatie, terugmon-
teren en/of vervangen) dienen in een Gespecialiseerd
Centrum te worden uitgevoerd.
Laat beschadigde, vervormde of versleten maai-
mechanismen steeds tezamen met de bijbehorende
schroeven vervangen, om de balans te behouden.
BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanis-
men, met de code als aangegeven in de tabel “Technische
Gegevens”.
7.4 REINIGING
Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende
aanwijzingen.
7.4.1 Reiniging van de machine
• Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van
afval.
• Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen om het
chassis schoon te maken.
• Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtol-
lig vet om brandrisico te vermijden.
• Reinig de machine met water na elke maaiing.
7.4.2 Reiniging van de snijgroep
• Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin
het chassis.
Modellen zonder reinigings-aansluiting
• Om ook de onderzijde te bereiken dient u de machine
schuin te houden naar de zijde als aangegeven in de mo-
tor-handleidingen volg de betreffende aanwijzingen; zorg
ervoor dat de machine in stabiele positie is voordat u een
werkzaamheid uitvoert.
In geval van zij-afvoer: verwijder de afvoer-geleider
(indien gemonteerd - par. 6.1.2d.).
Ga voor reiniging van de binnenzijde van het maaimecha-
nisme als volgt te werk (Afb.25.A/B/C):
1. stel u altijd achter de handgreep van de grasmaaier op;
2. start de motor.
Wanneer u ziet dat de lak aan binnenzijde van het chassis
loslaat, zo snel mogelijk de verflaag bijwerken met een
antiroest-lak.
7.4.3 Reiniging van de opvangzak (Afb.26.A/B)
Reinig de zak en laat deze drogen.
7.5 ACCU
Modellen met een elektrische startknop worden met een
accu geleverd. Voor aanwijzingen over de bedrijfsduur,
opladen, opslag en onderhoud van de accu, zie de
instructies in de gebruikshandleiding van de motor.
8. STALLING
Wanneer de machine gestald moet worden:
1. start de motor in de openlucht en laat deze draaien tot
hij afslaat, zodat alle in de carburator achtergebleven
brandstof is verbruikt;
2. reinig de machine met zorg (par. 7.4);
3. controleer de goede staat van de machine;
4. Berg de machine op:
• in een droge omgeving;
• beschermd tegen slechte weersomstandigheden;
• buiten bereik van kinderen;
• na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of
werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden,
verwijderd te hebben.
8.1 VERTICALE STALLING
Sommige modellen (zie de tabel Technische Gegevens)
kunnen in verticale stand worden opgeslagen (Afb.27).
Sla de machine niet in verticale stand op wanneer de
tank tot over de onderzijde van de brandstofpeil-aanwijzer
gevuld is (Afb.24.A).
Ga als volgt te werk:
Pagina: 161
NL - 7
1. Verwijder het kapje van de bougie (Afb.23.B) of verwijder
de sleutel (Afb.23.D) of de accu (in modellen met een elek-
trische startknop).
2. Breng de maaihoogte in de op een na laagste stand
(zie hst. 5.5);
3. Vouw voorzichtig de handgreep in gesloten stand en
zet de hendels vast (Afb.27);
4. Brengdemachineinverticalestand,brengvoorzichtigde
handgreepingeslotenstandenzetdehendelsvast(Afb.27);
Zorg ervoor dat de machine geen gevaar oplevert bij
mogelijk toevallig of onopzettelijk contact met personen,
kinderen of dieren.
Probeer geen machines in verticale stand te stallen
wanneer ze niet hiervoor ontworpen zijn.
9. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of
overgeheld moet worden, moet men:
• De machine uitschakelen (par. 6.5) en wachten tot alle
bewegende delen stilstaan.
• Het kapje van de bougie verwijderen (Afb.23.B) of de sleutel
verwijderen (Afb.23.D), of de accu (in modellen met een
elektrische startknop).
• Stevige werkhandschoenen dragen.
• De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip
hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van
het gewicht.
• Een beroep doen op een toereikend aantal personen die het
gewicht van de machine kunnen heffen.
• U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine
geen schade of letsels veroorzaken.
Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen
vervoert, moet men:
• Opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en
lengte.
• De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de
oprit duwen met behulp van een geschikt aantal personen.
• Het maaimechanisme omlaagbrengen (par 5.5).
• De machine zo plaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt.
• De machine stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met
koorden of kettingen om te vermijden dat deze kantelt en zo
eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou
kunnen lekken.
Machines die verticaal kunnen worden gestald,
mogen niet in verticale positie worden getranspor-
teerd.
10. TABEL ONDERHOUD
Ingreep Frequentie Opmerkingen
MACHINE
Controle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedieningsele-
menten; Controle van de beveiligingen van de afvoer achterzijde / zij-afvoer; controle
van de opvangzak en de geleider van de zij-afvoer; controle van het maaimechanis-
me.
Vóór het gebruik par. 6.2.2
Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de ma-
chine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum.
Aan het einde
van ieder ge-
bruik
par. 7.4
Vervanging maaimechanisme - par. 7.3.1 ***
MOTOR
Controle/ aanvullen brandstofpeil; Controle / bijvullen motorolie Vóór het gebruik par. 6.1.1 / 7.2.1 * / 7.2.2 *
Controle en reiniging luchtfilter; Controle en reiniging bougiecontacten;
Vervanging bougie; Lading van de batterij
* * / par. 7.5 *
* Raadpleeg de handleiding van de motor.    *** Werkzaamheid uit te voeren bij de eerste tekens van slechte werking
*** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd worden
Pagina: 162
NL - 8
11. IDENTIFICATIE PROBLEMEN
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgeno-
men met uw Verkoper.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. De motor start
niet, blijft niet
draaien, draait
onregelmatig
of slaat af
tijdens het
werk.
Onjuiste startprocedure. Volg de aanwijzingen (zie hst. 6.3).
Geen olie of benzine in de motor. Controleer olie- en benzinepeil (zie hst. 7.2.1 / 7.2.2).
Vuile bougie of onjuiste afstand tussen
de elektroden.
Controleer de bougie (Zie de motor-handleiding).
Verstopt luchtfilter. Reinig en/of vervang het filter (Zie de motor-handleiding).
Problemen in de verbranding. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
De vlotter kan geblokkeerd zijn. Raadpleeg de motor-handleiding en neem contact op met een
bevoegd service-centrum.
2. Motor ver-
dronken.
De handgreep voor handmatige start
is te vaak verdraaid met ingeschakelde
starter.
Raadpleeg de handleiding van de motor.
De handgreep voor handmatige start is
herhaaldelijk verdraaid terwijl het kapje
van de bougie verwijderd was.
Plaats het kapje op de bougie en probeer de motor in te scha-
kelen.
(Raadpleeg de handleiding van de motor).
3. Het gemaaide
gras komt niet
langer in de
opvangzak
terecht.
Het maaimechanisme heeft een voor-
werp geraakt en een klap ontvangen.
Schakel de motor uit en neem het kapje van de bougie. Con-
troleer op eventuele schade en neem contact op met het ser-
vice-centrum (par. 7.3.1).
Vervuiling van de binnenzijde van het
chassis.
Reinig de binnenzijde van het chassis (par. 7.4.2).
4. Het maaien
verloopt moei-
zaam.
Het maaimechanisme is niet in goede
staat.
Contacteer een dienstencentrum voor het bijslijpen en vervangen
van het maaimechanisme.
5. Men hoort
overdreven
geluiden en/
of trillingen
tijdens het
werk.
Beschadiging of geloste delen.
De blokkeerpen van het maaimechanis-
me is losgeraakt.
Zet de machine stil en verwijder het kapje van de bougie (Afb.
23.B).
Controleer op eventuele schade of losgeraakte delen.
Laat de controles, vervangingen of reparaties uitvoeren bij een
bevoegd servicecentrum.
Bevestiging van het maaimechanisme
losgekomen of maaimechanisme be-
schadigd.
Schakel de motor uit en verwijder het kapje van de bougie
(Fig.23.B).
Neem contact op met een servicecentrum (par. 7.3.1).
12. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES
12.1 MULCHING KIT(Afb.28)
Versnippert het gemaaide gras en laat het achter op het terrein.

Vragen & antwoorden

Er zijn (nog) geen vragen over de Stiga Combi 48 SQ H.

Stel een vraag over de Stiga Combi 48 SQ H

Heb je een vraag over de Stiga Combi 48 SQ H en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Stiga Combi 48 SQ H. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Stiga Combi 48 SQ H zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.