EOS 600D handleiding
Canon EOS 600Dhandleiding

Handleiding voor de Canon EOS 600D in het Nederlands. Deze PDF handleiding heeft 328 pagina's.

PDF 328 1.1mb

Bekijk hieronder de handleiding van de Canon EOS 600D. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

MANUALSCAT | NL

Vragen & antwoorden

Heb je een vraag over de Canon EOS 600D en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Canon EOS 600D. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Canon EOS 600D zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.

ik wil een nieuwe handleiding ( boekje )van de Canon eos 600 D

Theo van Nistelrooij2019-03-28

Stel een vraag over de Canon EOS 600D

Pagina: 1
INSTRUCTIEHANDLEIDING CEL-SR1UA280 © CANON INC. 2011 GEDRUKT IN DE EU Deze instructiehandleiding is geldig vanaf januari 2011. Voor informatie over de compatibiliteit van de camera met accessoires en objectieven van na deze datum, kunt u zich wenden tot een Canon Service Center. CANON INC. 30-2 Shimomaruko 3-chome, Ohta-ku, Tokyo 146-8501, Japan Europa, Afrika & Midden-Oosten CANON EUROPA N.V. PO Box 2262, 1180 EG Amstelveen, Nederland Raadpleeg uw garantiekaart of ga naar www.canon-europe.com/Support voor informatie over het dichtstbijzijnde Canon-kantoor Dit product en de hieraan gekoppelde garantie worden in landen in Europa geleverd door Canon Europa N.V. De 'Verkorte softwarehandleiding' en 'Verkorte handleiding' bevinden zich achter in deze handleiding. INSTRUCTIE- HANDLEIDING NEDERLANDS
Pagina: 2
2 De EOS 600D is een hoogwaardige digitale spiegelreflexcamera met een uiterst nauwkeurige CMOS-sensor met circa 18,0 effectieve megapixels, DIGIC 4, uiterst nauwkeurige en snelle scherpstelling met 9 AF-punten, continu-opnamen met circa 3,7 frames per seconde, Live view-opnamen en filmopnamen in Full High-Definition (Full HD). De camera reageert uiterst snel bij alle opnamesituaties, biedt tal van geavanceerde opnamefuncties en nog veel meer. Deze handleiding raadplegen tijdens het gebruik om nog verder vertrouwd te raken met de camera Met een digitale camera kunt u de opname die u hebt gemaakt, direct bekijken. Maak een aantal testopnamen terwijl u deze handleiding doorneemt en bekijk het resultaat. U zult de camera dan beter begrijpen. Lees eerst de 'Veiligheidsmaatregelen' (pag. 297 en 298) en 'Tips en waarschuwingen voor het gebruik' (pag. 14 en 15) om slechte foto's en ongelukken te voorkomen. De camera testen voor gebruik en aansprakelijkheid Bekijk de opnamen nadat u deze hebt gemaakt en controleer of ze goed zijn vastgelegd. Wanneer de camera of de geheugenkaart gebreken vertoont en de opnamen niet kunnen worden vastgelegd of naar een computer kunnen worden gedownload, is Canon niet verantwoordelijk voor eventueel verlies of ongemak. Copyright Mogelijk verbiedt de wet op het auteursrecht in uw land het gebruik van opnamen of auteursrechtelijk beschermde muziek en beelden op de geheugenkaart voor andere doeleinden dan privégebruik. Ook kan het maken van opnamen van bepaalde openbare optredens, exposities en dergelijke zelfs voor privégebruik verboden zijn. Inleiding Deze camera is compatibel met SD-geheugenkaarten, SDHC- geheugenkaarten en SDXC-geheugenkaarten. In deze handleiding wordt naar al deze kaarten verwezen met 'kaart'. * Bij de camera is geen kaart voor het opslaan van foto's of films geleverd. Deze dient u apart aan te schaffen.
Pagina: 3
3 Controleer voordat u begint of alle onderstaande onderdelen van de camera aanwezig zijn. Neem contact op met uw dealer als er iets ontbreekt. * Batterijoplader LC-E8 of LC-E8E is meegeleverd. (Bij de LC-E8E is een netsnoer meegeleverd.) Als u een objectievenset hebt gekocht, controleer dan of het objectief is meegeleverd. Mogelijk is er een instructiehandleiding meegeleverd, afhankelijk van het type objectievenset. Bewaar bovengenoemde zaken zorgvuldig. Controlelijst onderdelen Batterij LP-E8 (met beschermdeksel) Batterijoplader LC-E8/LC-E8E* Interfacekabel Stereo-AV-kabel AVC-DC400ST Brede draagriem EW-100DB III Camera (met oogschelp en cameradop) EOS Solution Disk (cd-rom met software) EOS Software Instruction Manuals Disk (cd-rom) Camera Instructiehandleiding (dit document) Windows XXX XXX EOS Software Instruction Manuals Disk XXX Mac OS X XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX CEL-XXX XXX © CANON INC. 20XX. Made in the EU. EOS Solution Disk XXX CEL-XXX XXX © CANON INC. 20XX. Made in the EU. Windows XXX XXX Mac OS X XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX EOS Software Instruction Manuals Disk De software-instructiehandleidingen staan als pdf-bestanden op de cd-rom. Zie pagina 305 voor instructies over het gebruik van de EOS Software Instruction Manuals Disk. Windows XXX XXX EOS Software Instruction Manuals Disk XXX Mac OS X XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX CEL-XXX XXX © CANON INC. 20XX. Made in the EU.
Pagina: 4
4 Pictogrammen in deze handleiding <6> : Het hoofdinstelwiel. <V> <U> : De pijltjestoetsen <S>. <0> : De instelknop. 0, 9, 7, 8 : Hiermee wordt aangeduid dat de desbetreffende functie respectievelijk 4, 6, 10 of 16 seconden actief blijft nadat u de knop loslaat. * De pictogrammen en markeringen in deze handleiding die verwijzen naar knoppen, instelwielen en instellingen op de camera, komen overeen met de pictogrammen en markeringen op de camera en het LCD-scherm. 3 : Hiermee wordt verwezen naar een functie die u kunt wijzigen door op de knop <M> te drukken en de instelling te wijzigen. M : Indien het sterretje rechtsboven op de pagina wordt weergegeven, is de functie alleen beschikbaar in de creatieve modi (pag. 22). (pag. **) : Referentiepaginanummers voor meer informatie. : Tip of advies voor betere opnamen. : Advies voor het oplossen van problemen. : Waarschuwing om opnameproblemen te voorkomen. : Aanvullende informatie. Basisveronderstellingen Bij alle handelingen die in deze handleiding worden beschreven, wordt ervan uitgegaan dat de aan-uitschakelaar al is ingesteld op <1> (pag. 32). Er wordt aangenomen dat alle menu-instellingen en persoonlijke voorkeuzen staan ingesteld op de standaardinstellingen. Ter verduidelijking is er in de afbeeldingen van de instructies een EF-S 18-55mm f/3.5-5.6 IS II-objectief op de camera bevestigd. Symbolen en afspraken die in deze handleiding worden gebruikt
Pagina: 5
5 Voor nieuwe DSLR-gebruikers worden in hoofdstuk 1 en 2 de basisbediening en opnameprocedures voor de camera uitgelegd. Hoofdstukken Inleiding 2 Aan de slag 25 Basisfuncties voor het maken en weergeven van opnamen 49 Creatieve opnamen 73 Opnamefuncties voor gevorderden 93 Opnamen maken met het LCD-scherm (Live view-opnamen) 123 Filmopnamen 141 Handige functies 165 Draadloze flitsfotografie 189 Opnamen weergeven 201 Opnamen naverwerken 229 Opnamen afdrukken 235 De camera aanpassen aan uw voorkeuren 249 Referentie 259 Verkorte softwarehandleiding 301 Verkorte handleiding en index van de instructiehandleiding 307 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
Pagina: 6
6 Inhoudsoverzicht Opnamen maken Automatisch opnamen maken Î pag. 49 - 63 (Basismodi) Continu-opnamen maken Î pag. 88 (i Continue opname) Een opname van uzelf maken in een groep Î pag. 89 (j Zelfontspanner) De actie bevriezen Î pag. 94 (s AE met sluitervoorkeur) De actie onscherp maken De achtergrond onscherp maken Î pag. 56 (C Automatisch/creatief) De achtergrond scherp houden pag. 96 (f AE met diafragmavoorkeur) Dehelderheid van deopnameaanpassen (belichting) Î pag. 103 (Belichtingscorrectie) Opnamen maken bij weinig licht Î pag. 50 en 90 (D Flitsfotografie) pag. 79 (Instelling ISO-snelheid) Opnamen maken zonder flitser Î pag. 55 (7 Flitser uit) pag. 58 en 64 (b Flitser uit) 's Avonds vuurwerk fotograferen Î pag. 100 (Bulb-belichting) Opnamen maken terwijl u op het LCD-scherm kijkt Î pag. 124 (A Live view-opnamen) Films opnemen Î pag. 141 (k Filmopnamen) Beeldkwaliteit Opnamen maken met beeldeffecten Î pag. 81 (Een beeldstijl selecteren) die bij het onderwerp passen Een opname groot afdrukken Î pag. 76 (73, 83 en 1)
Pagina: 7
7 Veel opnamen maken Î pag. 76 (7a, 8a, b, c) Scherpstellen Het scherpstelpunt wijzigen Î pag. 85 (S AF-puntselectie) Opnamen maken van een bewegend onderwerp Î pag. 62 en 84 (AI Servo AF) Weergave De opnamen bekijken op de camera Î pag. 71 (x Weergave) Snel opnamen zoeken Î pag. 202 (H Indexweergave) pag. 203 (I Door beelden navigeren) Opnamen classificeren Î pag. 206 (Classificaties) Voorkomen dat belangrijke opnamen Î pag. 222 (K Opnamebeveiliging) per ongeluk worden gewist Overbodige opnamen verwijderen Î pag. 224 (L Wissen) Opnamen en films automatisch weergeven Î pag. 215 (Diavoorstelling) De opnamen of films op een tv bekijken Î pag. 218 (Video OUT) De helderheid van het LCD-scherm instellen Î pag. 167 (Helderheid van het LCD-scherm) Afdrukken Eenvoudig opnamen afdrukken Î pag. 235 (Rechtstreeks afdrukken)
Pagina: 8
8 Voeding Batterij • Opladen Î pag. 26 • Plaatsen/verwijderen Î pag. 28 • Batterijniveau Î pag. 33 Stopcontact Î pag. 260 Automatisch uitschakelen Î pag. 32 Kaart Plaatsen/verwijderen Î pag. 29 Formatteren Î pag. 45 Ontspan sluiter zonder kaart Î pag. 166 Objectief Bevestigen/verwijderen Î pag. 36 In-/uitzoomen Î pag. 37 Image Stabilizer (beeldstabilisatie) Î pag. 38 Basisinstellingen Dioptrische aanpassing Î pag. 39 Taal Î pag. 35 Datum/tijd Î pag. 34 Pieptoon Î pag. 166 Het LCD-scherm gebruiken Î pag. 31 LCD uit/aan Î pag. 179 De helderheid van het LCD-scherm aanpassen Î pag. 167 Opnamen opslaan Een map maken/selecteren Î pag. 168 Bestandsnummering Î pag. 170 Beeldkwaliteit Opnamekwaliteit Î pag. 76 Beeldstijl Î pag. 81 Witbalans Î pag. 117 Kleurruimte Î pag. 121 Functies voor kwaliteitsverbetering • Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) Î pag. 109 • Correctie helderheid randen Î pag. 110 • Ruisreductie voor lange belichtingstijden Î pag. 253 • Ruisreductie voor hoge ISO-snelheden Î pag. 254 • Lichte tonen prioriteit Î pag. 254 AF AF-modus Î pag. 83 AF-puntselectie Î pag. 85 Handmatige focus Î pag. 87 Transport Transportmodi Î pag. 20 Continue opname Î pag. 88 Zelfontspanner Î pag. 89 Maximale opnamereeks Î pag. 77 Opnamen maken ISO-snelheid Î pag. 79 Uitleg Î pag. 48 Snel instellen Î pag. 41 Automatisch/creatief Î pag. 56 AE-programma Î pag. 74 AE met sluitervoorkeur Î pag. 94 AE met diafragmavoorkeur Î pag. 96 Handmatige belichting Î pag. 99 Bulb Î pag. 100 Functie-index
Pagina: 9
9 Functie-index Spiegel opklappen Î pag. 122 Automatische scherptediepte AE Î pag. 101 Meetmethode Î pag. 102 Afstandsbediening Î pag. 261 Belichtingsaanpassingen Belichtingscorrectie Î pag. 103 AEB Î pag. 105 Belichtingsvergrendeling Î pag. 107 Flitser Ingebouwde flitser Î pag. 90 • Flitsbelichtingscorrectie Î pag. 104 • Flitsbelichtings- vergrendeling Î pag. 108 Externe flitser Î pag. 263 Flitsbesturing Î pag. 180 • Draadloze flitser Î pag. 189 Live view-opname Live view-opname Î pag. 123 Scherpstellen Î pag. 131 Beeldverhouding Î pag.129 Rasterweergave Î pag. 129 Snel instellen Î pag. 128 Filmopnamen Filmopnamen Î pag. 141 Snel instellen Î pag. 149 Geluidsopname Î pag. 160 Rasterweergave Î pag. 161 Videofoto Î pag.153 Digitale zoom voor films Î pag. 152 Handmatige belichting Î pag. 144 Opnamen weergeven Kijktijd Î pag. 166 Weergave van één opname Î pag. 71 • Weergave met opname-informatie Î pag. 226 Indexweergave Î pag. 202 Door beelden navigeren (opnamesprong) Î pag. 203 Vergroten Î pag. 204 Roteren Î pag. 205 Classificaties Î pag. 206 Filmweergave Î pag. 212 Eerste/laatste beeld uit film verwijderen Î pag. 214 Diavoorstelling Î pag. 215 Opnamen op de tv bekijken Î pag. 218 Beveiligen Î pag. 222 Wissen Î pag. 224 Snel instellen Î pag. 208 Opnamen bewerken Creatieve filters Î pag. 230 Wijzig formaat Î pag. 233 Afdrukken PictBridge Î pag. 235 Afdrukopties (DPOF) Î pag. 245 Aanpassen Persoonlijke voorkeuze (C.Fn) Î pag. 250 My Menu Î pag. 258 Software Installeren Î pag. 303 Software- instructiehandleiding Î pag. 305
Pagina: 10
10 2 1 Inleiding 2 Controlelijst onderdelen..................................................................................... 3 Symbolen en afspraken die in deze handleiding worden gebruikt .................... 4 Hoofdstukken .................................................................................................... 5 Inhoudsoverzicht ............................................................................................... 6 Functie-index..................................................................................................... 8 Tips en waarschuwingen voor het gebruik ...................................................... 14 Verkorte handleiding ....................................................................................... 16 Namen van onderdelen ................................................................................... 18 Aan de slag 25 De batterij opladen .......................................................................................... 26 De batterij plaatsen en verwijderen ................................................................. 28 De kaart plaatsen en verwijderen.................................................................... 29 Het LCD-scherm gebruiken............................................................................. 31 De camera inschakelen................................................................................... 32 De datum en tijd instellen ................................................................................ 34 De interfacetaal selecteren.............................................................................. 35 Een objectief bevestigen en verwijderen......................................................... 36 Objectieven met Image Stabilizer (beeldstabilisatie)....................................... 38 Basisbediening ................................................................................................ 39 Q Snel instellen voor opnamefuncties ........................................................... 41 3 Menugebruik.......................................................................................... 43 De kaart formatteren........................................................................................ 45 Wisselen van scherm op het LCD-scherm ...................................................... 47 Uitleg ............................................................................................................... 48 Basisfuncties voor het maken en weergeven van opnamen 49 A Volautomatisch opnamen maken (Automatisch/scène)............................ 50 A Volautomatische technieken (Automatisch/scène)................................... 53 7 De flitser uitschakelen ............................................................................... 55 C Creatieve automatische opnamen ............................................................ 56 2 Portretfoto's maken .................................................................................... 59 3 Landschapsfoto's maken........................................................................... 60 4 Close-ups maken ....................................................................................... 61 5 Opnamen maken van bewegende onderwerpen ...................................... 62 6 's Avonds portretfoto's maken .................................................................... 63 Q Snel instellen ............................................................................................. 64 Opname via sfeerselectie................................................................................ 65 Opname via licht of scènetype ........................................................................ 68 x Opnamen weergeven................................................................................ 71 Inhoud
Pagina: 11
11 Inhoud 5 4 3 Creatieve opnamen 73 d: AE-programma...........................................................................................74 De opnamekwaliteit instellen............................................................................76 Z: De ISO-snelheid wijzigen .........................................................................79 A De optimale opnamekenmerken voor het onderwerp selecteren (Beeldstijl) ....81 E: De AF-modus (automatische scherpstelling) wijzigen...............................83 S Het AF-punt selecteren ..............................................................................85 Onderwerpen waarop moeilijk kan worden scherpgesteld...............................87 MF: Handmatige focus..................................................................................87 i Continue opname .......................................................................................88 j De zelfontspanner gebruiken......................................................................89 D De ingebouwde flitser gebruiken..................................................................90 Opnamefuncties voor gevorderden 93 s: Actiefoto's.................................................................................................94 f: De scherptediepte wijzigen......................................................................96 Scherptedieptecontrole .................................................................................98 a: Handmatige belichting ...............................................................................99 8: Automatische scherptediepte AE.......................................................101 q De meetmethode wijzigen........................................................................102 O y Belichtingscorrectie instellen ..........................................................103 Belichtingstrapje (AEB) ..................................................................................105 A De belichting vergrendelen (AE-vergrendeling)........................................107 A De flitsbelichting vergrendelen (FE-vergrendeling)...................................108 De helderheid en het contrast automatisch corrigeren (Auto Lighting Optimizer/Auto optimalisatie helderheid) ................................109 De donkere hoeken van de opname corrigeren.............................................110 A Opnamekenmerken aanpassen aan uw voorkeuren (Beeldstijl) ...........112 A Favoriete opnamekenmerken vastleggen (Beeldstijl) ............................115 B: Aanpassen aan de lichtbron (Witbalans)...............................................117 2 De kleurtoon voor de lichtbron aanpassen...............................................119 Het bereik van reproduceerbare kleuren instellen (Kleurruimte)....................121 Spiegel opklappen om bewegingsonscherpte te verminderen.......................122 Opnamen maken met het LCD-scherm (Live view-opnamen) 123 A Opnamen maken met het LCD-scherm ...................................................124 Instellingen voor de opnamefunctie ...............................................................128 z Menufunctie-instellingen...........................................................................129 De AF-modus (automatische scherpstelling) wijzigen ...................................131 MF: Handmatig scherpstellen ........................................................................138
Pagina: 12
Inhoud 12 9 8 6 7 Filmopnamen 141 k Filmopnamen........................................................................................... 142 Instellingen voor de opnamefunctie............................................................... 149 Het filmopnameformaat instellen................................................................... 150 Digitale zoom voor films gebruiken................................................................ 152 Videofoto's maken......................................................................................... 153 Menufunctie-instellingen................................................................................ 157 Handige functies 165 Handige functies............................................................................................ 166 De pieptoon uitzetten ................................................................................. 166 Kaartwaarschuwing.................................................................................... 166 De kijktijd instellen...................................................................................... 166 De tijd voor automatisch uitschakelen instellen.......................................... 167 De helderheid van het LCD-scherm aanpassen ........................................ 167 Een map maken en selecteren................................................................... 168 Methoden voor bestandsnummering.......................................................... 170 Copyrightinformatie instellen...................................................................... 172 Verticale opnamen automatisch roteren..................................................... 174 C Camera-instellingen controleren ....................................................... 175 De standaardinstellingen van de camera herstellen .................................. 176 Het LCD-scherm uit-/inschakelen............................................................... 179 De kleur van het scherm met opname-instellingen wijzigen ...................... 179 De flitser instellen .......................................................................................... 180 f Automatische sensorreiniging ................................................................ 184 Stofwisdata toevoegen .................................................................................. 185 Handmatige sensorreiniging.......................................................................... 187 Draadloze flitsfotografie 189 Draadloze flitser gebruiken............................................................................ 190 Automatische draadloze flitsopnamen........................................................... 191 Aangepaste draadloze flitsopnamen ............................................................. 194 Overige instellingen....................................................................................... 198 Opnamen weergeven 201 H I Snel opnamen zoeken........................................................................ 202 u/y Vergrote weergave.............................................................................. 204 b De opname roteren .................................................................................. 205 Classificaties instellen ................................................................................... 206 Q Snel instellen tijdens weergave ............................................................... 208 k Genieten van films................................................................................... 210
Pagina: 13
13 Inhoud 12 13 14 15 11 10 k Films afspelen..........................................................................................212 X De eerste en laatste beelden van een film bewerken ...............................214 Diavoorstelling (automatische weergave) ......................................................215 Opnamen op de tv bekijken ...........................................................................218 K Opnamen beveiligen ................................................................................222 L Opnamen wissen ......................................................................................224 C Weergave met opname-informatie........................................................226 Opnamen naverwerken 229 U Creatieve filters.........................................................................................230 S Wijzig formaat...........................................................................................233 Opnamen afdrukken 235 Het afdrukken voorbereiden...........................................................................236 w Afdrukken.................................................................................................238 De opname bijsnijden .................................................................................243 W Digital Print Order Format (DPOF)...........................................................245 W Rechtstreeks afdrukken met DPOF..........................................................248 De camera aanpassen aan uw voorkeuren 249 Persoonlijke voorkeuzen instellen..................................................................250 Persoonlijke voorkeuze-instellingen...............................................................252 My Menu vastleggen......................................................................................258 Referentie 259 Een gewoon stopcontact gebruiken...............................................................260 Opnamen maken met de afstandsbediening .................................................261 Externe Speedlites.........................................................................................263 Eye-Fi-kaarten gebruiken...............................................................................265 Tabel met beschikbare functies voor opnamemodi........................................268 Menu-instellingen...........................................................................................270 Systeemschema.............................................................................................276 Problemen oplossen ......................................................................................278 Foutcodes ......................................................................................................287 Specificaties...................................................................................................288 Veiligheidsmaatregelen..................................................................................297 Verkorte softwarehandleiding 301 Verkorte softwarehandleiding.........................................................................302 Verkorte handleiding en index van de instructiehandleiding 307 Verkorte handleiding ......................................................................................308 Index ..............................................................................................................320
Pagina: 14
14 Omgaan met de camera Deze camera is een precisie-instrument. Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan fysieke schokken. De camera is niet waterdicht en kan niet onder water worden gebruikt. Neem direct contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center als u de camera per ongeluk in het water laat vallen. Droog de camera af met een droge doek als er waterspatten op de camera zijn gekomen. Wrijf de camera grondig schoon met een licht vochtige doek als deze in aanraking is gekomen met zoute lucht. Houd de camera buiten het bereik van apparaten met sterke magnetische velden, zoals magneten of elektrische motoren. Houd de camera eveneens uit de buurt van apparaten die sterke radiogolven uitzenden, zoals grote antennes. Sterke magnetische velden kunnen storingen veroorzaken en opnamegegevens beschadigen. Laat de camera niet achter in een extreem warme omgeving, zoals in een auto die in direct zonlicht staat. Door de hoge temperaturen kan de camera defect raken. De camera bevat elektronische precisieschakelingen. Probeer de camera nooit zelf te demonteren. Gebruik een blaasbuisje om stof van de lens, zoeker, reflexspiegel of het matglas te blazen. Gebruik geen reinigingsmiddelen die organische oplosmiddelen bevatten om de camerabehuizing of lens schoon te vegen. Neem voor het verwijderen van hardnekkig vuil contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center. Raak de elektrische contactpunten van de camera nooit met uw vingers aan. Als u dat wel doet, kunnen de contactpunten gaan roesten. Roest op de contactpunten kan ertoe leiden dat de camera niet goed meer functioneert. Als de camera plotseling van een koude in een warme omgeving terechtkomt, kan zich condens vormen op de camera en op de inwendige delen. Voorkom condensvorming door de camera eerst in een afgesloten plastic tas te plaatsen. Zorg ervoor dat de camera is aangepast aan de hogere temperatuur voordat u de camera uit de tas haalt. Gebruik de camera niet als zich hierop condens heeft gevormd. Zo voorkomt u beschadiging van de camera. Als zich condens heeft gevormd, verwijdert u het objectief, de kaart en de batterij uit de camera. Wacht tot de condens is verdampt voordat u de camera gebruikt. Verwijder de batterij en berg de camera op een koele, droge en goed geventileerde plaats op als u de camera gedurende langere tijd niet gaat gebruiken. Ook als de camera is opgeborgen, moet u de sluiter zo nu en dan enkele malen bedienen om te controleren of de camera nog goed functioneert. Vermijd opslag op plaatsen waar bijtende chemicaliën worden gebruikt, zoals een donkere kamer of een laboratorium. Als de camera langere tijd niet is gebruikt, test u alle functies voordat u de camera weer gaat gebruiken. Als u de camera langere tijd niet hebt gebruikt en opnamen wilt gaan maken van een belangrijke gebeurtenis, is het raadzaam de camera te laten controleren door uw Canon-dealer of zelf te controleren of de camera goed functioneert. Tips en waarschuwingen voor het gebruik
Pagina: 15
15 Tips en waarschuwingen voor het gebruik LCD-scherm Hoewel het LCD-scherm is gefabriceerd met hogeprecisietechnologie en meer dan 99,99% effectieve pixels heeft, kunnen er onder de 0,01% resterende pixels enkele dode pixels voorkomen. Dode pixels hebben altijd dezelfde kleur, bijvoorbeeld zwart of rood. Dit is geen defect. De dode pixels zijn ook niet van invloed op de vastgelegde opnamen. Als het LCD-scherm lange tijd aan blijft staan, kan het scherm inbranden en zijn er restanten van de eerdere weergave te zien. Dit is echter een tijdelijk effect dat verdwijnt als de camera enkele dagen niet wordt gebruikt. Bij lage of hoge temperaturen kan het LCD-scherm langzamer reageren of er zwart uitzien. Bij kamertemperatuur functioneert het scherm weer normaal. Kaarten Let op het volgende om de kaart en vastgelegde gegevens te beschermen: Laat de kaart niet vallen of nat worden en buig de kaart niet. Oefen geen druk op de kaart uit en stel deze niet bloot aan fysieke schokken en trillingen. Raak de elektronische contactpunten van de kaart nooit met uw vingers of een metalen voorwerp aan. Gebruik of bewaar de kaart niet in de buurt van voorwerpen met sterke magnetische velden zoals tv's, luidsprekers en magneten. Mijd ook plaatsen met statische elektriciteit. Plaats de kaart niet in direct zonlicht of in de buurt van hittebronnen. Bewaar de kaart in een houder. Bewaar de kaart niet op hete, stoffige of vochtige plaatsen. Objectief Nadat u het objectief hebt losgedraaid van de camera, bevestigt u de lensdoppen of plaatst u het objectief met de achterkant naar boven om krassen op het lensoppervlak en de elektrische contactpunten te voorkomen. Waarschuwingen bij langdurig gebruik Als u lange tijd achtereen continu-opnamen, Live view- opnamen of filmopnamen maakt, kan de camera heet worden. Dit is geen defect. Het langdurig vasthouden van een hete camera kan echter wel een lichte verbranding van de huid veroorzaken. Vuil aan de voorzijde van de sensor Behalve dat er stof van buitenaf de camera kan binnendringen, kan er in zeldzame gevallen ook smeermiddel van de interne onderdelen van de camera op de sensor terechtkomen. Wanneer er na de automatische sensorreiniging nog vlekken zichtbaar zijn, kunt u de sensor het best laten reinigen door een Canon Service Center. Contactpunten
Pagina: 16
16 Verkorte handleiding 1 Plaats de batterij. (pag. 28) Zie pagina 26 voor meer informatie over het opladen van de batterij. 2 Plaats een kaart. (pag. 29) Plaats de kaart in de sleuf met de etiketzijde naar de achterzijde van de camera gericht. 3 Bevestig het objectief. (pag. 36) Plaats de witte of rode markering op het objectief op gelijke hoogte met de markering van dezelfde kleur op de camera. 4 Stel de focusinstellingsknop op het objectief in op <AF>. (pag. 36) 5 Zet de aan-uitschakelaar op <1> en stel het programma- keuzewiel in op <A> (Automatisch/scène). (pag. 50) Alle camera-instellingen worden automatisch ingesteld. Witte markering Rode markering
Pagina: 17
17 Verkorte handleiding 6 Klap het LCD-scherm uit. (pag. 31) Zie pagina 34 als het LCD-scherm het scherm met datum/tijd-instelling weergeeft. 7 Stel scherp op het onderwerp. (pag. 40) Kijk door de zoeker en richt het midden van de zoeker op het onderwerp. Druk de ontspanknop half in; de camera stelt vervolgens scherp op het onderwerp. Indien noodzakelijk komt de ingebouwde flitser automatisch tevoorschijn. 8 Maak de opname. (pag. 40) Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken. 9 Bekijk de opname. (pag. 166) De opname wordt circa 2 seconden op het LCD-scherm weergegeven. Druk op de knop <x> om de opname nogmaals weer te geven (pag. 71). Zie 'Live view-opnamen' (pag. 123) voor het maken van opnamen terwijl u op het LCD-scherm kijkt. Zie 'Opnamen weergeven' (pag. 71) voor het bekijken van de opnamen die u tot nu toe hebt gemaakt. Ga voor meer informatie over het verwijderen van een opname naar 'Opnamen wissen' (pag. 224).
Pagina: 18
18 De vetgedrukte onderdelen worden vermeld in het gedeelte tot 'Basisfuncties voor het maken en weergeven van opnamen'. Namen van onderdelen Aansluiting afstands- bediening (pag. 262) Aansluiting audio/video OUT/digitaal (pag. 221, 236) HDMI mini OUT- aansluiting (pag. 218) IN-aansluiting externe microfoon (pag. 160) Flitserschoen (pag. 263) EF-objectiefbevestigingsmarkering (pag. 36) Greep Sensor van afstands- bediening (pag. 122, 261) Contactpunten voor flitssynchronisatie Ontspanknop (pag. 40) Objectiefvergrendelingsstift Objectiefbevestiging Contactpunten (pag. 15) Knop voor scherptediepte- controle (pag. 98) Ingebouwde flitser/AF-hulplicht (pag. 90/86) Lampje voor rode-ogen- reductie/ zelfontspanner (pag. 91/89) Bevestigings- punt draagriem (pag. 25) Objectiefontgrendelings- knop (pag. 37) Aansluitingenklepje Spiegel (pag. 122, 187) Programmakeuzewiel (pag. 22) <D> Flits- knop (pag. 90) Microfoon (pag. 142) <6> Hoofdinstelwiel <Z> Knop voor ISO-snelheid (pag. 79) EF-S-objectiefbevestigingsmarkering (pag. 36) Aan-uitschakelaar (pag. 32) <V> Scherpstelvlak- markering (pag. 61) Cameradop (pag. 36) <B> Weergaveknop (pag. 47, 152, 167, 179)
Pagina: 19
19 Namen van onderdelen Statiefbevestigingspunt Lees-/schrijfindicator (pag. 30) Ontgrendelknop batterij- compartiment (pag. 28) Klepje van het batterij- compartiment (pag. 28) <O> Knop voor diafragma/belichtingscorrectie (pag. 99/103) Zoekeroculair Oogschelp (pag. 262) Knop voor dioptrische aanpassing (pag. 39) Klepje van kaartsleuf (pag. 29) Kaartsleuf (pag. 29) LCD-scherm (pag. 31, 43, 167) <A> Knop voor Live view-/ filmopnamen (pag. 124/142) <S/u> Knop voor AF-puntselectie/ vergroten (pag. 85/204, 243) <A/I> Knop voor AE-vergrendeling/FE- vergrendeling/index/verkleinen (pag. 107/108/202/204, 243) <M> Menu- knop (pag. 43) <C> Infoknop (pag. 47, 71, 126, 146, 175) <x> Weergaveknop (pag. 71) <L> Wisknop (pag. 224) <0> Instelknop (pag. 43) Aansluitpunt DC-snoer (pag. 260) Luidspreker (pag. 212) <Q/l> Knop Snel instellen/ Direct print (pag. 41/241) <S> Pijltjestoetsen (pag. 43) <WB> Knop voor witbalansselectie (pag. 117) <XA> Knop voor beeldstijlselectie (pag. 81) <Yi/Q> Knop voor transportmodusselectie (pag. 88, 89) <ZE> Knop voor AF-modusselectie (pag. 83)
Pagina: 20
Namen van onderdelen 20 Weergave met opname-instellingen (in creatieve modi, pag. 22) *1: Wordt weergegeven als de ingebouwde flitser omhoog staat. *2: Wordt weergegeven als een Eye-Fi-kaart wordt gebruikt. Alleen de instellingen die momenteel zijn toegepast, worden weergegeven. Diafragma ISO-snelheid (pag. 79) Sluitertijd Opnamemodus Witbalans (pag. 117) Q Auto W Daglicht E Schaduw R Bewolkt Y Kunstlicht U Wit TL licht I Flitser O Custom Indicator belichtingsniveau Waarde belichtingscorrectie (pag. 103) AEB-bereik (pag. 105) Maximumaantal opnamen Maximumaantal opnamen tijdens witbalanstrapje Aftelweergave zelfontspanner Meetmethode (pag. 102) q Meervlaks meting w Deelmeting r Spotmeting e Centrum gew. gemiddeld Transportmodus (pag. 88, 89) u Enkelbeeld i Continue opname Q Zelfontsp.:10sec/Afstandsbed. l Zelfontspanner:2 sec. q Zelfontspanner:Continu AF-modus (pag. 83) X 1-beeld AF 9 AI Focus AF Z AI Servo AF g Handmatige focus Batterijniveau (pag. 33) zxcn Eye-Fi-overdrachtsstatus*2 (pag. 265) Beeldstijl (pag. 81) Pictogram Snel instellen (pag. 41) c Instelwijzer (pag. 93) Lichte tonen prioriteit (pag. 254) Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) (pag. 109) Instelling ingebouwde flitser*1 (pag. 181) 2 Witbalanscorrectie (pag. 119) B Witbalanstrapje (pag. 120) y Flitsbelichtings- correctie (pag. 104) 0 Flitsbelichtings- correctie externe flitser Opnamekwaliteit (pag. 76) 73 Groot/Fijn 83 Groot/Normaal 74 Gemiddeld/Fijn 84 Gemiddeld/Normaal 7a Klein 1/Fijn 8a Klein 1/Normaal b Klein 2 (Fijn) c Klein 3 (Fijn) 1 RAW 1+73 RAW+Groot/Fijn
Pagina: 21
21 Namen van onderdelen Zoekerinformatie Alleen de instellingen die momenteel zijn toegepast, worden weergegeven. Diafragma Indicator voor AF-puntactivatie < > AF-punten <Z> ISO-snelheid <o> Focus- bevestigings- lampje Max. opnamereeks <2> Witbalans- correctie ISO-snelheid <0> Monochroomopnamen Indicator belichtingsniveau Waarde belichtingscorrectie AEB-bereik Indicator rode-ogenreductielampje Waarschuwing volle kaart (FuLL) Waarschuwing kaartfout (Card) Waarschuwing geen kaart (Card) <A> Belichtings- vergrendeling/ AEB wordt uitgevoerd <D> Flitser gereed Waarschuwing bij verkeerde flitsbelichtings- vergrendeling <e> Snelle synchronisatie (FP-flits) <d> Flitsbelichtings- vergrendeling/ FEB wordt uitgevoerd <y> Flitsbelichtings- correctie Sluitertijd Flitsbelichtingsvergrendeling (FEL) Bezig (buSY) Ingebouwde flitser opladen (D buSY) Matglas Spotmetingscirkel <A> Lichte tonen prioriteit
Pagina: 22
Namen van onderdelen 22 Programmakeuzewiel Op het programmakeuzewiel vindt u de basismodi, de creatieve modi en de filmmodus. Basismodi U hoeft alleen maar de ontspanknop in te drukken. De camera stelt alles in en zorgt dat de instellingen zijn afgestemd op het onderwerp. A : Automatisch/scène (pag. 50) 7 : Flitser uit (pag. 55) C : Automatisch/creatief (pag. 56) Creatieve modi Met deze modi is het eenvoudiger om verschillende onderwerpen vast te leggen. d : AE-programma (pag. 74) s : AE met sluitervoorkeur (pag. 94) f : AE met diafragmavoorkeur (pag. 96) a : Handmatige belichting (pag. 99) 8: Automatische scherpte- diepte AE (pag. 101) Standaardmodi 2 : Portret (pag. 59) 3 : Landschap (pag. 60) 4 : Close-up (pag. 61) 5 : Sport (pag. 62) 6 : Nacht portret (pag. 63) k: Filmopnamen (pag. 141)
Pagina: 23
23 Namen van onderdelen Objectief Objectief zonder focusafstandsschaal Objectief met focusafstandsschaal Focusinstellingsknop (pag. 36) Objectiefbevestigingsmarkering (pag. 36) Contactpunten (pag. 15) Bevestigingspunt zonnekap (pag. 294) Filteraansluiting (voorkant objectief) (pag. 294) Focusring (pag. 87, 138) Zoomring (pag. 37) Zoompositiemarkering (pag. 37) Schakelaar voor Image Stabilizer (beeldstabilisatie) (pag. 38) Focusinstellingsknop (pag. 36) Focusring (pag. 87, 138) Schakelaar voor Image Stabilizer (beeldstabilisatie) (pag. 38) Bevestigingspunt zonnekap (pag. 294) Filteraansluiting (voorkant objectief) (pag. 294) Zoomring (pag. 37) Contactpunten (pag. 15) Objectiefbevestigingsmarkering (pag. 36) Zoompositiemarkering (pag. 37) Afstandsschaal
Pagina: 24
Namen van onderdelen 24 Batterijoplader LC-E8 Oplader voor batterij LP-E8 (pag. 26). Batterijoplader LC-E8E Oplader voor batterij LP-E8 (pag. 26). Batterijcompartiment Stekker Oplaadlampje Lampje 'volledig opgeladen' Deze voedingseenheid kan verticaal of horizontaal worden gebruikt. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES - BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. GEVAAR - VOLG DEZE INSTRUCTIES NAUWKEURIG OM HET RISICO VAN BRAND EN ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE BEPERKEN. Voor aansluiting van een accessoire buiten de Verenigde Staten: gebruik zo nodig een stekkeradapter met de juiste configuratie voor aansluiting op het stopcontact. Netsnoer Netsnoeraansluiting Batterijcompartiment Oplaadlampje Lampje 'volledig opgeladen'
Pagina: 25
25 1 Aan de slag In dit hoofdstuk worden de voorbereidende stappen en de basisbediening van de camera uitgelegd. De riem bevestigen Haal het uiteinde van de riem van onderaf door de draagriemring. Haal het uiteinde daarna door de gesp van de riem zoals afgebeeld in de illustratie. Trek de riem strak en zorg ervoor dat deze goed vastzit in de gesp. De oculairdop is ook aan de riem bevestigd (pag. 262). Oculairdop
Pagina: 26
26 1 Verwijder het beschermdeksel. Verwijder het beschermdeksel van de batterij. 2 Plaats de batterij. Plaats de batterij op de juiste manier in de oplader zoals afgebeeld in de illustratie. Om de batterij te verwijderen, herhaalt u de bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde. 3 Laad de batterij op. Voor LC-E8 Klap de contactpunten van de batterijoplader naar buiten, in de richting van de pijl, en steek ze in het stopcontact. Voor LC-E8E Sluit het netsnoer aan op de oplader en steek de stekker in het stopcontact. X Het opladen begint automatisch en het oplaadlampje wordt oranje. X Als de batterij volledig is opgeladen, wordt het lampje 'volledig opgeladen' groen. Het duurt ongeveer 2 uur om een volledig uitgeputte batterij helemaal op te laden bij 23 °C. Hoe lang het duurt om de batterij op te laden, is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het laadniveau van de batterij. Om veiligheidsredenen duurt opladen bij lage temperaturen (6 °C - 10 °C) langer (tot 4 uur). De batterij opladen LC-E8 LC-E8E
Pagina: 27
27 De batterij opladen Bij aankoop is de batterij niet volledig opgeladen. Laad de batterij voor gebruik op. Het verdient aanbeveling om de batterij op te laden op de dag dat u deze gaat gebruiken of een dag ervoor. Zelfs wanneer de camera is opgeborgen, raakt een opgeladen batterij geleidelijk aan leeg. Verwijder de batterij na het opladen en haal de batterijoplader uit het stopcontact. Verwijder de batterij wanneer u de camera niet gebruikt. Als de batterij langere tijd in de camera blijft zitten, is er sprake van een kleine lekstroom, waardoor de batterij verder wordt ontladen en minder lang meegaat. Bewaar de batterij met daarop het beschermdeksel (meegeleverd) bevestigd. Als u de batterij opbergt nadat u deze volledig hebt opgeladen, kunnen de prestaties van de batterij teruglopen. De batterijoplader kan ook in het buitenland worden gebruikt. De batterijoplader is compatibel met een stroombron van 100 V AC tot 240 V AC, 50/60 Hz. Indien nodig kunt u een in de handel verkrijgbare stekkeradapter voor het desbetreffende land of de desbetreffende regio gebruiken. Sluit geen draagbare spanningsomvormer aan op de batterijoplader. Dit kan de batterijoplader beschadigen. Als de batterij snel leeg raakt, zelfs nadat deze volledig is opgeladen, moet de batterij worden vervangen. Koop een nieuwe batterij. Tips voor het gebruik van de batterij en batterijoplader Nadat u de stekker van de lader uit het stopcontact hebt verwijderd, dient u de contactpunten van de stekker minstens 3 seconden niet aan te raken. Laad geen andere batterij op dan een batterij van het type LP-E8. Batterij LP-E8 is uitsluitend geschikt voor producten van Canon. Wanneer u deze oplaadt met een batterijoplader of een ander product dat niet compatibel is, kunnen zich defecten of ongelukken voordoen waarvoor Canon geen aansprakelijkheid aanvaardt.
Pagina: 28
28 Plaats een volledig opgeladen batterij LP-E8 in de camera. 1 Open het klepje. Schuif het schuifje in de richting van de pijlen en open het klepje. 2 Plaats de batterij. Steek het uiteinde met de batterijcontacten in de camera. Schuif de batterij in de camera totdat de batterij vastzit. 3 Sluit het klepje. Druk op het klepje totdat het dichtklikt. Open het klepje en verwijder de batterij. Druk het batterijontgrendelings- schuifje in de richting van de pijl en verwijder de batterij. Plaats het beschermdeksel (meegeleverd, pag. 26) op de batterij om kortsluiting van de batterijcontacten te voorkomen. De batterij plaatsen en verwijderen De batterij plaatsen De batterij verwijderen Pas op dat u bij het openen van het batterijcompartiment het klepje niet te ver naar achter drukt. Het scharnier zou anders kunnen breken.
Pagina: 29
29 De kaart (afzonderlijk verkrijgbaar) kan een SD-, SDHC- of SDXC- geheugenkaart zijn. De opnamen worden opgeslagen op de kaart. Zorg ervoor dat het schrijfbeveiligingsschuifje van de kaart omhoog staat zodat schrijven/wissen mogelijk is. 1 Open het klepje. Schuif het klepje in de richting van de pijlen om het te openen. 2 Plaats de kaart. Plaats de kaart met de etiketzijde naar u toe, zoals in de afbeelding wordt weergegeven, en schuif de kaart in de camera totdat deze vastklikt. 3 Sluit het klepje. Sluit het klepje en schuif het in de richting van de pijlen totdat het dichtklikt. Als u de aan-uitschakelaar op <1> zet, wordt het aantal mogelijke opnamen (pag. 33) weergegeven op het LCD-scherm. De kaart plaatsen en verwijderen De kaart plaatsen Schuifje voor schrijfbeveiliging Maximumaantal opnamen Het aantal mogelijke opnamen is afhankelijk van de resterende capaciteit van de kaart, de instelling voor de opnamekwaliteit, de ISO- snelheid, enzovoort. Door [1 Ontspan sluiter zonder kaart] in te stellen op [Uitschakelen], voorkomt u dat u vergeet een kaart te plaatsen (pag. 166).
Pagina: 30
De kaart plaatsen en verwijderen 30 1 Open het klepje. Zet de aan-uitschakelaar op <2>. Controleer of de lees-/ schrijfindicator uit is en open vervolgens het klepje. Sluit het klepje als 'Opslaan...' wordt weergegeven. 2 Verwijder de kaart. Duw de kaart voorzichtig in de camera en laat de kaart vervolgens los. De kaart steekt uit de camera. Trek de kaart recht uit de camera en sluit het klepje. De kaart verwijderen Lees-/schrijfindicator Wanneer de lees-/schrijfindicator brandt of knippert, betekent dit dat opnamen op de kaart worden gelezen, opgeslagen of gewist, of dat gegevens worden overgebracht. Maak het klepje van de kaartsleuf op dat moment niet open. Verricht ook geen van de volgende handelingen wanneer de lees-/ schrijfindicator brandt of knippert. De opnamegegevens, kaart of camera kunnen anders beschadigd raken. • De kaart verwijderen. • De batterij verwijderen. • De camera schudden of ergens tegenaan stoten. Als er op de kaart al opnamen zijn opgeslagen, kan het zijn dat het opnamenummer niet begint bij 0001 (pag. 170). Raak de contactpunten van de kaart niet aan met uw vingers of met metalen voorwerpen. Als er op het LCD-scherm een kaartfout wordt weergegeven, verwijdert u de kaart en plaatst u deze opnieuw. Gebruik een andere kaart als het probleem aanhoudt. Als u alle opnamen op de kaart kunt overbrengen naar een computer, breng deze dan over en formatteer vervolgens de kaart met de camera (pag. 45). De kaart functioneert dan wellicht weer normaal.
Pagina: 31
31 Nadat u het LCD-scherm hebt uitgeklapt, kunt u menufuncties instellen, Live view-opnamen gebruiken, films opnemen en opnamen en films weergeven. U kunt de richting en hoek van het LCD-scherm wijzigen. 1 Klap het LCD-scherm uit. 2 Draai het LCD-scherm. Wanneer het LCD-scherm is uitgeklapt, kunt u het scherm naar boven of beneden draaien of naar voren draaien zodat het naar het onderwerp toe is gericht. De hoek is slechts bij benadering aangegeven. 3 Draai het scherm naar u toe. Normaal gesproken hebt u het scherm naar u toe gedraaid. Het LCD-scherm gebruiken 180° 175° 90° Let bij het draaien van het LCD-scherm erop dat u het scharnier niet forceert of breekt. Sluit het LCD-scherm met het scherm naar binnen gericht wanneer u de camera niet gebruikt. Dit is ter bescherming van het scherm. Wanneer bij het maken van Live view-opnamen of films het LCD-scherm naar het onderwerp toe is gedraaid, wordt er op het scherm een gespiegeld beeld weergegeven. De weergave wordt mogelijk net voor het sluiten van het LCD-scherm uitgeschakeld. Dit is afhankelijk van de hoek van het LCD-scherm.
Pagina: 32
32 Als na het aanzetten van de camera het scherm met datum-/ tijdinstelling wordt weergegeven, raadpleeg dan pagina 34 voor het instellen van de datum en tijd. <1> : De camera is ingeschakeld. <2> : De camera is uitgeschakeld en werkt niet. Zet de aan- uitschakelaar op deze positie wanneer u de camera niet gebruikt. Wanneer u de aan-uitschakelaar op <1> of <2> zet, wordt de sensorreiniging automatisch uitgevoerd. Tijdens het reinigen van de sensor wordt <f> op het LCD-scherm weergegeven. Zelfs tijdens het reinigen van de sensor kunt u opnamen maken. Door de ontspanknop half in te drukken (pag. 40), stopt u het reinigen van de sensor en kunt u een opname maken. Als u met de aan-uitschakelaar snel achter elkaar tussen <1> en <2> wisselt, wordt het pictogram <f> mogelijk niet weergegeven. Dit is normaal en is geen defect. Om de batterij te sparen, wordt de camera automatisch uitgeschakeld nadat deze circa 30 seconden niet is gebruikt. Om de camera weer in te schakelen, drukt u de ontspanknop half in (pag. 40). U kunt de automatische uitschakeltijd wijzigen met [5 Uitschakelen] (pag. 167). De camera inschakelen De zelfreinigende sensor 3 Automatisch uitschakelen Als u de aan-uitschakelaar op <2> zet terwijl een opname op de kaart wordt opgeslagen, wordt [Opslaan...] weergegeven en wordt de camera uitgeschakeld nadat de opname op de kaart is opgeslagen.
Pagina: 33
33 De camera inschakelen Wanneer de aan-uitschakelaar op <1> staat, heeft het batterijniveau een van de volgende vier niveaus: z : De batterij is vol. x : Batterijniveau is laag, maar voor nu nog voldoende. c : De batterij is bijna leeg. (knippert) n : De batterij moet worden opgeladen. Levensduur batterij De bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op een volledig opgeladen batterij LP-E8, zonder Live view-opnamen, en de testcriteria van de CIPA (Camera & Imaging Products Association). Batterijgreep BG-E8 verdubbelt het aantal mogelijke opnamen ongeveer met twee geplaatste LP-E8-batterijen. Met AA/LR6-alkalinebatterijen is het aantal mogelijke opnamen bij 23 °C circa 470 opnamen zonder flits en circa 270 opnamen met een flitsgebruik van 50%. z Het batterijniveau controleren Temperatuur Bij 23 °C Bij 0 °C Geen flits Circa 550 opnamen Circa 470 opnamen 50% flits Circa 440 opnamen Circa 400 opnamen Het aantal mogelijke opnamen neemt af bij een van de volgende bewerkingen: • Wanneer de ontspanknop voor langere tijd half wordt ingedrukt. • Wanneer AF vaak wordt geactiveerd zonder dat er een opname wordt gemaakt. • Wanneer het LCD-scherm vaak wordt gebruikt. • Wanneer Image Stabilizer (beeldstabilisatie) van het objectief wordt gebruikt. Voor de bediening van het objectief wordt ook stroom van de batterij gebruikt. Afhankelijk van het gebruikte objectief kan het maximumaantal opnamen lager zijn. Zie pagina 125 voor het aantal mogelijke opnamen met Live view-opname.
Pagina: 34
34 Als u de camera voor de eerste keer inschakelt of als de datum- en tijdinstellingen zijn gereset, wordt het instelscherm Datum/tijd weergegeven. Volg stap 3 en 4 om de datum en tijd in te stellen. Houd er rekening mee dat de datum en tijd die aan opnamen worden toegevoegd, worden gebaseerd op de ingestelde datum en tijd. Zorg ervoor dat u de juiste datum en tijd instelt. 1 Geef het menuscherm weer. Druk op de knop <M> om het menuscherm weer te geven. 2 Selecteer op het tabblad [6] de optie [Datum/tijd]. Druk op de toets <U> om het tabblad [6] te selecteren. Druk op de toets <V> om [Datum/tijd] te selecteren en druk vervolgens op <0>. 3 Stel de datum en de tijd in. Druk op de toets <U> om het getal van de datum of tijd te selecteren. Druk op <0> zodat <a> wordt weergegeven. Druk op de toets <V> om het getal in te stellen en druk vervolgens op <0>. (Hiermee gaat u terug naar b.) 4 Verlaat de instelling. Druk op de toets <U> om [OK] te selecteren en druk vervolgens op <0>. X De datum en tijd worden ingesteld. 3 De datum en tijd instellen Als u de camera zonder batterij opbergt of als de batterij van de camera leeg raakt, gaat de datum/tijd-instelling mogelijk verloren. Als dit gebeurt, stelt u de datum en tijd opnieuw in. De ingestelde datum en tijd worden van kracht wanneer u bij stap 4 op <0> drukt.
Pagina: 35
35 1 Geef het menuscherm weer. Druk op de knop <M> om het menuscherm weer te geven. 2 Selecteer op het tabblad [6] de optie [TaalK]. Druk op de toets <U> om het tabblad [6] te selecteren. Druk op de toets <V> om [TaalK] te selecteren (het vierde item van boven) en druk op <0>. 3 Stel de gewenste taal in. Druk op de toets <S> om de gewenste taal te selecteren en druk vervolgens op <0>. X De interfacetaal wordt gewijzigd. 3 De interfacetaal selecteren
Pagina: 36
36 1 Verwijder de doppen. Verwijder de achterste lensdop en de cameradop door ze los te draaien in de richting die door de pijlen wordt aangegeven. 2 Bevestig het objectief. Plaats de witte of rode markering op het objectief op gelijke hoogte met de markering van dezelfde kleur op de camera. Draai het objectief in de richting van de pijl totdat het vastklikt. 3 Stel op het objectief de modusschakelaar in op <AF> (automatisch scherpstellen). Als de knop is ingesteld op <MF> (handmatige focus), kan er niet automatisch worden scherpgesteld. 4 Verwijder de voorste lensdop. Een objectief bevestigen en verwijderen Een objectief bevestigen Witte markering Rode markering Stof vermijden Vervang objectieven op een plaats die zoveel mogelijk stofvrij is. Bevestig de cameradop op de camera wanneer u deze zonder objectief bewaart. Verwijder stof van de cameradop voordat u deze bevestigt.
Pagina: 37
37 Een objectief bevestigen en verwijderen Om in of uit te zoomen draait u de zoomring op het objectief met uw vingers. Als u wilt in- of uitzoomen, doe dit dan voordat u scherpstelt. Wanneer u na het scherpstellen aan de zoomring draait, kan de scherpstelling enigszins verloren gaan. Druk op de objectiefont- grendelingsknop en draai het objectief in de richting van de pijl. Draai het objectief totdat dit niet meer verder kan en koppel het objectief los. Bevestig de achterste lensdop op het losgekoppelde objectief. In- en uitzoomen Het objectief verwijderen Kijk niet rechtstreeks naar de zon door een lens. Dit kan het gezichtsvermogen beschadigen. Als het voorste deel (de focusring) van het objectief tijdens het automatisch scherpstellen draait, raak het draaiende deel dan niet aan. Beeldconversiefactor Het beeldsensorformaat is kleiner dan bij het 35mm-filmformaat, waardoor de brandpuntsafstand van het objectief circa 1,6 keer zo lang lijkt. Grootte beeldsensor (bij benadering) (22,3 x 14,9 mm) Beeldformaat 35 mm (36 x 24 mm)
Pagina: 38
38 Wanneer u de ingebouwde Image Stabilizer (beeldstabilisatie) van het IS-objectief gebruikt, wordt bewegingsonscherpte gecorrigeerd om scherpere opnamen te krijgen. In de hier uitgelegde procedure wordt het EF-S 18-55mm f/3.5-5.6 IS II-objectief als voorbeeld gebruikt. * IS betekent Image Stabilizer (beeldstabilisatie). 1 Zet de IS-schakelaar op <1>. Zet ook de aan-uitschakelaar van de camera op <1>. 2 Druk de ontspanknop half in. X Image Stabilizer (beeldstabilisatie) werkt nu. 3 Maak de opname. Als de opname er onbewogen uitziet in de zoeker, drukt u de ontspanknop volledig in om de opname te maken. Objectieven met Image Stabilizer (beeldstabilisatie) Image Stabilizer (beeldstabilisatie) werkt wellicht niet als het onderwerp beweegt tijdens het belichtingsmoment. Image Stabilizer (beeldstabilisatie) is mogelijk niet effectief bij overmatige beweging, zoals op een schommelende boot. Image Stabilizer (beeldstabilisatie) werkt als de focusinstellingsknop is ingesteld op <f> of <g>. Als de camera op een statief is geplaatst, kunt u de batterij sparen door de IS-schakelaar op <2> te zetten. Image Stabilizer (beeldstabilisatie) is zelfs effectief wanneer de camera is bevestigd op een monopod. Met bepaalde IS-objectieven kunt u handmatig van IS-modus wisselen om deze aan te passen aan de opnameomstandigheden. De volgende objectieven wisselen echter automatisch van IS-modus: • EF-S 18-55mm f/3.5-5.6 IS II • EF-S 18-135mm f/3.5-5.6 IS • EF-S 15-85mm f/3.5-5.6 IS USM • EF-S 18-200mm f/3.5-5.6 IS
Pagina: 39
39 Draai aan de knop voor dioptrische aanpassing. Draai de knop naar links of rechts totdat de negen AF-punten in de zoeker scherp zijn. Voor scherpe opnamen houdt u de camera stil om bewegingson- scherpte te minimaliseren. 1. Pak met uw rechterhand de camera stevig vast. 2. Houd het objectief onderaan vast met uw linkerhand. 3. Druk de ontspanknop voorzichtig in met de wijsvinger van uw rechterhand. 4. Duw uw armen en ellebogen licht tegen de voorkant van uw lichaam. 5. Voor een stabiele houding plaatst u een voet voor de andere. 6. Druk de camera tegen uw gezicht en kijk door de zoeker. Basisbediening De scherpte van de zoeker aanpassen De camera vasthouden Als het beeld in de zoeker na de dioptrische aanpassing van de camera nog niet scherp is, wordt aanbevolen om de dioptrische aanpassingslens E te gebruiken (10 typen, afzonderlijk verkrijgbaar). Verticaal fotograferen Horizontaal fotograferen Zie pagina 123 voor het maken van opnamen terwijl u op het LCD-scherm kijkt.
Pagina: 40
Basisbediening 40 De ontspanknop heeft twee stappen. U kunt de ontspanknop half indrukken. Vervolgens kunt u de ontspanknop helemaal indrukken. Half indrukken Hiermee activeert u de automatische scherpstelling en het automatische belichtingssysteem dat de sluitertijd en het diafragma instelt. De belichtingsinstelling (sluitertijd en diafragma) wordt in de zoeker weergegeven (0). Als u de ontspanknop half indrukt, wordt het LCD-scherm uitgeschakeld (pag. 179). Helemaal indrukken De sluiter ontspant en de opname wordt gemaakt. Bewegingsonscherpte voorkomen Het bewegen van de camera tijdens het belichtingsmoment kan leiden tot bewegingsonscherpte. Onscherpe opnamen kunnen hiervan het resultaat zijn. Let op het volgende om bewegingsonscherpte te voorkomen: • Houd de camera goed vast zoals weergegeven op de vorige pagina. • Druk de ontspanknop half in om automatisch scherp te stellen en druk de ontspanknop vervolgens langzaam volledig in. Ontspanknop Als u de ontspanknop helemaal indrukt zonder deze eerst half in te drukken of als u de ontspanknop half indrukt en direct daarna volledig, zal de opname iets worden vertraagd. Zelfs wanneer een menu of opname wordt weergegeven of wanneer u een opname maakt, kunt u direct teruggaan naar de opnamemodus door de ontspanknop half in te drukken.
Pagina: 41
41 U kunt de opnamefuncties die worden weergegeven op het LCD- scherm, rechtstreeks selecteren en instellen. Dit wordt het scherm Snel instellen genoemd. 1 Druk op de knop <Q>. X Het scherm Snel instellen wordt weergegeven (7). 2 Stel de gewenste functie in. Druk op de toets <S> om de in te stellen functie te selecteren. X De geselecteerde functie en Uitleg (pag. 48) worden weergegeven. Draai aan het instelwiel <6> om de instelling te wijzigen. 3 Maak de opname. Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken. X De opname wordt weergegeven. Q Snel instellen voor opnamefuncties Basismodi Creatieve modi Zie pagina 64 voor de functies die kunnen worden ingesteld in de basismodi en voor de instellingsprocedure.
Pagina: 42
Q Snel instellen voor opnamefuncties 42 Selecteer de gewenste functie en druk op <0>. Het scherm met instellingen voor de functie wordt weergegeven. Druk op de toets <U> of draai aan het instelwiel <6> om de instelling te wijzigen. Er zijn ook functies die moeten worden ingesteld met de toets <C>. Druk op <0> om de instelling te voltooien en terug te gaan naar het scherm Snel instellen. Instelbare functies in het scherm Snel instellen Scherm met functie-instellingen Sluitertijd (pag. 94) AF-modus (pag. 83) Witbalans (pag. 117) Opnamemodus* (pag. 22) Lichte tonen prioriteit* (pag. 254) Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) (pag. 109) Meetmethode (pag. 102) Beeldstijl (pag. 81) Belichtingscorrectie/AEB- instelling (pag. 103 en 105) Flitsbelichtingscorrectie (pag. 104) ISO-snelheid (pag. 79) Opnamekwaliteit (pag. 76) Diafragma (pag. 96) Ingebouwde flitser Witbalanstrapje* (pag. 120) Transportmodus (pag. 88 en 89) Witbalanscorrectie* (pag. 119) Functies met een sterretje kunnen niet worden ingesteld via het scherm Snel instellen. <0> Ð
Pagina: 43
43 In de menu's kunt u verschillende functies instellen, zoals de opnamekwaliteit, datum/tijd, enzovoort. Terwijl u naar het LCD-scherm kijkt, gebruikt u de knop <M> op de achterkant van de camera, de pijltjestoetsen <S> en de knop <0> op de achterzijde van de camera om de menu's in te stellen. In de basismodi, filmmodus en creatieve modi worden andere tabbladen en menuopties weergegeven. 3 Menugebruik Menuscherm <S> Pijltjestoetsen LCD-scherm Knop <0> Knop <M> Tabblad Menu-items Menu- instellingen 1 Opname 5 Instellingen 9 My Menu 3 Weergave Basismodi Filmmodus Creatieve modi
Pagina: 44
3 Menugebruik 44 1 Geef het menuscherm weer. Druk op de knop <M> om het menuscherm weer te geven. 2 Selecteer een tabblad. Druk op de toets <U> om een menutabblad te selecteren. 3 Selecteer het gewenste item. Druk op de toets <V> om het item te selecteren en druk vervolgens op <0>. 4 Selecteer de instelling. Druk op de toets <V> of <U> om de gewenste instelling te selecteren. (Voor het selecteren van bepaalde instellingen dient u op de toets <V> of <U> te drukken.) De huidige instelling wordt blauw weergegeven. 5 Stel de gewenste optie in. Druk op <0> om de instelling vast te leggen. 6 Verlaat de instelling. Druk op de knop <M> om terug te gaan naar de weergave met opname-instellingen. Procedure voor menu-instellingen In stap 2 kunt u ook aan het instelwiel <6> draaien om een menutabblad te selecteren. In de beschrijvingen van de menufuncties hieronder wordt er vanuit gegaan dat u op de knop <M> hebt gedrukt om het menuscherm weer te geven. Zie pagina 270 voor informatie over elk menu-item.
Pagina: 45
45 Als de kaart nieuw is of eerder is geformatteerd met een andere camera of computer, moet u de kaart met de camera formatteren. Wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd, worden alle opnamen en gegevens op de kaart verwijderd. Zelfs beveiligde opnamen worden verwijderd; controleer dus of er geen opnamen op de kaart staan die u wilt bewaren. Breng de opnamen indien nodig over naar een computer of een ander opslagmedium voordat u de kaart formatteert. 1 Selecteer [Formatteren]. Selecteer op het tabblad [5] de optie [Formatteren] en druk vervolgens op <0>. 2 Formatteer de kaart. Selecteer [OK] en druk vervolgens op <0>. X De kaart wordt geformatteerd. X Wanneer de kaart is geformatteerd, keert u terug naar het menu. Druk voor low-levelformattering op de knop <L> om [Low level format] van een <X> te voorzien en selecteer [OK]. 3 De kaart formatteren
Pagina: 46
3 De kaart formatteren 46 De kaart is nieuw. De kaart is geformatteerd met een andere camera of een computer. De kaart is volledig gevuld met opnamen of gegevens. Er wordt een kaartfout weergegeven (pag. 287). Gebruik [Formatteren] in de volgende gevallen: Low-levelformattering Voer een low-levelformattering uit als de opname- of leessnelheid van de kaart laag is of als u alle gegevens op de kaart volledig wilt wissen. Aangezien bij low-levelformattering alle sectoren op de kaart die opname- informatie kunnen bevatten worden gewist, duurt het formatteren wat langer dan normale formattering. U kunt de low-levelformattering stoppen door [Annuleer] te selecteren. Ook in dat geval is de normale formatteerprocedure voltooid en kunt u de kaart gewoon gebruiken. Wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd of wanneer gegevens worden gewist, verandert alleen de bestandsbeheerinformatie. De eigenlijke gegevens worden niet volledig gewist. Houd hier rekening mee wanneer u de kaart verkoopt of weggooit. Als u de kaart weggooit, dient u een low-levelformattering uit te voeren of de kaart fysiek onbruikbaar te maken om te voorkomen dat persoonlijke gegevens in handen van derden kunnen komen. Voordat u een nieuwe Eye-Fi-kaart gebruikt, moet de software voor de kaart op uw computer worden geïnstalleerd. Vervolgens formatteert u de kaart met de camera. De capaciteit van de geheugenkaart die in het formatteringsscherm wordt weergegeven, kan lager zijn dan de capaciteit die op de kaart staat. Dit apparaat maakt gebruik van exFAT-technologie, waarvoor een licentie is verleend door Microsoft.
Pagina: 47
47 Op het LCD-scherm kunnen de opname-instellingen, het menuscherm, opnamen, enzovoort worden weergegeven. Wanneer u de camera inschakelt, worden de opname-instellingen weergegeven. Wanneer u de ontspanknop half indrukt, wordt het LCD-scherm uitgeschakeld. Wanneer u de ontspanknop loslaat, wordt het LCD-scherm weer ingeschakeld. Het LCD-scherm kan ook worden uitgeschakeld met de knop <B>. Druk nogmaals op de knop om het LCD-scherm in te schakelen. Met de knop <C> wisselt u tussen het scherm met opname-instellingen (pag. 20) en het scherm met de camera-instellingen (pag. 175). Wisselen van scherm op het LCD-scherm Opname-instellingen Wordt weergegeven wanneer u op de knop <M> drukt. Druk nogmaals op de knop om terug te keren naar het scherm met opname-instellingen. Wordt weergegeven wanneer u op de knop <x> drukt. Druk nogmaals op de knop om terug te keren naar het scherm met opname-instellingen. Menufuncties Opname U kunt [5 LCD uit/aankn.] zo instellen dat de weergave met opname- instellingen niet steeds wordt uit- of ingeschakeld (pag. 179). Zelfs als het menuscherm of de opname wordt weergegeven, kunt u onmiddellijk opnamen maken door de ontspanknop in te drukken.
Pagina: 48
48 De Uitleg geeft een eenvoudige beschrijving van de betreffende functie of optie. Deze wordt weergegeven als u de opnamemodus wijzigt of het scherm Snel instellen gebruikt om een opnamefunctie, Live view- opname, filmopname of weergave in te stellen. Als u een functie of optie selecteert in het scherm Snel instellen, wordt de Uitleg- beschrijving weergegeven. De Uitleg wordt uitgeschakeld als u verdergaat met een bewerking. Opnamemodus (voorbeeld) Snel instellen (voorbeeld) Selecteer [Uitleg]. Selecteer [Uitleg] op het tabblad [6] en druk vervolgens op <0>. Selecteer [Uitschakelen] en druk vervolgens op <0>. Uitleg 3 De Uitleg uitschakelen Opnamefunctie Live view-opname Weergave
Pagina: 49
49 2 Basisfuncties voor het maken en weergeven van opnamen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de basismodi op het programmakeuzewiel kunt gebruiken voor de beste resultaten en hoe u opnamen kunt weergeven. In de basismodi hoeft u de camera alleen maar op het onderwerp te richten en de opname te maken; de camera stelt alles automatisch in (pag. 64 en 268). Bovendien kunnen de belangrijkste opname-instellingen in de volautomatische modi niet worden gewijzigd, zodat slechte opnamen als gevolg van foutieve handelingen worden voorkomen. Basismodi De functie Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) In de basismodi wordt de opname met de functie Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid, pag. 109) automatisch aangepast, zodat een optimale helderheid en contrast worden verkregen. Deze functie is in de creatieve modi ook standaard ingeschakeld.
Pagina: 50
50 De camera analyseert de scène en stelt automatisch de optimale instellingen in. Het is een volautomatische modus. Zelfs met bewegende onderwerpen blijft de camera automatisch scherpstellen op het onderwerp (pag. 53). 1 Stel het programmakeuzewiel in op <A>. 2 Richt een AF-punt op het onderwerp. Bij het scherpstellen worden alle AF-punten gebruikt. Meestal wordt er op het dichtstbijzijnde object scherpgesteld. Het scherpstellen kan worden vereenvoudigd door het middelste AF-punt op het onderwerp te richten. 3 Stel scherp op het onderwerp. Als u de ontspanknop half indrukt, begint de focusring van het objectief te draaien om scherp te stellen op het onderwerp. X De stip in het AF-punt waarop wordt scherpgesteld, knippert kort rood. Op hetzelfde moment is er een pieptoon te horen en brandt het focusbevestigingslampje <o> in de zoeker. X Indien noodzakelijk komt de ingebouwde flitser automatisch tevoorschijn. A Volautomatisch opnamen maken (Automatisch/scène) AF-punt Focusbevestigingslampje
Merk:
Canon
Product:
Fotocamera's
Model/naam:
EOS 600D
Bestandstype:
PDF
Beschikbare talen:
Nederlands