Makita BDF451 handleiding

Bekijk hieronder de handleiding van de Makita BDF451. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Makita
  • Product: Boormachine
  • Model/naam: BDF451
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: Nederlands, Engels, Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds, Portugees, Frans, Deens

Inhoudsopgave

Pagina: 9
24
NEDERLANDS
Verklaring van het onderdelenoverzicht
TECHNISCHE GEGEVENS
• Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit
gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
• Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld voor boren en schroeven in
hout, metaal en kunststof.
AANVULLENDE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van
comfort en bekendheid met het gereedschap (na
veelvuldig gebruik) en neem alle
veiligheidsvoorschriften van de schroefboormachine
altijd strikt in acht. Bij onveilig of verkeerd gebruik
van het elektrisch gereedschap, bestaat de kans op
ernstig persoonlijk letsel.
1. Gebruik de hulphandgrepen die bij het
gereedschap werden geleverd. Als u de controle
over het gereedschap verliest, kan dit leiden tot
ernstig persoonlijk letsel.
2. Houd elektrisch gereedschap vast aan het
geïsoleerde oppervlak van de handgrepen
wanneer u werkt op plaatsen waar het
zaaggereedschap met verborgen bedrading of zijn
eigen snoer in aanraking kan komen. Door contact
met onder spanning staande draden, zullen de niet-
geïsoleerde metalen delen van het gereedschap
onder spanning komen te staan zodat de gebruiker
een elektrische schok kan krijgen.
3. Zorg er altijd voor dat u stevig staat. Zorg ervoor
dat er niemand zich onder u bevindt wanneer u het
gereedschap op een hoge plaats gebruikt.
4. Houd het gereedschap stevig vast.
1. Rode deel
2. Knop
3. Accu
4. Aan/uit-schakelaar
5. Lamp
6. Omkeerschakelaar
7. Snelheidsinstelknop
8. Werkingsfunctie-instelknop
9. Instelring
10. Schaalverdeling
11. Pijlpunt
12. Metalen klemband
13. Basis van de zijhandgreep
14. Zijhandgreep
15. Uitsteeksel
16. Groef
17. Mof
18. Bithouder
19. Bit
20. Schroef
21. Haak
22. Slijtgrensmarkering
23. Achterkap
24. Schroeven
25. Arm
26. Veer
27. Verdiept gedeelte
28. Koolborstelkap
29. Opening
30. Koolborstelkap
Model BDF441 BDF451
Capaciteiten
Metaal 13 mm 13 mm
Hout 50 mm 65 mm
Houtschroef 6 mm x 75 mm 10 mm x 89 mm
Machineschroef 6 mm
Onbelaste snelheid (min-1)
Hoog (3) 0 – 1700
Normaal (2) 0 – 600
Laag (1) 0 – 300
Totale lengte 238 mm
Netto gewicht 2,0 kg 2,1 kg
Nominale spanning 14,4 V gelijkstroom 18 V gelijkstroom
Pagina: 10
25
5. Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen.
6. Laat het gereedschap niet ingeschakeld liggen.
Bedien het gereedschap alleen wanneer u het
vasthoudt.
7. Raak het schroef- of boorbit en het werkstuk niet
onmiddellijk na gebruik aan. Zij kunnen bijzonder
heet zijn en brandwonden op uw huid
veroorzaken.
8. Sommige materialen bevatten chemische stoffen
die giftig kunnen zijn. Neem
voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van
stof en contact met de huid. Volg de
veiligheidsinstructies van de leverancier van het
materiaal op.
BEWAAR DEZE
VOORSCHRIFTEN
WAARSCHUWING:
VERKEERD GEBRUIK of het niet volgen van de
veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
BELANGRIJKE
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR
ACCU’S
1. Alvorens de accu in gebruik te nemen, leest u
eerst alle instructies en
waarschuwingsopschriften op (1) de acculader, (2)
de accu en (3) het apparaat waarin de accu wordt
aangebracht.
2. Haal de accu niet uit elkaar.
3. Als de gebruikstijd aanzienlijk korter is geworden,
stopt u onmiddellijk met het gebruik. Anders kan
dit leiden tot kans op oververhitting, mogelijke
brandwonden en zelfs een explosie.
4. Als de elektrolyt in uw ogen komt, wast u deze uit
met schoon water en raadpleegt u onmiddellijk
een arts. Dit kan leiden tot verlies van
gezichtsvermogen.
5. Sluit de accu niet kort:
(1) Raak de accupolen niet aan met enig geleidend
materiaal.
(2) Bewaar de accu niet op een plaats waar deze in
aanraking kan komen met andere metalen
voorwerpen, zoals spijkers, munten, enz.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen.
Kortsluiting van de accu kan leiden tot een hoge
stroomsterke, oververhitting, mogelijke
brandwonden en zelfs een defect.
6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op
plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot
50 °C of hoger.
7. Werp de accu niet in een vuur, zelfs niet als deze al
ernstig beschadigd of helemaal versleten is. De
accu kan in een vuur exploderen.
8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen of
ergens tegenaan stoot.
BEWAAR DEZE
VOORSCHRIFTEN
Tips voor een lange levensduur van de
accu
1. Laad de accu op voordat deze volledig leeg is.
Wanneer u merkt dat het gereedschap minder
vermogen heeft, stopt u met het gebruik ervan en
laadt u eerst de accu op.
2. Laad nooit een volledig opgeladen accu op. Te
lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur
van 10 °C t/m 40 °C. Laat een warme accu eerst
afkoelen voordat u deze oplaadt.
BESCHRIJVING VAN DE
FUNCTIES
LET OP:
• Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de accu is verwijderd alvorens de functies van het
gereedschap te controleren of af te stellen.
De accu aanbrengen en verwijderen (zie
afb. 1)
• Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu
aanbrengt of verwijdert.
• Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de
zijkant van de accu en trekt u tegelijkertijd de accu uit
het gereedschap.
• Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit
met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn
plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het
gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode
deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de
accu niet goed aangebracht. Steek de accu zo ver
mogelijk erin tot het rode deel niet meer zichtbaar is.
Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het
gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving
verwonden.
• Oefen geen grote kracht uit bij het aanbrengen van de
accu. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap
kan worden gestoken, wordt deze niet goed
aangebracht.
Aan/uit-schakelaar (zie afb. 2)
LET OP:
• Controleer altijd, voordat u de accu in het gereedschap
steekt, of de aan/uit-schakelaar op de juiste manier
schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat
deze is losgelaten.
Om het gereedschap in te schakelen, knijpt u gewoon de
aan/uit-schakelaar in. De draaisnelheid van het
gereedschap neemt toe naarmate u meer druk uitoefent
op de aan/uit-schakelaar. Laat de aan/uit-schakelaar los
om het gereedschap te stoppen
Pagina: 11
26
De lamp op de voorkant inschakelen (zie
afb. 3)
LET OP:
• Kijk niet rechtstreeks in het licht of naar de bron van de
lamp.
Knijp de aan/uit-schakelaar in om de lamp op de voorkant
in te schakelen. De lamp blijft branden zolang u de aan/
uit-schakelaar ingeknepen houdt. De lamp gaat 10 tot 15
seconden nadat u de aan/uit-schakelaar hebt losgelaten
uit.
OPMERKING:
• Gebruik een doek om het vuil van de lens van de lamp
te vegen. Wees voorzichtig de lens van de lamp niet te
bekrassen om de lichtopbrengst niet te verlagen.
Werking van de omkeerschakelaar (zie
afb. 4)
Dit gereedschap is uitgerust met een omkeerschakelaar
waarmee u de draairichting kunt omkeren. Druk op de
omkeerschakelaar vanaf kant A voor de draairichting
rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom.
Wanneer de omkeerschakelaar in de middenstand staat,
kunt u de aan/uit-schakelaar niet inknijpen.
LET OP:
• Controleer altijd de draairichting alvorens het
gereedschap te gebruiken.
• Gebruik de omkeerschakelaar alleen nadat het
gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de
draairichting verandert voordat het gereedschap
volledig stilstaat, kan het gereedschap worden
beschadigd.
• Als u het gereedschap niet gebruikt, zet u de
omkeerschakelaar altijd in de middenstand.
De draaisnelheid veranderen (zie afb. 5)
Dit gereedschap is uitgerust met een driestands
snelheidsinstelknop. Om de draaisnelheid van het
gereedschap te veranderen, schakelt u eerst het
gereedschap uit en verschuift u daarna de
snelheidsinstelknop naar stand “1” voor een lage
draaisnelheid, naar stand “2” voor een normale
draaisnelheid, of naar stand “3” voor een hoge
draaisnelheid. Zorg ervoor dat de snelheidsinstelknop in
de juiste stand staat alvorens het gereedschap te
bedienen. Gebruik de juiste draaisnelheid voor uw klus.
OPMERKING:
• Wanneer u de stand verandert van “1” naar “3” of van
“3” naar “1”, kan het een enigszins moeilijk zijn de
snelheidsinstelknop te verschuiven. Als dat het geval
is, verschuift u de snelheidsinstelknop naar stand “2”
en schakelt u het gereedschap eventjes in. Schakel
vervolgens het gereedschap uit en verschuif de
snelheidsinstelknop naar de gewenste stand.
LET OP:
• Zet de snelheidsinstelknop altijd volledig in de
gewenste stand. Als u het gereedschap bedient terwijl
de snelheidsinstelknop halverwege de standen “1” en
“2”, of “2” en “3” staat, kan het gereedschap worden
beschadigd.
• Bedien de snelheidsinstelknop niet terwijl het
gereedschap draait. Het gereedschap kan hierdoor
worden beschadigd.
De werkingsfunctie kiezen (zie afb. 6)
Dit gereedschap heeft een werkingsfunctie-instelknop.
Verschuif de werkingsfunctie-instelknop naar links voor
boren (symbool ). Verschuif de werkingsfunctie-
instelknop naar rechts voor schroeven (symbool ).
OPMERKING:
• Wanneer u de stand verandert van “ ” naar “ ”, kan
het een enigszins moeilijk zijn de werkingsfunctie-
instelknop te verschuiven. Als dat het geval is,
verschuift u de werkingsfunctie-instelknop naar de
stand “ ” en schakelt u het gereedschap eventjes in.
Schakel vervolgens het gereedschap uit en verschuif
de werkingsfunctie-instelknop naar de gewenste stand.
LET OP:
• Verschuif de werkingsfunctie-instelknop altijd helemaal
naar de gewenste stand. Als u het gereedschap
bedient met de instelknop ingesteld tussen de twee
werkingsfunctiesymbolen in, kan het gereedschap
worden beschadigd.
• Bedien de werkingsfunctie-instelknop niet terwijl het
gereedschap draait. Het gereedschap kan hierdoor
worden beschadigd.
Het draaikoppel instellen (zie afb. 7)
Het draaikoppel kan in 16 stappen worden ingesteld door
de instelring te draaien zodat de gewenste stand op de
schaalverdeling is uitgelijnd met de aanwijspunt op de
behuizing van het gereedschap.
Verschuif eerst de werkingsfunctie-instelknop naar de
stand met het symbool .
Het draaikoppel is minimaal wanneer stand 1 is uitgelijnd
met de aanwijspunt, en maximaal wanneer het symbool is
uitgelijnd met de aanwijspunt. In de standen 1 t/m 16 zal
de koppeling slippen bij steeds oplopende
draaikoppelniveaus. Bepaal het juiste draaikoppelniveau
door bij wijze van proef een schroef in het materiaal of
een stuk gelijkwaardig materiaal te draaien, alvorens het
gereedschap voor de daadwerkelijke klus te gebruiken.
OPMERKING:
• De instelring wordt niet vergrendeld wanneer de
pijlpunt halverwege tussen twee standen staat.
ONDERDELEN AANBRENGEN/
VERWIJDEREN
LET OP:
• Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de accu is verwijderd alvorens enige
werkzaamheden aan het gereedschap te verrichten.
Pagina: 12
27
De zijhandgreep monteren (extra
handgreep) (zie afb. 8)
Gebruik altijd de zijhandgreep om veilig te kunnen
werken.
Plaats de stalen klemband van de zijhandgreep zodanig
over de kop van het gereedschap dat de uitsteeksels op
de basis van de zijhandgreep in de groeven van het
gereedschap passen. Draai daarna de zijhandgreep vast
door deze rechtsom te draaien.
Het schroefbit of boorbit aanbrengen en
verwijderen (zie afb. 9)
Draai de mof linksom om de klauwen in de spankop te
openen. Steek het bit zo ver mogelijk in de spankop. Draai
de mof rechtsom om de spankop te sluiten. Om het bit te
verwijderen, draait u de mof linksom.
De bithouder aanbrengen (zie afb. 10)
Pas de bithouder in de uitsparingen op de linker- of
rechterzijkant van de voet van het gereedschap en zet
deze vast met een schroef.
Wanneer u een bit niet gebruikt, klemt u deze in de
bithouder. U kunt hierin bits van 45 mm lengte bewaren.
Haak (zie afb. 11)
De haak is handig om het gereedschap tijdelijk aan op te
hangen. De haak kan aan beide kanten van het
gereedschap worden bevestigd.
U bevestigt de haak door deze in een groef in de
behuizing van het gereedschap te steken en vast te
zetten met een schroef. Om de haak te verwijderen, draait
u de schroef los en haalt u de haak van het gereedschap
af.
BEDIENING (zie afb. 12)
Gebruik als schroevendraaier
Verschuif eerst de werkingsfunctie-instelknop naar de
stand met het symbool en stel het draaikoppel in.
Plaats de punt van het schroefbit in de schroefkop en
oefen druk uit op het gereedschap. Start het gereedschap
op lage snelheid en voer vervolgens de snelheid
geleidelijk op. Laat de aan/uit-schakelaar los zodra de
koppeling begint te slippen.
OPMERKING:
• Zorg ervoor dat het schroefbit recht op de schroefkop
staat omdat anders de schroef en/of het bit kunnen
worden beschadigd.
• Bij het schroeven van houtschroeven moet u de
boorgaten voorboren om het schroeven te
vergemakkelijken en te voorkomen dat het werkstuk
splijt. Zie de tabel.
• Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de
accu leeg is, laat u het gereedschap gedurende 15
minuten liggen alvorens verder te werken met een volle
accu.
Gebruik als boor
Verschuif eerst de werkingsfunctie-instelknop naar de
stand met het symbool .
Boren in hout
Bij het boren in hout verkrijgt u de beste resultaten met
houtboren voorzien van een geleideschroef. De
geleideschroef zorgt ervoor dat het boren gemakkelijker
verloopt door het bit in het werkstuk te trekken.
Boren in metaal
Om te voorkomen dat bij het beginnen van het boren het
bit wegglijdt, maakt u een putje met een centerpons en
hamer op het punt waar u wilt boren. Plaats de punt van
het bit in het putje en begin te boren.
Gebruik bij het boren in metaal een snijolie als
smeermiddel. De uitzonderingen hierop zijn ijzer en
messing, die droog moeten worden geboord.
LET OP:
• Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het
gereedschap drukt. In feite zal dergelijk duwen alleen
maar leiden tot beschadiging van het bit, verlagen van
de prestaties van het gereedschap, en verkorten van
de levensduur van het gereedschap.
• Op het moment dat het boorgat doorbreekt wordt een
enorme kracht uitgeoefend op het gereedschap/bit.
Houd het gereedschap stevig vast en let goed op
wanneer het bit door het werkstuk breekt.
• Een vastgelopen bit kan eenvoudigweg worden
verwijderd door de omkeerschakelaar in de stand voor
achteruitdraaien te zetten om het bit te verwijderen. Het
gereedschap kan echter plotseling achteruit komen als
u het niet stevig vasthoudt.
• Zet kleine werkstukken altijd vast in een bankschroef of
soortgelijk bevestigingsmiddel.
• Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de
accu leeg is, laat u het gereedschap gedurende 15
minuten liggen alvorens verder te werken met een volle
accu.
Nominale diameter van
houtschroef (mm)
Aanbevolen diameter
voorgeboord gat (mm)
3,1 2,0 - 2,2
3,5 2,2 - 2,5
3,8 2,5 - 2,8
4,5 2,9 - 3,2
4,8 3,1 - 3,4
5,1 3,3 - 3,6
5,5 3,7 - 3,9
5,8 4,0 - 4,2
6,1 4,2 - 4,4
Pagina: 13
28
ONDERHOUD
LET OP:
• Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en
de accu is verwijderd, voordat u een inspectie of
onderhoud uitvoert.
De koolborstels vervangen
Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering
zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg
ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders. Beide
koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen.
Gebruik alleen identieke koolborstels (zie afb. 13).
Verwijder met behulp van een schroevendraaier de twee
schroeven en vervolgens de achterkap (zie afb. 14).
Til de arm van de veer op en plaats deze vervolgens in
het verdiepte deel van de behuizing met behulp van een
platkopschroevendraaier, een dunne steel, of iets
dergelijks (zie afb. 15).
Verwijder de koolborstelkap van de koolborstels met
behulp van een tang. Haal de versleten koolborstels eruit,
plaats de nieuwe erin, en plaats de koolborstelkappen in
omgekeerde volgorde terug (zie afb. 16).
Zorg ervoor dat iedere koolborstelkap goed in de opening
in de borstelhouder valt (zie afb. 17).
Plaats de achterkap terug en draai de twee schroeven
stevig aan.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties,
onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een
erkend Makita-servicecentrum, en altijd met
gebruikmaking van originele Makita-
vervangingsonderdelen.
ACCESSOIRES
LET OP:
• Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen
voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze
gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van
andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor
persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of
hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven
gebruiksdoeleinden.
Mocht u meer informatie willen hebben over deze
accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw
plaatselijke Makita-servicecentrum.
• Boorbits
• Schroefbits
• Haak
• Zijhandgreep, compleet
• Diverse types originele Makita-accu’s en acculaders
• Rubberen accessoire
• Wollen accessoire
• Schuimrubberen polijstaccessoire

Vragen & antwoorden

Er zijn (nog) geen vragen over de Makita BDF451.

Stel een vraag over de Makita BDF451

Heb je een vraag over de Makita BDF451 en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Makita BDF451. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Makita BDF451 zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.