DTP141RTJ

Makita DTP141RTJ handleiding

DTP141RTJ

Handleiding voor de Makita DTP141RTJ in het Nederlands. Deze PDF handleiding heeft 88 pagina's.

Pagina: 1
37 NEDERLANDS (Originele instructies) Verklaring van algemene gegevens 1 Rode indicator 2 Knop 3 Accu 4 Stermarkering 5 Trekkerschakelaar 6 Lamp 7 LED-venster 8 Lamptoets 9 Omkeerschakelaar 10 Snelheidskeuzeknop 11 Functiemarkering 12 Functiekeuzering 13 Pijl 14 Instelbaar op drie standen 15 Hard 16 Gemiddeld 17 Zacht 18 Regelknop 19 Accuspanning 20 Bit 21 Bus 22 Bit-adapter 23 Gleuf 24 Haak 25 Schroef 26 Standaardbout 27 Aandraaimoment 28 Aandraaitijd 29 Juiste aandraaimoment 30 Bout met hoge trekvastheid TECHNISCHE GEGEVENS • In verband met ononderbroken research en ontwikke- ling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. • De technische gegevens de accu kunnen van land tot land verschillen. • Gewicht, inclusief accu, volgens de EPTA-procedure 01/2003 ENE033-1 Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bestemd voor het aandraaien van schroeven in hout, metaal en kunststof. Model DTP131 DTP141 Slagschroeven- draaierfunctie Aandraaicapa- citeit Kolomschroef 4 mm – 8 mm Standaardbout 5 mm – 14 mm Bout met hoge trekvastheid 5 mm – 12 mm Toerental onbelast (min–1) (Zacht / Gemiddeld / Hard) 0 – 1 400 / 0 – 2 200 / 0 – 2 800 0 – 1 300 / 0 – 2 200 / 0 – 2 700 Slagen per minuut (Zacht / Gemiddeld / Hard) 0 – 1 200 / 0 – 2 400 / 0 – 3 200 Laag (1) / Hoog (2) Boorha- merfunctie Toerental onbelast (min–1) 0 – 700 / 0 – 2 800 0 – 700 / 0 – 2 700 Aantal slagen / minuut (min–1) 0 – 8 400 / 0 – 32 400 Boorcapaciteit / Beton 8 mm Boorfunctie Boorcapaciteit Staal 10 mm / 6,5 mm Hout 21 mm / 12 mm Toerental onbe- last (min–1 ) 0 – 700 / 0 – 2 800 0 – 700 / 0 – 2 700 Schroeven- draaierfunctie Aandraaicapa- citeit Kolomschroef 3,5 mm – 6 mm / 4 mm – 6 mm Zelftappende schroef 4 mm, 5 mm / 4 mm (Dikte max. 3,2 mm) Toerental onbe- last (min–1) 0 – 300 / 0 – 1 100 (afhankelijk van de draaimoment- instelling) 0 – 600 / 0 – 2 300 (P-functie) Netto gewicht (met accu) 1,5 kg (met BL1415 accu) 1,7 kg (met BL1430 / BL1440 accu) 1,5 kg (met BL1815 / BL1815N accu) 1,8 kg (met BL1830 / BL1840 accu) Nominale spanning D.C. 14,4 V D.C. 18 V
Pagina: 2
38 GEA010-1 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaar- schuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. GEB078-2 VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN SPECIFIEK VOOR EEN SNOERLOZE HYBRIDE SLAGSCHROEVENDRAAIER 1. Draag gehoorbescherming tijdens het gebruik van een slagschroevendraaier. Blootstelling aan harde geluiden kan leiden tot gehoorbeschadiging. 2. Gebruik de hulphandgreep/hulphandgrepen, als deze bij het gereedschap werden geleverd. Ver- lies van controle over het gereedschap kan persoon- lijke verwonding tot gevolg hebben. 3. Houd elektrisch gereedschap vast bij het geï- soleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het bevestigingsmate- riaal in aanraking kan komen met verborgen bedrading. Wanneer bevestigingsmaterialen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen. 4. Houd elektrisch gereedschap vast aan het geï- soleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het slijpaccessoire met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer het booraccessoire in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet- geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen. 5. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt. Controleer of er zich niemand beneden u bevindt wanneer u het gereedschap op een hoge plaats gaat gebruiken. 6. Houd het gereedschap stevig vast. 7. Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen. 8. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog in bedrijf is. Bedien het gereedschap alleen wan- neer u het met beide handen vasthoudt. 9. Raak de boor of het werkstuk niet aan onmiddel- lijk na het gebruik. Deze kunnen erg heet zijn en brandwonden veroorzaken. 10. Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Neem de nodige voor- zorgsmaatregelen tegen inademing van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstruc- ties van de leverancier van het materiaal op. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van com- fort en bekendheid met het gereedschap (na veelvul- dig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen. ENC007-7 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ACCU 1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de accu in gebruik te nemen. 2. Neem de accu niet uit elkaar. 3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aan- zienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken. 4. Als er elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen met schoon water en roep onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken. 5. Voorkom kortsluiting van de accu: (1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten. 6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger. 7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan namelijk ontploffen in het vuur. 8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen en hem niet blootstelt aan schokken of stoten. 9. Gebruik nooit een beschadigde accu. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. Tips voor een maximale levensduur van de accu 1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het ver- mogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Als u de accu te veel oplaadt, zal hij minder lang meegaan. 3. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tus- sen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4. Laad de accu tenminste eenmaal in zes maan- den op, als u het apparaat geruime tijd lang niet gebruikt.
Pagina: 3
39 BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1) • Schakel het gereedschap altijd uit alvorens de accu te installeren of te verwijderen. • Om de accu uit het gereedschap te halen, verschuift u de knop op de voorkant van de accu en schuift u de accu eraf. • Om de accu te installeren, plaatst u de tong op de accu tegenover de gleuf in de behuizing en dan schuift u de accu erin. Schuif de accu zo ver mogelijk erin totdat deze op zijn plaats vastklikt. Wanneer de rode indicator op de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu niet volledig erin. Schuif hem volledig erin totdat de rode indicator niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk eruit vallen en uzelf of andere personen in uw omgeving verwonden. Probeer nooit om de accu met kracht te installeren. Als de accu er niet gemakkelijk ingaat, betekent dit dat u hem niet op de juiste wijze erin steekt. Accubeveiligingssysteem (Lithium-ionenaccu met een stermarkering) (Fig. 2) Lithium-ionenaccu’s met een stermarkering zijn voorzien van een beveiligingssysteem. Dat kan automatisch de stroomtoevoer afsluiten om de levensduur van de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens gebruik automatisch stop- pen wanneer het gereedschap en/of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: • Overbelasting: Als het gereedschap wordt gebruikt op een manier die een abnormaal hoge stroomsterkte vergt. In dat geval laat u de trekkerschakelaar van het gereedschap los en verhelpt u de oorzaak van de over- belasting. Vervolgens drukt u de trekkerschakelaar weer in om het gereedschap te herstarten. Als het gereedschap niet start, kan de accu oververhit zijn. In dat geval laat u de accu even afkoelen voordat u de trekkerschakelaar opnieuw indrukt. • Onvoldoende accuspanning: Als de resterende accuspanning onvoldoende is, zal het gereedschap niet starten. In dat geval verwijdert u de accu en laadt u die opnieuw op. Werking van de trekkerschakelaar (Fig. 3) LET OP: • Voordat u de accu in het apparaat plaatst, controleert u eerst of de trekkerschakelaar naar behoren werkt en bij loslaten naar de “UIT”-stand terugkeert. Om het gereedschap te starten, drukt u gewoon de trek- kerschakelaar in. Het toerental van het gereedschap neemt toe wanneer u de druk op de trekkerschakelaar verhoogt. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. OPMERKING: • Het gereedschap stopt automatisch drie minuten na het indrukken van de trekkerschakelaar. De lampjes aanzetten (Fig. 4 en 5) LET OP: • Kijk niet recht in het lamplicht of de lichtbron. Bij elke druk op de lamptoets in het LED-venster verandert de toestand van het lampje, van AAN naar UIT en van UIT weer naar AAN. Met de lamptoets in de AAN-stand drukt u de trekker- schakelaar in om het lampje aan te zetten. Om het uit te schakelen, laat u de trekkerschakelaar los; dan dooft het lampje ongeveer 10 seconden later. Met de lamptoets in de UIT-stand zal het lampje niet gaan branden, ook al drukt u de trekkerschakelaar in. OPMERKING: • Om de instelling van het lampje te controleren, drukt u de trekkerschakelaar in. Als het lampje oplicht bij indrukken van de trekkerschakelaar, staat de lamptoets in de AAN-stand. Als het lampje niet gaat branden, staat de lamptoets in de UIT-stand. • Wanneer u de trekkerschakelaar ingedrukt houdt, kan de stand van het lampje niet worden gewijzigd. • Gedurende ongeveer 10 seconden na het loslaten van de trekkerschakelaar kunt u de stand van het lampje omschakelen. Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 6) Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschake- laar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf zijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingedrukt. LET OP: • Controleer altijd de draairichting alvorens het gereed- schap te starten. • Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is geko- men. Als u de draairichting verandert terwijl het gereedschap nog draait, kan het gereedschap bescha- digd raken. • Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Toerental wijzigen (Fig. 7) OPMERKING: • Zet de snelheidskeuzeknop altijd volledig naar de juiste stand. Als u het gereedschap gebruikt met de snel- heidskeuzeknop halverwege tussen de standen “1” en “2”, kan het gereedschap beschadigd worden. • Verstel de snelheidskeuzeknop niet terwijl het gereed- schap in werking is. Dat kan het gereedschap bescha- digen. • Zet de snelheidskeuzeknop niet met kracht in stand “1” bij gebruik als slagschroevendraaier. Dat kan het gereedschap beschadigen. Om het toerental te wijzigen, schakelt u eerst het gereed- schap uit en dan schuift u de snelheidskeuzeknop naar stand “2” voor een hoger toerental of stand “1” voor een lager toerental. Let op dat de knop geheel in de juiste stand is gezet voordat u gaat werken. Gebruik de juiste snelheid voor de te verrichten taak. Wanneer u de functiekeuzering instelt op de slag- schroevendraaierstand, zet u dan ook de snel- heidskeuzeknop naar kant “2”.
Pagina: 4
40 De werkingsfunctie selecteren (Fig. 8) Dit gereedschap is voorzien van een functiekeuzering. Kies uit de vier functies diegene die het best geschikt is voor uw taak, door aan deze ring te draaien. Voor het aandraaien van houtschroeven of bouten, richt u de pijl op het teken voor de slagschroevendraaier- stand. De slagkracht is regelbaar via het LED-venster. Voor het boren in beton of tegels, richt u de pijl op het teken voor de hamerboorstand. Voor het boren in hout of metaal richt u de pijl op het teken voor de gewone boorstand. Voor het aandraaien van kleine houtschroeven of machineschroeven richt u de pijl op het teken voor de schroevendraaierstand. U kunt het aantrekkoppel instellen via het LED-venster. LET OP: • Stel de pijl altijd juist in op de gewenste functiemarker- ing. Als u het gereedschap gebruikt met de functiekeu- zering halverwege tussen de functiemarkeringen, kan het gereedschap beschadigd worden. • Voor het verdraaien van de functiekeuzering dient u te zorgen dat het gereedschap gestopt is. Als de ring niet gemakkelijk draait, drukt u licht op de trekkerschake- laar om de as te laten draaien, en dan verstelt u de ring. • In de hamerboorstand of de boorstand zijn de slagkracht en het draaimoment niet instelbaar. In deze standen geeft het LED-venster ook geen nummer- waarde aan. Wijzigen van de slagkracht (slagschroevendraaierstand “ ”) (Fig. 9) 014262 De slagkracht is instelbaar op drie standen: hard, gemid- deld en zacht. Zo kunt u de aandraaikracht aanpassen aan de vereisten van het werkstuk. Bij elke druk op de -toets verandert de slagkracht, in drie stappen. Gedurende ongeveer een minuut na het loslaten van de trekkerschakelaar kunt u de slagkracht wijzigen. OPMERKING: • Tijdens het gebruik van de trekkerschakelaar kunt u de slagkracht niet omschakelen. Wijzigen van het draaimoment (slagschroevendraaierstand “ ”) Het aantrekkoppel is regelbaar door indrukken van de -toets in de schroevendraaierstand. De cijfers in het LED-venster tonen de draaimoment- instelling. Het aantrekkoppel is het laagst in stand 1 en het hoogst in stand 9. De aanduiding “P” dient voor een speciale stand voor het aandraaien van zelftappende schroeven. Bij elke druk op toets verandert de draaimoment- instelling van 1 naar 9 en P en keert dan terug naar 1. De draaimoment-instelling verandert snel wanneer u de toets ingedrukt houdt. De P-stand is geschikt voor het aandraaien van zelftap- pende schroeven in staalplaten, onder de volgende omstandigheden. • Met de snelheidskeuzeknop in stand “2”, aandraaien van een schroef van max. 4 mm in staalplaten van in totaal max. 3,2 mm. • Met de snelheidskeuzeknop in stand “1”, aandraaien van een schroef van max. 5 mm. Alvorens met het feitelijke werk te beginnen, draait u een testschroef in uw materiaal of een stuk soortgelijk materi- aal om te zien welk aantrekkoppel er vereist is voor het te verrichten werk. Probeer eerst om een schroef vast te draaien in stand “1”. Kies dan een hoger nummer terwijl u de schroef aan- draait. Houd het gereedschap tijdens het werk stevig vast. Aanduiding van de slagkracht aangegeven op het paneel Maximaal aantal slagen Toepassing Werk DTP131 DTP141 Hard 3 200 (min–1 ) 3 200 (min–1 ) Aandraaien wanneer kracht en snelheid gewenst zijn. Aandraaien in materiaal onder werkstuk/ Aandraaien van lange schroeven/ Aandraaien van bouten. Gemiddeld 2 400 (min–1 ) 2 400 (min–1 ) Aandraaien wanneer een goede afwerking vereist is. Aandraaien in dekplaten of gipsplaten. Zacht 1 200 (min–1 ) 1 200 (min–1 ) Aandraaien wanneer het belangrijk is dat er niet te ver wordt doorgedraaid, in ver- band met mogelijk doldraaien of beschadiging van de schroefkop. Aandraaien van sponning- schroeven/ Aandraaien van kleine schroeven zoals M6- formaat.
Pagina: 5
41 LET OP: • Probeer niet om machineschroeven vast te draaien in de P-stand. Dat kan uw pols plotseling verwringen, met kans op persoonlijk letsel. OPMERKING: • Controleer vóór het gebruik altijd het cijfer in het LED- venster. Als er geen cijfer wordt aangegeven, neemt u contact op met uw dichtstbijzijnde Makita Servicecen- trum. • Wanneer in de schroevendraaierstand de resterende accuspanning te gering wordt, knippert het lampje een paar keer tijdens het volledig aandraaien van een schroef. Dan laadt u de accu opnieuw op. Als u door- gaat met werken, kunt u niet het vereiste aantrekkop- pel bereiken. • Tijdens het indrukken van de trekkerschakelaar kunt u het draaimoment niet wijzigen. • Gedurende ongeveer één minuut na het loslaten van de trekkerschakelaar kunt u de draaimoment-instelling wijzigen. Als u daarna een ander draaimoment wilt kiezen, drukt u de trekkerschakelaar nogmaals in. • Het getal dat de draaimoment-instelling aangeeft is niet gelijk aan de waarde van het aantrekkoppel. Accu-leeg aanduiding: vrijwel geen accuspanning meer (Fig. 10) De resterende accuspanning wordt aangegeven in het LED-venster wanneer u de trekkerschakelaar indrukt. De resterende accuspanning is zoals getoond in de onderstaande tabel. 012273 OPMERKING: • Wanneer het LED-venster dooft, wordt het gereedsc- hap uitgeschakeld om stroom te besparen. Om dan de resterende accuspanning te controleren, drukt u de trekkerschakelaar licht in. • Het LED-venster dooft ongeveer één minuut nadat u de trekkerschakelaar loslaat. • Wanneer de temperatuur van het gereedschap te hoog wordt, gaat het lampje een minuut lang één keer per seconde knipperen en dan dooft het LED-venster. In dat geval laat u het gereedschap afkoelen, voordat u het weer in gebruik neemt. INEENZETTEN LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Installeren of verwijderen van een schroefbit/ boorkop/inbussleutel (Fig. 11) Gebruik alleen een schroefbit/boorkop/inbussleutel zoals die in de afbeelding wordt getoond. Plaats geen ander type schroefbit/boorkop/inbussleutel. Voor gereedschappen met een ondiepe bitinsteek- opening 006348 Voor gereedschappen met een diepe bitinsteek- opening 011405 1. Om het bit te installeren, trekt u de klembus terug en schuift u het bit zo ver mogelijk in de klembus. Laat daarna de bus los om het bit te vergrendelen. (Fig. 12) 2. Om het bit te installeren, steekt u de bit-adapter met het bit zo ver mogelijk in de klembus. De bit-adapter moet met het puntige uiteinde eerst in de bus worden gestoken. Laat daarna de bus los om het bit te vergrendelen. (Fig. 13) Om het bit te verwijderen, trekt u de bus in de richting van de pijl en dan trekt u het bit krachtig eruit. LET OP: • Raak de boorkop niet vlak na het boren aan, want die wordt erg heet. Om de boorkop te vervangen, laat u die eerst afkoelen. OPMERKING: • Als het bit niet diep genoeg in de bus wordt gestoken, zal de bus niet naar haar oorspronkelijke positie ter- ugkeren en zal het bit niet goed vastzitten. In dat geval dient u het bit opnieuw erin te steken volgens de bov- enstaande procedure. • Nadat u het bit in de bus hebt gestoken, controleert u dat het bit stevig vast zit. Als het bit uit de bus komt, mag u het bit niet gebruiken. Haak (optionele accessoire) (Fig. 14) LET OP: • Draai bij het bevestigen van de haak de schroef goed vast. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot stukgaan van het gereedschap of persoonlijk letsel. De haak is handig om het gereedschap tijdelijk op te hangen. De haak kan aan iedere zijkant van het gereed- schap worden bevestigd. LED-indicator aanduiding Resterende accuspanning Ongeveer 50% of meer Ergens tussen 20% – 50% Ongeveer 20% of minder A = 12 mm B = 9 mm Gebruik uitsluitend dit type bits. Volg procedure (1). (Opmerking) De bit-adapter is niet nodig. A = 17 mm B = 14 mm Om deze typen bits te plaatsen, volgt u procedure (1). A = 12 mm B = 9 mm Om deze typen bits te plaatsen, volgt u procedure (2). (Opmerking) De bit-adapter is nodig om het bit te plaatsen.
Pagina: 6
42 Om de haak te bevestigen, steekt u deze in een gleuf op een zijkant en zet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf. BEDIENING (Fig. 15) LET OP: • Schuif de accu er altijd volledig in totdat die op zijn plaats vastklikt. Wanneer de rode indicator op de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu niet volledig erin. Schuif hem volledig erin totdat de rode indicator niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. • Als u het gereedschap aanhoudend blijft gebruiken tot- dat de accu helemaal leeg is, laat u het gereedschap dan ongeveer 15 minuten liggen voordat u doorgaat met een verse accu. Slagschroevendraaierstand “ ” LET OP: • Bij omschakelen naar de slagschroevendraaier- stand dient u ter controle altijd even wat hout- schroeven vast te draaien. Als de functie niet helemaal goed naar de slagschroevendraaierstand is omgeschakeld, zou het gereedschap uw pols krachtig kunnen verwringen, hetgeen letsel kan veroorzaken. Schroeven indraaien Houd het gereedschap stevig vast en plaats de punt van de schroefbit in de schroefkop. Oefen zoveel kracht op het gereedschap uit als nodig is om de schroefbit op zijn plaats te houden. Schakel vervolgens het gereedschap in om de bediening te starten. Bouten aandraaien (Fig. 16 en 17) Het juiste draaikoppel kan verschillen afhankelijk van het soort en de grootte van de schroef/bout, het materiaal van het werkstuk waarin wordt gedraaid, enz. De relatie tussen het draaikoppel en de draaitijd wordt aangegeven in de afbeeldingen. OPMERKING: • Wanneer de functiekeuzering in de slagschroeven- draaierstand staat, controleert u dan vóór het gebruik even de juiste werking, door een houtschroef in een stuk hout te draaien. Als het gereedschap niet goed werkt, raadpleegt u dan uw dichtstbijzijnde Makita Ser- vicecentrum. • Houd het gereedschap altijd recht op de schroef. • Gebruik altijd het bit die geschikt is voor de kop van de aan te draaien schroef/bout. • Voor het vastdraaien van M8 of kleinere schroeven, dient u met zorg de druk op de trekkerschakelaar te regelen zodat de schroef niet beschadigd wordt. • Als u de in de figuren aangegeven aandraaitijden over- schrijdt, kan de schroef of de punt van de schroefbit overbelast worden, doldraaien, beschadigd raken, enz. Neem daarom eerst een proefje om de juiste aan- draaitijd voor de schroef te bepalen. Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een groot aantal verschillende factoren, waaronder de volgende. Controleer na het vastdraaien altijd het aandraaimoment met een momentsleutel. 1. Wanneer de accu bijna leeg is, neemt de spanning af en vermindert het aandraaimoment. 2. Schroefbit of schroefdop Het aandraaimoment vermindert als u niet een schroefbit of schroefdop van de juiste maat gebruikt. 3. Bout • Zelfs wanneer het koppelcoëfficiënt overeenkomt met de boutklasse, hangt het juiste aandraaimo- ment af van de boutdiameter. • Zelfs wanneer de boutdiameters gelijk zijn, hangt het juiste aandraaimoment af van het koppelcoëf- ficiënt, de boutklasse en de boutlengte. 4. De manier van vasthouden van het gereedschap en de positie waar de schroef in het materiaal wordt gedraaid, hebben een invloed op het aandraaimo- ment. 5. Bij lagere toerentallen wordt ook het aandraaimo- ment kleiner. Hamerboorstand “ ” LET OP: • Houd het gereedschap tijdens het gebruik altijd stevig vast. Er kan plotseling een enorme kracht worden uit- geoefend op het gereedschap/de boorkop wanneer er een gat wordt doorboord, wanneer een gat verstopt raakt met scherven of kiezels, of wanneer er in gewap- end beton een stalen staaf wordt geraakt. Zorg ervoor dat u een bit met een hardmetalen punt gebruikt. Plaats de punt van de boor op de gewenste plaats waar geboord moet worden, en druk vervolgens de schakelaar in. Forceer het gereedschap niet. Een lichte druk geeft de beste resultaten. Houd het gereedschap stevig vast en zorg dat het niet uitglijdt. Oefen geen grotere druk uit wanneer het boorgat ver- stopt raakt met schilfertjes of metaaldeeltjes. Laat in zo’n geval het gereedschap onbelast lopen en verwijder de boor gedeeltelijk uit het boorgat. Wanneer dit verschil- lende keren wordt herhaald, zal het boorgat schoon worden en kunt u normaal verder boren. Boorstand “ ” LET OP: • Door overmatig druk uit te oefenen op het gereedschap zult u het boren niet versnellen. Integendeel, over- matige druk zal enkel resulteren in snellere slijtage van het bit/de boorkop, mindere prestaties en een kortere levensduur van het gereedschap. • Er kan plotseling een enorme kracht worden uit- geoefend op het gereedschap/de boorkop wanneer er een gat wordt doorboord. Houd het gereedschap stevig vast en wees uiterst voorzichtig wanneer de boorkop het werkstuk begint te doorboren. • Een vastgelopen boorkop kan eenvoudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo de boorkop los te halen. Houd het gereedschap daarbij stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag. • Zet kleinere werkstukken altijd vast in een draaibank of een dergelijke greep. • Druk de trekkerschakelaar niet herhaaldelijk in wan- neer de motor is geblokkeerd. Dat kan het gereedsc- hap beschadigen. Voor het boren in hout bereikt u de beste resultaten met een houtboor voorzien van een geleideschroef. De gelei- deschroef vergemakkelijkt het boren door de boorkop het werkstuk in te trekken.
Pagina: 7
43 Voor het boren in metaal maakt u, om wegglijden van de boorkop te vermijden, van tevoren op het punt waar u gaat boren een kleine inkeping met een drevel en een hamer. Plaats de punt van de boorkop in de inkeping en begin met boren. Bij het boren in metaal gebruikt u een smeermiddel. De uitzonderingen zijn ijzer en koper, die droog geboord worden. OPMERKING: • Kies de geschikte snelheid voor de belasting van het te verrichten werk. Als u bij het boren de volgende capac- iteiten overschrijdt, kan dat het gereedschap beschadi- gen. 012989 Schroevendraaierstand “ ” LET OP: • Stel in op het getal in het LED-venster dat het juiste aantrekkoppel aangeeft voor uw taak. • Zorg dat het schroevendraaierbit recht in de schroefkop steekt, anders kan de schroef en/of het bit beschadigd worden. • Houd het gereedschap stevig vast. Wanneer de kop- peling aangrijpt of de draaibeweging pakt, kan er een plotselinge wringing optreden, die uw pols ernstig kan bezeren. Plaats de punt van het schroevendraaierbit in de kop van de schroef en oefen druk uit op het gereedschap. Start het gereedschap langzaam en verhoog dan geleidelijk de snelheid. OPMERKING: • Dit gereedschap beschikt over een elektronische kop- peling. Het gereedschap stopt automatisch wanneer de koppeling loslaat. Om door te gaan met werken, laat u de trekkerschakelaar even kort los. • Wanneer u houtschroeven indraait, maak dan voor- boorgaten in het hout. Dit vergemakkelijkt het inschro- even en voorkomt dat het hout splijt. Zie de onderstaande tabel. 006421 OPMERKING: • Zie het volgende overzicht voor de verhouding tussen het getal van de draaimoment-instelling en het aantrekkoppel bij het vastdraaien. Het effectieve aantrekkoppel zal verschillend zijn, afhankelijk van het materiaal. Verricht voor het feitelijke werk een aandraaiproef om het vereiste aantrekkoppel te bepalen. 012276 ONDERHOUD LET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd voordat u inspecties of onderhoud gaat verrichten, uitgezonderd de volgende con- trolepunten met betrekking tot het lampje. • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product te handhaven, dienen alle reparaties en alle andere onderhoudswerkzaamheden of afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita Servicecen- trum, en dat uitsluitend met gebruik van Makita vervang- ingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Raadpleeg het dichtstbijzijnde Makita Servicecentrum voor verder advies of bijzonderheden omtrent deze accessoires. • Schroefbits • Haak • Plastic draagkist • Diverse types originele Makita accu’s en acculaders Boorcapaciteit Hoge snelheid Staal 6,5 mm Hout 12 mm Lage snelheid Staal 10 mm Hout 21 mm Nominale diameter van houtschroef (mm) Aanbevolen diameter van voorboorgat (mm) 3,1 2,0 – 2,2 3,5 2,2 – 2,5 3,8 2,5 – 2,8 4,5 2,9 – 3,2 4,8 3,1 – 3,4 5,1 3,3 – 3,6 5,5 3,7 – 3,9 5,8 4,0 – 4,2 6,1 4,2 – 4,4 Getal in het LED-venster Aantrekkoppelwaarde Laag (1) Hoog (2) 1 Ongeveer 2,5 N•m (Ongeveer 25,5 kgf.cm) Ongeveer 1,1 N•m (Ongeveer 11,2 kgf.cm) 3 Ongeveer 4,6 N•m (Ongeveer 46,9 kgf.cm) Ongeveer 2,0 N•m (Ongeveer 20,4 kgf.cm) 5 Ongeveer 8,1 N•m (Ongeveer 82,6 kgf.cm) Ongeveer 3,0 N•m (Ongeveer 30,6 kgf.cm) 7 Ongeveer 10,0 N•m (Ongeveer 102,0 kgf.cm) Ongeveer 4,0 N•m (Ongeveer 40,8 kgf.cm) 9 Ongeveer 11,5 N•m (Ongeveer 117,3 kgf.cm) Ongeveer 5,8 N•m (Ongeveer 59,1 kgf.cm)
Pagina: 8
44 OPMERKING: • Sommige onderdelen in deze lijst kunnen bij het gereedschap zijn meeverpakt als standaard- accessoires. Deze kunnen van land tot land verschillen. ENG905-1 Geluidsniveau De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld volgens EN60745: Model DTP131 Geluidsdrukniveau (LpA): 85 dB (A) Geluidsenergie-niveau (LWA): 96 dB (A) Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A) Model DTP141 Geluidsdrukniveau (LpA): 85 dB (A) Geluidsenergie-niveau (LWA): 96 dB (A) Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A) Draag oorbeschermers ENG900-1 Trilling De totaalwaarde van de trillingen (triaxiale vectorsom) vastgesteld volgens EN60745: Model DTP131 Toepassing: hamerboren in beton Trillingsemissie (ah, ID): 13 m/s2 Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2 Toepassing: bevestigen met behulp van slagwerking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap Trillingsemissie (ah): 8,5 m/s2 Onnauwkeurigheid (K): 2 m/s2 Toepassing: boren in metaal Trillingsemissie (ah, D): 2,5 m/s2 of lager Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2 Model DTP141 Toepassing: hamerboren in beton Trillingsemissie (ah, ID): 13 m/s2 Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2 Toepassing: bevestigen met behulp van slagwerking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap Trillingsemissie (ah): 10,5 m/s2 Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2 Toepassing: boren in metaal Trillingsemissie (ah, D): 2,5 m/s2 of lager Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s2 ENG901-1 • De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten vol- gens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereed- schappen. • De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstel- ling. WAARSCHUWING: • De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt. • Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getrof- fen ter bescherming van de operator die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). ENH101-15 Alleen voor Europese landen EU-Verklaring van Conformiteit Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makita- machine(s): Aanduiding van de machine: Snoerloze hybride slagschroevendraaier Modelnr./Type: DTP131, DTP141 in serie zijn geproduceerd en Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen: 2006/42/EC En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten: EN60745 De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten: Makita International Europe Ltd. Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, Bucks MK15 8JD, Engeland 14.4.2011 Tomoyasu Kato Directeur Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, 446-8502, JAPAN

Vragen & antwoorden

Heb je een vraag over de Makita DTP141RTJ en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Makita DTP141RTJ. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Makita DTP141RTJ zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.

Stel een vraag over de Makita DTP141RTJ

Naam
E-mail
Reactie

Bekijk hieronder de handleiding van de Makita DTP141RTJ. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Makita
  • Product: Boormachines
  • Model/naam: DTP141RTJ
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: Nederlands, Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Portugees, Deens, Turks, Grieks