Metabo KGS 216 M handleiding

manual_loading

Bekijk hieronder de handleiding van de Metabo KGS 216 M. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Metabo
  • Product: Zaagmachine
  • Model/naam: KGS 216 M
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: Nederlands, Spaans, Portugees, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Zweeds, Deens, Pools, Russisch, Noors, Fins, Hongaars, Sloveens

Inhoudsopgave

Pagina: 24
NEDERLANDS
3
1. Overzicht van de zaag (levering)
1
2
3
7
8
10
13
14
15
17
21
22
23
25
4
26
18
12
11
20
19
27
28
6
5
29
24
16
9
1 Zaaggreep
2 Handgreep
3 Koolborstels
4 Motor
5 Spanenzak
6 Afzuigadapter
7 Transport-vergrendeling
8 Haak voor kabeltrommel
9 Opbergvak voor inbussleutel
6 mm
10 Geleidestangen voor trekinrich-
ting
11 Stelschroef voor trekinrichting
12 Snijzoneverlichting
13 Grendelhefboom voor inclinatie-
instelling
14 Werkstukaanslag
15 Tafelverbreding + Handgreep
16 Blokkeerhefboom tafelverbreding
17 Vastzetgreep voor draaitafel
18 Pal voor rustpositie
19 Tafelinlegprofiel
20 Tafel
21 Draaitafel
22 Werkstukspanvoorziening
23 Laseruittrede
24 Zaagbladblokkering
25 Veiligheidsvergrendeling
26 Aan-/uit-schakelaar van de zaag
27 Zaagkop
28 Zwenkbare beschermkap
29 Snijdieptebegrenzing
Gereedschap
– Inbussleutel (6 mm)
Apparaatdocumenten
– Gebruiksaanwijzing
– Lijst van reserveonderdelen
I_0011nl4A.fm 22.10.10 Originele handleiding afkort-
en verstekzaag
Pagina: 25
NEDERLANDS
4
1. Overzicht van de zaag 
(levering)...................................3
2. Lees deze tekst voor u 
begint!....................................... 4
3. Veiligheid.................................. 4
3.1 Voorgeschreven gebruik 
van het systeem......................... 4
3.2 Algemene
veiligheidsvoorschriften ............. 4
3.3 Symbolen op het apparaat.........6
3.4 Veiligheidsvoorzieningen ........... 7
4. Plaatsing en transport............. 7
5. Bijzondere 
productkenmerken ..................8
6. Het apparaat in detail .............. 8
7. Ingebruikneming...................... 9
7.1 Zaagselopvangzak monteren ....9
7.2 Werkstukspaninrichting 
monteren.................................... 9
7.3 Netaansluiting .......................... 10
8. Bediening ............................... 10
8.1 Rechte sneden......................... 10
8.2 Zagen van kleine sneden......... 10
8.3 Versteksneden......................... 11
8.4 Schuine sneden ....................... 11
8.5 Dubbele versteksneden ........... 12
8.6 Groeven zagen ........................12
9. Service en onderhoud ........... 13
9.1 Zaagblad vervangen ................13
9.2 Inlegprofiel vervangen .............14
9.3 Regel de werkstukaanslag bij ..14
9.4 Snijlaser instellen.....................14
9.5 Koolborstels controleren en
vervangen ................................ 14
9.6 Apparaat reinigen .................... 15
9.7 De werktafel opbergen.............15
9.8 Onderhoud............................... 15
10. Tips en trucs .......................... 15
11. Beschikbare accessoires ..15/66
12. Reparatie ................................ 16
13. Milieubescherming ................16
14. Problemen en storingen........ 16
15. Technische gegevens ........... 17
16. Leverbare zaagbladen ........... 18
Deze handleiding is zo opgesteld dat u
snel en veilig met uw werktafel kunt
werken. Hieronder vindt u een korte uit-
leg over hoe u de handleiding moet le-
zen:
– Lees de handleiding volledig door,
voordat u het apparaat in gebruik
neemt, Vooral het hoofdstuk „Veilig-
heidsvoorschriften“ verdient uw
aandacht.
– Deze handleiding is gericht tot per-
sonen met technische basiskennis
en ervaring in de omgang met ma-
chines van het hier beschreven ty-
pe. Als u geen ervaring hebt met
zulke machines, moet u de hulp in-
roepen van ervaren personen.
– Bewaar alle met dit apparaat gele-
verde documentatie, zodat u zich in-
dien nodig kan informeren. Bewaar
het aankoopbewijs voor eventuele
garantieclaims.
– Als u het apparaat uitleent of door-
verkoopt, moet u alle meegeleverde
documentatie van het apparaat
meegeven.
– De fabrikant wijst alle verantwoor-
delijkheid af voor schade die ont-
staat door niet-inachtneming van
deze handleiding.
De informatie in deze gebruiksaanwij-
zing wordt als volgt aangegeven:
AGevaar!
Waarschuwing voor lichamelijk letsel of
milieuschade.
BGevaar voor elektrische
schok!
Waarschuwing voor lichamelijke letsels
door elektrische schok.
cIntrekrisico!
Waarschuwing voor lichamelijk letsel
door meetrekken van lichaamsdelen of
kledingstukken.
A Attentie!
Materiële schade.
3Opmerking:
Aanvullende informatie.
– Cijfers op afbeeldingen (1, 2, 3, ...)
– benoemen de verschillende on-
derdelen;
– zijn doorlopend genummerd;
– hebben betrekking op de over-
eenkomstige cijfers tussen haak-
jes (1), (2), (3) ... in de bijbeho-
rende tekst.
– Bij procedures die een bepaalde
volgorde vereisen zijn de verschil-
lende stappen genummerd.
– Instructies voor handelingen met
willekeurige volgorde hebben een
punt als opsommingsteken.
– Lijsten zijn gekenmerkt met een
streep.
3.1 Voorgeschreven gebruik
van het systeem
Het apparaat is geschikt voor langs- en
dwarssneden, schuine sneden, ver-
steksneden en dubbelversteksneden.
Bovendien kunnen er groeven worden
gemaakt.
Er mogen enkel materialen worden be-
werkt, waarvoor het betreffende zaag-
blad is geschikt (toegelaten zaagbladen
zie Technische gegevens).
De toegelaten afmetingen van de werk-
stukken mogen niet overschreden wor-
den (zie hoofdstuk "Bediening").
Werkstukken met ronde of onregelmati-
ge doorsnede zoals brandhout mogen
niet worden gezaagd, omdat ze tijdens
het zagen niet veilig kunnen worden
vastgezet. Bij het smalkantzagen van
vlakke werkstukken moet een geschikte
aanslaghulp gebruikt worden om een
veilige geleiding te garanderen.
Dit apparaat mag voor geen enkel an-
der doel gebruikt worden. Wordt het ap-
paraat voor andere doelen gebruikt,
worden veranderingen aan het appa-
raat aangebracht of worden onderdelen
gebruikt, die niet door de fabrikant ge-
test en vrijgegeven zijn, dan kan scha-
de ontstaan, die niet te voorzien is!
3.2 Algemene veiligheids-
voorschriften
 Houdt u zich bij gebruik van deze
machine aan de volgende veilig-
heidsvoorschriften om gevaar voor
personen of materiële schade te
voorkomen.
Inhould
2. Lees deze tekst voor u
begint!
3. Veiligheid
Pagina: 26
NEDERLANDS
5
 Houd u aan de bijzondere veilig-
heidsvoorschriften in de betreffen-
de hoofdstukken.
 Houdt u zich eventueel aan de wet-
telijke richtlijnen of ongevalpreven-
tievoorschriften inzake de omgang
met afkortzagen.
AAlgemeen gevaar!
 Houd uw werkplek op orde – een
onordelijke werkplek kan ongevallen
tot gevolg hebben.
 Wees aandachtig. Let op wat u
doet. Ga verstandig te werk. Ge-
bruik de machine niet wanneer u
niet geconcentreerd bent.
 Houd rekening met omgevingsin-
vloeden. Zorg voor goede verlich-
ting.
 Zorg voor een goede lichaamshou-
ding. Zorg ervoor dat u op een ste-
vige ondergrond staat en let vooral
op een goed evenwicht.
 Gebruik het apparaat niet in de na-
bijheid van ontvlambare vloeistof-
fen of gassen.
 Het apparaat mag alleen ingescha-
keld en gebruikt worden door perso-
nen die vertrouwd zijn met afkortza-
gen en de gevaren bij de omgang
ermee. 
Personen beneden de 18 jaar mo-
gen deze machine alleen bedienen
in het kader van een beroepsoplei-
ding en onder het voortdurend toe-
zicht van een ervaren leraar.
 Let erop dat er zich geen onbevoeg-
de personen, voornamelijk kinde-
ren, in de gevarenzone begeven.
Zorg ervoor dat geen andere perso-
nen het apparaat of het snoer kun-
nen aanraken.
 Vermijd overbelasting – belast de
werktafel niet zwaarder dan in de
technische gegevens is aangege-
ven.
AGevaar door elektrische
stroom!
 Stel het apparaat niet bloot aan re-
gen. 
Gebruik dit apparaat niet in een
vochtige of natte omgeving. 
Voorkom dat u tijdens werkzaamhe-
den met dit apparaat in contact
komt met geaarde elementen zoals
radiatoren, buizen, ovens, koelkas-
ten.
 Gebruik het snoer niet voor doelein-
den waarvoor het niet bedoeld is.
AVerwondingsgevaar aan be-
wegende delen!
 Neem dit apparaat nooit in gebruik
zonder gemonteerde veiligheids-
voorzieningen.
 Houd steeds voldoende afstand van
het zaagblad. Gebruik desnoods
geschikte hulpmiddelen voor de ma-
teriaaltoevoer. Houd tijdens het ge-
bruik voldoende afstand van aange-
dreven onderdelen.
 Wacht tot het zaagblad stilstaat
vooraleer u kleine werkstukdelen,
houtresten enz. verwijdert uit het
werkbereik.
 Zaag alleen werkstukken die groot
genoeg zijn, zodat ze bij het zagen
veilig vastgeklemd kunnen worden.
 Rem het uitlopende zaagblad niet af
door er aan de zijkant tegenaan te
drukken.
 Controleer of het apparaat geschei-
den is van het stroomnet alvorens
onderhoudswerkzaamheden uit te
voeren.
 Zorg dat er zich bij het inschakelen
(bijvoorbeeld na onderhoudswerk-
zaamheden) geen montagegereed-
schap of losse onderdelen meer in
het apparaat bevinden.
 Trek de netstekker uit, wanneer u
het apparaat niet gebruikt.
AGevaar voor snijwonden, ook
bij rechtopstaand snijwerktuig!
 Trek veiligheidshandschoenen aan
als u snijwerktuigen moet vervan-
gen.
 Bewaar de zaagbladen zo dat nie-
mand zich eraan kan verwonden.
AGevaar door terugslaan van
de zaagkop (zaagblad blijft in het
werkstuk hangen en de zaagkop
schiet plots omhoog)!
 Let erop dat het gebruikte zaagblad
geschikt is voor het materiaal van
het werkstuk.
 Houd de handgreep stevig vast. Op
het moment dat het zaagblad in het
werkstuk dringt, is het terugslagge-
vaar bijzonder groot.
 Gebruik voor het zagen van dunne
werkstukken of werkstukken met
dunne wanden uitsluitend zaagbla-
den met fijne tanding.
 Zorg ervoor dat de zaagbladen
steeds scherp zijn. Zorg dat stompe
zaagbladen onmiddellijk worden
vervangen. Er bestaat verhoogd te-
rugslaggevaar, wanneer een stom-
pe zaagtand in het oppervlak van
het werkstuk blijft hangen.
 Zet het werkstuk nooit "op z’n smal-
le kant" (tijdens het schaven).
 Tijdens het zagen van gleuven,
moet u zijdelingse druk op het zaag-
blad vermijden – gebruik een klem-
inrichting.
 Controleer in geval van twijfel de
werkstukken op vreemde voorwer-
pen (bijvoorbeeld spijkers of schroe-
ven).
 Zaag nooit verschillende stukken –
ook geen bundels met verschillende
aparte stukken tegelijk. Er is gevaar
voor lichamelijk letsel als aparte
stukken zonder steun door het
zaagblad worden gegrepen.
cIntrekrisico!
 Let erop dat tijdens het bedrijf geen
lichaamsdelen of kledingstukken
door roterende onderdelen kunnen
worden vastgegrepen en ingetrokken
(geen dassen, geen handschoenen,
geen kledingsstukken met wijde
mouwen dragen; bij lange haren in
ieder geval een haarnet gebruiken).
 Zaag nooit werkstukken waaraan
zich
– touwen
– snoeren
– riemen
– kabels of
– draden bevinden of die dergelijke
materialen bevatten.
AGevaar door onvoldoende
persoonlijke veiligheidsuitrusting!
 Draag oordoppen.
 Draag een veiligheidsbril.
 Draag een stofmasker.
Pagina: 27
NEDERLANDS
6
 Draag aangepaste werkkledij.
 Draag antislipschoenen.
AGevaar door zaagsel!
 Het stof van enkele houtsoorten (bijv.
van eik, beuk en es) kan bij het in-
ademen kankerverwekkend zijn.
Werk uitsluitend met aangesloten af-
zuiginstallatie. De afzuiginstallatie
moet voldoen aan de in de techni-
sche gegevens vermelde waarden.
 Let erop, dat bij het werken zo weinig
mogelijk houtstof in de omgeving te-
rechtkomt:
– Verwijder afgezet houtstof in het
werkbereik (niet wegblazen!);
– Herstel ondichte plaatsen in de af-
zuiginstallatie;
– Zorg voor een goede verluchting.
AGevaar door technische wijzi-
gingen aan de machine of het ge-
bruik van onderdelen die niet door
de fabrikant goedgekeurd zijn, kun-
nen onvoorspelbaar persoonlijk let-
sel veroorzaken!
 Monteer deze werktafel zoals aan-
gegeven in de gebruiksaanwijzing.
 Gebruik hiervoor uitsluitend onderde-
len die door de fabrikant vrijgegeven
werden. Dat geldt in het bijzonder
voor:
– zaagbladen (bestelnummers zie
"Technische gegevens");
– veiligheidsinrichtingen (bestel-
nummers zie onderdelenlijst).
 Breng aan deze onderdelen geen
wijzigingen aan.
 Neem het op het zaagblad aange-
geven maximumtoerental in acht.
AGevaar door gebreken aan het
apparaat!
 Zorg dat werktafel en accessoires
goed worden onderhouden. Neem
hierbij de onderhoudsvoorschriften in
acht.
 Controleer de machine voor het in-
schakelen telkens op eventuele be-
schadigingen: voor elk gebruik moet
de goede werking van de veiligheids-
inrichtingen en van licht beschadigde
onderdelen zorgvuldig gecontroleerd
worden. Controleer of de scharnie-
rende onderdelen correct functione-
ren en niet klemmen. Alle onderdelen
moeten correct gemonteerd zijn en
aan alle voorwaarden voldoen om
een feilloze bediening van het appa-
raat te garanderen.
 Gebruik geen beschadigde of ver-
vormde zaagbladen.
 Laat beschadigde beveiligingen of
onderdelen deskundig en door een
gekwalificeerde vakman herstellen
of vervangen. Laat beschadigde
schakelaars door een erkende ser-
vicedienst vervangen. Gebruik dit
apparaat niet, wanneer u de scha-
kelaar niet kan in- en uitschakelen.
 Zorg ervoor dat er zich geen oliën of
vetten op de handgrepen bevinden
en dat deze droog blijven.
AGevaar door lawaai!
 Draag oordoppen.
 Let er om geluidsreducerende rede-
nen op dat het zaagblad niet is
kromgetrokken. Een kromgetrok-
ken zaagblad zorgt voor aanzienlijk
meer trillingen. Dit betekent lawaai.
AGevaar door laserstraling!
Laserstralen kunnen zware verwondin-
gen aan het oog veroorzaken.
Kijk nooit in de laseruittreding.
AGevaar door blokkerende
werkstukken of werkstukdelen!
Als er een blokkering optreedt:
1. Apparaat uitschakelen.
2. Stekker uit het stopcontact trekken.
3. Handschoenen dragen.
4. Blokkering met geschikt gereed-
schap verwijderen.
3.3 Symbolen op het apparaat
AGevaar!
Het negeren van de volgende waar-
schuwingen kan zware verwondingen
en materiële schade tot gevolg hebben.
Symbolen op het apparaat
Gegevens op het typeplaatje:
30 Waarschuwing voor laserstraling
Laserklasse 2: niet in de straal kij-
ken!
31 Gecontroleerde veiligheid, TÜV
32 Waarschuwing voor een risicopunt
33 Niet naar het zaagblad grijpen
34 Gebruik het apparaat niet in een
vochtige of natte omgeving.
35 Handleiding lezen
36 Draag veiligheidsbril en oordoppen.
37 Fabrikant
38 Artikelnummer en serienummer
39 Apparaatbenaming
40 Motorgegevens (zie ook "Techni-
sche gegevens")
41 Bouwjaar
42 CE-kenmerk – Dit apparaat beant-
woordt aan de EU-richtlijnen over-
eenkomstig de conformiteitsverkla-
ring
43 Verwijderingssymbool – Apparaat
kan via de fabrikant worden verwij-
derd
44 Afmetingen van toegelaten zaag-
bladen
31
32 33 34 35 36
30
37
38
39
40
41
42 43 44
Pagina: 28
NEDERLANDS
7
3.4 Veiligheidsvoorzieningen
Zwenkende beschermkap (45)
De zwenkende beschermkap be-
schermt tegen onvrijwillig contact met
het zaagblad en tegen rondvliegende
spaanders.
Veiligheidsvergrendeling(46)
De veiligheidsvergrendeling blokkeert
de beweeglijke zaagbladafdekking: het
zaagblad blijft afgedekt en de kapzaag
kan niet worden gedaald, zo lang de
veiligheidsvergrendeling niet naar opzij
is gezwenkt.
Werkstukaanslag(47)
De werkstukaanslag voorkomt dat een
werkstuk bij het zagen kan worden be-
wogen. .
Het extra profiel (48) aan de werkstuk-
aanslag kan verschoven worden voor
het zagen van lange werkstukken na
het losmaken van de blokkeerschroef
(49):
Transportgreep monteren
 Schroef de transportgreep aan de
zaagkop. Zorg ervoor dat de neus
van de greep in de uitsparing (50)
van de zaagkop grijpt.
Tafelverbreding monteren
1. Neem de rechter en de linker tafel-
verbreding uit de transportverpak-
king.
2. Draai de schroeven (53) aan de ge-
leiderails van de rechter en linker
tafelverbreding eruit.
3. Schuif de geleiderails van de tafel-
verbredingen helemaal in de opna-
men (hierna getoond: rechter tafel-
verbreding).
3Aanwijzing
Denk eraan dat de lengteaanslag (51)
aan de tafelverbreding zoals afgebeeld
omhoog kan worden geklapt.
4. Apparaat aan de voorste benen op-
tillen, voorzichtig naar achteren kan-
telen en op een stabiele plek neer-
zetten.
5. Draai de schroeven (53) aan de ge-
leiderails weer vast.
6. Apparaat aan de voorste benen
vastnemen, naar voren kantelen en
neerzetten.
7. Stel de gewenste tafelbreedte in en
zet de tafelverbreding vast met de
blokkeerhefboom (52).
Opstelling
Voor een veilig werken moet het appa-
raat op een stabiele ondergrond wor-
den bevestigd.
– Als ondergrond kan of een vast ge-
monteerde werkplaat of een werk-
bank dienen.
– De ideale hoogte van de onder-
grond bedraagt 800 mm.
– De stabiliteit van het apparaat moet
ook tijdens het bewerken van grote-
re werkstukken gegarandeerd zijn.
– Lange werkstukken moeten d.m.v.
geschikt accessoires extra worden
ondersteund.
3Aanwijzing
voor mobiele inzet kan het apparaat op
een spaanderhout- of meubelplaat
(500 mm x 500 mm, ten minste 19 mm
sterk) worden. Bij de inzet moet de
45
46
47
4. Plaatsing en transport
48 49
50
51
52
53
Pagina: 29
NEDERLANDS
8
plaat met klemmen op een werkbak
worden bevestigd .
1. Apparaat op de ondergrond vast-
schroeven.
2. Maak de transportbeveiliging los:
druk de zaagkop een beetje omlaag
en houd deze vast.
Trek de transportbeveiliging (55) uit
de diepere inkerving (54), draai
deze 90° en klik ze in de plattere in-
kerving (56).
3. .
4. Verpakking voor latere doeleinden
bewaren of milieuvriendelijk afvoe-
ren.
Transport
1. Deactiveer indien nodig de snijdiep-
tebeperking (57).
2. Zwenk de zaagkop omlaaag en klik
de transportbeveiliging (55) in de
diepere inkerving (56).
3. Demonteer de aanbouwdelen die
boven het apparaat uitsteken.
4. Apparaat aan de handgreep optil-
len.
– 45 Snijhoekbereik voor naar links
geneigde sneden.
– 94 Snijhoekbereik voor versteksne-
den (47 links tot 47 rechts) met
negen rustposities.
– Geïntegreede snijdieptebeperking
voor het vervaardigen van groeven.
– Precieze en robuuste gietalumini-
umconstructie.
– Hardmetaalzaagblad.
– Problemloze vervanging van het
zaagblad door zaagbladblokkering
en zonder demontage van de zelf-
stellende beschermkap.
– Trekinrichting voor het zagen van
brede werkstukken.
– Tafelverbreding met lengteaanslag
voor het veilig werken met langere
werkstukken.
– Werkstukspanvoorziening voor het
veilig houden van werkstukken.
– Spanenzak voor het eenvoudig en
effectief opvangen van de spanen.
– Snijdlaser voor het exact uitrichten
van voortekening en zaaglijn.
– Snijzoneverlichting.
Aan/Uit-schakelaar motor (58)
Motor inschakelen:
 Druk op de Aan/Uit-schakelaar en
houd de schakelaar ingedrukt.
Motor uitschakelen:
 Laat de Aan/Uit-schakelaar los.
Aan/Uit-schakelaar
snijzoneverlichting (59)
Verlichting van de snijzone in- en uit-
schakelen.
Aan/Uit-schakelaar snijdlaser (60)
Snijdlaser in- en uitschakelen.
Inclinatie-instelling
Na losmaken van de vastzethefboom
(61)aan de achterkant kan de zaag
traploos tussen 0° en 45° naar de lood-
lijn worden geneigd.
A Opgelet!
Opdat zich de hellingshoek bij het za-
gen niet kan veranderen, moet de vast-
zethendel van de kiparm worden vast-
getrokken.
Draaitafel
Voor versteksneden kan de draaitafel
na het losmaken van de vastzetgreep
(63) en de pal (62) 47° naar links of
47° naar rechts gedraaid worden. Na
ieder kant is een hoek tot
54 55
56
57
5. Bijzondere productken-
merken
6. Het apparaat in detail
58 59 60
61
Pagina: 30
NEDERLANDS
9
De draaitafel klikt vast in de hoekstan-
den 0°, 15°, 22,5°, 30° en 45°.
A Attentie!
Om ervoor te zorgen dat de verstek-
hoek bij het zagen niet verandert, moet
de vastzetgreep (63) van de draaitafel
(ook op de grendelpunten!) vastge-
draaid worden.
Trekinrichting.
Met de trekinrichting kunnen ook werk-
stukken met een grotere doorsnede
worden gezaagd. De trekinrichting kan
gebruikt worden voor alle soorten sne-
den (rechte zaagsneden, versteksne-
den, schuine zaagsneden, dubbelver-
stekzaagsneden en groefzagen).
De volgende afbeelding toont de trekin-
richting op de voorste positie.
Als de trekinrichting niet benodigd is,
wordt deze met de vastzetschroef (64)
gefixeerd op de achterste positie.
Snijdieptebegrenzing
De combinatie van de snijdieptebegren-
zing (65) en de trekinrichting maakt het
zagen van gleuven mogelijk.
7.1 Zaagselopvangzak mon-
teren
AGevaar!
Het stof van enkele houtsoorten (bijv.
van eik, beuk en es) kan bij het inade-
men kankerverwekkend zijn.
– Werk alleen met de gemonteerde
zaagselopvangzak of met een ge-
schikte zaagselafzuiginstallatie.
– Maak aanvullend gebruik van een
stofveiligheidsmasker, omdat niet
alle spanenstof wordt opgevangen
respectievelijke wordt afgezogen.
– Maak de zaagselopvangzak gere-
geld leeg. .
Als u het apparaat met de meegelever-
de zaagselopvangzak in bedrijf neemt:
 steekt u de zaagselopvangzak (68)
op de zaagselafzuigtuit (66). Let
erop dat de ritssluiting (67) van de
zaagselafzuigzak gesloten is.
Wanneer u het apparaat aan een zaag-
selafzuiginstallatie aansluit:
 gebruik voor de aansluiting aan het
spanenafzuigstuk een geschikte
adapter.
 Zorg ervoor dat de zaagselafzuigin-
stallatie voldoet aan de eisen die
vermeld staan in het hoofdstuk
"Technische gegevens".
 Let ook op de gebruiksaanwijzing
van de zaagselafzuiginstallatie!
7.2 Werkstukspaninrichting
monteren
De werkstukspanvoorziening kan in
twee posities worden gemonteerd:
– Voor brede werkstukken:
duw de werkstukspaninrichting in de
achterste boring (70) van de tafel en
fixeer deze met de vastzetschroef
(71):
– Voor smalle werkstukken:
maak de vastzetschroef (69) los en
duw het voorste deel van de werk-
stukspaninrichting in de voorste bo-
ring (72) van de tafel:
62 63
64
7. Ingebruikneming
65
66 68
67
70 71
69
72
Pagina: 31
NEDERLANDS
10
7.3 Netaansluiting
BGevaar! Elektrische spanning
 Gebruik het apparaat uitsluitend in
een droge omgeving.
 Exploiteer het apparaat slechts aan
een stroombron die aan de volgen-
de eisen beantwoord (zie ook
"Technische gegevens"):
– netspanning en -frequentie moe-
ten overeenstemmen met de
waarden op het typeplaatje van
de machine;
– De groep moet beveiligd zijn
door een aardlekschakelaar met
een lekstroom van 30 mA;
– De stopcontacten moeten regle-
mentair geïnstalleerd zijn en een
goedgekeurde aarding hebben.
 Het snoer moet zo gelegd worden
dat de zaagwerkzaamheden niet
bemoeilijkt worden, en dat het snoer
niet kan worden beschadigd.
 Het snoer moet beschermd worden
tegen hitte en bijtende scheikundige
vloeistoffen. Zorg dat het snoer niet
beschadigd kan worden door scher-
pe voorwerpen.
 Gebruik als verlengsnoer alleen
rubberkabels met voldoende door-
snede (3 × 1,5 mm2
).
 Trek de stekker niet aan het snoer
uit het stopcontact.
 Controleer de veiligheidsinrichtin-
gen, alvorens met de zaagwerk-
zaamheden te beginnen:
 Zorg ervoor dat u zichzelf ook be-
schermt.
 Let steeds op een juiste houding en
plaats tijdens het zagen:
– neem plaats aan de voorkant van
de afkortzaag;
– tegenover het zaagblad;
– parallel t.o.v. het zaagblad.
AGevaar!
Bij het zagen moet het werkstuk altijd
vastgeklemd worden met de werkstuk-
spaninrichting.
 Zaag nooit werkstukken die niet ge-
spannen kunnen worden in de
werkstukspaninrichting.
AKlemgevaar!
Grijp bij het neigen of zwenken van de
zaagkop niet in het scharnierbereik of
onder het apparaat!
 Houd de zaagkop bij het kantelen
vast.
 Gebruik bij het werken:
– een werkstuksteun – voor lange
werkstukken, wanneer ze na het
doorzagen van de tafel zouden
vallen;
– zaagselopvangzak of zaagselaf-
zuiginstallatie.
 Zaag alleen werkstukken die groot
genoeg zijn, zodat ze bij het zagen
veilig vastgeklemd kunnen worden.
 Druk het werkstuk tijdens het zagen
steeds op de tafel en plaats het
nooit op zijn smalle kant. Probeer
het zaagblad ook nooit af te rem-
men door er van opzij (met een
voorwerp) tegenaan te drukken. Er
bestaat gevaar voor ongevallen,
wanneer het zaagblad wordt ge-
blokkeerd.
8.1 Rechte sneden
Maximale afmeting van het werkstuk
(gegevens in mm):
Uitgangspositie:
– Transportvergrendeling uitgetrok-
ken.
– De zaagkop is naar boven ge-
zwenkt.
– Snijdieptebeperking gedeactiveerd.
– De draaitafel staat op de 0°-stand,
de vastzetgreep voor de draaitafel
is aangetrokken.
– De inclinatie van de kantelarm ten
opzichte van de loodlijn bedraagt
0°, de grendelhefboom voor de in-
stelling van de inclinatie is vastge-
zet.
– Trekinrichting helemaal achteraan.
– De stelschroef van de trekinrichting
is losgedraaid.
Een werkstuk zagen:
1. Druk het werkstuk tegen de werk-
stukaanslag en klem het vast met
de werkstukspaninrichting.
2. Trek bij bredere werkstukken de
zaagkop tijdens het zagen naar
voor (naar de gebruiker toe).
3. Veiligheidsvergrendeling (73) bedie-
nen en Aan/Uit-schakelaar (74) in-
gedrukt houden.
4. Zaagkop aan de handgrendel lang-
zaam geheel naar beneden dalen
en evt. naar achteren (van de ge-
bruiker weg) schuiven. Druk de
zaagkop tijdens het zagen niet te
hard op het werkstuk, het motortoe-
rental mag niet te sterk dalen.
5. Zaag het werkstuk in één beweging
door.
6. Laat de Aan/Uit-schakelaar los en
laat de zaagkop langzaam in de bo-
venste uitgangspositie terugzwen-
ken.
8.2 Zagen van kleine sneden
Bij het zagen van kleine sneden met de
trekvoorziening kan het gebeuren, dat
de pendelbeschermkap zich bij het te-
rugschuiven aan het werkstuk kantelt.
8. Bediening
KGS 216 M KGS 254 M
Breedte ca. 305 305
Hoogte ca. 65 90
73 74
Pagina: 32
NEDERLANDS
11
 Laat dan de in-/uitschakelaar los en
zwenk de zaagkop langzaam in de
bovenste uitgangspositie terug.
Het kantelen in de pendelbeschermkap
met het werkstuk komt slechts in weini-
ge gevallen voor, bijvoorbeeld:
– bij het zagen van kleine sneden, die
wegens hun breedte met de trek-
functie moeten worden doorge-
zaagd;
– bij dubbele versteksneden naar de
linkerkant.
Ga in deze gevallen op de volgende
manier te werk:
Alle instellingen van de zaag (posite
van de draaitafel en helling van de
zaagkop) blijven voor de gewenste sne-
de bewaard.
Verandert wordt de zaagrichting bij het
zagen van het werkstuk.
1. Druk het werkstuk tegen de aanslag
en beveilig het met de werkstuk-
spaninrichting.
2. Schuif de zaagkop geheel naar ach-
teren (van de gebruiker weg).
3. Veiligheidsvergrendeling (73) bedie-
nen en Aan/Uit-schakelaar (74) in-
gedrukt houden.
4. Zaagkop langzaam geheel naar be-
neden laten dalen, daarbij de hand-
greep met beide handen vast hou-
den. Druk de zaagkop tijdens het
zagen niet te hard op het werkstuk,
het motortoerental mag niet te sterk
dalen.
5. Trek de zaagkop naar voren (in
richting gebruiker).
6. Zaag het werkstuk in één beweging
door.
7. Laat de Aan/Uit-schakelaar los en
laat de zaagkop langzaam in de bo-
venste uitgangspositie terugzwen-
ken.
8.3 Versteksneden
3Opmerking:
Bij het verstekzagen wordt het werkstuk
gezaagd in een hoek ten opzichte van
de achterste aanlegrand.
Maximale afmeting van het werkstuk
(gegevens in mm):
Uitgangspositie:
– Transportvergrendeling uitgetrok-
ken.
– De zaagkop is naar boven ge-
zwenkt.
– Snijdieptebeperking gedeactiveerd.
– De inclinatie van de kantelarm ten
opzichte van de loodlijn bedraagt 0,
de grendelhefboom voor de instel-
ling van de inclinatie is vastgezet.
– Trekinrichting helemaal achteraan.
– De stelschroef van de trekinrichting
is losgedraaid.
Een werkstuk zagen:
1. Draai de vastzetgreep (79) van de
draaitafel (78) los en maak de pal
(77) los.
2. Stel de gewenste hoek in.
3Opmerking:
De draaitafel klikt vast in de hoekstan-
den 0°, 15°, 22,5°, 30° en 45°.
3. Draai de vastzetgreep van de draai-
tafel vast.
4. Zaag het werkstuk zoals beschre-
ven onder „Rechte sneden“.
8.4 Schuine sneden
3Opmerking:
Bij het schuin zagen wordt het werkstuk
gezaagd in een hoek ten opzichte van
de loodlijn.
Maximale afmeting van het werkstuk
(gegevens in mm) bij een hellingshoek
van 45:
75 76
Stand
draaitafel
Breedte
ca.
Hoogte ca.
KGS
216 M
KGS
254 M
15° 295 65 90
22,5° 280 65 90
30° 260 65 90
45° 215 65 90
KGS 216 M KGS 254 M
Breedte ca. 305 305
Hoogte ca. 36 47
77 78
79
Pagina: 33
NEDERLANDS
12
Uitgangspositie:
– Transportvergrendeling uitgetrok-
ken.
– De zaagkop is naar boven ge-
zwenkt.
– Snijdieptebeperking gedeactiveerd.
– De draaitafel staat op de 0°-stand,
de vastzetgreep voor de draaitafel
is aangetrokken.
– Trekinrichting helemaal achteraan.
– De stelschroef van de trekinrichting
is losgedraaid.
Werkstuk zagen:
1. Maak de grendelhefboom (80) voor
inclinatie aan de achterkant van de
zaag los.
2. Kantel de kantelarm langzaam in de
gewenste stand.
3. Zet de hefboom voor instelling van
de inclinatie vast.
4. Zaag het werkstuk zoals beschre-
ven onder "Rechte zaagsneden".
8.5 Dubbele versteksneden
3Opmerking:
De dubbele versteksnede is een combi-
natie van versteksnede en schuine sne-
de. Dat wil zeggen dat het werkstuk
schuin t.o.v. de achterste aanlegrand
en schuin t.o.v. van de bovenkant ge-
zaagd wordt.
AGevaar!
Bij de dubbele versteksnede is het
zaagblad door de sterke inclinatie mak-
kelijker toegankelijk - hierdoor neemt
het gevaar voor verwondingen toe.
Houd voldoende afstand van het zaag-
blad!
Maximale afmeting van het werkstuk
(gegevens in mm) bij een hellingshoek
van 45:
Uitgangspositie:
– Transportvergrendeling uitgetrok-
ken.
– De zaagkop is naar boven ge-
zwenkt.
– Snijdieptebeperking gedeactiveerd.
– De draaitafel is geblokkeerd in de
gewenste positie.
– De kantelarm is geblokkeerd in de
gewenste hellingshoek t.o.v. het
werkstukoppervlak.
– De stelschroef van de trekinrichting
is losgedraaid.
– Trekinrichting helemaal achteraan.
Een werkstuk zagen:
 Zaag het werkstuk zoals beschre-
ven onder "Rechte zaagsneden".
8.6 Groeven zagen
3Opmerking:
De combinatie van de snijdieptebegren-
zing en de trekinrichting maakt het za-
gen van gleuven mogelijk. Hierbij wordt
niet volledig doorgezaagd, maar wordt
in het werkstuk slechts tot een bepaal-
de diepte gezaagd.
A Terugslaggevaar!
Bij het zagen van gleuven is het bijzon-
der belangrijk dat er geen zijdelingse
druk op het zaagblad wordt uitgeoe-
fend. Anders kan de zaagkop plots om-
hoogslaan! Maak gebruik van een
kleminrichting bij het zagen van gleu-
ven. Vermijd zijdelingse druk op de
zaagkop.
Uitgangspositie:
– Transportvergrendeling uitgetrok-
ken.
– De zaagkop is naar boven ge-
zwenkt.
– De kantelarm is geblokkeerd in de
gewenste hellingshoek t.o.v. het
werkstukoppervlak.
– De draaitafel is geblokkeerd in de
gewenste positie.
– De stelschroef van de trekinrichting
is losgedraaid.
– Trekinrichting helemaal achteraan.
Een werkstuk zagen:
1. Stel de snijdieptebeperking (81) in
op de gewenste snijdiepte en fixeer
deze met de contramoer (82):
2. Maak de veiligheidsvergrendeling
los en zwenk de zaagkop omlaag
om de ingestelde snijdiepte te con-
troleren:
3. Maak een proefsnede.
4. Herhaal eventueel de stappen 1 en
3, tot de gewenste snijdiepte inge-
steld is.
5. Zaag het werkstuk zoals beschre-
ven onder "Rechte zaagsneden".
80
Stand
draaitafel
Breedte
ca.
Hoogte ca.
KGS
216 M
KGS
254 M
15° 295 36 47
22,5° 280 36 47
30° 260 36 47
45° 215 36 47
81 82
Pagina: 34
NEDERLANDS
13
AGevaar!
Voor alle onderhouds- en reinigings-
werkzaamheden moet u het netsnoer
uittrekken.
– Verdergaande onderhouds- of repa-
ratiewerkzaamheden dan die welke
in dit hoofdstuk staan beschreven,
mogen uitsluitend door geschoold
personeel worden uitgevoerd.
– Beschadigde delen, in het bijzon-
der veiligheidsinrichtingen, alleen
vervangen door originele onderde-
len. Delen die niet door de fabrikant
gecontroleerd en vrijgegeven zijn,
kunnen onverwachte beschadigin-
gen veroorzaken.
– Na de uitvoering van onderhouds-
en reinigingszaamheden moet eerst
de goede werking van alle veilig-
heidsinrichtingen worden gecontro-
leerd.
9.1 Zaagblad vervangen
AGevaar van verbrandingen!
Kort na het zagen kan het zaagblad
zeer heet zijn. Laat een heet zaagblad
eerst voldoende afkoelen. Reinig een
heet zaagblad nooit met brandbare pro-
ducten.
ASnijgevaar ook aan het staan-
de zaagblad!
Bij het los- en vastdraaien van de klem-
schroef moet de zwenkbare bescherm-
kap over het zaagblad zijn gezwenkt.
Bij het vervangen van een zaagblad
moet u veiligheidshandschoenen dra-
gen.
1. Fixeer de zaagkop op de bovenste
positie.
2. Om het zaagblad te vergrendelen,
de vergrendelknop (83) drukken en
hierbij het zaagblad met de andere
hand draaien tot de vergrendelknop
vastklikt.
3. Maak de spanschroef (85) op de
zaagblad as los met de inbussleutel
(linkse schroefdraad!).
4. Maak de veiligheidsvergrendeling
(84) los en schuif de beschermkap
(87) omhoog en houd deze vast.
5. Neem de buitenflens (86) en het
zaagblad voorzichtig van de zaag-
bladas en sluit de beschermkap
weer.
AGevaar!
Gebruik geen schoonmaakmiddelen
(bijvoorbeeld om harsresten te verwij-
deren) die de lichtmetalen delen van
het chassis zouden kunnen beschadi-
gen. De stabiliteit van de afkortzaag
zou erdoor kunnen worden aangetast.
6. Reinig de klemvlakken:
– Zaagbladas (88),
– zaagblad,
– buitenste flens (86),
– Binnenflens (90).
AGevaar!
Breng de binnenste flens correct aan!
Anders kan de zaag blokkeren of het
zaagblad kan loskomen! De binnen-
flens ligt correct, als de ringgroef naar
het zaagblaad en de platte zijde naar
de motor wijst.
7. Breng de binnenste flens (90) aan.
8. Maak de veiligheidsvergrendeling
los en schuif de beschermkap om-
hoog en houd deze vast.
9. Breng een nieuw zaagblad aan – let
op de juiste draairichting: van de lin-
ker (geopende) zijde gezien moet
de pijl op het zaagblad overeen-
stemmen met de pijlrichting (89) op
de zaagbladafdekking!
AGevaar!
Maak slechts gebruik van geschikte
zaagbladen, die voor het maximaal toe-
rental zijn geconstrueerd (zie "Techni-
sche gegevens") – bij ongeschikte of
beschadigde zaagbladen kunnen door
de centrifugaalkracht delen explosie-
achtig worden weggeslingerd.
Het is verboden om:
– zaagbladen uit HSS-staal te monte-
ren,
– beschadigde zaagbladen;
– slijpschijven te monteren.
AGevaar!
– Het zaagblad moet gemonteerd
worden met originele fabrieksklem-
flensen.
9. Service en onderhoud
84
83
85 86
87
88 90
89
Pagina: 35
NEDERLANDS
14
– Gebruik nooit losse klemringen. Het
zaagblad zou vanzelf los kunnen
komen.
– De zaagbladen moeten uitgebalan-
ceerd zijn. Ze mogen niet trillen, an-
ders kunnen ze tijdens het werken
vanzelf loskomen.
10. Sluit de beschermkap weer.
11. Schuif de buitenflens erop – De
vlakke zijde moet naar de motor wij-
zen!
12. Spanschroef opschroeven (linker
schroefdraad!) en handvast aan-
trekken.
Om het zaagblad te vergrendelen,
de vergrendelingsknop indrukken
en hierbij het zaagblad met de an-
dere hand draaien tot de vergrende-
lingsknop vastklikt.
AGevaar!
– U mag de steel van de sleutel niet
verlengen om het zaagblad stevi-
ger vast te kunnen zetten.
– Spanschroef niet door slaggen op
de montagesleutel aantrekken.
13. Trek de klemschroef vast aan.
14. Controleer de goede werking. Maak
hiervoor de veiligheidsvergrendeling
los en klap de afkortzaak omlaag:
– De zwenkbare beschermkap
moet het zaagblad bij het om-
laagzwenken vrijgeven, zonder
andere onderdelen te raken.
– Bij het omhoog klappen van de
zaag in de uitgangspositie moet
de beschermkap automatisch het
zaagblad afdekken.
– Zaagblad met de hand draaien.
Het zaagblad moet zich in iedere
mogelijke verstelpositie kunnen
draaien, zonder andere delen te
raken .
9.2 Inlegprofiel vervangen
AGevaar!
Als het inlegprofiel beschadigd is, be-
staat het risico dat kleine voorwerpen
tussen het inlegprofiel en het zaagblad
geklemd raken en het zaagblad blokke-
ren. Beschadigde inlegprofielen moeten
onmiddellijk vervangen worden!
1. Verwijder de schroeven aan het in-
legprofiel (91). Draai evt. de draaita-
fel en kantel de zaagkop om de
schroeven te kunnen bereiken.
2. Tafelinlegstuk verwijderen.
3. Nieuw tafelinlegstuk inzetten.
4. Schroeven aan tafelinzetstuk vast-
trekken.
9.3 Regel de werkstukaan-
slag bij
1. Inbusbouten (92) losmaken.
2. Werkstukaanslag (91) zo uitrichten,
dat hij exact haaks ten opzichte van
het zaagblad staat, wanneer de
draaitafel in de 0-positie vastklikt.
3. Inbusschroeven (92) vastdraaien.
9.4 Snijlaser instellen
1. Schroef de laserafdekking (94) eraf
en reinig indien nodig de het glas
van de afdekking aan de buitenkant.
Laser in een rechte hoek uitrichten:
2. Draai de rechter inbusschroef (97)
en/of de linker inbusschroef (95) los
of trek deze aan om de laser in een
rechte hoek uit te richten.
Laser zijdelings uitrichten:
3. Maak de middelste inbusschroef
(96) los.
4. Verschuif de lasereenheid in het
slobgat:
– Naar rechts = tekenlijn wordt van
de bediener uit naar rechts ver-
schoven.
– Naar rechts = tekenlijn wordt van
de bediener uit naar links ver-
schoven.
5. Trek de middelste inbusschroef
weer aan.
6. Schroef de laserafdekking (94) weer
vast.
9.5 Koolborstels controleren
en vervangen
Versleten koolborstels uiten zich door:
– stotterende loop van de motor;
– storingen bij de ontvangst van ra-
dio- en televisieprogramma's terwijl
de motor loopt;
– blijven staan van de motor.
Voor het controleren of vervangen van
de koolborstels:
1. trekt u de stekker uit het stopcon-
tact.
2. sluitstop van de koolborstels aan de
motorkast met een geschikte
schroevendraaier losschroeven.
De afbeelding toont het vervangen
van de voorste koolborstel(98). De
tweede koolborstel bevindt zich aan
de tegenover liggende kant van de
motorbehuizing.
91
92 92
93
96
94 95 97
Pagina: 36
NEDERLANDS
15
3. Trek de koolborstel (98) eruit en
controleer deze. De slijpkool moet
minstens 8 mm lang zijn.
4. Steek de intakte koolborstel in de
schacht. De beide lussen van de
kleine metalen plaat moeten in de
zijdelingse groeven in de schacht
grijpen.
5. Draai de sluitstop weer vast.
6. Herhaal de stappen 2 tot 5 om de
tweede koolborstel aan de tegen-
overliggende zijde van de motor te
vervangen.
7. Controleer de werking van de zaag.
9.6 Apparaat reinigen
Verwijder zaagsel en stof met borstel of
stofzuiger van/uit:
– verstelinrichtingen;
– bedieningselementen;
– koelopening van de motor;
– ruimte onder het inlegprofiel;
– ruimte boven de lasereenheid.
9.7 De werktafel opbergen
AGevaar!
 Berg apparatuur zo op dat deze niet
door onbevoegden in werking kan
worden gezet.
 Zorg dat niemand er zich aan kan
verwonden.
A Opgelet!
 De machine mag niet in openlucht
of in een vochtige ruimte opgebor-
gen worden.
 Houd rekening met de toegelaten
omgevingsomstandigheden (zie
Technische gegevens).
9.8 Onderhoud
Voor elk gebruik
 Zaagsel met een stofzuiger of een
kwast verwijderen.
 Controleer de stroomkabel en de
stekker op beschadigingen en laat
ze eventueel vervangen door een
elektromonteur.
 Controleer of alle bewegende delen
over het volledige bewegingsbereik
vrij zijn.
Regelmatig afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden
 Controleer alle schroefverbindingen
en schroef ze eventueel vast.
 Controleer de terugstelfunctie van
de zaagkop (de zaagkop moet on-
der invloed van de veerkracht terug-
keren naar zijn bovenste uitgangs-
positie), eventueel vervangen.
 Geleidingselementen licht smeren.
– Bij lange werkstukken, gebruikt u
links en rechts van de zaag een ge-
schikte steun.
– Bij geneigde sneden werkstuk
rechts van het zaagblad vasthou-
den.
– Bij het zagen van kleine gedeeltes
een extra aanslag gebruiken (als
extra aanslag kan bv een passende
houten plank dienen, dat aan de
aanslag van het apparaat wordt
vastgeschroefd).
– Bij het zagen van een gebogen
(kromgetrokken) plank, legt u de
naar buiten gebogen zijde tegen de
werkstukaanslag.
– Zaag werkstukken niet langs de
smalle kant, maar leg ze vlak op de
draaitafel.
– Houd het tafeloppervlak schoon –
verwijder vooral de harsrestanten
met behulp van een hiervoor ge-
schikte reinigings- en onderhouds-
spray.
Voor bijzondere werkzaamheden zijn
volgende accessoires verkrijgbaar in de
vakhandel – de tekeningen vindt u te-
rug op de omslagzijde achteraan:
A Zaagbladdepot
voor het veilig bewaren van zaag-
bladen en accessoires.
B Onderhouds- en conserverings-
spray 
om harsresten te verwijderen en
metalen oppervlakken te conserve-
ren.
C Afzuigadapter
voor aansluiting van een zaagselaf-
zuiginstallatie aan de zaagselafzuig-
tuit.
D Machinestandaard
Machinestandaard en tafelverbre-
ding in stabiele en robuuste con-
structie. In de hoogte verstelbaar.
Zaagbladen voor KGS 216 M:
E Zaagblad-hardmetaal
216 x 2,4 / 1,8 x 30 24 W
voor langs- en dwarssneden in
massief hout.
F Zaagblad-hardmetaal
216 x 2,4 / 1,8 x 30 48 W
voor langs- en dwarssneden in
massief hout en spaanplaat.
G Zaagblad-hardmetaal
216 x 2,4 / 1,8 x 30 60 FT
voor langs- en dwarssneden in ge-
coate platen en fineerplaten.
Zaagbladen voor KGS 254 M:
H Zaagblad-hardmetaal
254 × 2,4 / 1,8 × 30 24 W
voor langs- en dwarssneden in hout
en niet gecoate spaanplaten.
I Zaagblad-hardmetaal
254 × 2,4 / 1,8 × 30 48 W
voor langs- en dwarssneden in hout
en panelen.
J Zaagblad-hardmetaal 
254 × 2,4 / 1,8 × 30 60 W
voor langs- en dwarssneden in
hout, panelen en dikwandige kunst-
stofprofielen.
K Zaagblad-hardmetaal 
254 × 2,4 / 1,8 × 30 80 FT
voor langs- en dwarssneden in
hout, panelen, kabelkanalen, hoog-
waardige fineerplaten en laminaat.
98
10. Tips en trucs
11. Beschikbare accessoi-
res
Pagina: 37
NEDERLANDS
16
AGevaar!
Reparaties aan elektrische werktuigen
mogen alleen uitgevoerd worden door
elektrotechnici!
U kan elektrische apparatuur voor repa-
ratie naar het servicepunt in uw land
zenden. Het adres vindt u bij de lijst
met onderdelen.
Geef bij inzending voor reparatie een
omschrijving van het vastgestelde de-
fect.
Het verpakkingsmateriaal van het ap-
paraat kan voor 100% worden gerecy-
cleerd.
Afgedankte elektronische apparatuur
en accessoires bevatten grote hoeveel-
heden waardevolle grond- en kunststof-
fen, die ook gerecycleerd moeten wor-
den.
Deze handleiding werd gedrukt op
chloorvrij gebleekt papier.
Hieronder worden problemen en storin-
gen beschreven die u zelf mag verhel-
pen. Indien de hier beschreven maatre-
gelen niet verder helpen, zie
"Reparatie".
AGevaar!
Bij het verhelpen van problemen en
storingen gebeuren bijzonder veel on-
gevallen. Let daarom op de volgende
punten:
 Trek het netsnoer uit het stopcon-
tact, telkens u een storing wenst te
verhelpen.
 Nadat de storing verholpen is, moet
u eerst de goede werking van alle
veiligheidsvoorzieningen controle-
ren.
De motor draait niet
Er is geen spanning.
 Controleer het snoer, de stekker, en
de zekeringen.
Afkortzagen niet mogelijk
Transportvergrendeling ingeschakeld:
 Transportvergrendeling eruit trek-
ken.
Veiligheidsvergrendeling ingeschakeld:
 Veiligheidsvergrendeling losmaken.
Zaagvermogen te gering
Het zaagblad is bot (het zaagblad ver-
toont eventueel brandvlekken opzij);
Zaagblad voor het materiaal ongeschikt
(zie hoofdstuk "Technische gegevens");
Het zaagblad is verbogen:
 Zaagblad vervangen (zie hoofdstuk
"Onderhoud").
De zaag trilt hevig
Het zaagblad is verbogen:
 Zaagblad vervangen (zie hoofdstuk
"Onderhoud").
Het zaagblad is niet correct gemon-
teerd:
 Zaagblad correct gemonteerd (zie
hoofdstuk "Onderhoud").
De draaitafel beweegt stroef
Zaagsel onder de draaitafel:
 Verwijder het zaagsel.
12. Reparatie
13. Milieubescherming
14. Problemen en storingen
Pagina: 38
NEDERLANDS
17
15. Technische gegevens
KGS 216 M KGS 254 M
Spanning V 230(1~50Hz) 230(1~50Hz)
Stroomverbruik A 7 8,7
Zekering A 10 (langzaam) 10 (langzaam)
Motorvermogen (S6 20% 5 min.) kW 1,5 1,8
Veiligheidsklasse IP 20 20
Beveiligingsklasse II II
Zaagbladtoerental min-1
5000 4500
Snijsnelheid m/s 55 55
Doorsnede zaagblad (buiten) mm 216 254
Opnameboring zaagblad (binnen) mm 30 30
Afmetingen
Apparaat volledig met verpakking (lengte / breedte / hoogte)
Apparaat bedrijfsklaar, draaitafel op 90° -positie (lengte / breedte /
hoogte)
mm
mm
895 × 475 × 380
820 × 543 × 355
895 × 545 × 420
850 × 620 × 400
Maximale doorsnede van het werkstuk:
Rechte sneden (breedte / hoogte)
Versteksneden (draaitafel 45°) (breedte / hoogte)
Schuine snede (kantelarm 45° links) (breedte / hoogte)
Dubbelversteksneden (draaitafel 45° / kantelarm 45° links) (breedte /
hoogte)
mm
mm
mm
mm
305 / 65
205 / 65
305 / 36
205 / 36
305 / 90
205 / 90
305 / 47
205 / 47
Gewicht
Apparaat compleet met verpakking
Apparaat gebruiksklaar
kg
kg
19
14
23
17,5
Toegelaten transport- en opslagtemperatuur °C 0 tot +40° 0 tot +40°
Geluidsemissie volgens EN 61029-1
Geluidsdrukniveau LWA
Geluidsdrukniveau aan het oor van de gebruiker LPA
Onzekerheid K
dB (A)
dB (A)
dB (A)
86,8
99,8
3,0
86,8
99,8
3,0
Effectieve waarde van de geschatte versnelling
(vibratie aan de handgreep) vectorsom ah
Onzekerheid K
m/s2 < 2,5
1,5
< 2,5
1,5
Afzuiginstallatie (niet meegeleverd):
Aansluitdoorsnede afzuigstuk op de achterkant
Minimaal luchtdebiet
Minimale onderdruk aan afzuigmof
Minimale luchtsnelheid aan afzuigmof
mm
m3
/h
Pa
m/s
31,6
460
530
20
31,6
460
530
20
Snijdlaser:
Max. uitgangsvermogen
Aslengte
Laserproductklasse
Laserproductnorm
mW
nm
1,0
650
2
EN 60825-1:
1994 +A1+A2
1,0
650
2
EN 60825-1:
1994 +A1+A2
Pagina: 39
NEDERLANDS
18
16. Leverbare zaagbladen
Diameter Boring Aantal tanden Gebruik Bestelnr.
216 mm 30 mm 24, wisseltand Hout 628 009 000
216 mm 30 mm 48, wisseltand Hout, niet-gecoate spaanplaten 628 041 000
216 mm 30 mm 60, vlakke trapeziumtand Hout, gecoate platen, fineerplaten 628 083 000
254 mm 30 mm 24, wisseltand Hout, niet-gecoate spaanplaten 628 220 000
254 mm 30 mm 48, wisseltand Hout, panelen 628 221 000
254 mm 30 mm 60, wisseltand Hout, panelen, dikwandige kunststofprofielen 628 222 000
254 mm 30 mm 80, vlakke trapeziumtand Hout, panelen, kabelkanalen, hoogwaardige fineerpla-
ten, laminaat
628 223 000

Vragen & antwoorden

Hoe kan ik de veer vervangen van de Metabo KGS 216 M

Geplaatst op 1 jaar geleden door Rob van der Tweel

Stel een vraag over de Metabo KGS 216 M

Heb je een vraag over de Metabo KGS 216 M en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Metabo KGS 216 M. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Metabo KGS 216 M zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.