EOS 5D Mark III handleiding
Canon EOS 5D Mark IIIhandleiding

Handleiding voor de Canon EOS 5D Mark III in het Nederlands. Deze PDF handleiding heeft 408 pagina's.

PDF 408 1.1mb
Canon EOS 5D Mark IIIhandleiding
Vorige pagina

Bekijk hieronder de handleiding van de Canon EOS 5D Mark III. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

MANUALSCAT | NL

Vragen & antwoorden

Heb je een vraag over de Canon EOS 5D Mark III en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Canon EOS 5D Mark III. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Canon EOS 5D Mark III zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.

Ik krijg een storingsmelding met mijn camera. Err 30 Opname is niet mogelijk vanwege een fout. Advies ; schakel de camera uit en weer in of herplaats de batterij. Helaas helpt dit niet. Camera is gisteren helaas door regen wat vochtig geworden. Enige condens vorming achter afleesglas bovenop camera. Die is weer weg na droging in zon van camera. Batterij en geheugenkaart verwijderd en laten drogen . Misschien iemand advies hoe hier mee om te gaan? bvd

Jan Albers2022-02-23

Stel een vraag over de Canon EOS 5D Mark III

Pagina: 1
INSTRUCTIEHANDLEIDING CEL-SS5MA283 © CANON INC. 2013 GEDRUKT IN DE EU De objectieven en accessoires die in deze instructiehandleiding worden genoemd, zijn in februari 2013 geactualiseerd. Voor informatie over de compatibiliteit van de camera met accessoires en objectieven van na deze datum, kunt u zich wenden tot een Canon Service Center. CANON INC. 30-2 Shimomaruko 3-chome, Ohta-ku, Tokyo 146-8501, Japan Europa, Afrika & Midden-Oosten CANON EUROPA N.V. PO Box 2262, 1180 EG Amstelveen, Nederland Raadpleeg uw garantiekaart of ga naar www.canon-europe.com/Support voor informatie over het dichtstbijzijnde Canon-kantoor Dit product en de hieraan gekoppelde garantie worden in landen in Europa geleverd door Canon Europa N.V. ● Deze handleiding hoort bij de EOS 5D Mark III met firmwareversie 1.2.0 of hoger. ● De "Verkorte softwarehandleiding" vindt u achter in deze handleiding. INSTRUCTIE- HANDLEIDING NEDERLANDS
Pagina: 2
2 De EOS 5D Mark III is een hoogwaardige digitale spiegelreflexcamera met een uiterst nauwkeurige full-frame CMOS-sensor (d.w.z. kleinbeeldformaat, circa 36 x 24 mm) en circa 22,3 effectieve megapixels, DIGIC 5+, circa 100% zoekerdekking, uiterst nauwkeurige en snelle scherpstelling met 61 AF-punten, continu-opnamen met circa 6 beelden per seconde, Live view-opnamen en filmopnamen in Full High-Definition (Full HD). De camera reageert zeer snel bij alle opnamesituaties, bevat tal van functies voor veeleisende opnamen, en biedt nog meer opnamemogelijkheden wanneer u accessoires aansluit. Raadpleeg deze handleiding tijdens het gebruik om nog verder vertrouwd te raken met de camera Met een digitale camera kunt u de opname die u hebt gemaakt direct bekijken. Maak een aantal testopnamen terwijl u deze handleiding doorneemt en bekijk het resultaat. U zult de camera dan beter begrijpen. Lees eerst de 'Veiligheidsmaatregelen' (pag. 389 en 390) en 'Tips en waarschuwingen voor het gebruik' (pag. 14 en 15) om mislukte foto's en ongelukken te voorkomen. De camera testen voor gebruik en aansprakelijkheid Bekijk de opnamen nadat u deze hebt gemaakt en controleer of deze goed zijn vastgelegd. Wanneer de camera of de geheugenkaart gebreken vertoont en de opnamen niet kunnen worden vastgelegd of naar een computer kunnen worden gedownload, is Canon niet verantwoordelijk voor eventueel verlies of ongemak. Copyright Mogelijk verbiedt de wet op het auteursrecht in uw land het gebruik van opnamen van mensen en bepaalde onderwerpen voor andere doeleinden dan privégebruik. Ook kan het maken van opnamen van bepaalde openbare optredens, exposities en dergelijke zelfs voor privégebruik verboden zijn. Geheugenkaarten In deze handleiding verwijst 'CF-kaart' naar CompactFlash-kaarten en 'SD-kaart' naar SD/SDHC/SDXC-kaarten. 'Kaart' verwijst naar alle geheugenkaarten die worden gebruikt voor het opslaan van foto's of films. Bij de camera is geen kaart voor het opslaan van foto's of films meegeleverd. Deze dient u apart aan te schaffen. Inleiding
Pagina: 3
3 Controleer voordat u begint of alle onderstaande onderdelen van de camera aanwezig zijn. Neem contact op met uw dealer als er iets ontbreekt. * Batterijoplader LC-E6 of LC-E6E is meegeleverd. (Bij de LC-E6E wordt een netsnoer meegeleverd.)  Bevestig de oogschelp Eg op het zoekeroculair.  Als u een objectievenset hebt gekocht, controleer dan of het objectief is meegeleverd.  Mogelijk is er een instructiehandleiding meegeleverd, afhankelijk van het type objectievenset.  Bewaar bovengenoemde zaken zorgvuldig. Controlelijst onderdelen Batterij LP-E6 (met beschermdeksel) Batterijoplader LC-E6/LC-E6E* Interfacekabel IFC-200U Stereo-AV-kabel AVC-DC400ST EOS Solution Disk (software) EOS Software Instruction Manuals Disk (1) Instructiehandleiding voor de camera (dit document) (2) Beknopte gebruikershandleiding Camera (met cameradop) EOS Software Instruction Manuals Disk XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX CEL-XXX XXX © CANON INC. 20XX. Made in the EU. EOS Solution Disk XXX CEL-XXX XXX © CANON INC. 20XX. Made in the EU. Windows XXX XXX Mac OS X XXX XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX (1) (2) Brede draagriem EW-EOS5DMKIII Oogschelp Eg EOS Software Instruction Manuals Disk De software-instructiehandleidingen staan als pdf-bestanden op de cd-rom. Zie pagina 397 voor instructies over het gebruik van de EOS Software Instruction Manuals Disk. EOS Software Instruction Manuals Disk XXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX CEL-XXX XXX © CANON INC. 20XX. Made in the EU.
Pagina: 4
4 Pictogrammen in deze handleiding <6> : Het hoofdinstelwiel. <5> : Het snelinstelwiel. <9> : De multifunctionele knop. <0> : De instelknop. 0, 9, 7, 8 : Hiermee wordt aangeduid dat de desbetreffende functie 4, 6, 10 of 16 seconden actief blijft. nadat u de knop loslaat. * De pictogrammen en markeringen in deze handleiding die verwijzen naar knoppen, instelwielen en instellingen op de camera, komen overeen met de pictogrammen en markeringen op de camera en het LCD-scherm. 3 : Hiermee wordt verwezen naar een functie die u kunt wijzigen door op de knop <M> te drukken en de instelling te wijzigen. M : Indien het sterretje rechtsboven op de pagina wordt weergegeven, is de functie alleen beschikbaar als het programmakeuzewiel is ingesteld op d, s, f, a of F. * De respectieve functie kan niet worden gebruikt in de modus <A> (Automatisch/scène). (pag. **) : Referentiepaginanummers voor meer informatie. : Waarschuwing om opnameproblemen te voorkomen. : Aanvullende informatie. : Tips of advies voor betere opnamen. : Advies voor het oplossen van problemen. Basisveronderstellingen Bij alle handelingen die in deze handleiding worden beschreven, wordt ervan uitgegaan dat de aan-uitschakelaar al is ingesteld op <1> en de <R>-schakelaar naar links is ingesteld (Multifunctievergrendeling ontgrendeld) (pag. 34, 47). Er wordt aangenomen dat alle menu-instellingen en persoonlijke voorkeuzen op de standaardinstellingen zijn ingesteld. Als voorbeeld is er in de handleiding een EF 50mm f/1.4 USM- objectief (of EF 24-105mm f/4L IS USM) op de camera bevestigd. Symbolen en afspraken die in deze handleiding worden gebruikt
Pagina: 5
5 Voor nieuwe DSLR-gebruikers worden in hoofdstuk 1 en 2 de basisbediening en opnameprocedures voor de camera uitgelegd. Hoofdstukken Inleiding 2 Aan de slag 27 Foto's maken met basisfuncties 63 De AF- en transportmodi instellen 69 Opname-instellingen 117 Geavanceerde functies 161 Opnamen maken met de flitser 189 Opnamen maken met het LCD-scherm (Live view-opnamen) 199 Filmopnamen 219 Opnamen weergeven 249 Opnamen naverwerken 287 Sensorreiniging 295 Opnamen afdrukken en overbrengen naar een computer 301 De camera aanpassen aan uw voorkeuren 319 Referentie 341 Verkorte softwarehandleiding 393 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
Pagina: 6
6 1 Inleiding 2 Controlelijst onderdelen.................................................................... 3 Symbolen en afspraken die in deze handleiding worden gebruikt ... 4 Hoofdstukken ................................................................................... 5 Functie-index.................................................................................. 12 Tips en waarschuwingen voor het gebruik ..................................... 14 Verkorte handleiding ...................................................................... 16 Namen van onderdelen.................................................................. 18 Aan de slag 27 De batterij opladen ......................................................................... 28 De batterij plaatsen en verwijderen ................................................ 30 De kaart plaatsen en verwijderen................................................... 31 De camera inschakelen.................................................................. 34 De datum, tijd en tijdzone instellen................................................. 36 De interfacetaal selecteren............................................................. 38 Een objectief bevestigen en verwijderen........................................ 39 Objectieven met Image Stabilizer (beeldstabilisatie)...................... 42 Basisbediening............................................................................... 43 Q Snel instellen voor opnamefuncties.......................................... 49 3 Menugebruik......................................................................... 51 Voordat u begint............................................................................. 53 De kaart formatteren.................................................................... 53 De uitschakeltijd/automatisch uitschakelen instellen ................... 55 De kijktijd instellen ....................................................................... 55 De standaardinstellingen van de camera herstellen.................... 56 Het raster en de digitale horizon weergeven.................................. 59 Uitleg.......................................................................................... 61 Inhoudsopgave
Pagina: 7
7 Inhoudsopgave 2 3 4 Foto's maken met basisfuncties 63 A Volautomatisch opnamen maken (Automatisch/scène) ...........64 A Volautomatische technieken (Automatisch/scène)...................67 De AF- en transportmodi instellen 69 f: De AF-modus selecteren.........................................................70 S Het AF-gebied selecteren.........................................................72 AF-gebiedselectiemodi ...................................................................75 De AF-sensor..................................................................................78 Objectieven en bruikbare AF-punten ..............................................79 AI Servo AF-kenmerken (voor een onderwerp) selecteren.............86 AF-functies aanpassen ...................................................................95 Fijnafstelling van het scherpstelpunt bij automatische scherpstelling (AF-fijnafstelling) ......105 Wanneer niet automatisch kan worden scherpgesteld .................111 MF: Handmatige focus ...............................................................112 i De transportmodus selecteren................................................113 j De zelfontspanner gebruiken...................................................114 Opname-instellingen 117 Kaart selecteren voor opname en weergave ................................118 De opnamekwaliteit instellen ........................................................121 i: De ISO-snelheid instellen......................................................126 A Een beeldstijl selecteren.......................................................131 A Een beeldstijl aanpassen......................................................134 A Een beeldstijl vastleggen......................................................137 B: De witbalans instellen ..........................................................139 O Handmatige witbalans .........................................................140 P De kleurtemperatuur instellen .............................................141 u Witbalanscorrectie ...................................................................142 Dehelderheidenhet contrastautomatischcorrigeren(AutoLightingOptimizer(Auto optimalisatiehelderheid)) .......144
Pagina: 8
8 Inhoudsopgave 5 6 Instellingen voor ruisreductie........................................................ 145 Lichte tonen prioriteit.................................................................... 148 Correctie helderheid randen/Chromatische correctie ....................... 149 Een map maken en selecteren..................................................... 152 De bestandsnaam wijzigen .......................................................... 154 Methoden voor bestandsnummering............................................ 156 Copyrightinformatie instellen ........................................................ 158 De kleurruimte instellen................................................................ 160 Geavanceerde functies 161 d: AE-programma: ...................................................................... 162 s: AE met sluitervoorkeur ......................................................... 164 f: AE met diafragmavoorkeur .................................................. 166 Scherptedieptecontrole.............................................................. 167 a: Handmatige belichting ........................................................... 168 q De meetmethode selecteren .................................................. 169 Belichtingscompensatie instellen ................................................. 171 h Reeksopnamen met automatische belichting (AEB).............. 172 A AE-vergrendeling .................................................................... 173 F: Bulb-belichting ........................................................................ 174 w: HDR-opnamen (High Dynamic Range) maken ................. 175 P Meerdere opnames ................................................................ 179 2 Spiegel opklappen................................................................. 186 De oculairdop gebruiken .............................................................. 187 F Een afstandsbediening gebruiken............................................ 187 R Opnamen maken met de afstandsbediening............................. 188 Opnamen maken met de flitser 189 D Flitsfotografie............................................................................ 190 De flitser instellen......................................................................... 193
Pagina: 9
9 Inhoudsopgave 7 8 9 Opnamen maken met het LCD-scherm (Live view-opnamen) 199 A Opnamen maken met het LCD-scherm..................................200 Instellingen voor de opnamefunctie ..............................................204 Menufunctie-instellingen ...............................................................205 Automatisch scherpstellen............................................................209 Handmatige focus.........................................................................216 Filmopnamen 219 k Filmopnamen..........................................................................220 Opnamen maken met automatische belichting ..........................220 AE met sluitervoorkeur...............................................................221 AE met diafragmavoorkeur ........................................................222 Opnamen maken met handmatige belichting.............................225 Foto's maken..............................................................................230 Instellingen voor de opnamefunctie ..............................................232 Het filmopnameformaat instellen ..................................................233 De geluidsopname instellen..........................................................236 Stille bediening..............................................................................238 De tijdcode instellen......................................................................239 Menufunctie-instellingen ...............................................................243 Opnamen weergeven 249 x Opnamen weergeven .............................................................250 B: Weergave met opname-informatie ....................................252 H I Snel opnamen zoeken ......................................................255 u Vergrote weergave ..................................................................257 X Beelden vergelijken (weergave van twee opnamen) ..............259 b De opname draaien .................................................................260 Classificaties instellen...................................................................261 Q Snel instellen tijdens weergave...............................................263
Pagina: 10
10 Inhoudsopgave 12 11 10 k Genieten van films ................................................................. 265 k Films afspelen ........................................................................ 267 X De eerste en laatste beelden van de film bewerken ............... 269 Diavoorstelling (automatische weergave) .................................... 271 Opnamen op de tv bekijken.......................................................... 274 K Opnamen beveiligen............................................................... 278 a Opnamen kopiëren ................................................................. 280 L Opnamen wissen..................................................................... 283 De instellingen voor het weergeven van opnamen wijzigen......... 285 De helderheid van het LCD-scherm aanpassen........................ 285 Verticale opnamen automatisch roteren .................................... 286 Opnamen naverwerken 287 R RAW-opnamen met de camera verwerken .......................... 288 S Wijzig formaat......................................................................... 293 Sensorreiniging 295 f Automatische sensorreiniging............................................... 296 Stofwisdata toevoegen................................................................. 297 Handmatige sensorreiniging......................................................... 299 Opnamen afdrukken en overbrengen naar een computer 301 Het afdrukken voorbereiden......................................................... 302 wAfdrukken................................................................................ 304 De opname bijsnijden ................................................................ 309 W Digital Print Order Format (DPOF) ......................................... 311 W Rechtstreeks afdrukken met DPOF........................................ 314 d Opnamen overbrengen naar een computer........................... 315
Pagina: 11
11 Inhoudsopgave 13 14 15 De camera aanpassen aan uw voorkeuren 319 Persoonlijke voorkeuze.................................................................320 Persoonlijke voorkeuze-instellingen..............................................321 C.Fn1: Exposure (Belichting) .....................................................321 C.Fn2: Display/Operation (Weergave/bediening).......................324 C.Fn3: Others (Overig)...............................................................326 82: Aangepaste bediening .........................................................327 My Menu vastleggen.....................................................................337 w Aangepaste opnamemodi instellen .........................................338 Referentie 341 B-knopfuncties .......................................................................342 De batterijgegevens controleren...................................................344 Een gewoon stopcontact gebruiken..............................................348 De batterij voor datum/tijd vervangen ...........................................349 Eye-Fi-kaarten gebruiken..............................................................350 Beschikbare functies per opnamemodus......................................352 Menu-instellingen..........................................................................354 Systeemschema ...........................................................................362 Problemen oplossen .....................................................................364 Foutcodes .....................................................................................377 Specificaties..................................................................................378 Veiligheidsmaatregelen.................................................................389 Verkorte softwarehandleiding 393 Verkorte softwarehandleiding .......................................................394 Index .............................................................................................398
Pagina: 12
12 Voeding De batterij opladen  pag. 28 Batterijniveau  pag. 35 Batterijgegevenscontrole  pag. 344 Stopcontact  pag. 348 Automatisch uitschakelen  pag. 55 Kaart Formatteren  pag. 53 Kaart selecteren  pag. 118 Sluiter ontspannen zonder kaart  pag. 32 Objectief Bevestigen/verwijderen  pag. 39 In-/uitzoomen  pag. 40 Image Stabilizer (beeldstabilisatie)  pag. 42 Basisinstellingen Taal  pag. 38 Datum/tijd/zone  pag. 36 Pieptoon  pag. 354 Copyrightinformatie  pag. 158 Wis alle camera-instellingen  pag. 56 Zoeker Dioptrische aanpassing  pag. 43 Oculairdop  pag. 187 Rasterweergave  pag. 59 Digitale horizon  pag. 59 LCD-scherm De helderheid van het scherm aanpassen  pag. 285 Digitale horizon  pag. 60 Uitleg  pag. 61 AF AF-modus  pag. 70 AF-gebiedselectiemodus  pag. 72 AF-puntselectie  pag. 74 AI Servo AF-kenmerken  pag. 86 Persoonlijke AF-voorkeuzen  pag. 95 AF-fijnafstelling  pag. 105 Handmatige focus  pag. 112 Lichtmeting Meetmethode  pag. 169 Transport Transportmodus  pag. 113 Zelfontspanner  pag. 114 Maximale opnamereeks  pag. 125 Opnamen opslaan Opnamefunctie  pag. 118 Een map maken/selecteren  pag. 152 Bestandsnaam  pag. 154 File No.  pag. 156 Beeldkwaliteit Opnamekwaliteit  pag. 121 ISO-snelheid  pag. 126 Beeldstijl  pag. 131 Witbalans  pag. 139 Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid)  pag. 144 Ruisreductie voor hoge ISO-snelheden  pag. 145 Ruisreductie voor lange belichtingstijden  pag. 146 Lichte tonen prioriteit  pag. 148 Correctie helderheid randen  pag. 149 Functie-index
Pagina: 13
13 Functie-index Correctie chromatische afwijking  pag. 150 Kleurruimte  pag. 160 Opnamen maken Opnamemodus  pag. 24 HDR  pag. 175 Meerdere opnamen  pag. 179 Spiegel opklappen  pag. 186 Scherptedieptecontrole  pag. 167 Afstandsbediening  pag. 188 Snel instellen  pag. 49 Aanpassing van de belichting Belichtingscompensatie  pag. 171 Reeksopnamen met automatische belichting  pag. 172 AE-vergrendeling  pag. 173 Veiligheidsshift  pag. 323 Flitser Externe flitser  pag. 189 Instellingen voor externe flitser  pag. 193 Persoonlijke voorkeuzen externe Speedlite  pag. 198 Live view-opnamen Live view-opnamen maken  pag. 199 Scherpstellen  pag. 209 Beeldverhouding  pag. 206 Filmopnamen Filmopnamen  pag. 219 Filmopnameformaat  pag. 233 Geluidsopname  pag. 236 Tijdcode  pag. 239 HDMI-uitgang  pag. 245 Foto's maken  pag. 230 Weergave Kijktijd  pag. 55 Weergave van één opname  pag. 250 Weergave met opname-informatie  pag. 252 Indexweergave  pag. 255 Door beelden navigeren (opnamesprong)  pag. 256 Vergrote weergave  pag. 257 Weergave van twee opnamen  pag. 259 Opnamen roteren  pag. 260 Classificatie  pag. 261 Filmweergave  pag. 267 Diavoorstelling  pag. 271 Opnamen op de tv bekijken  pag. 274 Beveiligen  pag. 278 Kopiëren  pag. 280 Wissen  pag. 283 Opnamen bewerken RAW-beeldverwerking  pag. 288 Wijzig formaat  pag. 293 Opnamen afdrukken en overbrengen PictBridge  pag. 302 Afdrukopties (DPOF)  pag. 311 Opnameoverdracht  pag. 315 Aanpassen Persoonlijke voorkeuze (C.Fn) pag. 320 Aangepaste bediening  pag. 327 My Menu  pag. 337 Aangepaste opnamemodus  pag. 338 Sensorreiniging en stof verwijderen Sensorreiniging  pag. 296 Stofwisdata toevoegen  pag. 297
Pagina: 14
14 Omgaan met de camera  Deze camera is een precisie-instrument. Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan fysieke schokken.  De camera is niet waterdicht en kan niet onder water worden gebruikt. Neem direct contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center als u de camera per ongeluk in het water laat vallen. Droog de camera af met een droge doek als er waterspatten op de camera zijn gekomen. Wrijf de camera grondig schoon met een licht vochtige doek als deze in aanraking is gekomen met zoute lucht.  Houd de camera buiten het bereik van apparaten met sterke magnetische velden, zoals magneten of elektrische motoren. Houd de camera eveneens uit de buurt van apparaten die sterke radiogolven uitzenden, zoals grote antennes. Sterke magnetische velden kunnen storingen veroorzaken en opnamegegevens beschadigen.  Laat de camera niet achter in een extreem warme omgeving, zoals in een auto die in direct zonlicht staat. Door de hoge temperaturen kan de camera defect raken.  De camera bevat elektronische precisieschakelingen. Probeer de camera nooit zelf te demonteren.  Blokkeer de spiegelwerking niet met uw vinger of een ander object. Dit kan een defect veroorzaken.  Gebruik een blaasbuisje om stof van de lens, zoeker, reflexspiegel of het matglas te blazen. Gebruik geen reinigingsmiddelen die organische oplosmiddelen bevatten om de camerabehuizing of lens schoon te vegen. Neem voor het verwijderen van hardnekkig vuil contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center.  Raak de elektrische contactpunten van de camera nooit met uw vingers aan. Als u dat wel doet, kunnen de contactpunten gaan roesten. Roest op de contactpunten kan ertoe leiden dat de camera niet goed meer functioneert.  Als de camera plotseling van een koude in een warme omgeving terechtkomt, kan zich condens vormen op de camera en op de inwendige delen. Voorkom condensvorming door de camera eerst in een afgesloten plastic tas te plaatsen. Zorg ervoor dat de camera is aangepast aan de hogere temperatuur voordat u de camera uit de tas haalt.  Gebruik de camera niet als zich hierop condens heeft gevormd. Zo voorkomt u beschadiging van de camera. Als zich condens heeft gevormd, verwijdert u het objectief, de kaart en de batterij uit de camera. Wacht tot de condens is verdampt voordat u de camera gebruikt.  Verwijder de batterij en berg de camera op een koele, droge en goed geventileerde plaats op als u deze gedurende langere tijd niet gaat gebruiken. Ook als de camera is opgeborgen, moet u de sluiter zo nu en dan enkele malen bedienen om te controleren of de camera nog goed functioneert.  Vermijd opslag op plaatsen waar bijtende chemicaliën worden gebruikt, zoals een donkere kamer of een laboratorium.  Als de camera langere tijd niet is gebruikt, test u alle functies voordat u de camera weer gaat gebruiken. Als u de camera langere tijd niet hebt gebruikt en opnamen wilt gaan maken van een belangrijke gebeurtenis, is het raadzaam de camera te laten controleren door uw Canon-dealer of zelf te controleren of de camera goed functioneert. Tips en waarschuwingen voor het gebruik
Pagina: 15
15 Tips en waarschuwingen voor het gebruik LCD-paneel en LCD-scherm  Hoewel het LCD-scherm is gefabriceerd met hogeprecisietechnologie en meer dan 99,99% effectieve pixels heeft, kunnen er onder de 0,01% resterende pixels enkele dode pixels voorkomen. Dode pixels hebben altijd dezelfde kleur, bijvoorbeeld zwart of rood. Dit is geen defect. De dode pixels zijn ook niet van invloed op de vastgelegde opnamen.  Als het LCD-scherm lange tijd aan blijft staan, kan het scherm inbranden en zijn er restanten van de eerdere weergave te zien. Dit is echter een tijdelijk effect dat verdwijnt als de camera enkele dagen niet wordt gebruikt.  Bij lage of hoge temperaturen kan het LCD-scherm langzamer reageren of er zwart uitzien. Bij kamertemperatuur functioneert het scherm weer normaal. Kaarten Let op het volgende om de kaart en vastgelegde gegevens te beschermen:  Laat de kaart niet vallen of nat worden en buig de kaart niet. Oefen geen druk op de kaart uit en stel deze niet bloot aan fysieke schokken en trillingen.  Raak de elektronische contactpunten van de kaart nooit met uw vingers of een metalen voorwerp aan.  Gebruik of bewaar de kaart niet in de buurt van voorwerpen met sterke magnetische velden zoals tv's, luidsprekers en magneten. Mijd ook plaatsen met statische elektriciteit.  Plaats de kaart niet in direct zonlicht of in de buurt van hittebronnen.  Bewaar de kaart in een houder.  Bewaar de kaart niet op hete, stoffige of vochtige plaatsen. Objectief Nadat u het objectief hebt losgedraaid van de camera, bevestigt u de lensdoppen en plaatst u het objectief met de achterkant naar boven om krassen op het lensoppervlak en de elektrische contactpunten te voorkomen. Waarschuwingen bij langdurig gebruik Als u lange tijd achtereen continue opnamen, Live view-opnamen of filmopnamen maakt, kan de camera heet worden. Dit is geen defect. Het langdurig vasthouden van een hete camera kan echter wel een lichte verbranding van de huid veroorzaken. Contactpunten
Pagina: 16
16 Verkorte handleiding 1 Plaats de batterij (pag. 30). Ga voor meer informatie over het opladen van de batterij naar pagina 28. 2 Plaat een kaart (pag. 31). De sleuf aan de voorzijde van de camera is voor een CF-kaart en de sleuf aan de achterzijde voor een SD-kaart. 3 Bevestig het objectief (pag. 39). Zorg ervoor dat de rode punten zich op één lijn bevinden. 4 Zet de focusinstellingsknop op het objectief op <f> (pag. 39). 5 Zet de aan-uitknop op <1> (pag. 34).
Pagina: 17
17 Verkorte handleiding 6 Houd de knop in het midden van het programmakeuzewiel ingedrukt terwijl u het wiel instelt op <A> (Automatisch/scène) (pag. 64). Alle camera-instellingen worden automatisch ingesteld. 7 Stel scherp op het onderwerp (pag. 44). Kijk door de zoeker en richt het midden van de zoeker op het onderwerp. Druk de ontspanknop half in; de camera stelt vervolgens scherp op het onderwerp. 8 Maak de opname (pag. 44). Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken. 9 Bekijk de opname (pag. 55). De opname wordt ongeveer 2 seconden weergegeven. op het LCD-scherm weergegeven. Druk op de knop <x> om de opname nogmaals weer te geven (pag. 250).  Zie 'Live view-opnamen' (pag. 199) voor het maken van opnamen terwijl u op het LCD-scherm kijkt.  Zie 'Opnamen weergeven' (pag. 250) voor het bekijken van de opnamen die u tot nu toe hebt gemaakt.  Ga voor meer informatie over het verwijderen van een opname naar 'Opnamen wissen' (pag. 283).
Pagina: 18
18 Namen van onderdelen Objectiefbevestigingsmarkering (pag. 39) Greep (batterij- compartiment) Aansluitpunt voor DC-koppelingskabel (pag. 348) Sensor van afstandsbediening (pag. 188) Ontspanknop (pag. 44) Programmakeuzewiel (pag. 24) Ver-/ontgrendelknop programmakeuzewiel (pag. 45) Flitserschoen (pag. 190) Contactpunten voor flitssynchronisatie Microfoon (pag. 236) Objectiefvergrendelingsstift Objectiefbevestiging Contactpunten (pag. 15) Lampje van de zelfontspanner (pag. 114) Bevestigingspunt draagriem (pag. 27) Objectiefont- grendelingsknop (pag. 40) Spiegel (pag. 186, 299) <U> Knop voor LCD-paneelverlichting (pag. 48) <B> AF-gebiedselectiemodus/ multifunctieknop (pag. 73/190) <n> Knop voor lichtmeetmethode/ witbalansselectie (pag. 169/139) <o> Knop voor selectie AF-modus/ transportmodus (pag. 70/113) <m> Knop voor ISO-snelheid/flitsbelichtings- compensatie (pag. 124/190) <6> Hoofdinstelwiel (pag. 45) Cameradop (pag. 39) Knop voor scherptediepte- controle (pag. 167)
Pagina: 19
20 Namen van onderdelen Statiefbevestigingspunt Klepje batterij- compartiment (pag. 30) Ontgrendelknop batterijcompartiment (pag. 30) <9> Multifunctionele knop (pag. 47) Knop voor dioptrische aanpassing (pag. 43) Bevestigings- punt draagriem (pag. 27) Klepje van kaartsleuf (pag. 31) SD-kaartsleuf (pag. 31) CF-kaartsleuf (pag. 31) Uitwerpknop CF-kaart (pag. 33) LCD-scherm (pag. 285) <b/m> Knop voor creatieve foto's/vergelijkende weergave (weergave van twee opnamen)/ Direct print (pag. 131, 175, 179/259/307) <L> Wisknop (pag. 283) <x> Weergaveknop (pag. 250) <c> Classificatieknop (pag. 261, 279) <u> Knop voor index/vergroten/ verkleinen (pag. 255/257) <V> Scherpstelvlakmarkering Lees-/schrijfindicator (pag. 33) Schakelaar voor multifunctie- vergrendeling (pag. 47) Luidspreker Lichtsensor (pag. 285) <A/k> Schakelaar voor Live view-opnamen/ filmopnamen (pag. 199/219) <0> Start-/stopknop (pag. 200, 220)
Pagina: 20
21 Namen van onderdelen LCD-paneel Alleen de instellingen die momenteel zijn toegepast worden weergegeven. <0> Monochroomopnamen (pag. 133) AF-modus (pag. 70) X 1-beeld AF 9 AI Focus AF Z AI Servo AF 4 L Handmatige focus Transportmodus (pag. 113) u Enkelbeeld o Continueopnamen met hoge snelheid i Continueopnamen met lage snelheid B Stille enkele opname M Stille continuopname Q Zelfontspanner: 10 sec./ Afstandsbediening k Zelfontspanner: 2 sec./ Afstandsbediening <u> Witbalanscorrectie (pag. 142) <r> Pictogram GPS-systeem verbonden <N> Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) (pag. 144) <P> Meerdere opnamen (pag. 179) <w> HDR-opnames (pag. 175) <2> Spiegel opklappen (pag. 186) Witbalans (pag. 139) Q Auto W Daglicht E Schaduw R Bewolkt Y Kunstlicht U Wit TL licht I Flitser O Custom P Kleurtemp. Sluitertijd FE-vergrendeling (FEL) Bezig (buSY) Waarschuwing multifunctievergrendeling (L) Waarschuwing geen kaart (Card) Foutcode (Err) Reiniging beeldsensor (CLn) Diafragma Maximumaantal opnamen Timer zelfontspanner Bulb-belichtingstijd Waarschuwing volle kaart (Full) Waarschuwing kaartfout (Err) Foutnr. Resterende opnamen AF-puntselectie ([ ] AF, SEL [ ], SEL AF) AF-puntregistratie ([ ] HP, SEL [ ], SEL HP) Kaartwaarschuwing (Card 1/2/1.2) - - - - - - - - - - - -
Pagina: 21
22 Namen van onderdelen <g> ISO-snelheid (pag. 126) Meetmethode (pag. 169) q Meervlaks meting w Deelmeting r Spotmeting e Gemiddelde meting met nadruk op midden Opnamekwaliteit (pag. 119) <h> AEB (pag. 172) <y> Flitsbelichtings- compensatie (pag. 190) <A> Lichte tonen prioriteit (pag. 148) Indicator belichtingsniveau Waarde belichtingscompensatie (pag. 171) AEB-bereik (pag. 172) Waarde flitsbelichtingscompensatie (pag. 190) ISO-snelheid (pag. 126) Batterijniveau (pag. 35) <f> Indicator CF-kaart <g> Indicator SD-kaart <J> Pictogram SD-kaartselectie <J> Pictogram CF-kaartselectie 3 Groot 4 Middelgroot a Klein 1 b Klein 2 (Fijn) c Klein 3 (Fijn) 1 RAW 41 Middelgroot RAW 61 Klein RAW
Pagina: 22
23 Namen van onderdelen Zoekerinformatie: Alleen de instellingen die momenteel zijn toegepast worden weergegeven. <S> Eén punt AF <O> Spot-AF (één punt) (pag. 75) Gebied AF-kader (pag. 73) <A> AE-vergrendeling (pag. 173) /AEB actief (pag. 172) <D> Flitser gereed (pag. 190) Waarschuwing voor onjuiste FE-vergrendeling <d> FE-vergrendeling (pag. 190) / FEB actief (pag. 197) <e> Hi-speed synchronisatie (pag. 196) Indicator belichtingsniveau Waarde belichtingscompensatie (pag. 171) AEB-bereik (pag. 172) Waarde flitsbelichtingscompensatie (pag. 190) <e> Indicator AF-status (pag. 64) <o> Focus- bevestigingslampje (pag. 64) Matglas Spotmetingscirkel (pag. 170) Raster (pag. 59) Sluitertijd (pag. 164) FE-vergrendeling (FEL) Busy (buSY) Waarschuwing multifunctievergrendeling (L) Diafragma (pag. 166) <y> Flitsbelichtings- compensatie (pag. 190) Max. opnamereeks (pag. 125) Aantal resterende opnamen met verschillende belichting (pag. 181) <A> Lichte tonen prioriteit (pag. 148) <g> ISO-snelheid (pag. 126) <h> Waar- schuwings- symbool (pag. 324) ISO-snelheid (pag. 126) <z> Batterijniveau (pag. 35) AF-puntselectie ([ ] AF, SEL [ ], SEL AF) AF-puntregistratie ([ ] HP, SEL [ ], SEL HP) Kaartwaarschuwing (Card 1/2/1.2) - - - - - - - - - - - -
Pagina: 23
24 Namen van onderdelen Programmakeuzewiel Draai aan het programmakeuzewiel terwijl u de knop in het midden van het programmakeuzewiel ingedrukt houdt (ver-/ontgrendelknop programmakeuzewiel). A :Automatisch/scène (pag. 64) F : Bulb (pag. 174) a : Handmatige belichting (pag. 168) f : AE met diafragmavoorkeur (pag. 166) s : AE met sluitervoorkeur (pag. 164) d : AE-programma (pag. 162) Aangepaste opnamemodi U kunt de opnamemodi (d/s/f/a/F), AF-modus, menu- instellingen enzovoort, onder de instellingen w, x of y van het programmakeuzewiel vastleggen en in die modus snel met de gewenste instellingen opnamen maken (pag. 338).
Pagina: 24
25 Namen van onderdelen EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief Focusinstellingsknop (pag. 39) Bevestigingspunt zonnekap (pag. 41) Filteraansluiting van 77 mm (voorkant objectief) Zoomring (pag. 40) Schakelaar voor Image Stabilizer (beeldstabilisatie) (pag. 42) Objectiefbevestigingsmarkering (pag. 39) Contactpunten (pag. 15) Focusafstandsschaal Focusring (pag. 112, 216) Infraroodmarkering Zoompositiemarkering (pag. 40)
Pagina: 25
26 Namen van onderdelen Batterijoplader LC-E6 Lader voor batterij LP-E6 (pag. 28). Batterijoplader LC-E6E Lader voor batterij LP-E6 (pag. 28). Batterijcompartiment Oplaadlampje Stekker BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES - BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. GEVAAR - VOLG DEZE INSTRUCTIES NAUWKEURIG OM HET RISICO OP BRAND EN ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE BEPERKEN. Voor aansluiting op een stopcontact buiten de Verenigde Staten, gebruikt u zo nodig een stekkeradapter die voor het desbetreffende land geschikt is. Netsnoer Netsnoeraansluiting Batterijcompartiment Oplaadlampje
Pagina: 26
27 1 Aan de slag In dit hoofdstuk worden de voorbereidende stappen en de basisbediening van de camera uitgelegd. De riem bevestigen Haal het uiteinde van de riem van onderaf door de draagriemring. Haal het uiteinde daarna door de gesp van de riem zoals afgebeeld in de illustratie. Trek de riem strak en zorg ervoor dat deze goed vastzit in de gesp.  De oculairdop is ook aan de riem bevestigd (pag. 187). Oculairdop
Pagina: 27
28 1 Verwijder het beschermdeksel.  Verwijder het beschermdeksel van de batterij. 2 Plaats de batterij.  Plaats de batterij op de juiste manier in de oplader zoals afgebeeld in de illustratie.  Om de batterij te verwijderen, herhaalt u de bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde. 3 Laad de batterij op. Voor LC-E6  Klap de contactpunten van de batterijoplader naar buiten, in de richting van de pijl, en steek ze in het stopcontact. Voor LC-E6E  Sluit het netsnoer aan op de oplader en steek de stekker in het stopcontact.  Het opladen begint automatisch en het oplaadlampje knippert oranje.  Het duurt ongeveer 2,5 uur om een helemaal lege batterij volledig op te laden bij 23 °C. Hoe lang het duurt om de batterij op te laden, is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het laadniveau van de batterij.  Om veiligheidsredenen duurt opladen bij lage temperaturen (5 °C - 10 °C) langer (tot 4 uur). De batterij opladen LC-E6 LC-E6E Laadniveau Oplaadlampje Kleur Indicator 0 - 49% Oranje Knippert eenmaal per seconde 50 - 74% Knippert tweemaal per seconde 75% of hoger Knippert driemaal per seconde Volledig opgeladen Groen Gaat branden
Pagina: 28
29 De batterij opladen  Bij aankoop is de batterij niet volledig opgeladen. Laad de batterij voor gebruik op.  Het verdient aanbeveling om de batterij op te laden op de dag dat u deze gaat gebruiken of een dag ervoor. Zelfs wanneer de camera is opgeborgen, raakt een opgeladen batterij geleidelijk aan leeg.  Verwijder de batterij na het opladen en haal de batterijoplader uit het stopcontact.  U kunt het deksel in een andere richting plaatsen om aan te geven of de batterij al dan niet is opgeladen. Als de batterij is opgeladen, bevestigt u het deksel zodanig dat de opening, die de vorm heeft van een batterij < >, overeenkomt met het blauwe zegel op de batterij. Als de batterij leeg is, plaatst u het deksel in de omgekeerde richting.  Verwijder de batterij wanneer u de camera niet gebruikt. Als de batterij langere tijd in de camera blijft zitten, is er sprake van een kleine lekstroom, waardoor de batterij verder wordt ontladen en minder lang meegaat. Bewaar de batterij met het beschermdeksel bevestigd. Als u de batterij opbergt nadat u deze volledig hebt opgeladen, kunnen de prestaties van de batterij teruglopen.  De batterijoplader kan ook in het buitenland worden gebruikt. De batterijoplader is compatibel met een stroombron van 100 V AC t/m 240 V AC 50/60 Hz. Indien nodig kunt u een in de handel verkrijgbare stekkeradapter voor het desbetreffende land of de desbetreffende regio gebruiken. Sluit geen draagbare spanningsomvormer aan op de batterijoplader. Dit kan de batterijoplader beschadigen.  Als de batterij snel leeg raakt, zelfs nadat deze volledig is opgeladen, moet de batterij worden vervangen. Controleer de laadprestatie van de batterij (pag. 344) en schaf een nieuwe batterij aan. Tips voor het gebruik van de batterij en batterijoplader  Nadat u de stekker van de lader uit het stopcontact hebt verwijderd, dient u de contactpunten van de stekker minstens drie seconden niet aan te raken.  Indien de resterende capaciteit van de batterij (pag. 344) 94% of hoger is, wordt de batterij niet opgeladen.  De oplader kan geen andere batterijen opladen dan batterij LP-E6.
Pagina: 29
30 Plaats een volledig opgeladen LP-E6-batterij in de camera. De zoeker van de camera wordt verlicht zodra een batterij is geplaatst en wordt donker wanneer de batterij wordt verwijderd. 1 Open het klepje.  Schuif het schuifje in de richting van de pijlen en open het klepje. 2 Plaats de batterij.  Steek het uiteinde met de batterijcontacten in de camera.  Schuif de batterij in de camera totdat deze vastzit. 3 Sluit het klepje.  Druk op het klepje totdat het dichtklikt. Open het klepje en verwijder de batterij.  Druk het batterijontgrendelingsschuifje in de richting van de pijl en verwijder de batterij.  Plaats het beschermdeksel (meegeleverd, pag. 29) op de batterij om kortsluiting van de batterijcontactpunten te voorkomen. De batterij plaatsen en verwijderen De batterij plaatsen De batterij verwijderen Alleen de batterij LP-E6 kan worden gebruikt.
Pagina: 30
31 U kunt in de camera zowel een CF-kaart als een SD-kaart gebruiken. Opnamen kunnen worden opgeslagen als er ten minste één kaart in de camera is geplaatst. Als in beide kaartsleuven een kaart is geplaatst, kunt u kiezen op welke kaart opnamen worden opgeslagen, of u kunt dezelfde opnamen tegelijkertijd op beide kaarten opslaan (pag. 118 en 120). Als u een SD-kaart gebruikt, moet de schakelaar voor schrijfbeveiliging van de kaart omhoog staan om schrijven/ wissen toe te staan. 1 Open het klepje.  Schuif het klepje in de richting van de pijl om het te openen. 2 Plaats de kaart.  De sleuf aan de voorzijde van de camera is voor een CF-kaart en de sleuf aan de achterzijde voor een SD-kaart.  Houd de etiketzijde van de CF-kaart naar u toe en plaats het uiteinde met de kleine openingen in de camera. Als de kaart op de verkeerde manier wordt geplaatst, kan de camera beschadigd raken.  De uitwerpknop voor de CF-kaart steekt naar buiten.  Plaats de SD-kaart met de etiketzijde naar u toe. Druk de kaart in de sleuf totdat deze vastklikt. De kaart plaatsen en verwijderen De kaart plaatsen Schuifje voor schrijfbeveiliging SD-kaart CF-kaart
Pagina: 31
32 De kaart plaatsen en verwijderen 3 Sluit het klepje.  Sluit het klepje en schuif het in de richting van de pijlen totdat het dichtklikt.  Als u de aan-uitschakelaar op <1> zet (pag. 34), wordt het aantal mogelijke opnamen en de geplaatste kaart(en) op het LCD-paneel weergegeven. De opnamen worden opgeslagen op de kaart met het pictogram < > naast de indicator van de betreffende kaart. Indicator CF-kaart Indicator SD-kaart Pictogram kaartselectie Maximum- aantal  De camera is niet compatibel met CF-kaarten van het type II of van het type harde schijf.  Hoewel de camera niet voldoet aan de UHS-snelheidsklassestandaard (Ultra-High Speed), kunnen UHS SDHC-/SDXC-kaarten toch worden gebruikt.  Ook SDHC/SDXC-geheugenkaarten zijn in de camera te gebruiken.  Ultra DMA (UDMA) CF-kaarten zijn ook in de camera te gebruiken. Op CF-kaarten van het type Ultra DMA (UDMA) worden de gegevens sneller weggeschreven.  Het aantal mogelijke opnamen is afhankelijk van de resterende capaciteit van de kaart, de instelling voor de opnamekwaliteit, de ISO-snelheid, enzovoort.  Door [z1: Ontspan sluiter zonder kaart] in te stellen op [Uitschakelen] voorkomt u dat u vergeet een kaart te plaatsen (pag. 354).
Pagina: 32
33 De kaart plaatsen en verwijderen 1 Open het klepje.  Zet de aan-uitschakelaar op <2>.  Controleer of de lees-/ schrijfindicator uit is en open vervolgens het klepje.  Sluit het klepje als [Opslaan...] wordt weergegeven. 2 Verwijder de kaart.  Druk op de uitwerpknop om de CF-kaart te verwijderen.  Als u de SD-kaart wilt verwijderen, drukt u deze voorzichtig in en laat u de kaart weer los. Trek de kaart vervolgens naar buiten.  Trek de kaart recht uit de camera en sluit het klepje. De kaart verwijderen Lees-/schrijfindicator  Wanneer de lees-/schrijfindicator brandt of knippert, betekent dit dat opnamen op de kaart worden gelezen, opgeslagen of gewist, of dat gegevens worden overgebracht. Maak het klepje van de kaartsleuf op dat moment niet open. Verricht ook geen van de volgende handelingen wanneer de lees-/schrijfindicator brandt of knippert. De opname- gegevens, kaart of camera kunnen anders beschadigd raken. • De kaart verwijderen • De batterij verwijderen • De camera schudden of ergens tegenaan stoten  Als er op de kaart al opnamen zijn opgeslagen, kan het zijn dat het opnamenummer niet begint bij 0001 (pag. 156).  Als er op het LCD-scherm een kaartfout wordt weergegeven, verwijdert u de kaart en plaatst u deze opnieuw. Gebruik een andere kaart als het probleem aanhoudt. Als u alle opnamen op de kaart naar een computer kunt overbrengen, brengt u alle opnamen over en formatteert u de kaart met de camera (pag. 53). De kaart functioneert dan wellicht weer normaal.  Raak de contactpunten van de SD-kaart niet aan met uw vingers of met metalen voorwerpen.
Pagina: 33
34 Als na het aanzetten van de camera het scherm met datum-/tijd-/ zone-instelling wordt weergegeven, raadpleeg dan pagina 36 voor het instellen van de datum, tijd en zone. <1> : De camera is ingeschakeld. <2> : De camera is uitgeschakeld en werkt niet. Zet de aan- uitschakelaar op deze positie wanneer u de camera niet gebruikt.  Wanneer u de aan-uitschakelaar op <1> of <2> zet, wordt de sensorreiniging automatisch uitgevoerd. (Mogelijk hoort u een zacht, kort geluid.) Tijdens het reinigen van de sensor wordt <f> op het LCD-scherm weergegeven.  Zelfs tijdens het reinigen van de sensor kunt u opnamen maken. Door de ontspanknop half in te drukken (pag. 44), stopt u het reinigen van de sensor en kunt u een opname maken.  Als u met de aan-uitschakelaar snel achter elkaar tussen <1> en <2> wisselt, wordt het pictogram <f> mogelijk niet weergegeven. Dit is normaal en is geen defect.  Om de batterij te sparen, wordt de camera automatisch uitgeschakeld nadat deze ongeveer 1 minuut niet is gebruikt. Om de camera weer in te schakelen, drukt u gewoon de ontspanknop half in (pag. 44).  U kunt de automatische uitschakeltijd wijzigen met [52: Uitschakelen] (pag. 55) De camera inschakelen De zelfreinigende sensor 3 Automatisch uitschakelen Als u de aan-uitschakelaar op <2> zet terwijl een opname op de kaart wordt opgeslagen, wordt [Opslaan...] weergegeven en wordt de camera uitgeschakeld nadat de opname op de kaart is opgeslagen.
Pagina: 34
35 De camera inschakelen Wanneer de aan-uitschakelaar op <1> staat, heeft het batterijniveau een van de volgende zes niveaus. Een knipperend batterijpictogram (b) geeft aan dat de batterij bijna leeg is. Levensduur batterij  De bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op een volledig opgeladen LP-E6- batterij, zonder Live view-opnamen, en de testcriteria van de CIPA (Camera & Imaging Products Association).  Mogelijke opnamen met batterijgreep BG-E11 • Met LP-E6 x 2: Circa twee keer zoveel opnamen zonder de batterijgreep. • Met AA/LR6-alkalinebatterijen (bij 23 °C): circa 270 opnamen z Het batterijniveau controleren Pictogram Niveau (%) 100 - 70 69 - 50 49 - 20 19 - 10 9 - 1 0 Temperatuur Bij 23 °C Bij 0 °C Maximumaantal opnamen Circa 950 opnamen Circa 850 opnamen  Het aantal mogelijke opnamen neemt af bij een van de volgende bewerkingen: • Wanneer de ontspanknop voor langere tijd half wordt ingedrukt. • Wanneer de AF regelmatig wordt geactiveerd zonder dat er een foto wordt gemaakt. • Wanneer Image Stabilizer (beeldstabilisatie) van het objectief wordt gebruikt. • Wanneer het LCD-scherm vaak wordt gebruikt.  Het aantal opnamen kan afnemen, afhankelijk van de werkelijke opnameomstandigheden.  Voor de bediening van het objectief wordt ook stroom van de batterij gebruikt. Afhankelijk van het gebruikte objectief kan het maximumaantal opnamen lager zijn.  Zie pagina 201 voor het aantal mogelijke opnamen met Live view-opnamen.  Zie [53: Accu-info] om de status van de batterij verder te controleren (pag. 344).  Als AA-/LR6-batterijen worden gebruikt in batterijgreep BG-E11, wordt een indicator met vier niveaus weergegeven. ([x/m] wordt niet
Pagina: 35
36 Als u de camera voor de eerste keer inschakelt of als de datum- en tijdinstellingen zijn gereset, wordt het instelscherm Datum/tijd/zone weergegeven. Volg stappen 3 t/m 6 om de actuele datum, tijd en tijdzone in te stellen. Houd er rekening mee dat de datum en tijd die aan opnamen worden toegevoegd, worden gebaseerd op de ingestelde datum en tijd. Zorg ervoor dat u de juiste datum en tijd instelt. U kunt ook de tijdzone van uw huidige adres instellen. Wanneer u dan naar een andere tijdzone reist, kunt u gewoon de tijdzone van uw reisbestemming instellen zodat de juiste datum/tijd wordt opgeslagen. 1 Geef het menuscherm weer.  Druk op de knop <M> om het menuscherm weer te geven. 2 Selecteer op het tabblad [52] [Datum/tijd/zone].  Druk op de knop <Q> en selecteer het tabblad [5].  Draai aan het instelwiel <6> om het tabblad [52] te selecteren.  Draai aan het instelwiel <5> om [Datum/tijd/zone] te selecteren en druk vervolgens op <0>. 3 Stel de gewenste tijdzone in.  De standaardinstelling is [Londen].  Draai aan het instelwiel <5> om [Tijdzone] te selecteren.  Druk op <0> zodat <r> wordt weergegeven.  Draai aan het instelwiel <5> om de tijdzone te selecteren en druk vervolgens op <0>. 3 De datum, tijd en tijdzone instellen
Pagina: 36
37 3 De datum, tijd en tijdzone instellen 4 Stel de datum en de tijd in.  Draai aan het instelwiel <5> om het cijfer te selecteren.  Druk op <0> zodat <r> wordt weergegeven.  Draai aan het instelwiel <5> om de gewenste instelling te selecteren en druk vervolgens op <0> (Terug naar <s>). 5 Stel zomertijd in.  Stel dit naar wens in.  Draai aan het instelwiel <5> om [Y] te selecteren.  Druk op <0> zodat <r> wordt weergegeven.  Draai aan het instelwiel <5> om [Z] te selecteren en druk vervolgens op <0>.  Wanneer zomertijd is ingesteld op [Z], zal de tijd die is ingesteld in stap 4 met 1 uur vooruitgaan. Als [Y] is ingesteld, wordt zomertijd geannuleerd en gaat de tijd met 1 uur achteruit. 6 Verlaat de instelling.  Draai aan het instelwiel <5> om [OK] te selecteren en druk vervolgens op <0>.  De datum/tijd/zone wordt ingesteld en het menu verschijnt weer.  De procedure voor het instellen van het menu wordt uitgelegd op pagina 51-52.  De ingestelde datum en tijd worden van kracht wanneer u bij stap 6 op <0> drukt.  In stap 3 is de rechtsboven weergegeven tijd het tijdsverschil in vergelijking met Coordinated Universal Time (UTC). Als u uw tijdzone niet ziet, stelt u de tijdzone in in verhouding tot het verschil met UTC.
Pagina: 37
38 1 Geef het menuscherm weer.  Druk op de knop <M> om het menuscherm weer te geven. 2 Selecteer op het tabblad [52] [TaalK].  Druk op de knop <Q> en selecteer het tabblad [5].  Draai aan het instelwiel <6> om het tabblad [52] te selecteren.  Draai aan het instelwiel <5> om [TaalK] te selecteren (het vierde item van boven) en druk op <0>. 3 Stel de gewenste taal in.  Draai aan het instelwiel <5> om de taal te selecteren en druk vervolgens op <0>.  De interfacetaal wordt gewijzigd. 3 De interfacetaal selecteren
Pagina: 38
39 De camera is compatibel met alle Canon EF-objectieven. De camera kan niet worden gebruikt in combinatie met EF-S- of EF-M-objectieven. 1 Verwijder de doppen.  Verwijder de achterste lensdop en de cameradop door ze los te draaien in de richting die door de pijlen wordt aangegeven. 2 Bevestig het objectief.  Zorg ervoor dat de rode stop op het objectief en op de camera zich op gelijke hoogte bevinden en draai het objectief (zie pijl) totdat dit op zijn plaats klikt. 3 Zet de focusinstellingsknop op het objectief op <AF>.  <AF> staat voor 'autofocus', of automatische scherpstelling.  Als de knop is ingesteld op <MF> (handmatige focus), kan niet automatisch worden scherpgesteld. 4 Verwijder de voorste lensdop. Een objectief bevestigen en verwijderen  Kijk niet rechtstreeks naar de zon door een lens. Dit kan het gezichtsvermogen beschadigen.  Als het voorste deel (de focusring) van het objectief tijdens het automatisch scherpstellen draait, raak het draaiende deel dan niet aan.
Pagina: 39
40 Een objectief bevestigen en verwijderen Om in of uit te zoomen draait u de zoomring op het objectief met uw vingers. Als u wilt in- of uitzoomen, doe dit dan voordat u scherpstelt. Wanneer u na het scherpstellen aan de zoomring draait, kan de scherpstelling enigszins verloren gaan. Druk op de objectiefontgrendelingsknop en draai het objectief in de richting van de pijl.  Draai het objectief totdat dit niet meer verder kan en koppel het objectief los.  Bevestig de achterste lensdop op het losgekoppelde objectief. In- en uitzoomen Stof vermijden  Vervang objectieven zo snel mogelijk en op een plaats die zoveel mogelijk stofvrij is.  Breng de cameradop aan op de camera wanneer u deze zonder objectief bewaart.  Verwijder stof van de cameradop voordat u deze bevestigt. Het objectief verwijderen
Pagina: 40
41 Een objectief bevestigen en verwijderen Wanneer u de speciale lenskap EW-83H op het EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief bevestigt, wordt ongewenst licht geblokkeerd en wordt de voorkant van het objectief beschermd tegen regen, sneeuw, stof, enzovoort. Voordat u het objectief in een tas, enzovoort stopt, kunt u de lenskap ook andersom bevestigen. 1 Plaats de rode stip op de lenskap op gelijke hoogte met die op het objectief. 2 Draai de lenskap zoals op de illustratie.  Draai de lenskap met de klok mee tot deze goed is bevestigd. Een lenskap bevestigen  Als de lenskap niet juist is bevestigd, ziet het buitengebied van de afbeelding er mogelijk donker uit.  Pak de lenskap aan de onderkant vast wanneer u deze draait om deze te bevestigen of te verwijderen. Als u de lenskap bij de randen vastpakt, kan de kap vervormd raken.
Pagina: 41
42 Wanneer u de ingebouwde Image Stabilizer (beeldstabilisatie) van het IS-objectief gebruikt, wordt bewegingsonscherpte gecorrigeerd om scherpere opnamen te krijgen. De procedure die hier wordt uitgelegd, is gebaseerd op het EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief als voorbeeld. * IS betekent Image Stabilizer (beeldstabilisatie). 1 Zet de IS-schakelaar op <1>.  Zet de aan-uitschakelaar van de camera ook op <1>. 2 Druk de ontspanknop half in.  Image Stabilizer (beeldstabilisatie) werkt nu. 3 Maak de opname.  Als de opname er onbewogen uitziet in de zoeker, drukt u de ontspanknop volledig in om de opname te maken. Objectieven met Image Stabilizer (beeldstabilisatie)  Image Stabilizer (beeldstabilisatie) kan onscherpte van het onderwerp niet tegengaan als het onderwerp tijdens het belichtingsmoment beweegt.  Zet voor opnamen met bulb-belichting de IS-schakelaar op <2>. Als z<1> is ingesteld, kan het zijn dat de Image Stabilizer (beeldstabilisatie) niet goed functioneert.  Image Stabilizer (beeldstabilisatie) is mogelijk niet effectief bij overmatige beweging, zoals op een schommelende boot.  Het kan zijn dat de Image Stabilizer (beeldstabilisatie) niet effectief is wanneer u het EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief gebruikt voor gepande opnamen.  Image Stabilizer (beeldstabilisatie) werkt als de focusinstellingsknop op het objectief is ingesteld op <AF> of <MF>.  Ook wanneer u een statief gebruikt, kunt u zonder problemen opnamen maken met de IS-schakelaar ingesteld op <1>. Maar om de batterij te besparen, wordt het aanbevolen de IS-schakelaar op <2> te zetten.  Image Stabilizer (beeldstabilisatie) is zelfs effectief wanneer de camera op een monopod is bevestigd.
Pagina: 42
43 Draai aan de knop voor dioptrische aanpassing.  Draai de knop naar links of rechts zodat de AF-punten in de zoeker scherp zijn.  Als het lastig is om de knop te draaien, verwijdert u de oogschelp (pag. 187). Voor scherpe opnamen houdt u de camera stil om bewegingsonscherpte te minimaliseren. 1. Pak met uw rechterhand de camera stevig vast. 2. Houd het objectief onderaan vast met uw linkerhand. 3. Laat uw rechterwijsvinger lichtjes op de ontspanknop rusten. 4. Duw uw armen en ellebogen licht tegen de voorkant van uw lichaam. 5. Voor een stabiele houding plaatst u de ene voet net voor de andere. 6. Druk de camera tegen uw gezicht en kijk door de zoeker. Basisbediening De scherpte van de zoeker aanpassen De camera vasthouden Als het beeld in de zoeker na de dioptrische aanpassing van de camera nog niet scherp is, wordt u aangeraden om de dioptrische aanpassingslens Eg (afzonderlijk verkrijgbaar) te gebruiken. Verticaal fotograferen Horizontaal fotograferen Zie pagina 68 voor het maken van opnamen terwijl u op het LCD-scherm kijkt.
Pagina: 43
44 Basisbediening De ontspanknop heeft twee stappen. U kunt de ontspanknop half indrukken en u kunt de ontspanknop helemaal indrukken. Half indrukken Hiermee activeert u de automatische scherpstelling en het automatische belichtingssysteem dat de sluitertijd en het diafragma instelt. De belichtingsinstelling (sluitertijd en diafragma) wordt in de zoeker en op het LCD-paneel weergegeven (0). Helemaal indrukken De sluiter ontspant en de opname wordt gemaakt. Bewegingsonscherpte voorkomen Het bewegen van de camera tijdens het belichtingsmoment kan leiden tot bewegingsonscherpte. Onscherpe opnamen kunnen hiervan het resultaat zijn. Let op het volgende om bewegingsonscherpte te voorkomen: • Houd de camera goed vast zoals op de vorige pagina is weergegeven. • Druk de ontspanknop half in om automatisch scherp te stellen en druk de ontspanknop vervolgens langzaam volledig in. Ontspanknop  Als u in de modi d/s/f/a/F op de knop <p> drukt, wordt dezelfde bewerking uitgevoerd als wanneer u de ontspanknop half indrukt.  Als u de ontspanknop helemaal indrukt zonder deze eerst half in te drukken, of als u de ontspanknop half indrukt en direct daarna volledig, zal de opname iets worden vertraagd.  Zelfs wanneer een menu of opname wordt weergegeven of wanneer u een opname maakt, kunt u direct teruggaan naar de opnamemodus door de ontspanknop half in te drukken.
Pagina: 44
45 Basisbediening Draai aan het programma- keuzewiel terwijl u de ver-/ ontgrendelknop van het programmakeuzewiel in het midden ingedrukt houdt. (1) Druk op een knop en draai aan het instelwiel <6>. Wanneer u op een knop zoals <n>, <o> of <m> drukt, blijft de desbetreffende functie zes seconden lang (9) geselecteerd. Tijdens deze zes seconden kunt u de gewenste instelling maken met het instelwiel <6>. Wanneer de functie niet meer actief is of als u de ontspanknop half indrukt, is de camera klaar om een opname te maken.  Gebruik dit instelwiel om de meetmethode, AF-modus, ISO-snelheid, het AF-punt enzovoort te selecteren of in te stellen. (2) Draai alleen aan het instelwiel <6>. Draai terwijl u in de zoeker of op het LCD- paneel kijkt aan het instelwiel <6> om de gewenste instelling te selecteren.  Gebruik dit instelwiel om de sluitertijd, het diafragma, enzovoort in te stellen. Programmakeuzewiel 6 Hoofdinstelwiel De handelingen in (1) zijn ook mogelijk wanneer de <R>-schakelaar naar rechts staat (Multifunctievergrendeling, pag. 47).
Pagina: 45
46 Basisbediening (1) Druk op een knop en draai aan het instelwiel <5>. Wanneer u op een knop zoals <n>, <o> of <m> drukt, blijft de desbetreffende functie zes seconden lang(9) geselecteerd. Tijdens dezezes seconden kunt u de gewenste instelling maken met het instelwiel <5>. Wanneer de functie niet meer actief is of als u de ontspanknop half indrukt, is de camera klaar om een opname te maken.  Gebruik dit instelwiel als u de witbalans, de transportmodus, de flitsbelichtingscompensatie, het AF-punt, enzovoort wilt selecteren of instellen. (2) Draai alleen aan het instelwiel <5>. Draai terwijl u in de zoeker of op het LCD- paneel kijkt aan het instelwiel <5> om de gewenste instelling te selecteren.  Gebruik dit instelwiel om de waarde voor de belichtingscompensatie, het diafragma voor handmatige belichting, enzovoort in te stellen. Tijdens filmopname biedt het touch pad een geruisloos alternatief om de sluitertijd, het diafragma, de ISO-snelheid, een belichtingscompensatie, het geluidsopname- niveau en het hoofdtelefoonvolume aan te passen (pag. 238). Deze functie is actief wanneer [z5: Stille bediening] is ingesteld op [Insch. h]. Nadat u op de knop <Q> hebt gedrukt, tikt u op de binnenste ring van het instelwiel <5>, boven, onder, links of rechts. 5 Snelinstelwiel h Touch pad De handelingen in (1) zijn ook mogelijk wanneer de <R>-schakelaar naar rechts staat (Multifunctievergrendeling, pag. 47).
Pagina: 46
47 Basisbediening De <9> heeft acht pijltoetsen en een knop in het midden.  Met deze knop kunt u het AF-punt selecteren, de witbalans corrigeren, het AF-punt of vergrotingskader verplaatsen tijdens Live view-opnamen, over de opname schuiven in de vergrote weergave tijdens afspelen, het Snelkeuzescherm bedienen, enzovoort.  U kunt er ook menuopties mee selecteren (met uitzondering van [31: Wis beelden] en [51: Kaart formatteren]).  Bij menu's en het scherm Snel instellen werkt de multifunctionele knop alleen in verticale en horizontale richting. Hij werkt niet in diagonale richtingen. Met [82: Multifunctievergrendeling] ingesteld (pag. 325) en de <R>-schakelaar naar rechts, wordt voorkomen dat het hoofdinstelwiel, het snelinstelwiel, en de multifunctionele knop onbedoeld bewegen en een instelling wordt veranderd. <R>-schakelaar naar links: ontgrendeld <R>-schakelaar naar rechts: vergrendeld 9 Multifunctionele knop R Multifunctievergrendeling Indien de <R>-schakelaar naar rechts staat en u een van de vergrendelde camera-bedieningen probeert te gebruiken, wordt in de zoeker en op het LCD-paneel <L> weergegeven. Op het scherm opname- instellingen (pag. 48), wordt [LOCK] weergegeven.
Pagina: 47
48 Basisbediening Schakel de verlichting van het LCD- paneel in (9) of uit door op de knop <U> te drukken. Wanneer u bij een bulb-opname de ontspanknop volledig indrukt, wordt de verlichting van het LCD-paneel uitgeschakeld. Nadat u een aantal keren op de knop <B> hebt gedrukt, worden de opname-instellingen weergegeven. Wanneer de opname-instellingen zijn weergegeven, kunt u aan het programmakeuzewiel draaien om de instellingen voor elke opnamemodus te bekijken (pag. 343). Door op de knop <Q> te drukken, wordt Snel instellen van de opname- instellingen ingeschakeld (pag. 49). Druk nogmaals op de knop <B> om de weergave uit te schakelen. U LCD-paneelverlichting Opname-instellingen weergeven
Pagina: 48
49 U kunt de opnamefuncties die worden weergegeven op het LCD- scherm rechtstreeks selecteren en instellen. Dit wordt het scherm Snel instellen genoemd. 1 Druk op de knop <Q>.  Het scherm Snel instellen wordt weergegeven (7). 2 Stel de gewenste functie in.  Gebruik <9> om een functie te selecteren.  De instelling van de geselecteerde functie wordt onderaan weergegeven.  Draai aan het instelwiel <5> of <6> om de instelling te wijzigen. 3 Maak de opname.  Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken.  De opname wordt weergegeven. Q Snel instellen voor opnamefuncties  A-modus  d/s/f/a/F-modi In de <A>-modus kunt u alleen de opnamefunctie, kaart, opnamekwaliteit en transportmodus selecteren of instellen.
Pagina: 49
50 Q Snel instellen voor opnamefuncties  Selecteer de gewenste functie en druk op <0>. Het scherm met instellingen voor de functie wordt weergegeven.  Draai aan het instelwiel <5> of <6> om de instelling te wijzigen. Er zijn ook functies die worden ingesteld met de knop <B>.  Druk op <0> om de instelling te voltooien en ga terug naar het scherm Snel instellen.  Wanneer u < > (Aangepaste bediening, pag. 327) selecteert en op de knop <M> drukt, worden de opname- instellingen weer weergegeven. Instelbare functies in het scherm Snel instellen Scherm met functie-instellingen Sluitertijd (pag. 164) AF-modus (pag. 70) Witbalanscorrectie (pag. 142) Opnamemodus* (pag. 24) Lichte tonen prioriteit* (pag. 148) Auto Lighting Optimizer (Auto optimalisatie helderheid) (pag. 144) Meetmethode (pag. 169) Beeldstijl (pag. 131) Belichtingscompensatie/AEB- instelling (pag. 171 en 172) Flitsbelichtingscompensatie (pag. 190) ISO-snelheid Opnamekwaliteit (pag. 121) Diafragma (pag. 166) Opnamefunctie/ kaartselectie (pag. 118) Transportmodus (pag. 113) Aangepaste bediening (pag. 327) Witbalans (pag. 139) AE-vergrendeling* (pag. 173) Functies met een sterretje kunnen niet worden ingesteld via het scherm Snel instellen. <0> 
Pagina: 50
51 In de menu's kunt u verschillende functies instellen, zoals de opnamekwaliteit, datum/ tijd, enzovoort. Terwijl u naar het LCD-scherm kijkt, gebruikt u de knop <M> en <Q> op de achterkant van de camera, en de instelwielen <6> en <5>. * Een aantal menutabbladen en menu-items wordt in de modus <A> niet weergegeven. 3 Menugebruik A Modusmenuscherm d/s/f/a/F Modusmenuscherm <5> Snelinstelwiel Instelwiel Knop <M> <6> Hoofdinstelwiel LCD-scherm Knop <0> Knop <Q> Menu-items Menu- instellingen z: Opnamen maken 5: Set-up 9: My Menu 3: Weergave 8: Persoonlijke voorkeuze Hoofdtabbladen Secundaire tabbladen 2: AF
Merk:
Canon
Product:
Fotocamera's
Model/naam:
EOS 5D Mark III
Bestandstype:
PDF
Beschikbare talen:
Nederlands