Metabo TS 216 handleiding

Bekijk hieronder de handleiding van de Metabo TS 216. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Metabo
  • Product: Zaagmachine
  • Model/naam: TS 216
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: Nederlands, Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Zweeds, Portugees, Deens, Russisch, Noors, Fins, Tsjechisch, Hongaars

Inhoudsopgave

Pagina: 32
NEDERLANDS nl
33
Originele gebruikershandleiding
1. Voorgeschreven gebruik van het systeem
2. Algemene veiligheidsinstructies
3. Speciale veiligheidsinstructies
4. Overzicht
5. Opstelling
6. Inbedrijfstelling
7. Bediening
8. Transport
9. Service en onderhoud
10. Handige tips
11. Problemen en storingen
12. Toebehoren
13. Reparatie
14. Milieubescherming
15. Technische gegevens
De tafelcirkelzaag is bedoeld om massief hout,
fineerhout, spaanplaten, meubelplaten en
gelijksoortige materialen in de lengte of dwars
door te zagen.
Metaal zagen is toegestaan, mits er op het
volgende gelet wordt:
– Alleen met geschikt zaagblad
(zie hoofdstuk 12. Toebehoren“)
– Alleen non-ferro metalen
(geen hardmetaal of gehard metaal, geen
magnesium)
Het zagen van ronde werkstukken is uitsluitend
toegestaan als het werkstuk stevig vastgezet
wordt. Ronde werkstukken hebben de neiging
tegen de draairichting van het zaagblad los te
komen.
Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken
moet een geschikte aanslag gebruikt worden om
een veilige geleiding te garanderen.
Het apparaat mag niet gebruikt worden voor het
maken van sponningen of groeven.
Het apparaat niet gebruiken voor inkepingen (in
het werkstuk eindigende groef).
Het apparaat niet alleen voor invalzagen
gebruiken.
Het is ten stelligste verboden om het apparaat te
gebruiken voor een doel waarvoor het niet
ontworpen werd of waarvoor het niet geschikt is.
Voor schade door foutief gebruik aanvaardt de
fabrikant geen verantwoordelijkheid.
Een ombouw van de machine of het gebruik van
onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn
door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik
onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken.
Let ter bescherming van uzelf en de
machine op de met dit symbool
aangegeven passages!
WAARSCHUWING – Lees ter
vermindering van het risico van letsel de
gebruikershandleiding.
Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze
documenten aan anderen door.
Algemene veiligheidsinstructies voor
elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING – Lees alle
veiligheidsinstructies en aanwijzingen.
Wanneer de veiligheidsinstructies en
aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit
een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot
gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en
aanwijzingen goed met het oog op toekomstig
gebruik! Het in de veiligheidsinstructies gebruikte
begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking
op elektrisch gereedschap voor gebruik op het
stroomnet (met aansluitkabel) en op elektrisch
gereedschap voor gebruik met een accu (zonder
aansluitkabel).
2.1 Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed
verlicht. Een rommelige of onverlichte
werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in
een omgeving met explosiegevaar waarin zich
brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen
bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt
vonken die het stof of de dampen tot ontsteking
kunnen brengen.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens
het gebruik van het elektrisch gereedschap uit
de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt de
controle over het gereedschap verliezen.
2.2 Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrisch
gereedschap moet in het stopcontact passen.
De stekker mag in geen geval worden
veranderd. Gebruik geen adapterstekker in
combinatie met geaard elektrisch
gereedschap. Onveranderde stekkers en
passende stopcontacten beperken het risico van
een elektrische schok.
b) Voorkom aanraking van het lichaam met
geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van
buizen, verwarmingen, fornuizen en
koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door
een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard
is.
c) Houd het elektrisch gereedschap uit de
buurt van regen en vocht. Het binnendringen
van water in elektrisch gereedschap vergroot het
risico van een elektrische schok.
d) Gebruik de aansluitleiding niet voor een
verkeerd doel, om het elektrisch gereedschap
te dragen of op te hangen of om de stekker uit
het stopcontact te trekken. Houd de
aansluitleiding uit de buurt van hitte, olie,
scherpe randen en bewegende
apparaatdelen. Beschadigde of in de war
geraakte aansluitleidngen vergroten het risico van
een elektrische schok.
e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch
gereedschap werkt, dient u alleen
verlengsnoeren te gebruiken die voor gebruik
buitenshuis geschikt zijn. Het gebruik van een
voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer
beperkt het risico van een elektrische schok.
f) Wanneer het onvermijdelijk is om elektrisch
gereedschap in een vochtige omgeving te
gebruiken, maak dan gebruik van een
aardlekschakelaar. Het gebruik van een
aardlekschakelaar beperkt het risico van een
elektrische schok.
2.3 Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met
verstand te werk bij het gebruik van het
elektrisch gereedschap. Gebruik geen
elektrisch gereedschap wanneer u moe bent
of onder invloed staat van drugs, alcohol of
medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij
het gebruik van elektrisch gereedschap kan tot
ernstige verwondingen leiden.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen
en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van
persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een
stofmasker, slipvaste werkschoenen, een
veiligheidshelm of gehoorbescherming,
afhankelijk van de aard en het gebruik van het
elektrisch gereedschap, vermindert het risico van
verwondingen.
c) Voorkom per ongeluk inschakelen.
Verzeker u ervan dat het elektrisch
gereedschap uitgeschakeld is, voordat u het
op de stroomvoorziening en/of de accu
aansluit, het oppakt of het draagt. Wanneer u
bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw
vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het
gereedschap ingeschakeld op de
stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen
leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of
schroefsleutels voordat u het elektrisch
gereedschap inschakelt. Gereedschap of
sleutels in een draaiend deel van het apparaat kan
tot verwondingen leiden.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding.
Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in
evenwicht blijft.
Daardoor kunt u het elektrisch gereedschap in
onverwachte situaties beter onder controle
houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen
loshangende kleding of sieraden. Houd haren
en kleding uit de buurt van bewegende delen.
Loshangende kleding, sieraden en lange haren
kunnen door bewegende delen worden
meegenomen.
g) Wanneer stofafzuigings- of
stofopvangvoorzieningen kunnen worden
gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren
dat deze zijn aangesloten en juist worden
gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan
het gevaar door stof verminderen.
h) Waan uzelf niet ten onrechte veilig en
vergeet niet de veiligheidsregels voor
elektrisch gereedschap in acht te nemen, ook
al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met
het elektrisch gereedschap. Onvoorzichtig te
werk gaan kan binnen enkele fracties van een
seconde tot ernstig letsel leiden.
2.4 Gebruik van en omgang met het
elektrisch gereedschap
a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor
uw werkzaamheden het daarvoor bestemde
elektrische gereedschap. Met het passende
elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger
binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap
waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch
gereedschap dat niet meer kan worden in- of
uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden
gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of
verwijder een afneembare accu, voordat u het
apparaat instelt, toebehoren wisselt of het
apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel
voorkomt onbedoeld starten van het elektrisch
gereedschap.
d) Bewaar niet-gebruikt elektrisch
gereedschap buiten bereik van kinderen. Laat
het apparaat niet gebruiken door personen
die er niet mee vertrouwd zijn of deze
aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch
gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door
onervaren personen worden gebruikt.
e) Verzorg het elektrisch gereedschap en
toebehoren zorgvuldig. Controleer of
bewegende delen correct functioneren en niet
vastklemmen en of onderdelen zodanig
gebroken of beschadigd zijn dat de werking
van het elektrisch gereedschap nadelig wordt
beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren
voordat u het apparaat gebruikt. Veel
ongevallen worden veroorzaakt door slecht
onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon.
Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met
scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en
zijn gemakkelijker te geleiden.
g) Gebruik elektrisch gereedschap,
toebehoren, inzetgereedschap enz. volgens
deze aanwijzingen. Let daarbij op de
arbeidsomstandigheden en de uit te voeren
werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch
gereedschap voor andere dan de voorziene
toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
h) Zorg ervoor dat grepen en grijpvlakken
droog, schoon en vrij van olie en vet zijn.
Gladde grepen en grijpvlakken maken een veilige
bediening en de controle van het elektrisch
gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.
2.5 Service
a) Laat het elektrisch gereedschap alleen
repareren door gekwalificeerd en vakkundig
personeel en alleen met originele
reserveonderdelen. Daarmee wordt
gewaarborgd dat de veiligheid van het
gereedschap in stand blijft.
2.6 Overige veiligheidsinstructies
– Deze gebruikershandleiding is bedoeld voor
personen met technische basiskennis in de
Inhoudsopgave
1. Voorgeschreven gebruik van
het systeem
2. Algemene
veiligheidsinstructies
Pagina: 33
NEDERLANDS
nl
34
omgang met apparaten zoals het hier
beschreven apparaat. Wanneer u geen enkele
ervaring heeft met dergelijke apparaten, moet u
eerst een beroep doen op de hulp van ervaren
personen.
– Voor schade die ontstaat, omdat geen nota
werd genomen van deze gebruikershandleiding,
aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid.
De informatie in deze gebruikershandleiding is als
volgt gekenmerkt:
Gevaar!
Waarschuwing voor lichamelijk letsel
of milieuschade.
Gevaar voor elektrische schok!
Waarschuwing voor lichamelijk letsel
door elektrische schok.
Intrekgevaar!
Waarschuwing voor lichamelijk letsel
door meetrekken van lichaamsdelen
of kleding.
Let op!
Waarschuwing voor materiële
schade.
Aanwijzing:
Aanvullende informatie.
3.1 Veiligheidsinstructies met betrekking
tot de beschermingsafdekking
a) Beschermingsafdekkingen gemonteerd
laten. Beschermingsafdekkingen moeten in
functionerende toestand en correct
gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet
correct functionerende beschermingsafdekkingen
moeten gerepareerd of vervangen worden.
b) Gebruik voor zaagsneden altijd de
zaagblad-beschermingsafdekking en het
spouwmes. Voor zaagsneden waarbij het
zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt,
wordt het risico van verwondingen beperkt door
de beschermingsafdekking en andere
veiligheidsvoorzieningen.
c) Bevestig na voltooiing van
arbeidsprocessen (bv. sponningen maken),
waarbij het verwijderen van
beschermingsafdekking en spouwmes
noodzakelijk is, onmiddellijk weer het
beschermingssysteem. De
beschermingsafdekking en het spouwmes
beperken het risico van verwondingen.
d) Controleer vóór het inschakelen van het
elektrisch gereedschap of het zaagblad de
beschermingsafdekking, het spouwmes of
het werkstuk niet aanraakt. Onbedoeld contact
van deze componenten met het zaagblad kan tot
een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel het spouwmes af volgens de
beschrijving in deze gebruiksaanwijzing.
Verkeerde afstanden, positie en afstelling kunnen
tot gevolg hebben dat het spouwmes een
terugslag niet effectief verhindert.
f) Om te kunnen functioneren, moet hij zich in
de zaagvoeg bevinden. Bij zaagsneden in
werkstukken die te kort zijn om het spouwmes
erin te laten grijpen, functioneert het spouwmes
niet. Onder deze omstandigheden kan een
terugslag niet door het spouwmes verhinderd
worden.
g) Gebruik het bij het spouwmes passende
zaagblad. Opdat het spouwmes juist
functioneert, moet de zaagbladdiameter bij het
desbetreffende spouwmes passen, het stamblad
dunner zijn dan het spouwmes en de tandbreedte
meer dan de spouwmesdikte bedragen.
3.2 Veiligheidsinstructies voor
zaagprocedures
a) GEVAAR Kom met uw vingers en
handen niet in de buurt van het zaagblad
of in het zaagbereik. Door een moment van
onoplettendheid of uitglijden, zou uw hand naar
het zaagblad geleid kunnen worden en ernstig
letsel kunnen ontstaan.
b) Voer het werkstuk alleen tegen de
draairichting in aan het zaagblad toe. Het
toevoeren van het werkstuk in dezelfde richting
als de draairichting van het zaagblad boven de
tafel kan ertoe leiden dat het werkstuk en uw
hand in het zaagblad getrokken worden.
c) Gebruik bij lengtesneden nooit de
verstekaanslag voor het toevoeren van het
werkstuk, en gebruik bij dwarssneden met de
verstekaanslag nooit ook nog de
parallelaanslag voor de lengte-instelling.
Door het werkstuk gelijktijdig te geleiden met de
parallelaanslag en de verstekaanslag is het
waarschijnlijker dat het zaagblad klemt en dat er
terugslag ontstaat.
d) Oefen bij lengtesneden de toevoerkracht
op het werkstuk altijd tussen aanslagrail en
zaagblad uit. Gebruik een schuifstok, als de
afstand tussen aanslagrail en zaagblad
minder is dan 150 mm, en een schuifblok, als
de afstand minder dan 50 mm bedraagt.
Dergelijke "arbeidshulpmiddelen" zorgen ervoor
dat uw hand op een veilige afstand van het
zaagblad blijft.
e) Gebruik alleen de meegeleverde
schuifstok van de fabrikant of één die
volgens de aanwijzingen geproduceerd is. De
schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen
hand en zaagblad.
f) Gebruik nooit een beschadigde of
aangezaagde schuifstok. Een beschadigde
schuifstok kan breken en ertoe leiden dat uw
hand in het zaagblad terechtkomt.
g) Werk niet "uit de vrije hand". Gebruik altijd
de parallelaanslag of de verstekaanslag om
het werkstuk aan te leggen en te geleiden.
"Uit de vrije hand" betekent, het werkstuk in
plaats van met parallelaanslag of verstekaanslag
met de handen te steunen of te geleiden. Zagen
uit de vrije hand leidt tot verkeerde uitlijning,
vastklemmen en terugslag.
h) Grijp nooit om of over een draaiend
zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan
leiden tot het onbedoeld aanraken van het
draaiende zaagblad.
i) Stut lange en/of brede werkstukken achter
en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo, dat
deze horizontaal blijven. Lange en/of brede
werkstukken hebben de neiging om op de rand
van de zaagtafel om te kantelen; dit leidt tot
controleverlies, vastklemmen van het zaagblad
en terugslag.
j) Voer het werkstuk gelijkmatig toe. Buig of
draai het werkstuk niet. Mocht het zaagblad
vastklemmen, schakel dan het elektrisch
gereedschap meteen uit, trek de stekker uit
het stopcontact en hef de oorzaak voor het
vastklemmen op. Het vastklemmen van het
zaagblad door het werkstuk kan tot terugslag of
tot het blokkeren van de motor leiden.
k) Verwijder afgezaagd materiaal niet terwijl
de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich
tussen zaagblad en aanslagrail of in de
beschermingsafdekking afzetten en bij het
verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken.
Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot
stilstand gekomen is, voordat u het materiaal
verwijdert.
I) Gebruik voor lengtesneden op werkstukken
die dunner zijn dan 2 mm een extra
parallelaanslag. Dunne werkstukken kunnen
zich onder de parallelaanslag vastzetten en tot
terugslag leiden.
3.3 Terugslag - oorzaken en bijbehorende
veiligheidsinstructies
Een terugslag is de plotselinge reactie van het
werkstuk ten gevolge van een zaagblad dat blijft
haken of vastklemt, of een schuin geleide snede
in het werkstuk gerelateerd aan het zaagblad, of
als een deel van het werkstuk tussen zaagblad en
parallelaanslag of een ander vaststaand object
wordt ingeklemd.
ln de meeste gevallen wordt het werkstuk bij een
terugslag door het achterste deel van het
zaagblad gegrepen, van de zaagtafel opgetild en
in de richting van de operator geslingerd.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd
gebruik van de tafelcirkelzaag. Deze kan worden
verhinderd door passende
veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder
beschreven.
a) Ga nooit in een directe lijn met het
zaagblad staan. Blijf altijd staan aan de zijde
van het zaagblad, waarop zich de aanslagrail
bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met
hoge snelheid op personen geslingerd worden,
die voor en in één lijn met het zaagblad staan.
b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om
aan het werkstuk te trekken of het te
ondersteunen. Dit kan leiden tot het onbedoeld
aanraken van het zaagblad of een terugslag kan
ertoe leiden dat uw vingers in het zaagblad
getrokken worden.
c) Houd en druk het werkstuk dat afgezaagd
wordt nooit tegen het draaiende zaagblad.
Het drukken van het werkstuk dat afgezaagd
wordt tegen het zaagblad leidt tot vastklemmen
en terugslag.
d) Richt de aanslagrail parallel aan het
zaagblad uit. Een niet uitgerichte aanslagrail
drukt het werkstuk tegen het zaagblad en
produceert een terugslag.
e) Gebruik bij verdekte zaagsneden (bv.
sponningen maken) een drukelement om het
werkstuk tegen tafel en aanslagrail te
geleiden. Met een drukelement kunt u het
werkstuk bij terugslag beter controleren.
f) Ondersteun grote platen om het risico van
een terugslag door een klemmend zaagblad
te verminderen. Grote platen kunnen
doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen
dienen aan beide zijden te worden ondersteund,
zowel bij de zaagvoeg als bij de rand.
g) Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen
van werkstukken, die gedraaid zijn, knopen
vertonen, vervormd zijn of niet over een
rechte kant beschikken, waarop ze met een
verstekaanslag of langs een aanslagrail
geleid kunnen worden. Een vervormd, gedraaid
werkstuk is instabiel en leidt tot een verkeerde
uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, tot
vastklemmen en terugslag.
h) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter
elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad
zou één of meerdere delen kunnen grijpen en een
terugslag kunnen veroorzaken.
i) Wanneer u een zaag die in het werkstuk
steekt weer wilt starten, centreert u het
zaagblad in de zaagvoeg zo, dat de
zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven
haken. Klemt het zaagblad, dan kan het werkstuk
opgetild worden en een terugslag veroorzaakt
worden op het moment dat de zaag opnieuw
wordt gestart.
j) Houd de zaagbladen schoon, scherp en
voldoende vertand. Gebruik nooit vervormde
zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of
gebroken tanden. Scherpe zaagbladen met de
juiste vertanding beperken vastklemmen,
blokkeren en terugslag tot een minimum.
3.4 Veiligheidsinstructies voor de
bediening van tafelcirkelzagen
a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel
hem los van de netspanning, voordat u de
inlegplaat verwijdert, het zaagblad vervangt,
instellingen aan het spouwmes,
terugslagbeveiliging of de
zaagbladbescherming uitvoert, en na iedere
afgesloten zaagprocedure.
Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van
ongevallen.
b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder
toezicht lopen. Schakel het elektrisch
gereedschap uit en ga niet weg, voordat het
volledig tot stilstand gekomen is. Een zaag
die zonder toezicht loopt, vormt een
ongecontroleerd gevaar.
c) Stel de tafelcirkelzaag op een plaats op,
die vlak is en goed verlicht en waar u veilig
kunt staan met behoud van uw evenwicht. De
plaats van opstelling moet voldoende ruimte
bieden om de grootte van uw werkstukken goed
te hanteren. Rommelige, onverlichte
werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren
kunnen leiden tot ongevallen.
d) Verwijder regelmatig zaagsel onder de
zaagtafel en/of van de stofafzuiging.
Opgehoopt zaagsel is brandbaar en kan vanzelf
ontvlammen.
e) Zet de tafelcirkelzaag vast. Een niet correct
vastgezette tafelcirkelzaag kan bewegen of
kantelen.
f) Verwijder instelgereedschap, houtresten
enz. van de tafelcirkelzaag, voordat u deze
inschakelt. Afbuiging of eventueel vastklemmen
kunnen gevaarlijk zijn.
3. Speciale veiligheidsinstructies
Pagina: 34
NEDERLANDS nl
35
g) Gebruik altijd zaagbladen van de juiste
grootte en met de juiste opnameboring (bijv.
stervormig of rond). Zaagbladen die niet bij de
montagedelen van de zaag passen, lopen scheef
en leiden tot verlies van controle.
h) Gebruik nooit beschadigd of verkeerd
zaagblad-montagemateriaal zoals flenzen,
sluitringen, schroeven of moeren. Dit
zaagblad-montagemateriaal is speciaal voor uw
zaag geconstrueerd, voor een veilige werking en
optimale prestatie.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en
gebruik de tafelcirkelzaag niet als trapje. Er
kan ernstig letsel optreden, als het elektrisch
gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het
zaagblad in contact komt.
j) Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste
draairichting gemonteerd is. Gebruik geen
slijpschijven of draadborstels met de
tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het
zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen
toebehoren kan tot ernstig letsel leiden.
3.5 Overige veiligheidsinstructies
 Neem de bijzondere veiligheidsinstructies in de
betreffende hoofdstukken in acht.
 Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of
ongevallenpreventievoorschriften inzake de
omgang met cirkelzagen in acht.
Algemeen gevaar!
 Houd rekening met omgevingsomstandigheden.
 Gebruik geschikte oppervlakken voor het zagen
van lange werkstukken.
 Dit apparaat mag uitsluitend door personen die
met cirkelzagen bekend zijn en zich de gevaren
bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf
gesteld en gebruikt worden.
Personen beneden de 18 jaar mogen dit
apparaat slechts bedienen in het kader van een
beroepsopleiding en onder het voortdurend
toezicht van een ervaren leraar.
 Let erop dat zich geen onbevoegde personen,
vooral geen kinderen, in de gevarenzone
begeven. Zorg ervoor dat geen andere
personen het apparaat of het snoer kunnen
aanraken.
 Vermijd het oververhitten van de zaagtanden.
 Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de
kunststof smelt.
Gevaar door elektrische stroom!
 Stel dit apparaat niet bloot aan regen.
Gebruik dit apparaat niet in een vochtige of
natte omgeving.
Vermijd dat u tijdens werkzaamheden met dit
apparaat in contact komt met geaarde
elementen zoals radiatoren, buizen, ovens,
koelkasten.
 Gebruik het snoer niet voor doeleinden
waarvoor het niet bedoeld is.
Gevaar voor verwondingen en
kneuzingen aan bewegende delen!
 Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder
gemonteerde veiligheidsvoorzieningen.
 Houd steeds voldoende afstand van het
zaagblad. Gebruik desnoods geschikte
invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik
voldoende afstand tot aangedreven onderdelen.
 Wacht tot het zaagblad stilstaat, alvorens kleine
werkstukdelen, houtresten enz. uit het
werkbereik te verwijderen.
 Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan
de zijkant tegenaan te drukken.
 Controleer of het apparaat gescheiden is van
het stroomnet alvorens
onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
 Zorg ervoor dat er zich bij het inschakelen
(bijvoorbeeld na onderhoudswerkzaamheden)
geen montagegereedschap of losse onderdelen
meer in het apparaat bevinden.
Gevaar voor snijwonden ook bij
stilstaand snijgereedschap!
 Trek veiligheidshandschoenen aan als u
snijgereedschap moet vervangen.
 Bewaar de zaagbladen zo dat niemand zich
eraan kan verwonden.
Gevaar door terugslag van
werkstukken!
 Werk uitsluitend met een correct ingesteld
spouwmes.
 Zet het werkstuk niet "op z’n kant" (tijdens het
schaven).
 Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is
voor het materiaal van het werkstuk.
 Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken
of werkstukken met dunne wanden uitsluitend
zaagbladen met fijne tanding.
 Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp
zijn.
 Controleer in geval van twijfel de werkstukken
op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld nagels of
schroeven).
 Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn,
zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd
kunnen worden.
Intrekgevaar!
 Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen
lichaamsdelen of kleding door roterende
onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen
worden (geen dassen, geen handschoenen,
geen kleding met brede mouwen; personen met
lang haar moeten absoluut een haarnetje
dragen).
 Zaag nooit werkstukken waaraan zich
– touwen
– snoeren
– riemen
– kabels of
– draden bevinden of die dergelijke materialen
bevatten.
Gevaar door onvoldoende
persoonlijke beschermingsmiddelen!
 Draag oordoppen.
 Draag een veiligheidsbril.
 Draag een stofmasker.
 Draag aangepaste werkkleding.
 Bij werkzaamheden buiten is schoeisel met
antislip zool aanbevolen.
Gevaar door zaagsel!
 Sommige soorten zaagsel (bijvoorbeeld van
beuken-, eiken- en essenhout) kunnen bij
inademing kankerverwekkend zijn. Werk
uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De
afzuiginstallatie moet voldoen aan de in
hoofdstuk 7.1 genoemde waarden.
De stofbelasting verminderen:
 Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze
machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die
kanker, allergische reacties, aandoeningen aan
de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of
andere voortplantingsproblemen kunnen
veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke
stoffen zijn: lood (in loodhoudende verf),
additieven voor de behandeling van hout
(chromaat, houtverduurzamingsmiddelen),
enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof).
 Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de
gebruiker of in de buurt aanwezige personen
aan de stofbelasting worden blootgesteld.
 Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam
terechtkomen.
 Om de belasting met deze stoffen te
verminderen: zorg voor een goede ventilatie van
de werkplek en draag geschikte
beschermingsmiddelen, zoals bijv.
ademmaskers die in staat zijn om de
microscopisch kleine stofdeeltjes uit de lucht te
filteren.
 Neem de voor uw materiaal, personeel,
toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen
in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen,
afvalbehandeling).
 Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats
waar deze ontstaan, voorkom dat deze
neerslaan in de omgeving.
 Gebruik de meegeleverde stofopvanginrichting
en een geschikte stofafzuiging. Daardoor
komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd
in de omgeving terecht.
 Verminder de stofbelasting door:
– de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren
luchtstroom van de machine niet op de
gebruiker zelf of in de buurt aanwezige
personen of op neergeslagen stof te richten,
– een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te
plaatsen,
– de werkplek goed te ventileren en door te
stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen
wervelt het stof op.
– Zuig of was de beschermende kleding. Niet
uitblazen, uitslaan of uitborstelen.
Gevaar door technische wijzigingen of
het gebruik van onderdelen die niet door de
fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven
 Monteer dit apparaat zoals in de handleiding
wordt aangegeven.
 Gebruik hiervoor uitsluitend door de fabrikant
vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het
bijzonder:
– zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 12.
Toebehoren);
– Veiligheidsvoorzieningen.
 Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen
aan.
Gevaar door gebreken aan het
apparaat!
 Zorg dat het apparaat evenals de toebehoren
goed onderhouden worden. Neem hierbij de
onderhoudsvoorschriften in acht.
 Controleer het apparaat voor het inschakelen
telkens op eventuele beschadigingen: voor het
gebruik moet de goede werking van de
veiligheidsinrichtingen, beveiligingen of licht
beschadigde onderdelen altijd zorgvuldig
gecontroleerd worden. Controleer of de
scharnierende onderdelen correct functioneren
en niet klemmen. Alle onderdelen moeten
correct gemonteerd zijn en aan alle
voorwaarden voldoen om een feilloze bediening
van het apparaat te garanderen.
 Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen
deskundig en door een gekwalificeerde vakman
herstellen of vervangen. Laat beschadigde
schakelaars in een servicewerkplaats
vervangen. Gebruik dit apparaat niet wanneer u
de schakelaar niet kunt in- en uitschakelen.
Gevaar door lawaai!
 Draag oordoppen.
 Let erop dat het spouwmes niet gebogen is.
Een gebogen spouwmes drukt het werkstuk
zijdelings tegen het zaagblad. Dit veroorzaakt
lawaai.
Gevaar door blokkerende werkstukken
of werkstukdelen!
Als er een blokkering optreedt:
1. apparaat uitschakelen,
2. stekker uit het stopcontact trekken,
3. handschoenen dragen,
4. blokkering met geschikt gereedschap
opheffen.
Pagina: 35
NEDERLANDS
nl
36
3.6 Symbolen op het apparaat
Gegevens op het typeplaatje:
a Fabrikant
b Serienummer
c Apparaatomschrijving
d Motorgegevens (zie ook „Technische
gegevens“)
e CE-markering – Dit apparaat voldoet aan de
EU-richtlijnen overeenkomstig de
conformiteitsverklaring
f Bouwjaar
g Afvalsymbool – Het apparaat kan via de
fabrikant worden afgevoerd
h Afmetingen van toegelaten zaagbladen
Veiligheidssymbolen
Gevaar!
Veronachtzaming van de volgende
waarschuwingen kan leiden tot
ernstig letsel of materiële schade.
Lees de gebruikershandleiding.
Niet in het draaiende zaagblad grijpen.
Veiligheidsbril en
gehoorbescherming dragen.
Apparaat niet in vochtige of natte
omgeving gebruiken.
3.7 Veiligheidsvoorzieningen
Spouwmes
Het spouwmes (5) moet verhinderen dat een
werkstuk door de achterkant van het zaagblad
omhoog geduwd kan worden en eventueel tegen
de operator aan geslingerd wordt.
Het is niet toegestaan om zonder spouwmes te
werken.
Spaankap
De spaankap (7) verhindert ongewild contact met
het zaagblad en biedt bescherming tegen
rondvliegende spaanders.
Het is niet toegestaan om zonder spaankap te
werken.
Schuifstok
De schuifstok (13) dient als verlenging van de
hand, om het werkstuk veilig langs het zaagblad
te geleiden en beschermt tegen onbedoeld
contact met het zaagblad.
De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de
afstand tussen het zaagblad en een
parallelaanslag kleiner is dan 120 mm.
De schuifstok moet in een hoek van 20° … 30° tot
het oppervlak van de zaagtafel worden geleid.
Wanneer de schuifstok niet wordt gebruikt, moet
hij bij de machine opgeborgen worden.
Als de schuifstok beschadigd is, moet hij
vervangen worden.
Zie pagina 2.
1 Steun parallelaanslag
2 Tafelverlenging
3 Dwarsaanslag
4 Tafelinzetstuk
5 Spouwmes
6 Spanhefboom voor de bevestiging van de
spaankap
7 Spaankap
8 Klemhendel voor het bevestigen van de
dwarsaanslag
9 Tafelverbreding
10 Spanhefboom voor de tafelverbreding
11 Parallelaanslag
12 Spanhefboom voor de bevestiging van de
parallelaanslag
13 Schuifstok
14 Steun schuifstok
15 Aan-schakelaar
16 Uit-schakelaar
17 Draaikruk voor instelling zaaghoogte
18 Handwiel voor de instelling van de
hellingshoek
19 Spanhefboom voor het vastzetten van de
hellingshoek
20 Helling-begrenzingsstop
21 Instelbare glijders voor het plaatsen op
oneffen oppervlakken (bij TS 216 Floor) *
22 Houder voor de afzuigslang
23 Afzuigslang
24 Instelschroef (klemmen van de
parallelaanslag)
25 Afzuigstuk op de spaankap
26 Steun spaankap
27 Afzuigadapter
28 Steun dwarsaanslag
29 Steeksleutel
30 Voet / handgreep van het onderstel (alleen bij
TS 216 / bij TS 216 Floor niet achteraf aan te
brengen) *
* afhankelijk van de uitvoering / het model
Zorg ervoor dat u op een stevige
ondergrond staat en let er vooral op dat u
altijd goed in evenwicht bent.
Opstelling zonder machinestandaard:
1. Apparaat met twee personen uit de verpakking
tillen.
2. Zaag op stabiele tafel of werkbank zetten.
3. Zaag op tafel of werkbank vastschroeven.
4. Oneffen vloeren met de instelbare glijders (21)
compenseren: schroef losdraaien, glijder
instellen, schroef weer stevig vastdraaien.
Opstelling met machinestandaard:
1. Apparaat met twee personen uit de verpakking
tillen.
2. Apparaat op de vloer zetten.
3. Apparaat bij de handgrepen oppakken en op
de smalle kant zetten
4. Handgrepen (30) naar buiten trekken, draaien
en inklikken.
5. De beide onderste tafelpoten uitklappen.
Hiervoor de rode zwenkhendel (31) omlaag
drukken (met de voet of de hand) en de
tafelpoten naar beneden draaien.
6. Apparaat enigszins naar achteren kantelen en
beide tafelpoten omlaag drukken. De rode
zwenkhendels (31) moeten inklikken.
7. De beide bovenste tafelpoten uitklappen.
Hiervoor de rode zwenkhendels (32) naar
rechts schuiven en de tafelpoten naar
beneden draaien.
De rode zwenkhendels moeten inklikken.
8. De zaag bij de bovenste frameconstructie in
het midden vastpakken. Zaag omhoogtrekken
en neerzetten. (Stelvoet met voet
tegenhouden om te voorkomen dat de zaag bij
het opstellen wegglijdt).
D-72622 Nürtingen
Germany
xxxx
30
216
mm
max.
63
mm
a
b
c
d
e f g h
13
4. Overzicht
5. Opstelling
30
31
32
Pagina: 36
NEDERLANDS nl
37
9. Oneffenheden in de vloer met de stelvoet (33)
compenseren.
Aanwijzing:
Bij de eerste keer inschakelen kunnen
rubbersnippers eruit geslingerd worden. Dit komt
door de constructie en is onschadelijk.
6.1 Montage
Spouwmes instellen (indien nodig):
Aanwijzing:
Het spouwmes (5) is bij de levering al correct
ingesteld. Uitrichten bij de ingebruikname is
slechts noodzakelijk, wanneer het spouwmes bij
het transport is versteld.
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. De ringsleutel (28) in de opening van de
tafelinlay (4) steken. Deze vervolgens optillen
en eruit halen.
3. Vastzethendel (34) losdraaien (tegen de klok
in draaien!).
4. Spouwmes (5) uit de onderste transportstand
tot aan de aanslag naar boven trekken.
5. Uitlijning spouwmes controleren:
– tussen de zaagtandomtrek en de punt van het
spouwmes moet een afstand van 3 tot 8 mm
blijven.
– Het spouwmes moet met het zaagblad in een
rechte lijn liggen.
Gevaar!
Het spouwmes is een van de onderdelen die
tot de veiligheidsvoorzieningen van het
apparaat behoren. Het spouwmes moet juist
gemonteerd zijn om een veilige werking te
garanderen.
6. Vastzethendel (34) aantrekken (met de klok
mee draaien!).
Zijdelingse uitlijning instellen (alleen indien
nodig):
Spouwmes (5) en zaagblad moeten exact in een
rechte lijn liggen.
7. Drie inbusbouten (35) losdraaien.
8. Spouwmes (5) in een rechte lijn brengen met
het zaagblad.
9. Drie inbusbouten (35) weer aantrekken.
10.Tafelinzetstuk (4) weer plaatsen en
vastdrukken.
Spaankap monteren
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. Spaankap (7) aan de opname van het
spouwmes (5) monteren.
3. Spaankap met de spanhefboom (36) stevig
aantrekken.
Hoogteregeling van het tafelinzetstuk
(indien nodig)
Het tafelinzetstuk (4) is juist ingesteld, wanneer
zijn oppervlak zich 0 mm tot 0,7 mm onder het
tafeloppervlak bevindt.
Voor de hoogteregeling de 4 schroeven in de
hoeken van het tafelinzetstuk (4) draaien.
6.2 Netaansluiting
Gevaar! Elektrische spanning
 Gebruik het apparaat uitsluitend in een
droge omgeving.
 Het apparaat mag uitsluitend worden
aangesloten op een stopcontact dat aan de
hierna volgende voorwaarden voldoet (zie
ook „Technische gegevens“):
– De stopcontacten moeten reglemen-
tair geenstalleerd zijn en een goedge-
keurde aarding hebben.
– Netspanning en -frequentie moeten
overeenstemmen met de waarden op
het typeplaatje van het apparaat.
– De stroomkring dient vakkundig bevei-
ligd te worden met een differentieel-
schakelaar (RCD) die aanslaat bij een
lekstroom van 30 mA.
Aanwijzing:
het energiebedrijf of uw elektromonteur
vertellen u graag of uw huisaansluiting aan
deze bepalingen voldoet.
 Het snoer moet zo gelegd worden dat het
zaagwerkzaamheden niet kan bemoeilijken
en dat het snoer niet beschadigd kan raken.
 Het snoer moet beschermd worden tegen
hitte en bijtende vloeistoffen; zorg dat het
niet beschadigd kan worden door scherpe
voorwerpen.
 Gebruik als verlengsnoer alleen snoeren
met rubbermantel en voldoende grote
diameter.
 Gebruik alleen verlengsnoeren die ook voor
toepassingen in de buitenlucht toegelaten
en als zodanig gemarkeerd zijn.
 Trek de stekker niet aan het snoer uit het
stopcontact.
 Voorkom dat het apparaat per ongeluk
start: controleer of de Aan-/Uit-schakelaar
is uitgeschakeld wanneer de stekker in het
stopcontact wordt gestoken.
Gevaar voor ongevallen!
De zaagmachine mag slechts door één
persoon tegelijk bediend worden. Andere
personen mogen uitsluitend werkstukken
aanreiken of afnemen, en moeten op een
afstand van de zaagmachine blijven staan.
Controleer of alles goed functioneert, alvo-
rens met de zaagwerkzaamheden te begin-
nen:
– netsnoer en netstekker;
– hoofdschakelaar;
– spouwmes;
– spaankap;
– hulpstukken (schuifstok, schuifhout en
greep).
Zorg ervoor dat u zichzelf ook beschermt:
– draag een stofmasker;
– draag gehoorbescherming;
– draag een veiligheidsbril.
Let steeds op een juiste houding en plaats tij-
dens het zagen:
– neem plaats aan de voorkant van de af-
kortzaag;
– tegenover het zaagblad;
– links van het opstuivende zaagsel;
– Bij bediening met twee personen moet de
tweede persoon op voldoende afstand
van de zaag staan.
Naargelang het soort werk dat u verricht, ge-
bruikt u:
– Toegelaten werkstuksteunen - als werk-
stukken na het afzagen van de zaagtafel
zouden vallen;
– een schaafselafzuigsysteem.
Vermijd frequente bedieningsfouten:
– Probeer nooit het zaagblad af te remmen
door er van de zijkant (met een voorwerp)
tegenaan te drukken. Ook hier bestaat ge-
vaar voor terugslag.
– Druk het werkstuk tijdens het zagen
steeds op de tafel en plaats het nooit op
zijn kant. Ook hier bestaat gevaar voor te-
rugslag.
– Zaag nooit verschillende stukken – ook
geen bundels met verschillende aparte
stukken tegelijk. Er is gevaar voor licha-
melijk letsel als aparte stukken zonder
steun door het zaagblad worden gegre-
pen.
Intrekgevaar!
Zaag nooit werkstukken waaraan touwen,
6. Ingebruikname
33
5
34
max. 8 mm
5 35
7
5 36
7. Bediening
Pagina: 37
NEDERLANDS
nl
38
snoeren, riemen of draden hangen of die
dergelijke materialen bevatten.
7.1 Spaanafzuiginstallatie / alleszuiger
Gevaar!
Sommige soorten zaagsel (bv. van beuken-,
eiken- en essenhout) kunnen bij inademing
kankerverwekkend zijn. Werkzaamheden in
gesloten ruimten mogen alleen met een
geschikte spaanafzuiginstallatie uitgevoerd
worden. De afzuiginstallatie moet voldoen
aan de volgende eisen:
– Passend bij de diameter van de afzuig-
stukken (spaankap 38 mm; spaanbak 35/
44 mm);
– Hoeveelheid lucht  460 m3/h;
– Onderdruk op het afzuigstuk van de zaag
 530 Pa;
– Luchtsnelheid op het afzuigstuk van de
zaag  20 m/s
De aanzuigstukken voor de afzuiging van het
zaagsel bevinden zich op de
zaagbladbeschermkast en op de spaankap.
Lees ook de handleiding voor de bediening van
de spaanafzuiginstallatie!
7.2 Zaaghoogte instellen
Gevaar!
Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen
de instelruimte bevinden, kunnen door een
draaiend zaagblad meegesleurd worden!
Begin dus nooit met het instellen van de
zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal
tot stilstand gekomen is!
De zaaghoogte van het zaagblad moet aangepast
worden aan de hoogte van het werkstuk: de
spaankap moet aan de voorzijde met de
onderkant op het werkstuk liggen.
 Snijhoogte door draaien van de handkruk (17)
instellen.
Aanwijzing:
Om een eventuele speling bij de instelling
van de snijhoogte te compenseren, beweegt
u het zaagblad altijd van onderen in de
gewenste positie.
7.3 De zaagbladhelling instellen
Gevaar!
Lichaamsdelen, voorwerpen of
apparaatdelen die zich binnen de
instelruimte bevinden, kunnen door een
draaiend zaagblad meegesleurd worden!
Begin dus nooit met het instellen van de
zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal
tot stilstand gekomen is!
De helling van het zaagblad kan tussen -1,5° en
46,5° worden ingesteld.
1. Spanhefboom (19) losmaken.
2. Gewenste zaagbladhelling door draaien van
het handwiel (18) instellen.
3. Ingestelde hellingshoek door vastzetten van
de spanhefboom (19) vergrendelen (Met de
klok mee draaien).
Instelling voor achtersnijdingen
De hellingsverstelling heeft bij 0° en 45° een
aanslag. Voor speciale verstekzaagsneden
(achtersnijdingen) kan de hellingshoek in beide
richtingen nog met 1,5° worden vergroot.
 Helling-begrenzingsstop (20) naar buiten
trekken en boven de excenterschijf rechts
plaatsen = hellingshoek van het zaagblad
tussen –1,5° en 45° verstelbaar.
 Helling-begrenzingsstop (20) naar buiten
trekken en boven de excenterschijf links
plaatsen = hellingshoek van het zaagblad
tussen 0° en 46,5° verstelbaar.
Aan-/Uit-schakelaar
 Inschakelen = bovenste schakelaar (15) 1 tot 2
sec. lang indrukken.
 Uitschakelen = onderste schakelaar (16)
indrukken.
7.4 Parallelaanslag instellen
Dit wordt aan het geleideprofiel aan de voorkant
van de zaag gemonteerd.
– Parallelaanslag (11) rechts van het zaagblad
plaatsen.
De markering in de loep toont de ingestelde
afstand van de parallelaanslag tot het zaagblad
op de schaal.
– Spanhefboom (12) van de parallelaanslag
loszetten en de parallelaanslag verschuiven tot
de markering in de loep de gewenste afstand tot
het zaagblad aangeeft.
Spanhefboom (12) omlaag drukken om vast
te zetten.
– Het aanslagprofiel (37) moet bij het zagen met
parallelaanslag parallel ten opzichte van het
zaagblad staan en met de spanhefboom (12)
vergrendeld zijn. Hiervoor de spanhefboom (12)
omlaag drukken.
– Kartelmoeren (38) voor het bevestigen van het
aanslagprofiel. Het aanslagprofiel kan na
losdraaien van de beide kartelmoeren (38)
worden afgenomen en omgezet:
Gebruik de lage kant als aandrukkant:
– om vlakke werkstukken te zagen;
– of als het zaagblad onder een hoek staat.
Gebruik de hoge kant als aandrukkant:
– om hoge werkstukken te zagen;
7.5 Wijzer van de parallelaanslag afstellen
1. Parallelaanslag aan het zaagblad uitrichten.
2. Schroef aan de wijzer van de parallelaanslag
losdraaien.
3. Wijzer op parallelaanslag en „0“ op
schaalband in overeenstemming brengen.
4. Schroef aan wijzer van de parallelaanslag
weer vasttrekken
Aanwijzing:
Om te voorkomen dat het werkstuk klemt bij het
zagen met de parallelaanslag:
parallelaanslag geheel naar rechts verschuiven
en vervolgens op de gewenste zaagbreedte
instellen.
Aanwijzing:
Parallelaanslag afstellen (indien gewenst): de
parallelaanslag moet evenwijdig aan het
zaagblad worden geplaatst of zo worden
ingesteld
dat hij max. 0,3 mm naar achteren opent. Voor
het afstellen de 2 schroeven aan de bovenkant
van de parallelaanslag losdraaien, daarna weer
vastzetten.
Aanwijzing:
Parallelaanslag afstellen (indien nodig): mocht
het achterste klemstuk vroeger of later dan het
voorste klemstuk klemmen, dan kan deze door
het draaien van de moeren (24) worden ingesteld.
De moeren (24) losdraaien, zodat het achterste
klemstuk later klemt. De moeren (24) aantrekken,
zodat het achterste klemstuk vroeger klemt.
7.6 Dwarsaanslag instellen
De dwarsaanslag (3) wordt van voren in de groef
in de zaagtafel ingeschoven.
17
19 18
20
-1,5° ... 45°
0° ... 46°
15
16
37 11 12
38
Pagina: 38
NEDERLANDS nl
39
Voor hoeksneden kan de dwarsaanslag naar
beide kanten 60° worden versteld.
Voor hoeksneden van 45° en 90° zijn
desbetreffende aanslagen voorhanden.
Voor het instellen van een hoek: klemhendel (8)
door draaien tegen de klok in losmaken.
Gevaar voor letsel!
De klemhendel moet bij het zagen met
dwarsaanslag vastgetrokken zijn.
Het voorzetprofiel kan door losmaken van de
kartelmoeren (39) worden verschoven of
afgenomen.
7.7 Tafelverbreding instellen
De tafelverbreding (9) breidt de steunvlakte uit, zo
dat ook grotere werkstukken veilig worden
gehouden.
 Voor het instellen van de tafelverbreding (9)
moet de spanhefboom (10) worden losgemaakt.
(Voor het verstellen van de linker
tafelverbreding de achterste spanhefboom
bedienen. Voor het verstellen van de rechter
tafelverbreding de voorste spanhefboom
bedienen.)
Gevaar voor letsel!
De klemhendel moet bij het zagen altijd
vastgetrokken zijn.
Aflezen van de schaalband bij
werkzaamheden met de parallelaanslag
Op welke schaal de snijbreedte wordt afgelezen,
hangt ervan af, hoe het aanslagprofiel aan de
parallelaanslag is gemonteerd:
– Hoge aanlegkant =
schaal met zwart opschrift op witte achtergrond.
– Lage aanlegkant =
schaal met wit opschrift op zwarte achtergrond.
Bij kleine snijbreedten wordt de tafelverbreding
niet uitgetrokken. De snijbreedte wordt op de
schaal rechts op de wijzer van de parallelaanslag
afgelezen:
– hoge aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 25 cm
mogelijk.
– lage aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 18,5 cm
mogelijk.
Als er grotere werkstukken gezaagd moeten
worden, moet de tafelverbreding (9) uitgetrokken
worden.
1. Parallelaanslag verschuiven naar de
eindstand van de schaal.
2. Tafelverbreding naar buiten trekken en
parallelaanslag op gewenste afstand instellen.
De snijbreedte wordt op de linker schaal bij de
wijzer van het schaalband afgelezen.
7.8 Tafelverlenging instellen
De tafelverlenging (2) breidt het oplegvlak uit,
zodat ook langere werkstukken stevig kunnen
liggen.
1. Voor het uittrekken van de tafelverlenging
moeten de beide kartelschroeven (40) worden
losgedraaid.
2. Tafelverlenging naar buiten trekken en op
gewenste afstand instellen.
3. De beide kartelschroeven weer aantrekken.
7.9 Zagen
Gevaar!
De schuifstok moet altijd gebruikt worden als
de afstand tussen het zaagblad en een
parallelaanslag kleiner is dan 120 mm.
Rechte zaagsnede
1. Hellingshoek instellen en vergrendelen.
2. Zaaghoogte instellen. Aan de voorkant moet
de beschermkap volledig op het werkstuk
liggen.
3. Als het zaagblad schuin zit dient u de paralelle
aanslag links van het zaagblad aanbrengen en
instellen.
4. Zet de zaag aan.
5. Het werkstuk gelijkmatig naar achteren
schuiven en in een werkproces doorzagen.
6. Schakel de machine uit als u niet onmiddellijk
verder werkt.
Verstekzagen
1. De dwarsaanslag (3) wordt van voren in de
groef in de zaagtafel ingeschoven.
2. Gewenste hoek na losmaken van de
klemhendel (8) aan de dwarsaanslag instellen
en klemhendel weer vastschroeven.
3. Zijdelingse afstand tussen voorzetprofiel en
zaagblad instellen:
Kartelmoer (39) losmaken en voorzetprofiel
verschuiven.
Kartelmoer (39) vastdraaien.
4. Werkstuk tegen de dwarsaanslag drukken.
5. Werkstuk doorzagen door de dwarsaanslag
vooruit te schuiven.
6. Schakel de machine uit als u niet onmiddellijk
verder werkt
Gevaar!
Vóór het transport altijd:
 Apparaat uitschakelen.
 Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat.
 Trek de stekker uit het stopcontact.
 Aanbouwdelen (spaankap, spaanafzuiging)
demonteren. Beschermkap bij zaagtafel
opbergen.
 Spouwmes in transportstand brengen. Zoals in
hoofdstuk 6.1 beschreven te werk gaan, echter
het spouwmes (5) tot de aanslag naar beneden
schuiven (transportstand).
 Draai het zaagblad volledig naar beneden.
 Hellingshoek van het zaagblad op 0° instellen
en met de spanhefboom vastzetten.
 Stroomsmoer op kabelopwikkeling rollen.
Alleen apparaat met machinestandaard:
 Apparaat bij frameconstructie optillen en naar
achteren draaien. Apparaat op zijkant zetten en
bovenste poten inklappen. De rode
zwenkhendels moeten weer inklikken.
 Apparaat naar achteren draaien en de onderste
poten inklappen. De rode zwenkhendels
moeten weer inklikken.
 Handgrepen naar binnen schuiven en apparaat
neerzetten.
Gevaar voor klemmen
Beide tafelverbredingen helemaal naar
binnen schuiven en met de spanhefbomen
vergrendelen.
Gebruik voor het dragen van het apparaat de
handgrepen aan de zijkant (41) van de tafel.
Let op!
Draag het apparaat niet aan de
veiligheidsvoorzieningen, uitgetrokken / niet
vergrendelde tafelverbredingen of aan de
bedieningselementen!
Let op!
Draag het apparaat met twee personen
(gewicht)!
Mobiel transport:
 Handgrepen naar buiten trekken, draaien en
inklikken.
 Zaag aan de handgreep trekken of schuiven
8
3
39
10
10
9
9
40
13
8
39
8. Transport
41
Pagina: 39
NEDERLANDS
nl
40
Gebruik bij verzending de originele verpakking
indien mogelijk.
Gevaar!
Voordat u met de service of met het
onderhoud begint:
1.Apparaat uitschakelen.
2.Wacht tot de zaag helemaal stilstaat.
3.Trek de stekker uit het stopcontact.
– Nadat u klaar bent met de service en/ of
onderhoudsbeurt, moet de goede werking van
alle veiligheidsvoorzieningen als eerste
gecontroleerd worden.
– Beschadigde onderdelen, in het bijzonder
veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend
door originele onderdelen worden vervangen,
omdat onderdelen die niet door de fabrikant
getest en vrijgegeven zijn, niet te voorziene
schade tot gevolg kunnen hebben.
– Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven
onderhouds- of reparatiewerkzaamheden
mogen uitsluitend door geschoold personeel
worden uitgevoerd.
Gevaar!
Als het inlegprofiel beschadigd is, bestaat
het risico dat kleine voorwerpen tussen het
inlegprofiel en het zaagblad geklemd raken
en het zaagblad blokkeren. Beschadigde
inlegprofielen moeten onmiddellijk
vervangen worden!
9.1 Zaagblad vervangen
Gevaar!
Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad
erg heet zijn – Pas op voor brandwonden!
Laat een heet zaagblad eerst voldoende
afkoelen. Ook het schoonmaken van het
zaagblad met een licht ontvlambaar product
is dan gevaarlijk.
Ook bij een stilstaand zaagblad bestaat er
nog gevaar voor snijwonden. Bij het
vervangen van een zaagblad moet u
veiligheidshandschoenen dragen.
Let bij de montage absoluut op de
draairichting van het zaagblad!
1. Zaagblad in de bovenste stand brengen.
2. Spaankap (7) verwijderen.
3. De ringsleutel (28) in de opening van de
tafelinlay (4) steken. Deze vervolgens optillen
en eruit halen.
4. Spanmoer (43) van het zaagblad met
steeksleutel (29) draaien en tegelijkertijd de
hendel van de zaagbladvergrendeling (42)
naar boven trekken, tot hij inklikt.
5. Hendel (42) vasthouden en de spanmoer (43)
met de klok mee afschroeven.
6. Spanmoer (43), buitenste zaagbladflens (44)
en zaagblad van de zaagbladas nemen.
7. Spanvlakken van de zaagbladflenzen (44) en
(45) van het zaagblad reinigen.
Gevaar!
Gebruik geen schoonmaakmiddelen
(bijvoorbeeld om harsresten te verwijderen)
die de lichtmetalen delen van het chassis
zouden kunnen beschadigen. De stabiliteit
van de zaag zou erdoor kunnen worden
aangetast.
8. Binnenste zaagbladflens (45) op motoras
schuiven.
9. Monteer een nieuw zaagblad (let op de
draairichting van de zaagtanden!).
Gevaar!
Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan
de vereisten in het hoofdstuk Technische
gegevens en aan de norm EN 847-1 – bij
ongeschikte of beschadigde zaagbladen
kunnen onder invloed van de
middelpuntvliedende kracht delen
weggeslingerd worden.
Niet gebruiken:
– Zaagbladen waarvan het maximale toe-
rental onder het nominale onbelaste toe-
rental van de zaagbladen ligt (zie "Tech-
nische gegevens");
– Zaagbladen van hooggelegeerd snel-
draaistaal (HS of HSS);
– Geen zaagbladen gebruiken waarvan de
stambladdikte groter is dan de dikte van
het spouwmes.
– Zaagbladen met zichtbare beschadigin-
gen (scheurtjes) of
– Slijpschijven.
Gevaar!
– Het zaagblad moet gemonteerd worden
met originele fabrieksklemflensen.
– Gebruik nooit losse spanringen. Het
zaagblad zou vanzelf los kunnen komen.
– De zaagbladen moeten uitgebalanceerd
zijn. Ze mogen niet trillen, anders kunnen
ze tijdens het werken vanzelf loskomen.
10.Buitenste zaagbladflens (44) opschuiven.
11.Spanmoer (43) losdraaien (linkse
schroefwinding!). Spanmoer (43) met
steeksleutel (29) draaien en tegelijkertijd de
hendel van de zaagbladvergrendeling (42)
omhoog trekken, tot hij inklikt.
12.Hendel (42) vasthouden en de spanmoer
tegen de klok in handvast aantrekken.
Gevaar!
– U mag de steel van de sleutel niet verlen-
gen om het zaagblad steviger vast te kun-
nen zetten.
– Sla ook niet op de steel van de sleutel om
de klembout beter vast te zetten.
13.Spouwmes overeenkomstig de
zaagbladgrootte (46) instellen.
(Spouwmesinstelling zie 6.1)
14.Tafelinzetstuk (4) weer plaatsen en
vastdrukken.
15.Spaankap (7) bevestigen.
9.2 Aanslagbegrenzing instellen
1. Helling-begrenzingsstop (20) voor het hoek-
bereik op 0° / 45° instellen.
2. Ingestelde hellingshoek door vastzetten van
de spanhefboom (19) vergrendelen.
3. Hellingshoek controleren:
– 0° = loodrecht op het zaagblad
– 45° met de speciale hoekmaat.
Worden deze waarden niet heel nauwkeurig
bereikt:
4. kruiskopschroef (47) van de betreffende
excenterschijf losdraaien en de excenterschijf
verstellen tot de hellingshoek ten opzichte van
de zaagtafel in de eindposities precies 0°
(= haaks), resp. 45° bedraagt.
5. Kruiskopschroef van de excenterschijf weer
vastdraaien.
6. Na het verstellen van de aanslagbegrenzing,
hoekschaal aan de voorkant eventueel
opnieuw afstellen.
Aanwijzing:
Om de hellingsbegrenzing van -1,5° tot 46,5° in te
stellen moet de aanslagbegrenzingshendel naar
buiten worden getrokken.
9.3 Machine opbergen
Gevaar!
Berg het apparaat buiten het bereik van
kinderen op. Sla het apparaat zo op dat het
niet door onbevoegden in werking kan
worden gesteld en niemand zich aan het
staande apparaat kan verwonden.
Let op!
Het apparaat niet in de openlucht of in een
vochtige omgeving bewaren.
9.4 Onderhoud
De zaag schoonmaken
 Zaagsel en stof met een stofzuiger of borstel
verwijderen uit:
9. Service en onderhoud
42
43
44
45
46
47
20
19
45°
Pagina: 40
NEDERLANDS nl
41
– geleidingselementen voor het instellen van het
zaagblad
– ventilatie-openingen van de motor
– zaagbladkast
– hoogte-afstelling
– zwenkgeleiding
Voor u de machine inschakelt
Visuele controle, of
– afstand zaagblad – spouwmes 3 tot 8 mm is.
– spouwmes met het zaagblad in een rechte lijn
ligt.
Visuele controle van netsnoer en netstekker op
beschadigingen; indien nodig laat u de defecte
onderdelen door een elektromonteur vervangen.
Wanneer u uitschakelt, dient u altijd
te controleren of het zaagblad langer dan 10
seconden naloopt; loopt het langer na, de motor
door een erkend vakman laten vervangen.
1x per maand (bij dagelijks gebruik)
Verwijder zaagselresten met stofzuiger of
penseel; wrijf de geleidingselementen lichtjes in
met olie:
– spil en geleidestangen voor hoogte-instelling;
– zwenksegment.
Na elke periode van 150 bedrijfsuren
Controleer alle schroefverbindingen en schroef ze
eventueel vast.
Indien nodig:
geleidebussen tafelpoten instellen.
 Inbusbouten (48)
met de klok mee draaien =
zware loop van de geleiding.
 Inbusbouten (48)
tegen de klok in draaien =
soepele loop van de geleiding.
 extra fijnafstelling m.b.v. stelschroef (49).
Geleidebussen van de voorste pootsteun
instellen:
 Inbusbouten (50) met de klok mee draaien =
zware loop van de geleiding.
 Inbusbouten (50) tegen de klok in draaien =
soepele loop van de geleiding.
Geleidebussen van de achterste pootsteun
instellen:
 Inbusbouten (51) met de klok mee draaien =
zware loop van de geleiding.
 Inbusbouten (51) tegen de klok in draaien =
soepele loop van de geleiding.
Alle inbusbouten gelijkmatig aantrekken.
 Voer enkele proefsneden uit op stukken
houtafval, alvorens met de
zaagwerkzaamheden te beginnen.
 Plaats het werkstuk steeds zo op het tafelblad dat
het niet kan omvallen of wiebelen (bijvoorbeeld bij
een gebogen plank, de naar buiten gebogen zijde
naar boven).
 Gebruik de lengteaanslag om efficiënt even
lange stukken te zagen.
 Oppervlakken van de steuntafels schoon
houden.
Gevaar!
Alvorens een storing te verhelpen, moet u:
1.Apparaat uitschakelen.
2.Trek de stekker uit het stopcontact.
3.Wachten tot het zaagblad helemaal
stilstaat.
Nadat de storing verholpen is, moet u eerst
de goede werking van alle
veiligheidsvoorzieningen controleren.
De motor draait niet
De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de
netstekker in het stopcontact gestoken wanneer
de machine ingeschakeld is of wordt de
stroomtoevoer na een onderbreking weer
hersteld, dan start de machine niet:
 De machine uit- en weer inschakelen.
Er is geen spanning:
 snoer, stekker, stopcontact en
zekering controleren.
Motor oververhit, bijvoorbeeld door stomp
zaagblad of spaanophoping in de behuizing:
 Oorzaak van de oververhitting verhelpen,
enkele minuten laten afkoelen. Vervolgens het
apparaat opnieuw inschakelen.
Toerental wordt niet bereikt
Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental
neemt STERK af:
 De motortemperatuur is te hoog! De machine
onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld.
Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental
neemt LICHT af:
 De machine wordt overbelast. Werk met minder
belasting verder.
Aangegeven hoogste toerental wordt niet bereikt
- motor krijgt te weinig netspanning:
 Kortere toevoerleiding of toevoerleiding met
grotere doorsnede gebruiken
( 1,5 mm2
).
 Laat uw installatie door een elektromonteur
controleren.
Het zagen gaat moeizaam
Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont
eventueel brandvlekken opzij):
 zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 9.
Onderhoud).
Spaanderafvoer verstopt
Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de
afzuigkracht is te gering:
 Afzuigsysteem aansluiten of afzuigvermogen
verhogen (luchtsnelheid  20 m/sec. bij de
spaanuitwerppijp.
Gebruik alleen originele Metabo toebehoren.
Gebruik alleen toebehoren die voldoen aan de in
deze gebruikershandleiding genoemde eisen en
kenmerken.
Cirkelzaagblad Precision Cut, best.-nr.: 6.28062
– Zeer breed gebruiksspectrum in de
houtbewerking
– Voor zeer goede, zuivere zaagresultaten bij
lengte- en dwarssneden in zacht- en hardhout
Cirkelzaagblad Multi Cut, best.-nr.: 6.28063
– Universeel gebruik bij veeleisende materialen
– Ideaal geschikt voor vele toepassingen in de
binnenafwerking
– Perfecte zaagresultaten ook bij dwarssneden in
massief hout, ruwe, gecoate of gefineerde
spaanplaten, MDF
– Bij zeer hoge eisen aan de zaagkwaliteit, bv.
laminaat, kunststoffen, dunne aluminium, koper
en messing profielen
Compleet toebehorenprogramma, zie
www.metabo.com of de catalogus.
Gevaar!
Reparaties van elektrische machines mogen
uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend door
een elektromonteur met originele onderdelen
worden uitgevoerd!
Neem voor gereedschap van Metabo dat
gerepareerd dient te worden contact op met uw
Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen
www.metabo.com.
Onderdeellijsten kunt u via www.metabo.com
downloaden.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een
milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van
afgedankte machines, verpakkingen en
toebehoren.
Uitsluitend voor EU-landen: geef uw
elektrisch gereedschap nooit met het
huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn
2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en
elektronische apparaten en de vertaling hiervan in
de nationale wetgeving dient oud elektrisch
gereedschap gescheiden te worden ingezameld
en op milieuvriendelijke wijze te worden
afgevoerd.
Toelichting bij de gegevens van pagina 3.
Wijzigingen en technische verbeteringen
voorbehouden.
U =netspanning
P1 =nominaal vermogen
P2 =afgegeven vermogen
I =nominale stroom
F =min. beveiliging
IP =beschermingsklasse
n0 =toerental bij onbelast draaien
v0 =max. zaagsnelheid
W =dikte van het spouwmes
D =zaagbladdiameter (buiten)
d =zaagbladboring (binnen)
b =zaagbreedte
a =max. basiselementdikte van het
zaagblad
T90° =zaaghoogte bij verticaal zaagblad
T45° =zaaghoogte bij 45° zaagbladhelling
Sx° =zaagbladhoekinstelling
Lp =max. zaagbreedte met parallelaanslag
LW =max. breedte dwarssnede met
hoekaanslag
49
48
50
10. Handige tips
11. Problemen en storingen
51
12. Toebehoren
13. Reparatie
14. Milieubescherming
15. Technische gegevens
Pagina: 41
NEDERLANDS
nl
42
A1 =afmetingen zonder machinestandaard
(lxbxh)
A2 =afmetingen met machinestandaard
(lxbxh)
SL =lengte zaagtafel
SB =breedte zaagtafel
m =machinegewicht
~Wisselstroom
De vermelde technische gegevens zijn
tolerantiewaarden (overeenkomstig de
betreffende geldige norm).
Emissiewaarden
Deze waarden maken een beoordeling
mogelijk van de emissie van het elektrisch
gereedschap en een vergelijking van de
verschillende soorten elektrisch gereedschap.
Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het
elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap
kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager
uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en
fases met een lagere belasting in aanmerking.
Bepaal op grond van de overeenkomstig
aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter
bescherming van de gebruiker, bijv.
organisatorische maatregelen.
Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau:
LpA =geluidsdrukniveau
LWA =geluidsvermogensniveau
KpA, KWA= onzekerheid
Draag gehoorbescherming!

Vragen & antwoorden

Er zijn (nog) geen vragen over de Metabo TS 216.

Stel een vraag over de Metabo TS 216

Heb je een vraag over de Metabo TS 216 en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Metabo TS 216. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Metabo TS 216 zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.