PowerShot S100 handleiding
Canon PowerShot S100handleiding

Handleiding voor de Canon PowerShot S100 in het Nederlands. Deze PDF handleiding heeft 236 pagina's.

PDF 236 1.1mb

Bekijk hieronder de handleiding van de Canon PowerShot S100. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

MANUALSCAT | NL

Vragen & antwoorden

Heb je een vraag over de Canon PowerShot S100 en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Canon PowerShot S100. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Canon PowerShot S100 zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.

Stel een vraag over de Canon PowerShot S100

Pagina: 1
Gebruikershandleiding NEDERLANDS • Lees voordat u de camera gebruikt eerst deze handleiding door, met name het gedeelte "Veiligheidsmaatregelen". • Zo leert u de camera juist te gebruiken. • Bewaar de handleiding goed, zodat u deze later nog kunt raadplegen.
Pagina: 2
2 Controleer of de verpakking van de camera de onderstaande onderdelen bevat. Indien er iets ontbreekt, kunt u contact opnemen met de leverancier van de camera. De inhoud van de verpakking controleren De handleidingen gebruiken Raadpleeg ook de handleidingen op de cd DIGITAL CAMERA Manuals Disk. • Gebruikershandleiding (deze handleiding) Zodra u de basishandelingen onder de knie hebt, kunt u de vele functies van de camera gebruiken om foto's met geavanceerdere instellingen te maken. • Softwarehandleiding Lees deze wanneer u de meegeleverde software wilt gebruiken. • Een geheugenkaart is niet bijgesloten (p. 16). • U hebt Adobe Reader nodig om de PDF handleidingen te openen. U kunt de Word-handleidingen raadplegen met Microsoft Word/Word Viewer (alleen noodzakelijk voor handleidingen voor het Midden-Oosten). Camera Batterij NB-5L (met kapje) Batterijlader CB-2LX/CB-2LXE Interfacekabel IFC-400PCU Polsriem WS-DC11 Canon garantiesysteemboekje Introductiehandleiding Cd DIGITAL CAMERA Solution Disk
Pagina: 3
3 • Maak enkele proefopnamen en speel deze af om te controleren of de beelden goed zijn opgenomen. Canon Inc., dochterondernemingen van Canon en andere aangesloten bedrijven en distributeurs zijn niet aansprakelijk voor welke gevolgschade dan ook die voortvloeit uit enige fout in de werking van een camera of accessoire, inclusief kaarten, die ertoe leidt dat een opname niet kan worden gemaakt of niet kan worden gelezen door apparaten. • De beelden die met deze camera worden opgenomen, zijn bedoeld voor persoonlijk gebruik. Neem geen beelden op die inbreuk doen op het auteursrecht zonder voorafgaande toestemming van de houder van het auteursrecht. In sommige gevallen kan het kopiëren van beelden van voorstellingen, tentoonstellingen of commerciële eigendommen met behulp van een camera of ander apparaat in strijd zijn met het auteursrecht of andere wettelijke bepalingen, ook al is de opname gemaakt voor persoonlijk gebruik. • Voor meer informatie over de garantie voor uw camera kunt u het Canon garantiesysteemboekje raadplegen dat bij uw camera wordt geleverd. Raadpleeg het Canon garantiesysteemboekje voor contactinformatie van Canon Klantenservice. • Voor het vervaardigen van de LCD-monitor zijn speciale hoge- precisietechnieken gebruikt. Meer dan 99,99% van de pixels werkt naar behoren, maar soms verschijnen er niet-werkende pixels in de vorm van heldere of donkere stippen. Dit duidt niet op een defect en heeft geen invloed op het beeld dat wordt vastgelegd. • Er zit mogelijk een dunne plastic laag over de LCD-monitor om deze te beschermen tegen krassen tijdens het vervoer. Verwijder deze laag voordat u de camera gaat gebruiken. • Wees voorzichtig als u de camera lange tijd continu gebruikt. De camerabehuizing kan dan warm worden. Dit is niet het gevolg van een storing. Lees dit eerst
Pagina: 4
4 4 Maak de opname z Opnamen maken en de instellingen aan de camera overlaten (Auto-modus)................................................................................ 26 z Scherpstellen op gezichten....................................... 26, 62, 96, 103 z Opnames maken op plaatsen waar de flitser niet kan worden gebruikt (flitser uitschakelen) ........................................... 52 z Foto's maken met de zelfontspanner...................................... 55, 76 z De datum en tijd aan de opnamen toevoegen.............................. 54 z Een filmclip maken voordat een foto wordt gemaakt.................... 73 z Continu opnamen maken op hoge snelheid ................................. 78 Wat wilt u doen? Opnamen maken met speciale effecten Miniatuureffect (p. 68) Fisheye-effect (p. 68) Levendige kleuren (p. 65) Poster-effect (p. 65) "Oudergemaakte" foto's (p. 67) Speels effect (p. 69) Monochroom (p. 70) I w P Op het strand (p. 63) In de sneeuw (p. 64) Portretten (p. 62) Mooie opnamen maken van mensen J Landschap (p. 62) O Flora (p. 63) Diverse andere opnamen maken t Vuurwerk (p. 64) V Kinderen en dieren (p. 63) S Onderwater (p. 63) Nacht Scene (p. 63)
Pagina: 5
Wat wilt u doen? 5 1 Weergeven z De foto's bekijken ......................................................................... 29 z Foto's automatisch afspelen (diavoorstelling)............................. 144 z Foto's bekijken op een tv............................................................ 194 z Foto's bekijken op een computer.................................................. 34 z Snel foto's zoeken .............................................................. 140, 142 z Foto's wissen........................................................................ 30, 154 E Films opnemen/bekijken z Films opnemen ..................................................................... 31, 129 z Films bekijken............................................................................... 33 z Opnamen maken van snel bewegende objecten en deze afspelen in slow motion .............................................................. 133 c Afdrukken z Foto's afdrukken ......................................................................... 166 Opslaan z Beelden opslaan op een computer............................................... 34 3 Overige z Geluid uitzetten............................................................................. 46 z De camera gebruiken in het buitenland................................ 16, 183 z Begrijpen wat op het scherm wordt weergegeven...................... 206 z De GPS-functie gebruiken.......................................................... 111
Pagina: 6
6 De inhoud van de verpakking controleren.......................................2 Lees dit eerst .....................................3 Wat wilt u doen? ................................4 Inhoudsopgave ..................................6 Conventies die in deze handleiding worden gebruikt...............................9 Veiligheidsmaatregelen ...................10 1 Aan de slag.......................13 De batterij opladen...........................14 Compatibele geheugenkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar) ..............16 De interne oplaadbare lithiumbatterij recycleren......................................17 De batterij en geheugenkaart plaatsen.........................................18 De datum en tijd instellen ................20 De taal van het scherm instellen......23 Geheugenkaarten formatteren.........24 De sluiterknop indrukken .................25 Foto's maken (Smart Auto)..............26 Beelden bekijken .............................29 Beelden wissen................................30 Films opnemen ................................31 Films bekijken..................................33 Beelden downloaden naar een computer om te bekijken ...............34 2 Meer informatie ................39 Overzicht van de onderdelen...........40 Schermweergave.............................42 Menu FUNC. – Basishandelingen ...44 MENU – Basishandelingen..............45 De geluidsinstellingen wijzigen........46 De helderheid van het scherm aanpassen.....................................48 De standaardinstellingen van de camera herstellen..........................49 De functie spaarstand (Automatisch Uit) .......................... 50 Klokfunctie....................................... 50 3 Veelgebruikte functies voor opnamen ..................51 De flitser uitschakelen..................... 52 Nader inzoomen op het onderwerp (Digitale Zoom) ............................. 52 Opnemen met vooraf ingestelde brandpuntafstanden (trapsgewijs zoomen)........................................ 53 Datum en tijd aan de opname toevoegen ..................................... 54 De zelfontspanner gebruiken .......... 55 De verhouding wijzigen................... 57 De resolutie aanpassen (beeldgrootte)................................ 58 Compressieverhouding wijzigen (beeldkwaliteit).............................. 58 De groentint van kwiklampjes corrigeren...................................... 60 4 Effecten toevoegen en opnamen maken in diverse omstandigheden ..............61 Speciale opnamen maken............... 62 Effecten toevoegen aan de opname (Creatieve filters)........................... 65 Automatisch korte films maken (Filmsynopsis)............................... 73 Een gezicht detecteren en opnemen (Smart Shutter) ............................. 74 Snel na elkaar continu-opnamen maken (Snel na elkaar HQ) .......... 78 Opnamen maken met Stitch Hulp ... 80 Inhoudsopgave
Pagina: 7
Inhoudsopgave 7 5 Zelf instellingen selecteren .........................81 Opnamen maken in Programma automatische belichting ................ 82 De helderheid aanpassen (Belichtingscompensatie).............. 83 De flitser inschakelen...................... 83 De witbalans aanpassen................. 84 De ISO-waarde wijzigen ................. 87 De helderheid corrigeren en opnamen maken (i-Contrast)........................ 89 Het niveau van ruisreductie wijzigen (Hoog ISO nummer) ..................... 90 RAW-beelden opnemen.................. 91 Continu-opnamen maken................ 92 De kleurtoon van een foto wijzigen (My Colors) ................................... 93 Close-ups maken (Macro)............... 94 Digitale Tele-converter gebruiken... 95 De modus AF-kader wijzigen.......... 96 Het onderwerp kiezen waarop u wilt scherpstellen (AF Tracking).......... 98 Positie en grootte van het AF-kader wijzigen......................................... 99 Het focuspunt vergroten................ 100 Opnamen maken met Servo AF ... 101 Opnamen maken met AF- vergrendeling.............................. 101 Focusbracketing (modus BKT-Focus).................... 102 De persoon selecteren op wie u wilt scherpstellen (Gezichts Selectie)...................... 103 Opnamen maken in de modus Handmatig scherpstellen ............ 104 De meetmethode wijzigen............. 105 Opnamen maken met de AE-vergrendeling........................ 106 Opnamen maken met de FE-vergrendeling.........................106 Auto Exposure-bracketing (AEB-modus)...............................107 Het ND filter gebruiken..................108 Opnamen maken met Slow sync...108 De flitsbelichtingscompensatie aanpassen...................................109 Rode-ogencorrectie.......................109 Controleren op gesloten ogen.......110 De GPS-functie gebruiken.............111 6 Haal meer uit uw camera ......................119 De sluitertijd instellen ....................120 De diafragmawaarde instellen.......121 De diafragmawaarde en sluitertijd instellen.......................................122 Instellingen maken met de ring .....123 De flitsuitvoer aanpassen..............125 Opname-instellingen opslaan........127 7 Diverse functies voor het opnemen van films ........129 Films opnemen in de modus E....130 De filmmodus wijzigen...................130 Verschillende soorten films opnemen .....................................131 Films maken die lijken op een miniatuurmodel (Miniatuureffect) ..........................132 Super slow-motion films opnemen .....................................133 AE-vergrendeling/belichting ..........134 De beeldkwaliteit wijzigen .............135 Het windfilter gebruiken.................136 Overige opnamefuncties ...............136 Bewerken ......................................137
Pagina: 8
Inhoudsopgave 8 8 Diverse functies gebruiken voor afspelen en bewerken ...................139 Snel naar beelden zoeken.............140 Beelden weergeven met gefilterd afspelen.......................................142 Diavoorstellingen bekijken.............144 Beelden vergroten .........................145 Beeldovergangen wijzigen.............145 Elk beeld in een groep weergeven...................................146 De focus controleren......................148 Diverse beelden weergeven (Smart Shuffle) ............................149 Beelden beveiligen ........................150 Beelden wissen..............................154 Beelden markeren als favoriet.......156 Beelden indelen in categorieën (My Category)..............................157 Beelden roteren .............................159 Het formaat van beelden wijzigen........................................160 Trimmen.........................................161 Effecten toepassen met de functie My Colors ....................................162 De helderheid corrigeren (i-Contrast)...................................163 Het rode-ogeneffect corrigeren......164 9 Afdrukken .......................165 Beelden afdrukken ........................ 166 Beelden selecteren voor afdrukken (DPOF)........................................ 173 10 De camera-instellingen aanpassen.......................177 De camera-instellingen wijzigen.... 178 Instellingen voor opnamefuncties wijzigen ....................................... 185 Veelgebruikte opnamemenu's vastleggen (My Menu) ................ 190 Instellingen voor afspeelfuncties wijzigen ....................................... 191 11 Nuttige informatie ..........193 Beelden bekijken op een tv........... 194 Aansluiten op het lichtnet.............. 198 Een Eye-Fi-kaart gebruiken .......... 199 Problemen oplossen ..................... 201 Lijst met berichten die op het scherm verschijnen.................................. 204 Informatieweergave op het scherm .................................. 206 Functies en menulijsten ................ 212 Specificaties.................................. 224 Accessoires................................... 228 Afzonderlijk verkrijgbare accessoires................................. 229 Index ............................................. 231 Voorzorgsmaatregelen.................. 234
Pagina: 9
9 • In de tekst worden pictogrammen gebruikt die de knoppen en bedieningselementen van de camera voorstellen. • Tekst op het scherm wordt weergegeven binnen vierkante haken [ ] (vierkante haken). • De knoppen die een richting aangeven, de controleknop, de knop FUNC./SET en de ring worden aangeduid met de volgende pictogrammen. • : Zaken waarmee u voorzichtig moet zijn • : Tips voor het oplossen van problemen • : Suggesties waarmee u meer uit uw camera kunt halen • : Aanvullende informatie • (p. xx): Referentiepagina's ("xx" geeft het paginanummer aan) • In deze handleiding wordt ervan uitgegaan dat alle functies de standaardinstellingen hebben. • De diverse soorten geheugenkaarten die in deze camera kunnen worden gebruikt, worden in deze handleiding aangeduid met de overkoepelende term geheugenkaarten. Conventies die in deze handleiding worden gebruikt Knop Rechts Knop FUNC./SET Knop Omhoog Knop Links Knop Omlaag Controleknop y Ring
Pagina: 10
10 • Lees de volgende veiligheidsvoorschriften goed door voordat u het product gebruikt. Gebruik het product altijd op de juiste wijze. • De veiligheidsvoorschriften op de volgende pagina's zijn bedoeld om letsel bij uzelf of bij andere personen, of schade aan de apparatuur te voorkomen. • Lees ook altijd de handleidingen van alle afzonderlijk aangeschafte accessoires die u gebruikt. Veiligheidsmaatregelen Waarschuwing Hiermee wordt gewezen op het risico van ernstig letsel of levensgevaar. • Gebruik de flitser niet dicht bij de ogen van mensen. Blootstelling aan het sterke licht van de flitser kan het gezichtsvermogen aantasten. Houd vooral bij kleine kinderen ten minste één meter afstand wanneer u de flitser gebruikt. • Berg de apparatuur op buiten het bereik van kinderen. Riem: het plaatsen van de riem om de nek van een kind kan leiden tot verstikking. • Gebruik alleen de aanbevolen energiebronnen voor stroomvoorziening. • Probeer het product niet te demonteren, wijzigen of op te warmen. • Laat het product niet vallen en voorkom harde schokken of stoten. • Raak om letsel te voorkomen de binnenkant van het product niet aan als dit is gevallen of op een andere wijze is beschadigd. • Stop onmiddellijk met het gebruik van het product als dit rook of een vreemde geur afgeeft of andere vreemde verschijnselen vertoont. • Gebruik geen organische oplosmiddelen zoals alcohol, wasbenzine of thinner om het product schoon te maken. • Laat het product niet in contact komen met water (bijvoorbeeld zeewater) of andere vloeistoffen. • Voorkom dat vloeistoffen of vreemde objecten in de camera komen. Dit kan leiden tot een elektrische schok of brand. Als er vloeistoffen of vreemde objecten in de camera komen, schakelt u de camera onmiddellijk uit en verwijdert u de batterij. Als de batterijlader nat is geworden, haalt u het netsnoer uit het stopcontact en neemt u contact op met uw leverancier of een helpdesk van Canon Klantenservice. • Gebruik alleen de aanbevolen batterij. • Plaats de batterij niet in de buurt van of in open vuur. • Maak het netsnoer regelmatig los en veeg het stof en vuil dat zich heeft opgehoopt op de stekker, de buitenkant van het stopcontact en het gebied eromheen weg met een droge doek. • Raak het netsnoer niet aan met natte handen. • Gebruik de apparatuur niet op een manier waarbij de nominale capaciteit van het stopcontact of de kabelaccessoires wordt overschreden. Gebruik de apparatuur niet als het netsnoer of de stekker is beschadigd of als deze niet volledig in het stopcontact is geplaatst. • Zorg ervoor dat stof of metalen objecten (zoals spelden of sleutels) niet in contact komen met de contactpunten of stekker.
Pagina: 11
Veiligheidsmaatregelen 11 De batterij kan exploderen of gaan lekken, wat kan leiden tot een elektrische schok of brand. Dit kan persoonlijk letsel en schade aan de omgeving veroorzaken. In het geval dat een batterij lekt en uw ogen, mond, huid of kleding met de batterijvloeistof in aanraking komen, moet u deze onmiddellijk afspoelen met water. • Zet de camera uit op plaatsen waar het gebruik van een camera niet is toegestaan. De elektromagnetische golven uit de camera hinderen de werking van elektronische instrumenten en andere apparatuur. Denk goed na voordat u de camera gebruikt op plaatsen waar het gebruik van elektronische apparatuur verboden is, zoals in vliegtuigen en medische instellingen. • Speel de meegeleverde cd-rom(s) met gegevens alleen af in een cd-speler die hiervoor geschikt is. Uw gehoor kan beschadigd raken als u een koptelefoon draagt terwijl u de harde geluiden van een cd-rom via een cd-speler voor muziek-cd's afspeelt (muziekspeler). Dit kan ook de luidsprekers beschadigen. Voorzichtig Hiermee wordt gewezen op het risico van letsel. • Zorg dat de camera niet tegen voorwerpen stoot, wordt blootgesteld aan schokken en stoten of achter voorwerpen blijft haken wanneer u deze aan de polsriem draagt. • Zorg dat u niet tegen de lens stoot of drukt. Dit kan verwondingen veroorzaken of de camera beschadigen. • Zorg dat het scherm niet aan schokken wordt blootgesteld. Als het scherm barst, kunnen de splinters letsel veroorzaken. • Zorg dat u de flitser niet per ongeluk met uw vingers of een kledingstuk bedekt wanneer u een foto maakt. Dit kan brandwonden of schade aan de flitser tot gevolg hebben. • Gebruik, plaats of bewaar het product niet op de volgende plaatsen: - plaatsen die aan sterk zonlicht blootstaan; - plaatsen die blootstaan aan temperaturen boven 40° C; - vochtige of stoffige plaatsen. Hierdoor kan lekkage of oververhitting ontstaan of de batterij kan ontploffen, wat kan leiden tot elektrische schokken, brand, brandwonden of ander letsel. Bij hoge temperaturen kan de behuizing van de camera of de batterijlader vervormd raken. • De overgangseffecten in de diavoorstellingen kunnen onprettig zijn wanneer iemand hier lang naar kijkt. • Zorg dat uw vingers niet bekneld raken wanneer de flitser zakt. Dit kan letsel veroorzaken.
Pagina: 12
Veiligheidsmaatregelen 12 Voorzichtig Hiermee wordt gewezen op het risico van schade aan de apparatuur. • Richt de camera niet direct op een sterke lichtbron (zoals de zon op een heldere dag). Dit kan de beeldsensor beschadigen. • Als u de camera gebruikt op een strand of op een winderige plek, moet u erop letten dat er geen zand of stof in het apparaat terechtkomt. • Duw de flitser niet te hard naar beneden en wrik deze niet open. Dit kan de werking van het product negatief beïnvloeden. • Bij normaal gebruik kan er soms een beetje rook uit de flitser komen. Dit komt door de hoge intensiteit van de flitser, waardoor er stofdeeltjes verbranden die vastzitten aan de voorkant van het apparaat. Gebruik een wattenstaafje om vuil, stof of ander materiaal van de flitser te verwijderen. Zo kunt u oververhitting en schade aan het apparaat voorkomen. • Verwijder de batterij en sla deze op wanneer u de camera niet gebruikt. Als de batterij in de camera wordt gelaten, kan deze gaan lekken. • Breng voordat u de batterij weggooit, tape of ander isolatiemateriaal aan over de polen van de batterij. Contact met andere metalen kan leiden tot brand of een explosie. • Als de batterij is opgeladen en als u de batterijlader niet gebruikt, haalt u deze uit het stopcontact. • Dek de batterijlader tijdens het opladen van een batterij niet af met voorwerpen zoals een stuk textiel. Als u de lader gedurende een lange periode in het stopcontact laat, kan deze oververhit en beschadigd raken, waardoor brand kan ontstaan. • Plaats de batterij niet in de buurt van huisdieren. Als huisdieren op de batterij kauwen, kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een explosie, wat kan leiden tot brand of schade. • Ga niet zitten terwijl u de camera in uw zak hebt. Dit kan leiden tot storingen of schade aan het scherm. • Let erop dat harde voorwerpen niet in contact komen met het scherm als u de camera in uw tas stopt. • Bevestig geen harde voorwerpen aan de camera. Dit kan leiden tot storingen of schade aan het scherm.
Pagina: 13
13 Aan de slag Dit hoofdstuk beschrijft het voorbereiden van de opnamen, het maken van opnamen in de modus A en het bekijken en wissen van de gemaakte foto's. Het laatste deel van het hoofdstuk behandelt het maken en bekijken van films en het downloaden van beelden naar een computer. De polsriem bevestigen/de camera vasthouden • Bevestig de meegeleverde riem en doe deze om uw pols om te voorkomen dat de camera valt tijdens het gebruik. U kunt de polsriem ook aan de linkerzijde van de camera bevestigen. • Houd uw armen tegen uw lichaam gedrukt en houd de camera bij het maken van opnamen stevig aan weerszijden vast. Zorg dat uw vingers de flitser niet blokkeren wanneer deze is uitgeklapt. 1 Riem
Pagina: 14
14 Gebruik de meegeleverde oplader om de batterij op te laden. Bij aankoop is de batterij niet opgeladen. U moet deze dus eerst opladen. Verwijder het klepje. Plaats de batterij. z Zorg dat de markering S op de batterij overeenstemt met die op de oplader en plaats dan de batterij door deze naar binnen ( ) en naar beneden ( ) te schuiven. Laad de batterij op. z Voor CB-2LX: kantel de stekker naar buiten ( ) en steek de oplader in een stopcontact ( ). z Voor CB-2LXE: sluit het netsnoer aan op de batterijlader en steek het andere uiteinde in een stopcontact. X Het oplaadlampje gaat oranje branden en het opladen begint. X Als de batterij volledig is opgeladen, wordt het oplaadlampje groen. Het opladen duurt ongeveer 2 uur en 5 minuten. Verwijder de batterij. z Haal het netsnoer van de batterijlader uit het stopcontact en verwijder de batterij door deze naar binnen ( ) en omhoog ( ) te schuiven. De batterij opladen CB-2LX CB-2LXE Laad de batterij niet langer dan 24 uur achtereen op om de batterij te beschermen en de levensduur van de batterij te verlengen.
Pagina: 15
De batterij opladen 15 Aantal mogelijke opnamen/opname- en afspeeltijden *1 Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt, is gebaseerd op metingen volgens de CIPA-norm (Camera & Imaging Products Association). *2 Tijden zijn gebaseerd op de standaardinstellingen, het starten en stoppen van opnamen maken, het in- en uitschakelen van de camera en bewerkingen zoals het gebruik van de zoomfunctie. *3 Tijden zijn gebaseerd op herhaaldelijk opnamen maken totdat de maximale cliplengte is bereikt of totdat opnemen automatisch stopt. • Onder bepaalde omstandigheden is het aantal opnamen dat gemaakt kan worden en de opnametijd, lager dan hierboven is aangegeven. Batterij-oplaadlampje Op het scherm verschijnt een pictogram of bericht dat de resterende lading van de batterij aangeeft. Aantal opnamen*1 Ongeveer 200 Filmopnametijd*2 Ongeveer 40 min. Continu-opnamen maken*3 Ongeveer 1 uur 10 min. Afspeeltijd Ongeveer 4 uur Weergave Betekenis Voldoende opgeladen. Iets leger, maar nog voldoende opgeladen. (Knippert rood) Bijna leeg. Laad de batterij op. "Vervang \ Verwissel accu" Leeg. Laad de batterij op. Wat als... • Wat als de batterij opzwelt? Dit is een normaal kenmerk van de batterij en duidt niet op een probleem. Als de batterij echter zodanig opzwelt dat deze niet meer in de camera past, moet u contact opnemen met de helpdesk van Canon Klantenservice. • Wat als de batterij snel weer leeg is na het opladen? De batterij heeft het einde van de levensduur bereikt. Koop dan een nieuwe batterij.
Pagina: 16
Compatibele geheugenkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar) 16 De onderstaande kaarten kunnen worden gebruikt zonder beperkingen voor de capaciteit. • SD-geheugenkaarten* • SDHC-geheugenkaarten* • SDXC-geheugenkaarten* • Eye-Fi-kaarten * Deze geheugenkaart voldoet aan de SD-standaarden. Afhankelijk van het merk werken sommige kaarten mogelijk niet goed. Ondersteuning van de Eye-Fi-kaartfuncties (inclusief draadloze overdracht) wordt niet gegarandeerd voor dit product. Als u een probleem hebt met een Eye-Fi-kaart, kunt u contact opnemen met de fabrikant van de kaart. Denk er ook aan dat u in veel landen of gebieden toestemming nodig hebt voor het gebruik van Eye-Fi-kaarten. Zonder toestemming is het gebruik van de kaart niet toegestaan. Als het niet duidelijk is of de kaart in een bepaald gebied mag worden gebruikt, neemt u contact op met de fabrikant van de kaart. De batterij en de oplader efficiënt gebruiken • Laad de batterij op de dag dat u deze wilt gebruiken op, of de dag daarvoor. Opgeladen batterijen verliezen voortdurend wat van hun lading, ook als ze niet worden gebruikt. Plaats het klepje zodanig op een geladen batterij dat de S-markering zichtbaar is. • De batterij een lange tijd bewaren: Zorg dat de batterij helemaal leeg is voordat u deze uit de camera haalt. Bevestig het klepje op de aansluitpunten en berg de batterij op. Wanneer u een niet helemaal lege batterij een lange tijd (ongeveer een jaar) niet gebruikt, kan dit de levensduur beperken of de prestaties doen afnemen. • U kunt de batterijlader ook in het buitenland gebruiken. De lader kan worden gebruikt in gebieden met een wisselspanning van 100 – 240 V (50/60 Hz). Als de stekker niet in het stopcontact past, moet u een geschikte stekkeradapter gebruiken. Gebruik in het buitenland geen elektrische transformatoren, omdat dit kan leiden tot beschadigingen. Compatibele geheugenkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar) Afhankelijk van de besturingssysteemversie van uw computer worden SDXC-geheugenkaarten mogelijk zelfs niet herkend als u een kaartlezer gebruikt. Controleer van tevoren of uw besturingssysteem SDXC- geheugenkaarten ondersteunt. Over Eye-Fi-kaarten
Pagina: 17
17 Als u de camera wilt weggooien, dient u eerst de interne oplaadbare lithiumbatterij te verwijderen en te recycleren overeenkomstig plaatselijke voorschriften. Draai de schroeven van de behuizing los. z Draai de zes schroeven van de behuizing los zoals getoond in de afbeelding. Verwijder het klepjes. z Verwijder het klepje aan de achterkant, verwijder vervolgens het klepje aan de voorkant en trek de lintkabel eruit zoals getoond. Verwijder de batterij. z Gebruik een pincet om de batterij te verwijderen zoals in de afbeelding wordt getoond. De interne oplaadbare lithiumbatterij recycleren Raak dit gedeelte nooit aan! Raak de flitser nooit aan. Raak het gemarkeerde gedeelte nooit aan! Anders kunt u een elektrische schok oplopen door het hoge voltage. Verwijder de camera alleen wanneer u de interne oplaadbare lithiumbatterij wilt verwijderen, zodat u deze batterij kunt recycleren voordat u de camera weggooit.
Pagina: 18
18 Plaats de meegeleverde batterij en een geheugenkaart (afzonderlijk verkrijgbaar). Controleer het schuifje voor schrijfbeveiliging van de kaart. z Als de geheugenkaart een schuifje voor schrijfbeveiliging heeft, kunt u geen opnamen maken als het schuifje is ingesteld op vergrendeld. Duw het schuifje omhoog totdat u een klik hoort. Open het klepje. z Schuif het klepje naar buiten ( ) en omhoog ( ) om het te openen. Plaats de batterij. z Plaats de batterij op de afgebeelde wijze totdat deze vastklikt. z Zorg dat u de batterij in de juiste richting plaatst, anders klikt deze niet goed vast. Plaats de geheugenkaart. z Plaats de geheugenkaart op de afgebeelde wijze totdat deze vastklikt. z Plaats de geheugenkaart in de juiste richting. Als u de geheugenkaart in de verkeerde richting probeert te plaatsen, kunt u de camera beschadigen. Sluit het klepje. z Sluit het klepje ( ) en duw het lichtjes aan terwijl u het naar binnen schuift, totdat het vastklikt ( ). De batterij en geheugenkaart plaatsen Aansluitpunten Aansluitpunten
Pagina: 19
De batterij en geheugenkaart plaatsen 19 Verwijder de batterij. z Open het klepje en duw de batterijvergrendeling in de richting van de pijl. X De batterij wipt nu omhoog. Verwijder de geheugenkaart. z Duw de geheugenkaart naar binnen tot u een klik hoort en laat de kaart langzaam los. X De geheugenkaart wipt nu omhoog. Aantal opnamen per geheugenkaart • Deze waarden zijn gebaseerd op de standaardinstellingen. • Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt, varieert al naar gelang de camera- instellingen, het onderwerp en de geheugenkaart die u gebruikt. Wat als [Geheugenkaart op slot] op het scherm verschijnt? Als het schuifje voor schrijfbeveiliging in de vergrendelstand staat, verschijnt op het scherm [Geheugenkaart op slot]. U kunt dan geen beelden opnemen of wissen. De batterij en geheugenkaart verwijderen Geheugenkaart 4 GB 16 GB Aantal opnamen Ongeveer 1231 Ongeveer 5042
Pagina: 20
De datum en tijd instellen 20 Het scherm voor datum/tijd-instellingen verschijnt wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld. Aangezien de datum en tijd die aan uw opnamen worden toegevoegd op deze instellingen worden gebaseerd, is het belangrijk dat u deze instelt. Schakel de camera in. z Druk op de ON/OFF-knop. X Het scherm Datum/Tijd verschijnt. Stel de datum en tijd in. z Druk op de knoppen qr om een optie te selecteren. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om een waarde te selecteren. z Als alle instellingen zijn voltooid, drukt u op de knop m. Wilt u kijken hoeveel opnamen u nog kunt maken? U kunt zien hoeveel opnamen u nog kunt maken als de camera in de opnamemodus is ingesteld (p. 26). De datum en tijd instellen
Pagina: 21
De datum en tijd instellen 21 Stel de thuistijdzone in. z Druk op de knoppen qr of draai aan de controleknop 7 om uw thuistijdzone te selecteren. Voltooi de instelling. z Druk op de knop m om de instelling te voltooien. Nadat een bevestigingsscherm is weergegeven, wordt het opnamescherm opnieuw weergegeven. z Als u op de ON/OFF-knop drukt, wordt de camera uitgeschakeld. U kunt de huidige instellingen voor de datum en tijd wijzigen. Open het menu. z Druk op de knop n. Het scherm Datum/Tijd komt steeds terug Stel de juiste datum en tijd in. Als u de datum en tijd en uw tijdzone niet goed hebt ingesteld, verschijnt het scherm Datum/Tijd elke keer als u de camera inschakelt. Zomertijd instellen Als u bij stap 2 selecteert op p. 20 en op de knoppen op drukt of de controleknop 7 draait om te kiezen, stelt u de zomertijd in (normale tijd plus 1 uur). Datum en tijd wijzigen
Pagina: 22
De datum en tijd instellen 22 Kies [Datum/Tijd]. z Beweeg de zoomknop om het tabblad 3 te selecteren. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om [Datum/Tijd] te selecteren en druk vervolgens op de knop m. Wijzig de datum en/of de tijd. z Voer stap 2 op p. 20 uit om de instellingen te wijzigen. z Druk op de knop n om het menu te sluiten. Datum/tijd-batterij • De camera bevat een ingebouwde datum/tijd-batterij (reservebatterij) die de datum/tijd-instellingen ongeveer drie weken kan vasthouden nadat de andere batterij is verwijderd. • Als u een opgeladen batterij plaatst of een voedingsadapterset aansluit (afzonderlijk verkrijgbaar, p. 229), kan de datum/tijd-batterij in ongeveer 4 uur worden opgeladen, zelfs als de camera niet is ingeschakeld. • Als de datum/tijd-batterij leeg is, verschijnt het scherm Datum/Tijd als u de camera inschakelt. Volg de stappen op p. 20 om de datum en tijd in te stellen. U kunt de datum en tijd automatisch bijwerken met de GPS-functie (p. 117).
Pagina: 23
23 U kunt de taal wijzigen die op het scherm wordt weergegeven. Selecteer de afspeelmodus. z Druk op de knop 1. Open het instellingenscherm. z Houd de knop m ingedrukt en druk direct op de knop n. Stel de taal van het LCD-scherm in. z Druk op de knoppen opqr of draai de controleknop 7 om een taal te selecteren en druk vervolgens op de knop m. X Nadat u de taal van het LCD-scherm hebt ingesteld, wordt het instellingenscherm gesloten. De taal van het scherm instellen Wat als de klok verschijnt als ik op m druk? De klok verschijnt als er te veel tijd zit tussen het indrukken van de knop m en de knop n in stap 2. Als de klok verschijnt, drukt u op de knop m om de klok te sluiten en herhaalt u stap 2. U kunt de taal van het LCD-scherm ook wijzigen door op n te drukken en [Taal ] te selecteren op het tabblad 3.
Pagina: 24
24 Voordat u een nieuwe geheugenkaart of een geheugenkaart die is geformatteerd in een ander apparaat gaat gebruiken, moet u de kaart formatteren met deze camera. Door het formatteren (initialiseren) van een geheugenkaart worden alle gegevens op de kaart gewist. Aangezien u de gewiste gegevens niet kunt herstellen, moet u uiterst voorzichtig zijn als u een geheugenkaart gaat formatteren. Voordat u een Eye-Fi-kaart (p. 199) gaat formatteren, moet u de software van de kaart op een computer installeren. Open het menu. z Druk op de knop n. Selecteer [Formateren]. z Beweeg de zoomknop om het tabblad 3 te selecteren. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om [Formateren] te selecteren en druk vervolgens op m. Kies [OK]. z Druk op de knoppen qr of draai de controleknop 7 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op m. Formatteer de geheugenkaart. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op m om het formatteren te starten. z Als het formatteren is voltooid, verschijnt op het scherm de melding [Geheugenkaart is geformatteerd]. Druk op de knop m. Geheugenkaarten formatteren
Pagina: 25
De sluiterknop indrukken 25 Druk de ontspanknop altijd eerst half in om de focus in te stellen en druk de knop daarna volledig in om de foto te maken. Druk de knop half in (Druk lichtjes om de focus in te stellen). z Druk lichtjes totdat u tweemaal een piepgeluid hoort en er AF-kaders verschijnen waarop de camera scherpstelt. Druk de knop volledig in (Druk volledig in om de foto te maken). X U hoort het geluid van de sluiter als de opname wordt gemaakt. z Beweeg de camera niet terwijl u dit geluid hoort, aangezien op dat moment de foto wordt gemaakt. Door het formatteren van de geheugenkaart of het wissen van de gegevens op de geheugenkaart wordt alleen de bestandsbeheerinformatie op de kaart gewijzigd. Hiermee wordt niet gegarandeerd dat de volledige inhoud wordt gewist. Wees voorzichtig bij het downloaden of weggooien van een geheugenkaart. Tref voorzorgsmaatregelen, zoals het fysiek vernietigen van de kaart, wanneer u een geheugenkaart weggooit, om te voorkomen dat persoonlijke informatie wordt verspreid. • De totale capaciteit van de geheugenkaart die bij het formatteren wordt weergegeven op het scherm, kan minder zijn dan wordt aangegeven op de geheugenkaart. • Voer een Low Level Format (p. 179) van de geheugenkaart uit als de camera niet goed werkt, als de opname-/leessnelheid van een geheugenkaart is afgenomen, als het maken van continu-opnamen langzamer gaat of als het opnemen van een film plotseling wordt afgebroken. De sluiterknop indrukken Kan het geluid van de sluiter langer duren? • Aangezien de opnameduur afhangt van de situatie, kan het geluid van de sluiter korter of langer duren. • Als de camera of het onderwerp tijdens dit geluid beweegt, kan het opgenomen beeld onscherp zijn. Als u de ontspanknop meteen helemaal indrukt zonder halverwege te pauzeren, is het beeld wellicht onscherp.
Pagina: 26
26 De camera kan het onderwerp en de opnameomstandigheden bepalen, zodat u de camera automatisch de beste instellingen voor de compositie kunt laten selecteren en u alleen nog maar de foto hoeft te maken. Wanneer de flitser flitst, wordt de witbalans van het hoofdonderwerp en de achtergrond automatisch bijgesteld om de beste kleur te verkrijgen (witbalans meerdere gebieden). Schakel de camera in. z Druk op de ON/OFF-knop. X Het opstartscherm verschijnt. Selecteer de modusA. z Stel het programmakeuzewiel in op A. z Als u de camera op het onderwerp richt, maakt de camera geluid omdat deze de compositie bepaalt. X Het pictogram voor de ingestelde compositie en het pictogram IS-modus verschijnen op het scherm (p. 208, 209). X De camera stelt scherp op gedetecteerde onderwerpen en geeft kaders weer rond deze gezichten. Kies de compositie. z Als u de zoomknop naar i (telelens) duwt, zoomt u in op het onderwerp zodat dit groter lijkt. Als u de zoomknop naar j (groothoek) duwt, zoomt u uit op het onderwerp zodat dit kleiner lijkt. (De zoombalk, die de zoompositie aangeeft, verschijnt op het scherm.) Foto's maken (Smart Auto) Scherpstelbereik (bij benadering) Zoombalk
Pagina: 27
Foto's maken (Smart Auto) 27 z U kunt de ring y draaien om in of uit te zoomen (trapsgewijs zoomen, p. 53). Stel scherp. z Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. X Wanneer de camera scherpstelt, hoort u tweemaal een piepgeluid en er worden AF-kaders weergegeven waarop de camera heeft scherpgesteld. Als de camera op meerdere punten scherpstelt, verschijnen er meerdere AF-kaders. X Als er weinig licht is, wordt de flitser automatisch geactiveerd. Maak de opname. z Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken. X Het sluitergeluid klinkt terwijl het beeld wordt vastgelegd. Als er weinig licht is en als de flitser is uitgeklapt, wordt de flitser automatisch geactiveerd. X De foto verschijnt circa twee seconden op het scherm. z Terwijl de foto nog op het scherm staat, kunt u al op de ontspanknop drukken om een volgende foto te maken. AF-kader Wat als... • Wat als de kleur en helderheid van de opnamen niet worden weergegeven zoals verwacht? Het pictogram voor compositie (p. 208) dat op het scherm verschijnt, komt niet overeen met de werkelijke scene, en u krijgt niet de verwachte resultaten. Probeer in dat geval opnamen te maken in de modus G (p. 81).
Pagina: 28
Foto's maken (Smart Auto) 28 • Wat als er witte en grijze kaders verschijnen wanneer u de camera op een onderwerp richt? Er verschijnt een wit kader rond het gezicht of onderwerp dat de camera heeft gedetecteerd als hoofdonderwerp. Rond de andere herkende gezichten verschijnt een grijs kader. De kaders volgen de onderwerpen binnen een bepaald bereik. Als het onderwerp echter beweegt, verdwijnen de grijze kaders en blijft alleen het witte kader zichtbaar. • Wat als er geen kader wordt weergegeven om het onderwerp waarvan u een opname wilt maken? Het onderwerp is mogelijk niet gedetecteerd en de kaders worden wellicht op de achtergrond weergegeven. Probeer in dat geval opnamen te maken in de modus G (p. 81). • Wat als er een blauw kader verschijnt wanneer u de ontspanknop half indrukt? Er verschijnt een blauw kader wanneer een bewegend onderwerp wordt gedetecteerd. De scherpstelling en belichting worden voortdurend aangepast (Servo AF). • Wat als er een knipperende verschijnt? Bevestig de camera op een statief, zodat de camera niet kan bewegen en daardoor het beeld onscherp maken. • Wat als de camera geen enkel geluid maakt? U hebt mogelijk op de knop p gedrukt terwijl u de camera inschakelde, waardoor alle geluiden zijn uitgeschakeld. Om het geluid in te schakelen, drukt u op de knop n, selecteert u [mute] op het tabblad 3 en drukt u vervolgens op de knoppen qr om [Uit] te selecteren. • Wat als het beeld donker is terwijl toch de flitser is gebruikt bij de opname? Het onderwerp valt buiten het bereik van de flitser. Het effectieve flitsbereik is circa 50 cm – 7,0 m met een maximale groothoekinstelling (j), en circa 50 cm – 2,3 m met een maximale telelensinstelling (i). • Wat als de camera één keer piept wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt? Het onderwerp is wellicht te dichtbij. Loop, als de camera in de maximale groothoekinstelling (j) staat, ongeveer 3 cm of meer weg van uw onderwerp en maak de opname. Loop ongeveer 30 cm of meer weg als de camera in de maximale telelensinstelling (i) staat. • Wat als het lampje gaat branden wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt? Om rode ogen te corrigeren en om het scherpstellen te vergemakkelijken, kan het lampje gaan branden bij opnamen in een omgeving met weinig licht. • Wat als het pictogram h knippert wanneer u een foto probeert te maken? De flitser is aan het opladen. U kunt een foto nemen wanneer de flitser is opgeladen. • Wals als "Verkeerde flitspositie. Herstart camera." op het scherm verschijnt? Het lijkt of uw vinger op de flitser drukt als deze wil openklappen of als iets anders de beweging van de flitser hindert.
Pagina: 29
Beelden bekijken 29 U kunt de foto's die u hebt gemaakt op het scherm bekijken. Selecteer de afspeelmodus. z Druk op de knop 1. X De laatst gemaakte opname verschijnt. Selecteer een beeld. z Als u op de knop q drukt of de controleknop 7 naar links draait, doorloopt u de beelden van het nieuwste beeld naar het oudste. z Als u op de knop r drukt of de controleknop 7 naar links draait, doorloopt u de beelden van het oudste beeld naar het nieuwste. z De beelden volgen elkaar sneller op als u de knoppen qr ingedrukt houdt, maar ze worden grover weergegeven. z Na ongeveer 1 minuut wordt de lens weer ingetrokken. Als de flitser is uitgeklapt, wordt deze weer ingeklapt. z Als u nogmaals op de knop 1 drukt terwijl de lens wordt ingetrokken, wordt de camera uitgeschakeld. Wat als er een pictogram op het scherm verschijnt? Het pictogram voor de ingestelde compositie en het pictogram IS-modus verschijnen op het scherm. Zie "Compositiepictogrammen" (p. 208) en "IS modus-pictogrammen" (p. 209) voor meer informatie over de pictogrammen die verschijnen. Het onderwerp selecteren waarop u wilt scherpstellen (AF Tracking) Nadat u op de knop o hebt gedrukt en is weergegeven, richt u de camera zo dat op het onderwerp valt waarop u wilt scherpstellen. Houd de ontspanknop half ingedrukt totdat er een blauw kader wordt weergegeven waarin de scherpstelling en de belichting blijven behouden (Servo AF). Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken. Beelden bekijken
Pagina: 30
Beelden wissen 30 U kunt de beelden één voor één selecteren en wissen. Gewiste beelden kunnen niet worden hersteld. Denk goed na voordat u beelden wist. Selecteer de afspeelmodus. z Druk op de knop 1. X De laatst gemaakte opname verschijnt. Selecteer het beeld dat u wilt wissen. z Druk op de knoppen qr of draai de controleknop 7 om het te wissen beeld weer te geven. Wis het beeld. z Druk op de knop a. z Als [Wissen ?] wordt weergegeven op het scherm, drukt u op de knoppen qr of draait u de controleknop 7 om [Wissen] te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X Het getoonde beeld wordt gewist. z Als u het beeld niet wilt wissen, drukt u op de knoppen qr of draait u de controleknop 7 om [Stop] te selecteren. Daarna drukt u op de knop m. Overschakelen naar de opnamemodus Als u de ontspanknop half indrukt in de afspeelmodus, gaat de camera terug naar de opnamemodus. Beelden wissen
Pagina: 31
31 De camera bepaalt het onderwerp en de opnameomstandigheden en selecteert de beste instellingen voor de compositie. Het geluid wordt in stereo opgenomen. Stel de camera in op A-modus en kies de compositie. z Voer stap 1 – 3 op p. 26 uit om de compositie te kiezen. z U kunt de resterende opnametijd op het scherm controleren. Maak de opname. z Druk op de filmknop. z Boven en onder in het scherm verschijnen zwarte balken. Deze gedeelten kunnen niet worden opgenomen. X U hoort één pieptoon, de camera begint met de filmopname en op het scherm verschijnen [ REC] en de verstreken tijd. z Als de opname is begonnen, haalt u uw vinger van de filmknop. z Als u tijdens de opname de compositie wijzigt, worden de focus, helderheid en kleurtoon automatisch aangepast. z Raak de microfoons niet aan tijdens de opname. z Gebruik tijdens de opname geen andere knoppen dan de filmknop. Het geluid van de knoppen wordt in de film opgenomen. Stop de opname. z Druk opnieuw op de filmknop. X De camera geeft twee pieptonen en stopt met opnemen. X De opname stopt automatisch wanneer de geheugenkaart vol is. Films opnemen Resterende tijd Verstreken tijd Microfoons
Pagina: 32
Films opnemen 32 Opnametijd • De opnametijden zijn gebaseerd op de standaardinstellingen. • De maximale cliplengte is ongeveer 29 min. 59 sec. • Bij sommige geheugenkaarten kan de opname ook worden gestopt als de maximale cliplengte nog niet is bereikt. U kunt het beste SD Speed Class 6-geheugenkaarten of hoger gebruiken. In- en uitzoomen tijdens de opname. Als u tijdens de opname de zoomknop beweegt, zoomt u in of uit op het onderwerp. De bedieningsgeluiden worden echter opgenomen. U kunt de y-ring niet gebruiken om in of uit te zoomen. • Als het programmakeuzewiel is ingesteld op A, verschijnt het pictogram voor de ingestelde compositie (p. 208). De pictogrammen "In beweging" worden echter niet weergegeven. Onder bepaalde omstandigheden past het weergegeven pictogram niet bij de werkelijke compositie. • Als u tijdens de opname de compositie wijzigt en de witbalans is niet optimaal, drukt u op de filmknop om de opname te stoppen, en start u de opname opnieuw (alleen als de beeldkwaliteit is ingesteld op (p. 135)). • U kunt een film opnemen door op de filmknop te drukken, ook als het programmakeuzewiel in een andere stand dan A staat (p. 129). • Als het programmakeuzewiel is ingesteld op E, kunt u elke instelling voor filmopnamen aanpassen (p. 129). Geheugenkaart 4 GB 16 GB Opnametijd Ongeveer 14 min. 34 sec. Ongeveer 59 min. 40 sec.
Pagina: 33
33 U kunt de films die u hebt gemaakt op het scherm bekijken. Selecteer de afspeelmodus. z Druk op de knop 1. X De laatst gemaakte opname verschijnt. X wordt weergegeven op films. Selecteer een film. z Druk op de knoppen qr of draai de controleknop 7 om een film te selecteren. Druk daarna op de knop m. X Het filmbedieningspaneel verschijnt. Speel de film af. z Druk op de knoppen qr of draai de controleknop 7 om te selecteren. Druk vervolgens op de knop m. X De film wordt afgespeeld. z Druk op de knoppen op om het volume aan te passen. z Als u op de knop m drukt, kunt u het afspelen pauzeren of hervatten. X Na het einde van de film verschijnt . Films bekijken Hoe kan ik films afspelen op een computer? Installeer de meegeleverde software (p. 35). • Als u een film bekijkt op een computer, kunnen de kaders verdwijnen. De weergave kan schokkerig zijn en het geluid kan opeens ophouden. Dit hangt af van de computercapaciteit. Gebruik de meegeleverde software om de film weer naar de geheugenkaart te kopiëren; vervolgens kunt u de film zonder problemen met de camera afspelen. Als u de camera op een tv aansluit, kunt u de afbeeldingen op een groter scherm bekijken.
Pagina: 34
34 U kunt de meegeleverde software gebruiken om uw camerabeelden naar een computer te downloaden en te bekijken. Als u al software gebruikt die bij een andere compacte digitale camera van Canon was meegeleverd, installeert u de software van de meegeleverde cd-rom, zodat de huidige installatie wordt overschreven. Windows * Voor Windows XP moet Microsoft .NET Framework 3.0 of hoger (max. 500 MB) zijn geïnstalleerd. De installatie kan enige tijd duren, afhankelijk van de capaciteit van de computer. Macintosh Beelden downloaden naar een computer om te bekijken Systeemvereisten Besturingssysteem Windows 7 (inclusief Service Pack 1) Windows Vista SP2 Windows XP SP3 Computermodel Het bovenstaande besturingssysteem moet vooraf zijn geïnstalleerd op computers met ingebouwde USB-poorten. CPU Pentium 1,3 GHz of hoger (foto's), Core 2 Duo 2,6 GHz of hoger (films) RAM Windows 7 (64 bit): 2 GB of meer Windows 7 (32 bits), Windows Vista (64 bits, 32 bits), Windows XP: 1 GB of meer (foto's), 2 GB of meer (films) Interface USB Vrije ruimte op de vaste schijf 670 MB of meer* Weergave 1.024 x 768 pixels of hoger Besturingssysteem Mac OS X (v10.5 – v10.6) Computermodel Het bovenstaande besturingssysteem moet vooraf zijn geïnstalleerd op computers met ingebouwde USB-poorten. CPU Intel Processor (foto's), Core 2 Duo 2,6 GHz of hoger (films) RAM 1 GB of meer (foto's), 2 GB of meer (films) Interface USB Vrije ruimte op de vaste schijf 730 MB of meer Weergave 1.024 x 768 pixels of hoger
Pagina: 35
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken 35 In de volgende beschrijvingen worden Windows Vista en Mac OS X (v10.5) gebruikt. Plaats de cd-rom in het cd-romstation van de computer. z Plaats de meegeleverde cd-rom (Cd DIGITAL CAMERA Solution Disk) (p. 2) in het cd-romstation van de computer. z Als de cd-rom in een Macintosh-computer wordt geplaatst, verschijnt een cd- rompictogram op het bureaublad. Dubbelklik op het pictogram op de cd-rom te openen en dubbelklik op wanneer dit wordt weergegeven. Installeer de software. z Voor Windows klikt u op [Easy Installation/ Eenvoudige installatie] en voor Macintosh klikt u op [Install/Installeren]. Volg daarna de instructies op het scherm om verder te gaan met de installatie. z Als het scherm [User Account Control/ Beheer gebruikersaccount] wordt weergegeven in Windows, volgt u de instructies op het scherm om verder te gaan. Voltooi de installatie. z Voor Windows klikt u op [Restart/Opnieuw opstarten] of [Finish/Voltooien] en verwijdert u de cd-rom wanneer het bureaublad wordt weergegeven. z Voor Macintosh klikt u op [Finish/Voltooien] in het scherm dat wordt weergegeven wanneer de installatie is voltooid en verwijdert u de cd-rom wanneer het bureaublad wordt weergegeven. De software installeren
Pagina: 36
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken 36 Sluit de camera aan op de computer. z Schakel de camera uit. z Open het klepje en steek de kleinste stekker van de meegeleverde interfacekabel (p. 2) stevig in de aansluiting van de camera in de aangegeven richting. z Steek de grote stekker van de interfacekabel in de USB-poort van de computer. Raadpleeg de handleiding van de computer voor meer informatie over de USB-poort van de computer. Zet de camera aan om CameraWindow te openen. z Druk op 1 om de camera aan te zetten. z Voor Windows klikt u op [Downloads Images From Canon Camera using Canon CameraWindow/Beelden van Canon- camera via Canon CameraWindow downloaden] wanneer dit op het scherm wordt weergegeven. Wanneer er een verbinding tot stand is gebracht tussen de camera en de computer, wordt CameraWindow weergegeven. z Voor Macintosh wordt CameraWindow weergegeven als er een verbinding tot stand is gebracht tussen de camera en de computer. Draag beelden over. z Klik op [Import Images from Camera/ Beelden importeren van camera] en vervolgens op [Import Untransferred Images/ Niet-overgedragen beelden importeren]. X Beelden worden overgedragen naar de computer. Beelden worden gesorteerd op datum en opgeslagen in afzonderlijke mappen in de map Afbeeldingen. Beelden overdragen en weergeven CameraWindow
Pagina: 37
Beelden downloaden naar een computer om te bekijken 37 z Wanneer de beeldoverdracht is voltooid, sluit u CameraWindow en drukt u op de knop 1 om de camera uit te schakelen. Koppel vervolgens de kabel los. z Raadpleeg de Softwarehandleiding voor meer informatie over het bekijken van beelden op een computer. • Als CameraWindow niet verschijnt, zelfs nadat u stap 2 voor Windows hebt uitgevoerd, klikt u op het menu [Start] en selecteert u [All Programs/ Alle programma's], gevolgd door [Canon Utilities], [CameraWindow] en [CameraWindow]. • Als CameraWindow niet verschijnt, zelfs nadat u stap 2 hebt uitgevoerd voor Macintosh, klikt u op het pictogram CameraWindow in de taakbalk onder aan het bureaublad. • Voor Windows 7 volgt u de onderstaande stappen om CameraWindow weer te geven. Klik op op de taakbalk. In het scherm dat verschijnt, klikt u op de koppeling om het programma te wijzigen. Kies [Downloads Images From Canon Camera using Canon CameraWindow/Beelden van Canon-camera via Canon CameraWindow downloaden] en klik op [OK]. Dubbelklik op . • U kunt uw camerabeelden zelfs zonder de beeldoverdrachtsfunctie downloaden door uw camera eenvoudigweg aan te sluiten op de computer. Hierbij gelden echter de volgende beperkingen: - Nadat u de camera hebt aangesloten op de computer, kan het enkele minuten duren voordat u beelden kunt downloaden. - Beelden die in verticale richting zijn opgenomen, worden mogelijk in horizontale richting gedownload. - RAW-beelden of JPEG-beelden die tegelijk met RAW-beelden zijn opgenomen, worden wellicht niet goed gedownload. - Beveiligingsinstellingen voor beelden kunnen verloren gaan bij het downloaden naar een computer. - Er kunnen problemen ontstaan bij het downloaden van beelden of beeldgegevens, afhankelijk van de versie van het gebruikte besturingssysteem, de bestandsgrootte of de gebruikte software. - GPS-logbestanden (p. 115) worden mogelijk niet correct overgebracht. - Mogelijk zijn ook enkele functies in de meegeleverde software niet beschikbaar, zoals het bewerken van films en beeldoverdracht naar de camera.
Pagina: 38
39 Meer informatie Dit hoofdstuk beschrijft de onderdelen van de camera en de informatie op het scherm, evenals instructies voor het basisgebruik. 2
Pagina: 39
40 Programmakeuzewiel Met het programmakeuzewiel wijzigt u de opnamemodus. Overzicht van de onderdelen Zoomknop Opnamen maken: i (telelens) / j (groothoek) (p. 26, 52) Afspelen: k (Vergroten)/g (Index) (p. 140, 145) Microfoons (p. 31) Lens Programmakeuzewiel Sluiterknop (p. 25) Lampje (p. 55, 74, 75, 76, 185, 186) ON/OFF-knop (p. 20) GPS-signaalontvanger (p. 111) Flitser (p. 52, 83) Ring (p. 123) Aansluiting statief Geheugenkaartsleuf/batterijklepje (p. 18) Klepje gelijkstroomkoppeling (p. 198) Filmmodus Voor het maken van films (p. 31, 130). U kunt een film opnemen door op de filmknop te drukken, ook als het programmakeuzewiel in een andere stand dan de filmmodus staat (p. 131). Modus voor speciale opnamen U kunt opnamen maken met de optimale instellingen voor de compositie (p. 62). P-, Tv-, Av-, M-, C-modus U kunt instellingen kiezen voor diverse soorten foto's (p. 82). Auto-modus U kunt de camera instellingen laten selecteren voor volledig automatische opnamen (p. 26,31). Modus voor creatieve filters U kunt diverse effecten toevoegen aan uw opnamen (p. 65).
Pagina: 40
Overzicht van de onderdelen 41 • Door aan de controleknop te draaien kunt u verschillende bewerkingen uitvoeren zoals het selecteren van items of het schakelen tussen beelden. Op een paar bewerkingen na zijn dezelfde bewerkingen mogelijk met de knoppen opqr. • Het lampje brandt of knippert, afhankelijk van de status van de camera. Riembevestigingspunt (p. 13) Scherm (LCD-monitor) (p. 42, 206, 210) Lampje (zie hieronder) (Selectieknop voor de ringfunctie) (p. 123) / Toegewezen functies oproepen (p. 189) / a (1 beeld wissen)-knop (p. 30) Filmknop (p. 31, 129) Luidspreker A/V OUT- (audio/video-uitgang) / DIGITAL-aansluiting (p. 36, 166, 194) HDMITM-aansluiting (p. 195) n-knop (p. 45) 1 (Afspelen)-knop (p. 29, 139) b (Belichtingscompensatie) p. 83 / d (Volgende) (p. 142) / o-knop e (Macro) (p. 94) / f (Handmatig scherpstellen) (p. 104) / q-knop Controleknop (zie hieronder) m FUNC./SET-knop (p. 44) h (Flitser) (p. 52, 83, 108) / r-knop l (Weergave) (p. 42) / p-knop Kleur Status Bedieningsstatus Groen Brandt Wanneer aangesloten op een computer (p. 36), scherm uitgeschakeld Knippert Tijdens het opstarten van de camera, het opnemen/lezen/verzenden van beeldgegevens, of als de loggerfunctie is ingeschakeld (p. 115) Als het lampje groen knippert, mag u de camera niet uitschakelen, het klepje van de geheugenkaartsleuf/batterijhouder openen, of de camera schudden of aanstoten. Deze acties kunnen de gegevens beschadigen of storingen veroorzaken in de camera of de geheugenkaart.
Pagina: 41
42 U kunt de schermweergave wijzigen met de knop p. Zie p. 206 voor details over de informatie die op het scherm verschijnt. Opnamen maken Afspelen Schermweergave in omstandigheden met weinig licht Als u in een omgeving met weinig licht opnamen maakt, wordt het LCD-scherm automatisch helder zodat u de compositie kunt controleren (nachtschermfunctie). De helderheid van de opname op het scherm en de helderheid van het daadwerkelijk vastgelegde beeld kunnen echter verschillend zijn. Er kan schermruis ontstaan en de bewegingen van het onderwerp zijn wellicht wat hoekig op het LCD-scherm. Dit heeft geen invloed op het opgenomen beeld. Overbelichtingswaarschuwing tijdens afspelen In de Uitgebreide informatieweergave (zie hierboven) knipperen de overbelichte gedeelten van het beeld op het scherm. Schermweergave Heen en weer schakelen tussen weergaven [ ] [ ] • Wanneer u opnamen maakt, kunt u wijzigen wat er op het scherm verschijnt bij [Custom Display] (p. 187). • U kunt ook schakelen tussen weergaven door meteen na de opname op de knop p te drukken terwijl het beeld wordt weergegeven. De korte informatieweergave is echter niet beschikbaar. U kunt de weergave die als eerste verschijnt, wijzigen door op de knop n te drukken en dan [Terugkijken] te kiezen op het tabblad 4 (p. 187). Focuscontrolewe ergave (p. 148) Uitgebreide informatieweergave Geen informatieweergave Korte informatieweergave
Pagina: 42
Schermweergave 43 Histogram tijdens afspelen z De grafiek die verschijnt in de Uitgebreide informatieweergave (p. 210) wordt histogram genoemd. Het histogram toont de distributie van de helderheid van een beeld in horizontale richting en de sterkte van de helderheid in verticale richting. Op deze manier kunt u de belichting controleren. z Het histogram kan ook tijdens de opname worden weergegeven (p. 187,206). RGB-histogram/GPS-informatieweergave z Als u op de knop o drukt in Uitgebreide informatieweergave, kunt u schakelen tussen het weergeven van het RGB-histogram en GPS-informatie. z Het RGB-histogram toont de distributie van de tinten rood, blauw en groen in een beeld. De tinten worden horizontaal weergegeven en de hoeveelheid van elke tint verticaal. Zo kunt u de kleur van een beeld beoordelen. z Als u naar GPS-informatieweergave overschakelt, kunt u de locatiegegevens (breedtegraad, lengtegraad, hoogte) en de opnamedatum controleren die worden opgenomen op foto's en films (p. 114) wanneer [GPS] is ingesteld op [Aan]. De weergegeven inhoud, van boven naar onder, zijn breedtegraad, lengtegraad, hoogte en UTC (datum/tijd van opname). Helder Donke Hoog Laag • Wanneer een signaal niet correct wordt ontvangen van een GPS- satelliet, wordt [---] weergegeven in plaats van numerieke waarden voor items als positiegegevens niet compleet zijn. • UTC staat voor "Coordinated Universal Time" en is ongeveer gelijk aan Greenwich Mean Time.
Pagina: 43
44 Met het menu FUNC. kunt u veelgebruikte opnamefuncties instellen. De menu-items en -opties zijn afhankelijk van de opnamemodus (p. 214 – 217). Open het menu FUNC. z Druk op de knop m. Selecteer een menu-item. z Druk op de knoppen op om een menu-item te selecteren. X Onder aan het scherm verschijnen de beschikbare opties voor het menu-item. Selecteer een optie. z Druk op de knoppen qr of draai de controleknop 7 om een optie te selecteren. z U kunt ook instellingen selecteren door op de knop n te drukken bij opties waarbij wordt weergegeven. Voltooi de instelling. z Druk op de knop m. X Het opnamescherm keert terug en u ziet de geselecteerde instelling op het LCD-scherm. Menu FUNC. – Basishandelingen Menu-items Beschikbare opties
Pagina: 44
45 U kunt allerlei functies instellen via de menu's. De menu-items zijn geordend in tabbladen, zoals een tabblad voor opnamen maken (4) en voor afspelen (1). De menuopties zijn afhankelijk van de opnamemodus en de afspeelmodus (p. 218 – 223). Open het menu. z Druk op de knop n. Selecteer een tabblad. z Beweeg de zoomknop of druk op de knoppen qr om een tabblad te selecteren. Kies een item. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om een item te selecteren. z Bij sommige items moet u op de knop m of r drukken om een submenu te openen waarin u de instelling kunt wijzigen. Selecteer een optie. z Druk op de knoppen qr om een optie te selecteren. Voltooi de instelling. z Druk op de knop n om terug te keren naar het normale scherm. MENU – Basishandelingen
Pagina: 45
46 U kunt de camerageluiden uitschakelen of het volume ervan aanpassen. Open het menu. z Druk op de knop n. Selecteer [mute]. z Beweeg de zoomknop om het tabblad 3 te selecteren. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om [mute] te selecteren en druk vervolgens op de knoppen qr om [Aan] te selecteren. z Druk op de knop n om terug te keren naar het normale scherm. De geluidsinstellingen wijzigen Geluiden dempen • U kunt de camerageluiden ook dempen door de knop p ingedrukt te houden terwijl u de camera inschakelt. • Als u de camerageluiden dempt, wordt het geluid ook gedempt als u films afspeelt (p. 33). Drukt u op de knop o bij het afspelen van een film, dan wordt het geluid afgespeeld en kunt u het volume regelen met de knoppen op.
Pagina: 46
De geluidsinstellingen wijzigen 47 Open het menu. z Druk op de knop n. Selecteer [Volume]. z Beweeg de zoomknop om het tabblad 3 te selecteren. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om [Volume] te selecteren en druk op m. Pas het volume aan. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om een item te selecteren en druk op de knoppen qr om het volume aan te passen. z Druk tweemaal op de knop n om terug te keren naar het normale scherm. Het volume aanpassen
Pagina: 47
48 U kunt de helderheid van het scherm op twee manieren aanpassen. Open het menu. z Druk op de knop n. Selecteer [LCD Helderheid]. z Beweeg de zoomknop om het tabblad 3 te selecteren. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om [LCD Helderheid] te selecteren. Pas de helderheid aan. z Druk op de knoppen qr om de helderheid aan te passen. z Druk tweemaal op de knop n om terug te keren naar het normale scherm. z Druk langer dan één seconde op de knop p. X Het scherm krijgt de maximale helderheid (de instellingen bij [LCD Helderheid] op het tabblad 3 worden uitgeschakeld). z Druk nogmaals langer dan één seconde op de knop p om de oorspronkelijke helderheid van het scherm te herstellen. De helderheid van het scherm aanpassen Via het menu Via de knop p • De volgende keer dat u de camera inschakelt, heeft het LCD-scherm de helderheid die is geselecteerd op het tabblad 3. • Als u de optie [LCD Helderheid] op maximaal hebt ingesteld op het tabblad 3, kunt u de helderheid niet wijzigen met de knop p.
Pagina: 48
49 Als u per ongeluk een instelling hebt gewijzigd, kunt u de standaardinstellingen van de camera herstellen. Open het menu. z Druk op de knop n. Selecteer [Reset alle]. z Beweeg de zoomknop om het tabblad 3 te selecteren. z Druk op de knoppen op of draai de controleknop 7 om [Reset alle] te selecteren en druk vervolgens op m. Herstel de instellingen. z Druk op de knoppen qr of draai de controleknop 7 om [OK] te selecteren. Druk vervolgens op m. X De standaardinstellingen van de camera worden hersteld. De standaardinstellingen van de camera herstellen Zijn er functies die niet kunnen worden hersteld? • De [Datum/Tijd] (p. 21), [Taal ] (p. 23), [Video Systeem] (p. 194), [Tijdzone] (p. 183) en het beeld geregistreerd bij [opstart scherm] (p. 180) op het tabblad 3. • De vastgelegde gegevens voor een aangepaste witbalans (p. 84). • De kleuren die zijn geselecteerd bij Kleur Accent (p. 70) of Kleur Wissel (p. 71). • De opnamemodus die is geselecteerd bij K (p. 62) of (p. 65). • De filmmodus (p. 130). • Instelling in modus (p. 40).
Pagina: 49
50 Om de batterij te sparen worden het scherm en de camera automatisch uitgeschakeld als er gedurende een bepaalde tijd geen gebruik van is gemaakt. Spaarstand tijdens opnamen maken Het scherm wordt uitgeschakeld nadat de camera ongeveer 1 minuut lang niet is gebruikt. Na ongeveer 2 minuten wordt de lens ingetrokken en de camera uitgeschakeld. Als het scherm is uitgeschakeld maar de lens nog niet is ingetrokken en u de ontspanknop half indrukt (p. 25), wordt het scherm weer ingeschakeld en kunt u weer opnamen maken. Spaarstand tijdens afspelen De camera wordt uitgeschakeld nadat deze ongeveer 5 minuten lang niet is gebruikt. U kunt kijken hoe laat het is. z Houd de knop m ingedrukt. X De huidige tijd verschijnt. z Als u de camera verticaal houdt wanneer u de klokfunctie gebruik, schakelt het scherm over naar verticale weergave. Druk op de knoppen qr of draai de controleknop 7 om de weergavekleur te wijzigen. z Druk nogmaals op m om de klokweergave te annuleren. De functie spaarstand (Automatisch Uit) • U kunt de spaarstandfunctie uitschakelen (p. 182). • U kunt bepalen hoe lang het duurt voordat het scherm wordt uitgeschakeld (p. 183). Klokfunctie Wanneer de camera uit is, drukt u op de knop m en houd u deze ingedrukt; druk vervolgens op de ON/OFF-knop om de klok weer te geven.
Pagina: 50
51 Veelgebruikte functies voor opnamen In dit hoofdstuk wordt het gebruik van veelgebruikte functies uitgelegd, zoals de zelfontspanner en het uitschakelen van de flitser. • In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat de camera is ingesteld op de modus A. Wanneer u opnamen maakt in een andere modus controleert u welke functies beschikbaar zijn in die modus (p. 212 – 221). 3
Merk:
Canon
Product:
Fotocamera's
Model/naam:
PowerShot S100
Bestandstype:
PDF
Beschikbare talen:
Nederlands