EOS 5D Mark II handleiding
Canon EOS 5D Mark IIhandleiding

Handleiding voor de Canon EOS 5D Mark II in het Nederlands. Deze PDF handleiding heeft 228 pagina's.

PDF 228 1.1mb

Bekijk hieronder de handleiding van de Canon EOS 5D Mark II. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

MANUALSCAT | NL

Vragen & antwoorden

Heb je een vraag over de Canon EOS 5D Mark II en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Canon EOS 5D Mark II. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Canon EOS 5D Mark II zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.

Stel een vraag over de Canon EOS 5D Mark II

Pagina: 1
2 Bedankt voor het kopen van een Canon-product. De EOS 5D Mark II is een hoogwaardige, digitale spiegelreflexcamera met een CMOS-sensor met een volledig kader (ongeveer 36 mm x 24 mm) en met 21,10 effectieve megapixels. Andere functies zijn DIGIC 4, negen uiterst nauwkeurige AF-punten met hoge snelheid (plus zes AF-hulppunten), ongeveer 3,9 frames per seconde (continu-opnamen), Live view-opnamen en filmopnamen in Full HD (Full High-Definition). De camera reageert zeer snel bij alle opnamesituaties, bevat tal van functies voor veeleisende opnamen, en biedt nog meer opnamemogelijkheden wanneer u accessoires aansluit. Maak een aantal testopnamen om vertrouwd te raken met de camera Met een digitale camera kunt u de opname die u hebt gemaakt direct bekijken. Maak een aantal testopnamen terwijl u deze handleiding doorneemt en bekijk het resultaat. U zult de camera dan beter begrijpen. Lees de Veiligheidsmaatregelen (pag. 219 en 220) en Tips en waarschuwingen voor het gebruik (pag. 12 en 13) om slechte foto's en ongelukken te voorkomen. De camera testen voor gebruik en aansprakelijkheid Bekijk de opname nadat u deze hebt gemaakt en controleer of deze goed is opgeslagen. Wanneer de camera of de geheugenkaart gebreken vertoont en de beelden niet kunnen worden opgenomen of gedownload naar een computer, is Canon niet verantwoordelijk voor eventueel verlies of ongemak. Copyright Mogelijk verbiedt de wet op het auteursrecht in uw land het gebruik van opnamen van mensen en bepaalde onderwerpen anders dan voor privégebruik. Ook kan het maken van opnamen van bepaalde openbare optredens, exposities en dergelijke zelfs voor privégebruik verboden zijn. CF-kaart Wanneer in deze handleiding "kaart" wordt gebruikt, wordt daarmee de CF-kaart bedoeld. Er wordt geen CF-kaart (voor het opslaan van opnamen) meegeleverd met de camera. Deze dient u apart aan te schaffen.
Pagina: 2
3 Controleer voordat u begint of alle onderstaande onderdelen van de camera aanwezig zijn. Neem contact op met uw dealer als er iets ontbreekt. * Batterijoplader LC-E6 of LC-E6E is meegeleverd. (Bij de LC-E6E wordt een netsnoer meegeleverd.) Als u een objectievenset hebt gekocht, controleer dan of het objectief is meegeleverd. Mogelijk is er een instructiehandleiding meegeleverd, afhankelijk van het type objectievenset. Bewaar bovengenoemde zaken zorgvuldig. Controlelijst onderdelen Batterij LP-E6 (met beschermdeksel) Batterijoplader LC-E6/LC-E6E* Interfacekabel IFC-200U Stereovideokabel STV-250N EOS DIGITAL Solution Disk (software) EOS DIGITAL Software Instruction Manuals Disk (1) Instructiehandleiding (dit document) (2) Beknopte gebruikershandleiding Verkorte handleiding voor het maken van opnamen. (3) Cd-romgids Handleiding bij de meegeleverde software (EOS DIGITAL Solution Disk) en de EOS DIGITAL Software Instruction Manuals Disk. Camera (met oogschelp en cameradop) Brede draagriem EW-EOS5DMKII
Pagina: 3
4 Pictogrammen in deze handleiding <6> : Het hoofdinstelwiel. <5> : Het snelkeuzewiel. <9> : De multifunctionele knop. <0> : De instelknop. 0, 9, , 8: Hiermee wordt aangeduid dat de desbetreffende functie respectievelijk 4, 6, 10 of 16 seconden actief blijft nadat u de knop loslaat. * De pictogrammen en markeringen in deze handleiding die verwijzen naar knoppen, instelwielen en instellingen op de camera, komen overeen met de pictogrammen en markeringen op de camera en het LCD-scherm. 3 : Hiermee wordt verwezen naar een functie die u kunt wijzigen door op de knop <M> te drukken en de instelling te wijzigen. M : Indien het sterretje rechts op de pagina wordt weergegeven, is de functie alleen beschikbaar als het programmakeuzewiel is ingesteld op d, s, f, a of F. * Functie die niet kan worden gebruikt in de volledig automatische modi (1/C). (pag. **) : Referentiepaginanummers voor meer informatie. : Tip of advies voor betere opnamen. : Advies voor het oplossen van problemen. : Waarschuwing om opnameproblemen te voorkomen. : Aanvullende informatie. Basisveronderstellingen Bij alle handelingen die in deze handleiding worden beschreven, wordt ervan uitgegaan dat de aan-uitschakelaar al is ingesteld op <1> of <J> (pag. 27). Bij alle handelingen met <5> die in deze handleiding worden beschreven, wordt ervan uitgegaan dat de aan-uitschakelaar al is ingesteld op <J>. Er wordt aangenomen dat alle menu-instellingen en persoonlijke voorkeuzen staan ingesteld op de standaardinstellingen. Ter verduidelijking is er in de instructies een EF 50mm f/1.4 USM- objectief (of EF 24-105mm f/4L IS USM) op de camera bevestigd. Symbolenenafsprakendieindezehandleidingwordengebruikt
Pagina: 4
5 Voor nieuwe DSLR-gebruikers worden in hoofdstuk 1 en 2 de basisbediening en opnameprocedures voor de camera uitgelegd. Hoofdstukken Inleiding Algemene informatie over de camera. 2 Aan de slag 23 Foto's maken met basisfuncties Volautomatisch opnamen maken. 47 Opname-instellingen 53 De AF- en transportmodi instellen 77 Geavanceerde functies Opnamefuncties voor bepaalde soorten onderwerpen. 87 Live view-opnamen en films Opnamen maken terwijl u op het LCD-scherm kijkt. 107 Opnamen weergeven 127 Sensorreiniging 147 Opnamen afdrukken en overbrengen naar een computer 153 De camera aanpassen aan uw voorkeuren 171 Referentie 189 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Pagina: 5
6 1 2 Inleiding Controlelijst onderdelen..................................................................................... 3 Symbolen en afspraken die in deze handleiding worden gebruikt .................... 4 Hoofdstukken .................................................................................................... 5 Functie-index................................................................................................... 10 Tips en waarschuwingen voor het gebruik ...................................................... 12 Verkorte handleiding ....................................................................................... 14 Namen van onderdelen ................................................................................... 16 Aan de slag 23 De batterij opladen .......................................................................................... 24 De batterij plaatsen en verwijderen ................................................................. 26 De camera inschakelen................................................................................... 27 De CF-kaart plaatsen en verwijderen.............................................................. 29 Een objectief bevestigen en verwijderen......................................................... 31 Objectieven met Image Stabilizer (beeldstabilisatie)....................................... 33 Basisbewerkingen ........................................................................................... 34 9 Het scherm Snel instellen gebruiken ......................................................... 38 3 Menugebruik.......................................................................................... 40 Voordat u begint .............................................................................................. 42 De interfacetaal instellen.............................................................................. 42 De datum en tijd instellen............................................................................. 42 De kaart formatteren .................................................................................... 43 De uitschakeltijd/automatisch uitschakelen instellen.................................... 44 De standaardinstellingen van de camera herstellen .................................... 45 Over copyrightinfo ........................................................................................ 46 Foto's maken met basisfuncties 47 1 Volautomatisch opnamen maken.............................................................. 48 1 Volautomatische technieken ..................................................................... 50 C Creatieve automatische opnamen ............................................................ 51 Inhoud
Pagina: 6
7 Inhoud 5 3 4 Opname-instellingen 53 De opnamekwaliteit instellen............................................................................54 i: De ISO-waarde instellen...........................................................................57 A Een Picture Style selecteren....................................................................59 A Een Picture Style aanpassen...................................................................61 A Een Picture Style registreren ...................................................................63 B: De witbalans instellen..............................................................................65 O Handmatige witbalans ..........................................................................66 P De kleurtemperatuur instellen ................................................................67 u Witbalanscorrectie ......................................................................................68 Correctie voor belichting in het buitengebied...................................................70 Een map maken en selecteren ........................................................................72 Methoden voor bestandsnummering................................................................74 De kleurruimte instellen....................................................................................76 De AF- en transportmodi instellen 77 f: De AF-modus selecteren ..........................................................................78 S Het AF-punt selecteren..............................................................................81 Wanneer niet automatisch kan worden scherpgesteld ....................................84 MF: Handmatig scherpstellen .......................................................................84 i De transportmodus selecteren...................................................................85 j De zelfontspanner.......................................................................................86 Geavanceerde functies 87 d: AE-programma ...........................................................................................88 s: Automatische belichting met sluiterprioriteit.............................................90 f: Automatische belichting met diafragmaprioriteit ......................................92 Scherptedieptecontrole .................................................................................93 a: Handmatige belichting ...............................................................................94 q De meetmethode selecteren ......................................................................95 Belichtingscompensatie instellen .....................................................................96 h Reeksopnamen met automatische belichting (AEB) .................................97 A AE-vergrendeling........................................................................................98 F: Bulb-belichting............................................................................................99 Spiegel opklappen..........................................................................................101
Pagina: 7
8 Inhoud 6 7 8 R Opnamen maken met afstandsbediening................................................... 102 D Flitsfotografie............................................................................................. 103 De flitser instellen .......................................................................................... 105 Live view-opnamen en films 107 A Live view-opnamen: voorbereiding ......................................................... 108 Opnamen maken........................................................................................... 110 Automatisch scherpstellen............................................................................. 113 Handmatig scherpstellen............................................................................... 119 Stille opnamen maken................................................................................... 120 k Films opnemen........................................................................................ 121 Opnamen weergeven 127 x Opnamen weergeven.............................................................................. 128 B Weergave met opname-informatie ..................................................... 129 H I Snel opnamen zoeken ....................................................................... 131 u/y Vergrote weergave............................................................................. 133 b De opname draaien.................................................................................. 134 Automatische weergave (diavoorstelling)...................................................... 135 k Films weergeven ..................................................................................... 137 Opnamen op de tv bekijken........................................................................... 139 K Opnamen beveiligen................................................................................ 141 L Opnamen wissen...................................................................................... 142 De instellingen voor het weergeven van opnamen wijzigen.......................... 144 De helderheid van het LCD-scherm aanpassen ........................................ 144 De kijktijd instellen...................................................................................... 145 Verticale opnamen automatisch draaien .................................................... 146 Sensorreiniging 147 f Automatische sensorreiniging................................................................ 148 Stofwisdata toevoegen .................................................................................. 149 Handmatige sensorreiniging.......................................................................... 151
Pagina: 8
9 Inhoud 9 10 11 Opnamen afdrukken en overbrengen naar een computer 153 Het afdrukken voorbereiden...........................................................................154 wAfdrukken..................................................................................................156 De opname bijsnijden .................................................................................161 W Digital Print Order Format (DPOF)...........................................................163 Rechtstreeks afdrukken met DPOF ...............................................................166 d Opnamen overbrengen naar een computer.............................................167 De camera aanpassen aan uw voorkeuren 171 Persoonlijke voorkeuzen instellen..................................................................172 Persoonlijke voorkeuzen................................................................................173 Persoonlijke voorkeuze-instellingen...............................................................174 C.FnI : Belichting......................................................................................174 C.FnII : Beeld ............................................................................................176 C.FnIII : Autofocus/Drive ............................................................................178 C.FnIV : Bediening/Overig..........................................................................182 My Menu vastleggen......................................................................................186 w Gebruikersinstellingen voor de camera vastleggen .................................187 Referentie 189 B Camera-instellingen controleren ............................................................190 De batterijgegevens controleren ....................................................................192 Een gewoon stopcontact gebruiken...............................................................196 De batterij voor datum/tijd vervangen ............................................................197 Tabel met beschikbare functies .....................................................................198 Menu-instellingen...........................................................................................200 Problemen oplossen ......................................................................................203 Foutcodes ......................................................................................................209 Systeemoverzicht...........................................................................................210 Specificaties...................................................................................................212 Index ..............................................................................................................222
Pagina: 9
10 Voeding Batterij • Opladen Î pag. 24 • Batterijniveau Î pag. 28 • Batterijgegevenscontrole Î pag. 192 Stopcontact Î pag. 196 Automatisch uitschakelen Î pag. 44 Objectief Bevestigen/verwijderen Î pag. 31 In- en uitzoomen Î pag. 32 Image Stabilizer (beeldstabilisatie) Î pag. 33 Basisinstellingen (menufuncties) Taal Î pag. 42 Datum/tijd Î pag. 42 De helderheid van het LCD-scherm aanpassen Î pag. 144 Pieptoon Î pag. 200 Opnamen maken zonder kaart Î pag. 29 Opnamen opslaan Formatteren Î pag. 43 Een map maken/selecteren Î pag. 72 File No. Î pag. 74 Beeldkwaliteit Opnamekwaliteit Î pag. 54 ISO-waarde Î pag. 57 Picture Style Î pag. 59 Kleurruimte Î pag. 76 Functies voor kwaliteitsverbetering • Auto Lighting Optimizer (Auto Helderheid Optimalisatie) Î pag. 177 • Correctie voor belichting in het buitengebied Î pag. 70 • Ruisreductie voor lange belichtingstijden Î pag. 176 • Ruisreductie voor hoge ISO-waarden Î pag. 176 • Lichte tonen prioriteit Î pag. 177 Witbalans Witbalansinstelling Î pag. 65 Handmatige witbalansÎ pag. 66 Kleurtemperatuurinstelling Î pag. 67 Witbalanscorrectie Î pag. 68 Reeksopnamen met automatische witbalans Î pag. 69 AF AF-modus Î pag. 78 AF-puntselectie Î pag. 81 • AF-hulppunten Î pag. 80 • AF-puntuitbreiding Î pag. 180 Handmatig scherpstellen Î pag. 84 Lichtmeting Meetmethode Î pag. 95 Transport Transportmodi Î pag. 85 Maximale opnamereeks Î pag. 56 Functie-index
Pagina: 10
11 Functie-index Opname Automatisch/creatief Î pag.51 AE-programma Î pag. 88 Automatische belichting met sluiterprioriteit Î pag. 90 Automatische belichting met diafragmaprioriteit Î pag. 92 Handmatige belichting Î pag. 94 Bulb Î pag. 99 Spiegel opklappen Î pag. 101 Scherm Snel instellen Î pag. 38 Zelfontspanner Î pag. 86 Afstandsbediening Î pag. 102 Aanpassing van de belichting Belichtingscompensatie Î pag. 96 AEB (reeksopnamen met automatische belichting) Î pag. 97 AE-vergrendeling Î pag. 98 Verhoging belichtingsniveau Î pag. 174 Flitser Externe flitser Î pag. 103 Bediening van de flitser Î pag. 105 Persoonlijke voorkeuzen flitser Î pag. 106 Live view-opnamen Foto's Î pag. 108 • AF - Quick mode Î pag. 113 - Live mode Î pag. 115 - Live mode met gezichtsherkenningÎ pag. 116 • Handmatig scherpstellenÎ pag. 119 • Belichtingssimulatie Î pag. 109 • Raster Î pag. 111 • Stille opnamen makenÎ pag. 120 Films Î pag. 121 Beeldweergave Weergaveduur opnamen Î pag. 145 Weergave van één opname Î pag. 128 • Weergave met opname-informatie Î pag. 129 Filmweergave Î pag. 137 Indexweergave Î pag. 131 Door beelden navigeren (opnamesprong) Î pag. 132 Vergrote weergave Î pag. 133 Handmatig opnamen roteren Î pag. 134 Automatisch opnamen roteren Î pag. 146 Automatisch opnamen weergeven Î pag. 135 Opnamen op de tv bekijken Î pag. 139 Beveiligen Î pag. 141 Wissen Î pag. 142 Aanpassen Persoonlijke functie (C.Fn) Î pag. 171 My Menu Î pag. 186 Gebruikersinstelling voor de camera vastleggen Î pag. 187 Sensorreiniging/stof verwijderen Sensorreiniging Î pag. 147 Stofwisdata toevoegen Î pag. 149 Zoeker Dioptrische aanpassing Î pag. 34 Matglas verwisselen Î pag. 184
Pagina: 11
12 Omgaan met de camera Deze camera is een precisie-instrument. Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan fysieke schokken. De camera is niet waterdicht en kan niet onder water worden gebruikt. Neem direct contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center als u de camera per ongeluk in het water laat vallen. Droog de camera af met een droge doek als er waterspatten op de camera zijn gekomen. Wrijf de camera grondig schoon met een licht vochtige doek als deze in aanraking is gekomen met zoute lucht. Houd de camera buiten het bereik van apparaten met sterke magnetische velden, zoals magneten of elektrische motoren. Houd de camera eveneens uit de buurt van apparaten die sterke radiogolven uitzenden, zoals grote antennes. Sterke magnetische velden kunnen storingen veroorzaken en opnamegegevens beschadigen. Laat de camera niet achter in een extreem warme omgeving, zoals in een auto die in direct zonlicht staat. Door de hoge temperaturen kan de camera defect raken. De camera bevat elektronische precisieschakelingen. Probeer nooit de camera te demonteren of zelf reparaties of onderhoud uit te voeren. Gebruik een blaaskwastje om stof van de lens, zoeker, reflexspiegel of het matglas te blazen. Gebruik geen reinigingsmiddelen die organische oplosmiddelen bevatten om de camerabehuizing of lens schoon te vegen. Neem voor het verwijderen van hardnekkig vuil contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center. Raak de elektrische contactpunten van de camera nooit met uw vingers aan. Als u dat wel doet, kunnen deze gaan roesten. Roest op de contactpunten kan ertoe leiden dat de camera niet goed meer functioneert. Als de camera plotseling van een koude in een warme omgeving terechtkomt, kan zich condens vormen op de camera en op de inwendige delen. Voorkom condensvorming door de camera eerst in een afgesloten plastic tas te plaatsen. Zorg ervoor dat de camera is aangepast aan de hogere temperatuur voordat u de camera uit de tas haalt. Gebruik de camera niet als zich hierop condens heeft gevormd. Zo voorkomt u beschadiging van de camera. Als zich condens heeft gevormd, verwijdert u het objectief, de kaart en de batterij uit de camera. Wacht tot de condens is verdampt voordat u de camera gebruikt. Verwijder de batterij en berg de camera op een koele, droge en goed geventileerde plaats op als u deze gedurende langere tijd niet gaat gebruiken. Ook als de camera is opgeborgen moet u de sluiter zo nu en dan enkele malen bedienen om te controleren of de camera nog goed functioneert. Vermijd opslag op plaatsen waar bijtende chemicaliën worden gebruikt, zoals een donkere kamer of een laboratorium. Als de camera langere tijd niet is gebruikt, test u alle functies voordat u de camera weer gaat gebruiken. Als u de camera langere tijd niet hebt gebruikt en opnamen wilt gaan maken van een belangrijke gebeurtenis, is het raadzaam de camera te laten controleren door uw Canon-dealer of zelf te controleren of de camera goed functioneert. Tips en waarschuwingen voor het gebruik
Pagina: 12
13 Tips en waarschuwingen voor het gebruik LCD-paneel en LCD-scherm Hoewel het LCD-scherm is gefabriceerd met hogeprecisietechnologie en meer dan 99,99% effectieve pixels heeft, kunnen er onder de 0,01% resterende pixels enkele dode pixels voorkomen. Dode pixels hebben altijd dezelfde kleur, bijvoorbeeld zwart of rood. Dit is geen defect. De dode pixels zijn ook niet van invloed op de opgeslagen opnamen. Als het LCD-scherm lange tijd aan blijft staan, kan het scherm inbranden en zijn er restanten van de eerdere weergave te zien. Dit is echter een tijdelijk effect dat verdwijnt als de camera enkele dagen niet wordt gebruikt. Bij lage of hoge temperaturen kan het LCD-scherm langzamer reageren of er zwart uitzien. Bij kamertemperatuur functioneert het scherm weer normaal. Kaarten Let op het volgende om de kaart en vastgelegde gegevens te beschermen: U moet de kaart niet laten vallen, buigen of nat laten worden. Stel de kaart niet bloot aan grote krachten, fysieke schokken en trillingen. Gebruik of bewaar kaarten niet in de buurt van voorwerpen met sterke magnetische velden zoals tv's, luidsprekers en magneten. Mijd ook plaatsen met statische elektriciteit. Plaats de kaart niet in direct zonlicht of in de buurt van hittebronnen. Bewaar de kaart in een houder. Bewaar de kaart niet op hete, stoffige of vochtige plaatsen. Objectief Nadat u het objectief hebt losgedraaid van de camera, bevestigt u de lensdoppen of plaatst u het objectief met de achterkant naar boven om krassen op het lensoppervlak en de elektrische contactpunten te voorkomen. Waarschuwingen bij langdurig gebruik Wanneer u langdurig continu-opnamen of Live view-opnamen maakt, kan de camera heet worden. Dit is geen defect. Het langdurig vasthouden van een hete camera kan echter wel een lichte verbranding van de huid veroorzaken. Contactpunten
Pagina: 13
14 Verkorte handleiding 1 Plaats de batterij. (pag. 26) Ga voor meer informatie over het opladen van de batterij naar pagina 24. 2 Bevestig het objectief. (pag. 31) Zorg dat het objectief is uitgelijnd met de rode punt. 3 Stel de focusinstellingsknop op het objectief in op <AF>. (pag. 31) 4 Open het afdekkapje en plaats een kaart. (pag. 29) Houd de etiketzijde naar u toe en plaats het uiteinde met de kleine openingen in de camera. 5 Zet de aan-uitschakelaar op <1>. (pag. 27)
Pagina: 14
15 Verkorte handleiding 6 Stel het programmakeuzewiel in op <1> (Automatisch). (pag. 48) Alle camera-instellingen worden automatisch ingesteld. 7 Stel scherp op het onderwerp. (pag. 35) Kijk door de zoeker en richt het midden van de zoeker op het onderwerp. Druk de ontspanknop half in; de camera stelt vervolgens scherp op het onderwerp. 8 Maak de opname. (pag. 35) Druk de ontspanknop helemaal in om een opname te maken. 9 Bekijk de opname. (pag. 145) De opname wordt ongeveer 2 seconden op het LCD-scherm weergegeven. Druk op de knop <x> om de opname nogmaals weer te geven. (pag. 128). Zie "Opnamen weergeven" (pag. 128) voor het bekijken van de opnamen die u tot nu toe hebt gemaakt. Ga voor meer informatie over het verwijderen van een opname naar "Opnamen wissen" (pag. 142).
Pagina: 15
16 Voor gedetailleerde informatie worden tussen haakjes referentiepaginanummers gegeven (pag. **). Namen van onderdelen <o> Knop voor AF-modusselectie/ transportmodusselectie (pag. 78/85) <m> Knop voor ISO snelheid/ flitsbelichtingscompensatie (pag. 57/103) <U> Knop LCD- paneelverlichting (pag. 99) <6> Hoofdinstelwiel (pag. 36) Ontspanknop (pag. 35) Lampje van zelfontspanner (pag. 86) Sensor van afstandsbediening (pag. 102) Greep (batterij- compartiment) Aansluitpunt voor DC-koppelingskabel (pag. 196) Spiegel (pag. 101,151) Contactpunten (pag. 13) Lensvatting Objectiefvergrendelingsstift Knop scherptedieptecontrole (pag. 93) Objectiefontgrendelingsknop (pag. 32) Batterij voor datum/tijd (pag. 197) Microfoon (pag. 124) Aansluitingenklepje Draagriemhouder (pag. 23) Programmakeuzewiel (pag. 20) <V> Scherpstelvlakmarkering Flitserschoen (pag. 103) Contactpunten voor flitssynchronisatie (pag. 103) EF-objectiefbevestigingsmarkering (pag. 31) LCD-paneel (pag. 18) <n> Knop voor lichtmeetmethode/ witbalansselectie (pag. 95/65) Pc-aansluiting (pag. 104) Aansluiting digitale apparaten (pag. 154,167) Aansluiting afstandsbediening (type N3) (pag. 100) HDMI mini OUT-aansluiting (pag. 140) Audio/video OUT-aansluiting (pag. 139) IN-aansluiting externe microfoon (pag. 124) Cameradop (pag. 31)
Pagina: 16
17 Namen van onderdelen <A/l> Knop voor Live view-opnamen/afdrukken/ delen (pag. 109/159, 168) <9> Multifunctionele knop (pag. 36) Knop voor dioptrische aanpassing (pag. 34) Oogschelp (pag. 100) Luidspreker (pag. 138) Zoekeroculair <M> Menuknop (pag. 40) LCD-scherm (pag. 40, 144) <B> Knop Info/bijsnijdrichting (pag. 112, 128, 190/161) <x> Opnameweergaveknop (pag. 128) <L> Wisknop (pag. 142) Aansluiting uitbreidingssysteem <A> Knop voor Picture Style-selectie (pag. 59) Lichtsensor (pag. 144) Statiefbevestigingspunt Aan-uitschakelaar/Snelkeuzewiel (pag. 27) <0> Knop voor instellen/filmopnamen (pag. 40/122) Kaartsleuf (pag. 29) Knop voor kaart uitwerpen (pag. 30) <5> Snelkeuzewiel (pag. 37) Lees-/schrijfindicator (pag. 30) Klepje batterij- compartiment (pag. 26) Ontgrendelknop batterij- compartiment (pag. 26) Klepje van kaartsleuf (pag. 29) Draagriemhouder (pag. 23) <S/u> Knop voor AF-puntselectie/ vergroten (pag. 81/133,161) <A/I> Knop voor AE-vergrendeling/ flitsbelichtingsvergrendeling/ index/verkleinen (pag. 98/103/3/131/133,161) <p> AF-startknop (pag. 35,79,110)
Pagina: 17
18 Namen van onderdelen LCD-paneel Er worden alleen instellingen weergegeven die momenteel zijn toegepast. Batterijniveau (pag. 28) Transportmodus (pag. 85) u Enkelbeeld i Continu-opnamen 10-sec. zelfontspanner/ afstandsbediening 2-sec. zelfontspanner/ afstandsbediening Witbalanscorrectie (pag. 68) Resterende opnamen Resterende opnamen tijdens reeksopnamen met automatische witbalans Timer zelfontspanner Bulb-belichtingstijd Diafragma AF-puntselectie ([ - - - ]) Waarschuwing Kaart vol (FuLL CF) Waarschuwing Kaartfout (Err CF) Waarschuwing Geen kaart (no CF) Foutcode (Err) Beeldsensor reinigen (CLn) k AF-modus (pag. 78) X 1-beeld AF 9 AI Focus AF Z AI Servo AF - - - - - - Sluitertijd Bezig (buSY) Opnamekwaliteit (pag. 54) 37 Groot/Fijn 38 Groot/Normaal 47 Middelgroot/Fijn 48 Middelgroot/Normaal 67 Klein/Fijn 68 Klein/Normaal 1 RAW D Small RAW Witbalans (pag. 65) QAuto W Daglicht E Schaduw R Bewolkt Y Kunstlicht U Wit TL licht I Flitser O Custom P Kleurtemperatuur Flitsbelichtingscompensatie (pag. 103) Indicator belichtingsniveau Waarde belichtingscompensatie (pag. 96) AEB-bereik (pag. 97) Waarde flitsbelichtingscompensatie (pag. 103) Meetmethode (pag. 95) q Meervlaksmeting w Deelmeting r Spotmeting e Gemiddelde meting met nadruk op het midden <h> AEB (pag. 97) ISO-waarde (pag. 57) <0> Zwart-witopnamen (pag. 60) <g> ISO-waarde (pag. 57) <A> Lichte tonen prioriteit (pag. 177) Schrijfstatus van kaart
Pagina: 18
19 Namen van onderdelen Zoekerinformatie Er worden alleen instellingen weergegeven die momenteel zijn toegepast. < > Batterijniveau Matglas AF-punten (ingespiegeld display) Spotmetingscirkel <A> AE-vergrendeling/ AEB actief <D> Flits gereed Waarschuwing voor onjuiste flitsbelichtingsvergrendeling <e> High-speed synchronisatie (FP-flits) <d> Flitsbelichtingsvergrendeling/ FEB actief <y> Flitsbelichtingscompensatie Sluitertijd Flitsbelichtingsvergrendeling (FEL) Bezig (buSY) Diafragma Waarschuwing Kaart vol (FuLL CF) Waarschuwing Kaartfout (Err CF) Waarschuwing Geen kaart (no CF) Indicator belichtingsniveau Waarde belichtingscompensatie Waarde flitsbelichtingscompensatie AEB-bereik <A> Lichte tonen prioriteit ISO snelheid <0> Zwart-witopnamen Maximale opnamereeks <o> Focusbevestigings- lampje Witbalans- correctie <g> ISO snelheid
Pagina: 19
20 Namen van onderdelen Programmakeuzewiel Volautomatische modi U hoeft alleen maar de ontspanknop in te drukken. Volautomatisch opnamen maken is geschikt voor het onderwerp. 1: Automatisch (pag. 48) C: Automatisch/creatief (pag. 51) F : Bulb (pag. 99) a : Handmatige belichting (pag. 94) f: AE-diafragmaprioriteit (pag. 92) s : AE-sluiterprioriteit (pag. 90) d : AE-programma (pag. 88) Gebruikersinstellingen voor de camera De meeste camera-instellingen kunnen worden vastgelegd onder w, x of y (pag. 187).
Pagina: 20
21 Namen van onderdelen EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief Modusschakelaar (pag. 31) Bevestiging lenskap (pag. 32) Filteraansluiting van 77 mm (voorkant objectief) Zoomring (pag. 32) Schakelaar voor Image Stabilizer (beeldstabilisatie) (pag. 33) Objectiefbevestigings- markering (pag. 31) Contactpunten (pag. 13) Focusafstandsschaal Focusring (pag. 84, 119) Infraroodindex Zoompositie-index (pag. 32) Het gebruik van echte Canon-accessoires wordt aanbevolen Dit product levert uitstekende prestaties wanneer het wordt gebruikt met echte Canon-accessoires. Canon is niet verantwoordelijk voor enige schade aan dit product en/of ongelukken zoals brand, enz., die worden veroorzaakt door accessoires die niet van Canon zijn (bijvoorbeeld lekkage en/of explosie van een batterij). Deze garantie is niet van toepassing op reparaties die het gevolg zijn van storingen van accessoires die niet van Canon zijn. U kunt dergelijke reparaties aanvragen tegen vergoeding.
Pagina: 21
22 Namen van onderdelen Batterijoplader LC-E6 Lader voor batterij LP-E6 (pag. 24). Batterijoplader LC-E6E Lader voor batterij LP-E6 (pag. 24). Batterijcompartiment Oplaadlampje Stekker Deze voedingseenheid kan verticaal of horizontaal worden gebruikt. Netsnoer Netsnoeraansluiting Batterijcompartiment Oplaadlampje
Pagina: 22
23 1 Aan de slag In dit hoofdstuk worden de voorbereidende stappen en de basisbediening van de camera uitgelegd. De riem bevestigen Haal het einde van de riem van onderaf door de draagriemring. Haal deze daarna door de gesp van de riem zoals afgebeeld in de illustratie. Trek de riem strak en zorg ervoor dat hij goed vastzit in de gesp. De oculairdop is ook aan de riem bevestigd (pag. 100). Oculairdop
Pagina: 23
24 1 Verwijder het beschermdeksel. 2 Plaats de batterij. Plaats de batterij op een veilige manier (zie illustratie). Om de batterij te verwijderen, herhaalt u de bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde. 3 Laad de batterij op. Voor LC-E6 Klap de contactpunten van de batterijoplader naar buiten, in de richting van de pijl en steek ze in het stopcontact. Voor LC-E6E Sluit het netsnoer aan op de oplader en steek de stekker in het stopcontact. X Het opladen begint automatisch en het oplaadlampje knippert oranje. Het duurt ongeveer 2,5 uur om een helemaal lege batterij volledig op te laden bij 23°C. Hoelang het duurt om de batterij op te laden is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het laadniveau van de batterij. Om veiligheidsredenen duurt opladen bij lage temperaturen (5°C - 10°C) langer (tot 4 uur). De batterij opladen LC-E6 LC-E6E Laadniveau Oplaadlampje Kleur Indicator 0 - 50% Oranje Knippert eenmaal per seconde 50 - 75% Knippert tweemaal per seconde 75% of hoger Knippert driemaal per seconde Volledig opgeladen Groen Lamp brandt
Pagina: 24
25 De batterij opladen Het verdient aanbeveling om de batterij op te laden op de dag dat u deze gaat gebruiken of een dag ervoor. Zelfs wanneer de camera niet wordt gebruikt of is opgeborgen, raakt een opgeladen batterij geleidelijk aan leeg. Verwijder de batterij na het opladen en haal het netsnoer of de contactpunten uit het stopcontact. U kunt het deksel in een andere richting plaatsen om aan te geven of de batterij al dan niet is opgeladen. Als de batterij is opgeladen, bevestigt u het deksel zodanig dat de opening, die de vorm heeft van een batterij < >, overeenkomt met het blauwe zegel op de batterij. Als de batterij leeg is, plaatst u het deksel in de omgekeerde richting. Verwijder de batterij wanneer u de camera niet gebruikt. Als de batterij langere tijd in de camera blijft zitten, is er sprake van een kleine lekstroom, waardoor de batterij verder wordt ontladen en minder lang meegaat. Bewaar de batterij met het beschermdeksel bevestigd. Bewaren van de batterij nadat deze geheel is opgeladen, kan de prestaties van de batterij verminderen. De batterijoplader kan ook worden gebruikt in het buitenland. De batterijoplader is compatibel met een stroombron van 100 V AC t/m 240 V AC 50/60 Hz. Indien nodig kunt u een in de handel verkrijgbare stekkeradapter voor het betreffende land of de betreffende regio gebruiken. Sluit geen draagbare spanningsomvormer aan op de batterijoplader. Dit kan de batterijoplader beschadigen. Als de batterij snel leeg raakt, zelfs nadat deze volledig is opgeladen, is de batterij uitgeput. Koop een nieuwe batterij. Tips voor het gebruik van de batterij en batterijoplader De oplader kan geen andere batterijen opladen dan batterij LP-E6. Batterij LP-E6 is uitsluitend geschikt voor producten van Canon. Wanneer u deze oplaadt met een batterijoplader of een ander product dat niet compatibel is, kunnen zich defecten of ongelukken voordoen waarvoor Canon geen aansprakelijkheid aanvaardt.
Pagina: 25
26 Plaats een volledig opgeladen LP-E6-batterij in de camera. 1 Open het klepje van het batterijcompartiment. Schuif het schuifje in de richting van de pijl en open het klepje. 2 Plaats de batterij. Steek het uiteinde met de batterijcontacten in de camera. Schuif de batterij in de camera totdat deze vastzit. 3 Sluit het klepje. Druk op het klepje totdat dit dichtklikt. Open het klepje en verwijder de batterij. Druk het batterijontgrendelingsschuifje in de richting van de pijl en verwijder de batterij. Plaats het beschermdeksel op de batterij om kortsluiting te voorkomen. De batterij plaatsen en verwijderen De batterij plaatsen De batterij verwijderen Alleen de batterij LP-E6 kan worden gebruikt. Pas op dat u bij het openen van het batterijcompartiment het klepje niet te ver naar achter drukt. Het scharnier zou anders kunnen breken.
Pagina: 26
27 <2> : De camera is uitgeschakeld en werkt niet. Zet de aan- uitschakelaar op deze positie wanneer u de camera niet gebruikt. <1> : De camera is ingeschakeld. <J> : De camera en <5> werken (pag. 37). Wanneer u de aan-uitschakelaar instelt op <1/J> of <2>, wordt de sensorreiniging automatisch uitgevoerd. Tijdens het reinigen van de sensor wordt <f> op het LCD-scherm weergegeven. Zelfs tijdens het reinigen van de sensor kunt u opnamen maken. Door de ontspanknop half in te drukken (pag. 35), stopt u het reinigen van de sensor en kunt u een opname maken. Als u met de aan-uitschakelaar snel achter elkaar wisselt tussen <1/J>/<2> wordt het pictogram <f> mogelijk niet weergegeven. Dit is normaal en is geen defect. Om de batterij te sparen, wordt de camera automatisch uitgeschakeld nadat deze ongeveer 1 minuut niet is gebruikt. Om de camera weer in te schakelen, drukt u gewoon de ontspanknop in (pag. 35). U kunt de automatische uitschakeltijd wijzigen door middel van de menu-instelling [5 Uitschakelen] (pag. 44). De camera inschakelen De zelfreinigende sensor Automatisch uitschakelen Als u de aan-uitschakelaar op <2> zet terwijl een opname op de kaart wordt opgeslagen, wordt [Opslaan...] weergegeven en wordt de camera uitgeschakeld nadat de opname op de kaart is opgeslagen.
Pagina: 27
28 De camera inschakelen Wanneer de aan-uitschakelaar op <1> of op <J> staat, wordt een van zes batterijniveaus weergegeven. Levensduur batterij De bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op een volledig opgeladen LP-E6-batterij, zonder Live view-opnamen, en de testcriteria van de CIPA (Camera & Imaging Products Association). Het batterijniveau controleren Pictogram Niveau (%) Indicatie 100 - 70 Batterijniveau is hoog genoeg 69 - 50 Batterijniveau is hoger dan 50% 49 - 20 Batterijniveau is lager dan 50% 19 - 10 Batterijniveau is laag 9 - 1 Batterij is bijna leeg 0 De batterij opladen Temperatuur Bij 23 °C Bij 0 °C Maximum aantal opnamen circa 850 circa 750 Het werkelijke aantal opnamen kan lager zijn dan hierboven is aangegeven, afhankelijk van de opnameomstandigheden. Als u de ontspanknop lang half ingedrukt houdt of als u alleen de automatische scherpstelling gebruikt, wordt het maximum aantal opnamen ook kleiner. Het aantal mogelijke opnamen neemt af naarmate het LCD-scherm vaker wordt gebruikt. Voor de bediening van het objectief wordt ook stroom van de batterij gebruikt. Afhankelijk van het gebruikte objectief kan het maximum aantal opnamen lager zijn. Wanneer u de Image Stabilizer-functie (beeldstabilisatie) van het objectief gebruikt, wordt het maximum aantal opnamen lager (kortere levensduur van de batterij). Zie pagina 111 voor informatie over de gebruiksduur van de batterij bij het maken van Live view-opnamen. Zie het menu [7 Accu info.] om de status van de batterij verder te controleren (pag. 192). Als AA-/LR6-batterijen worden gebruikt in batterijgreep BG-E6, wordt een indicator met vier niveaus weergegeven. ([ / ] wordt niet weergegeven.)
Pagina: 28
29 Hoewel de dikte van de twee CF-kaarten (CompactFlash) verschillend is, kunt u beide typen in de camera plaatsen. U kunt ook ultra-DMA (UDMA)-kaarten en kaarten van het type harde schijf gebruiken. 1 Open het klepje. Schuif het klepje in de richting van de pijl om het te openen. 2 Plaats de kaart. Plaats de kant met de kleine openingen in de camera met de etiketzijde naar u toe, zoals aangegeven in de illustratie. Als de CF-kaart verkeerd wordt geplaatst, kan de camera beschadigd raken. X De knop voor het uitwerpen van de kaart steekt uit. 3 Sluit het klepje. Sluit het klepje en schuif het in de richting van de pijl totdat het dichtklikt. X Als u de aan-uitschakelaar op <1> of <J> zet, wordt het aantal resterende opnamen weergegeven op het LCD-scherm. De CF-kaart plaatsen en verwijderen De kaart plaatsen Etiketzijde Knop voor kaart uitwerpen Resterende opnamen Het aantal resterende opnamen is afhankelijk van de resterende capaciteit van de kaart, de instelling voor de opnamekwaliteit, de ISO-waarde, etc. Door de menuoptie [1 Foto z. card] in te stellen op [Uit], voorkomt u dat u vergeet een kaart te plaatsen (pag. 200).
Pagina: 29
30 De CF-kaart plaatsen en verwijderen 1 Open het klepje. Zet de aan-uitschakelaar op <2>. Controleer of de lees-/ schrijfindicator uit is en open vervolgens het klepje. 2 Verwijder de kaart. Druk op de knop voor het uitwerpen van de kaart. X De CF-kaart komt naar buiten. Sluit het klepje. De kaart verwijderen Lees-/schrijfindicator Knop voor kaart uitwerpen De lees-/schrijfindicator brandt of knippert wanneer een opname wordt gemaakt, wanneer gegevens worden overgebracht naar de kaart en wanneer gegevens worden opgeslagen, gelezen of gewist van de kaart. Wanneer de lees-/schrijfindicator brandt of knippert, worden de volgende handelingen ten zeerste afgeraden. Als u deze handelingen toch uitvoert, kunnen de opnamegegevens beschadigd raken. Ook de kaart of de camera kunnen beschadigd raken. • Het klepje van de kaartsleuf openen. • De batterij verwijderen. • De camera schudden of ergens tegenaan stoten. Als er op de kaart al opnamen zijn opgeslagen, kan het zijn dat het opnamenummer niet begint bij 0001 (pag. 74). Als er een kaartfout op het LCD-scherm wordt weergegeven, verwijdert u de kaart en plaatst u deze opnieuw. Gebruik een andere kaart als het probleem aanhoudt. Als u alle opnamen op de kaart kunt overbrengen naar een computer, breng deze dan over en formatteer vervolgens de kaart. De kaart functioneert dan wellicht weer normaal. Als u een kaart van het type harde schijf vasthoudt, dient u deze altijd bij de zijden vast te pakken. U kunt de kaart namelijk beschadigen wanneer u de platte oppervlakken vastpakt. CF-kaarten van het type harde schijf zijn gevoeliger voor trillingen en fysieke schokken dan CF-kaarten. Als u een dergelijke kaart gebruikt, dient u er op te letten dat de camera niet wordt blootgesteld aan trillingen of fysieke schokken, vooral tijdens het opslaan of weergeven van opnamen.
Pagina: 30
31 1 Verwijder de doppen. Verwijder de achterste lensdop en de cameradop door ze los te draaien in de richting die door de pijl wordt aangegeven. 2 Bevestig het objectief. Zorg ervoor dat de rode punt van het objectief en de camera zich op gelijke hoogte bevinden en draai het objectief (zie pijl) totdat deze op zijn plaats klikt. 3 Stel op het objectief de modusschakelaar in op <AF> (automatisch scherpstellen). Als de knop is ingesteld op <MF> (handmatig scherpstellen), kan niet automatisch worden scherpgesteld. 4 Verwijder de voorste lensdop. Een objectief bevestigen en verwijderen Een objectief bevestigen Kijk niet rechtstreeks naar de zon door een lens. Dit kan het gezichtsvermogen beschadigen. De camera kan niet worden gebruikt in combinatie met EF-S-objectieven. Stof vermijden Vervang objectieven op een plaats die zoveel mogelijk stofvrij is. Breng de cameradop aan op de camera wanneer u deze zonder objectief bewaart. Verwijder stof van de cameradop voordat u deze bevestigt.
Pagina: 31
32 Een objectief bevestigen en verwijderen Om in of uit te zoomen draait u de zoomring op het objectief met uw vingers. Als u wilt in- of uitzoomen, doe dit dan voordat u scherpstelt. Wanneer u na het scherpstellen aan de zoomring draait, kan de scherpstelling enigszins verloren gaan. Druk op de objectiefontgrendelingsknop en draai het objectief in de richting van de pijl. Draai het objectief totdat dit niet meer verder kan en koppel het objectief los. Bevestig de stofkap op het losgekoppelde objectief. Wanneer u de speciale EW-83H-zonnekap bevestigt op het EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief, wordt ongewenst licht geblokkeerd en wordt de voorkant van het objectief beschermd tegen regen, sneeuw, stof, enzovoort. Wanneer u het objectief in een tas, enzovoort stopt, kunt u de zonnekap ook andersom bevestigen. 1 Zorg ervoor dat de rode markering van de zonnekap zich op gelijke hoogte bevindt met de rode index op de rand van het objectief. 2 Draai de zonnekap naar de positie op de illustratie. Draai de zonnekap met de klok mee om deze stevig te bevestigen. In- en uitzoomen Het objectief verwijderen Een zonnekap aanbrengen Als de zonnekap niet juist is bevestigd, ziet het buitengebied van de afbeelding er mogelijk donker uit. Pak de zonnekap aan de onderkant vast wanneer u de zonnekap draait om deze te bevestigen of te verwijderen. Als u de voorkant van de zonnekap vastpakt, kan deze vervormd raken waardoor u deze niet meer kunt draaien.
Pagina: 32
33 Wanneer u de ingebouwde Image Stabilizer (beeldstabilisatie) van het IS-objectief gebruikt, wordt bewegingsonscherpte gecorrigeerd om scherpere opnamen te krijgen. De procedure die hier wordt uitgelegd, is gebaseerd op het EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief als voorbeeld. * IS betekent Image Stabilizer (beeldstabilisatie). 1 Zet de IS-schakelaar op <1>. Zet de aan-uitschakelaar van de camera op <1>. 2 Druk de ontspanknop half in. X Image Stabilizer (beeldstabilisatie) werkt nu. 3 Maak de opname. Als de opname er onbewogen uitziet in de zoeker, drukt u de ontspanknop volledig in om de opname te maken. Objectieven met Image Stabilizer (beeldstabilisatie) Image Stabilizer (beeldstabilisatie) is niet effectief voor bewegende onderwerpen. Image Stabilizer (beeldstabilisatie) is mogelijk niet effectief bij overmatige beweging zoals op een schommelende boot. Als u het EF 24-105mm f/4L IS USM-objectief gebruikt voor gepande opnamen, is de correctie van bewegingsonscherpte mogelijk minder effectief. Image Stabilizer (beeldstabilisatie) werkt als de modusschakelaar is ingesteld op <AF> of <MF>. Als de camera op een statief is geplaatst, kunt u de batterij sparen door de IS-schakelaar op <2> te zetten. De Image Stabilizer (beeldstabilisatie) is zelfs effectief wanneer de camera is bevestigd op een monopod.
Pagina: 33
34 Draai aan de knop voor dioptrische aanpassing. Draai de knop naar links of rechts zodat de negen AF-punten in de zoeker scherp zijn. Om scherpe opnamen te krijgen, houdt u de camera stil om bewegingsonscherpte te minimaliseren. 1. Pak met uw rechterhand de camera stevig vast. 2. Houd het objectief onderaan vast met uw linkerhand. 3. Druk de ontspanknop voorzichtig in met de wijsvinger van uw rechterhand. 4. Duw uw armen en ellebogen licht tegen de voorkant van uw lichaam. 5. Druk de camera tegen uw gezicht en kijk door de zoeker. 6. Voor een stabiele houding plaatst u een voet voor de andere. Basisbewerkingen De scherpte van de zoeker aanpassen De camera vasthouden Als het beeld in de zoeker na de dioptrische aanpassing van de camera nog niet scherp is, wordt aanbevolen om de dioptrische aanpassingslens E te gebruiken (10 typen, afzonderlijk verkrijgbaar). Verticaal fotograferen Horizontaal fotograferen
Pagina: 34
35 Basisbewerkingen De ontspanknop heeft twee stappen. U kunt de ontspanknop half indrukken. Vervolgens kunt u de ontspanknop helemaal indrukken. Half indrukken Hiermee activeert u de automatische scherpstelling en de automatische lichtmeting die de sluitertijd en het diafragma instelt. De belichtingsinstelling (sluitertijd en diafragma) wordt weergegeven op het LCD-scherm en in de zoeker (0). Helemaal indrukken De sluiter ontspant en de opname wordt gemaakt. Bewegingsonscherpte voorkomen Het bewegen van de camera tijdens het belichtingsmoment wordt bewegingsonscherpte genoemd. Bewegingsonscherpte kan onscherpe opnamen veroorzaken. Let op het volgende om bewegingsonscherpte te voorkomen: • Houd de camera goed vast zoals weergegeven op de vorige pagina. • Druk de ontspanknop half in om automatisch scherp te stellen en druk de ontspanknop vervolgens volledig in. Ontspanknop In de modi d/s/f/a/F voert u dezelfde bewerking uit door de knop <p> half in te drukken. Als u de ontspanknop helemaal indrukt zonder deze eerst half in te drukken of als u de ontspanknop half indrukt en direct daarna volledig, zal de opname iets worden vertraagd. Zelfs wanneer een menu of opname wordt weergegeven of tijdens het maken van een opname, kunt u direct teruggaan naar de opnamemodus door de ontspanknop half in te drukken.
Pagina: 35
36 Basisbewerkingen (1) Druk op een knop en draai aan het instelwiel <6>. Wanneer u een knop indrukt, blijft de functie zes seconden lang (9) geselecteerd. Tijdens deze zes seconden kunt u de gewenste instelling maken met het instelwiel <6>. Wanneer de functie niet meer actief is of als u de ontspanknop half indrukt, is de camera klaar om een opname te maken. Gebruik dit instelwiel om de meetmethode, AF-modus, ISO-waarde, het AF-punt, enzoort te selecteren of in te stellen. (2) Draai alleen aan het instelwiel <6>. Draai terwijl u in de zoeker of op het LCD- paneel kijkt aan het instelwiel <6> om de gewenste instelling te selecteren. Gebruik dit instelwiel om de sluitertijd, het diafragma, enzovoort in te stellen. De knop <9> bestaat uit een toets met acht richtingen en een knop in het midden. U kunt deze knop gebruiken om het AF-punt te selecteren, de witbalans te corrigeren, het AF-punt of vergrotingskader te verplaatsen tijdens Live view-opnamen, de weergegeven opname te schuiven in de vergrote weergave, het scherm Snel instellen te bedienen, enzovoort. U kunt er ook menuopties mee selecteren (met uitzondering van [3 Wis beelden] en [5 Formatteren]). 6 Het hoofdinstelwiel gebruiken om te selecteren 9 De multifunctionele knop gebruiken
Pagina: 36
37 Basisbewerkingen Voordat u het instelwiel <5> gebruikt, moet u de aan-uitschakelaar instellen op <J>. (1) Druk op een knop en draai aan het instelwiel <5>. Wanneer u een knop indrukt, blijft de functie zes seconden lang (9) geselecteerd. Tijdens deze zes seconden kunt u de gewenste instelling maken met het instelwiel <5>. Wanneer de functie niet meer actief is of als u de ontspanknop half indrukt, is de camera klaar om een opname te maken. Gebruik dit instelwiel als u de witbalans, de transportmodus, de flitsbelichtingscompensatie, het AF-punt, enzovoort wilt selecteren of instellen. (2) Draai alleen aan het instelwiel <5>. Draai terwijl u in de zoeker of op het LCD-paneel kijkt aan het instelwiel <5> om de gewenste instelling te selecteren. Gebruik dit instelwiel om de waarde voor de belichtingscompensatie, het diafragma voor handmatige belichting, enzovoort in te stellen. 5 Het snelkeuzewiel gebruiken om te selecteren U kunt stap (1) ook uitvoeren als de aan-uitschakelaar op <1> staat.
Pagina: 37
38 De opname-instellingen worden op het LCD-scherm weergegeven waar u de functies snel kunt selecteren en instellen. Dit wordt het scherm Snel instellen genoemd. 1 Geef het scherm Snel instellen weer. Druk <9> helemaal naar beneden. X Het scherm Snel instellen wordt weergegeven. ( ) 2 Stel de gewenste optie in. Gebruik <9> om een functie te selecteren. In de modus <1> (Automatisch) kunt u bepaalde transportmodi (pag. 85) en de opnamekwaliteit (pag. 54) selecteren. X Onder aan het scherm staat een korte beschrijving van de geselecteerde functie. Draai aan het instelwiel <5> of <6> om de instelling te wijzigen. 3 Maak de opname. Druk de ontspanknop helemaal in om een opname te maken. X Het LCD-scherm wordt uitgeschakeld en het vastgelegde beeld wordt weergegeven. 9 Het scherm Snel instellen gebruiken 1 (Automatisch) d/s/f/a/F Als [8C.Fn III -3: AF punt selectiemethode] is ingesteld op [1: Subinstelwiel], kan het scherm Snel instellen niet worden weergegeven (pag. 179). Zie voor meer informatie over de modus <C> (Automatisch/creatief) pagina 51.
Pagina: 38
39 9 Het scherm Snel instellen gebruiken Selecteer de functie in het scherm Snel instellen en druk op <0>. Het respectievelijke instellingenscherm wordt weergegeven (met uitzondering van de sluitertijd en het diafragma). Draai aan het instelwiel <5> of <6> om de instelling te wijzigen. Druk op <0> om terug te keren naar het scherm Snel instellen. Namen van onderdelen in het scherm Snel instellen Weergave functie-instellingen Diafragma (pag. 92) Meetmethode (pag. 95) Flitsbelichtingscompensatie (pag. 103) AF-punt (pag. 81) Witbalans (pag. 65) Sluitertijd (pag. 90) ISO-waarde (pag. 57) Transportmodus (pag. 85) AF-modus (pag. 78) Opnamekwaliteit (pag. 54) Picture Style (pag. 59) Belichtingscompensatie/ AEB-instelling (pag. 97) Opnamemodus (pag. 20) Lichte tonen prioriteit (pag. 177) <0> Ð Lichte tonen prioriteit <A> kan niet worden ingesteld in het scherm Snel instellen.
Pagina: 39
40 U kunt verschillende functies instellen met de menu's, zoals de opnamekwaliteit, datum/tijd, enzovoort. Terwijl u naar het LCD-scherm kijkt, gebruikt u de knop <M> op de achterkant van de camera en de instelwielen <6> <5>. 3 Menugebruik * De tabbladen [2/8/9] worden niet weergegeven in de volautomatische modi. Als een volautomatische modus is ingesteld, worden bepaalde menu-items niet weergegeven. Menuscherm d/s/f/a/F Menu-items Menu- instellingen 1 Opname 5 Instellingen 9 My Menu 3 Weergave Menuscherm volautomatische modi (1/C) <5> Snelkeuzewiel Knop <M> <6> Hoofdinstelwiel LCD-scherm Knop <0> 8 Persoonlijke voorkeuzen Tabblad
Pagina: 40
41 3 Menugebruik 1 Geef het menu weer. Druk op de knop <M> om het menu weer te geven. 2 Selecteer een tabblad. Draai aan het instelwiel <6> om een tabblad te selecteren. 3 Selecteer het gewenste item. Draai aan het instelwiel <5> om het item te selecteren en druk vervolgens op <0>. 4 Selecteer de instelling. Draai aan het instelwiel <5> om de gewenste instelling te selecteren. De huidige instelling wordt blauw weergegeven. 5 Stel de gewenste optie in. Druk op <0> om de instelling vast te leggen. 6 Sluit het menu af. Druk op de knop <M> om het menu af te sluiten en terug te keren naar de opnamemodus. Procedure voor menu-instellingen In de beschrijvingen van de menufuncties hieronder wordt er vanuit gegaan dat u op de knop <M> hebt gedrukt om het menuscherm weer te geven. U kunt ook <9> gebruiken om menu-instellingen te configureren. (Behalve [3 Wis beelden] en [5 Formatteren].)
Pagina: 41
42 1 Selecteer [Taal]. Selecteer op het tabblad [6] het item [Taal] (het derde item van boven) en druk vervolgens op <0>. 2 Stel de gewenste taal in. Draai aan het instelwiel <5> of <6> om de taal te selecteren en druk vervolgens op <0>. X De taal wordt gewijzigd. Controleer of de datum en tijd correct zijn ingesteld op de camera. Stel indien nodig de juiste datum en tijd in. 1 Selecteer [Datum/Tijd]. Selecteer [Datum/Tijd] op het tabblad [6] en druk vervolgens op <0>. 2 Stel de datum, tijd en datumnotatie in. Draai aan het instelwiel <5> om het cijfer te selecteren. Druk op <0> zodat wordt weergegeven. Draai aan het instelwiel <5> om de gewenste instelling te selecteren en druk vervolgens op <0> (Terug naar ). 3 Verlaat de instelling. Draai aan het instelwiel <5> om [OK] te selecteren en druk vervolgens op <0>. X De datum/tijd wordt ingesteld en het menu verschijnt weer. Voordat u begint 3 De interfacetaal instellen 3 De datum en tijd instellen Het is belangrijk om de juiste datum en tijd in te stellen, omdat deze samen met elke opname worden vastgelegd.
Pagina: 42
43 Voordat u begint Als de kaart nieuw is of eerder is geformatteerd met een andere camera of computer, is het aan te raden de kaart met de camera te formatteren. Wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd, worden alle opnamen en gegevens op de kaart verwijderd. Zelfs beveiligde opnamen worden verwijderd dus controleer of er geen opnamen op de kaart staan die u wilt bewaren. Zet de opnamen indien nodig over naar een computer of een ander opslagmedium voordat u de kaart formatteert. 1 Selecteer [Formatteren]. Selecteer [Formatteren] op het tabblad [5] en druk vervolgens op <0>. 2 Selecteer [OK]. Draai aan het instelwiel <5> om [OK] te selecteren en druk vervolgens op <0>. X De kaart wordt geformatteerd. X Wanneer de kaart is geformatteerd, keert u terug naar het menu. 3 De kaart formatteren Wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd of wanneer gegevens worden gewist, verandert alleen de bestandsbeheerinformatie. De eigenlijke gegevens worden niet volledig gewist. Houd hier rekening mee wanneer u de kaart verkoopt of weggooit. Als u de kaart weggooit, dient u deze fysiek onbruikbaar te maken om te voorkomen dat persoonlijke gegevens in handen van derden kunnen komen. De capaciteit van de geheugenkaart die in het formatteringsscherm wordt weergegeven, kan lager zijn dan de capaciteit die op de kaart staat.
Pagina: 43
44 Voordat u begint U kunt de automatische uitschakeltijd instellen, zodat de camera automatisch wordt uitgeschakeld als deze gedurende een bepaalde tijd niet is gebruikt. Als u niet wilt dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld, zet u deze functie op [Uit]. Nadat de camera is uitgeschakeld, kunt u deze weer inschakelen door op de ontspanknop of een andere knop te drukken. 1 Selecteer [Uitschakelen]. Selecteer op het tabblad [5] de optie [Uitschakelen] en druk vervolgens op <0>. 2 Stel de gewenste tijd in. Draai aan het instelwiel <5> om de instelling te selecteren en druk vervolgens op <0>. 3 De uitschakeltijd/automatisch uitschakelen instellen Zelfs wanneer [Uit] is ingesteld, wordt het LCD-scherm automatisch na 30 minuten uitgeschakeld om stroom te besparen. (De camera zelf wordt niet uitgeschakeld.)
Pagina: 44
45 Voordat u begint De opname-instellingen en menu-instellingen van de camera kunnen worden teruggezet op de standaardinstellingen. 1 Selecteer [Wis instellingen]. Selecteer op het tabblad <7> de optie [Wis instellingen] en druk vervolgens op <0>. 2 Selecteer [Wis alle camera-instellingen]. Draai aan het instelwiel <5> om [Wis alle camera-instellingen] te selecteren en druk vervolgens op <0>. 3 Selecteer [OK]. Draai aan het instelwiel <5> om [OK] te selecteren en druk vervolgens op <0>. X Door [Wis alle camera-instellingen] te gebruiken, worden de volgende standaardinstellingen van de camera hersteld: 3 De standaardinstellingen van de camera herstellenN Opname-instellingen Instellingen voor opnamekwaliteit AF mode 1-beeld AF Kwaliteit 73 AF punt selectie Automatische selectie ISO snelheid Automatisch Lichtmeet- methode q (Meervlaks meting) Picture Style Standaard Kleurruimte sRGB Transport mode u (Enkelbeeld) Witbalans Q (Auto) Belichtings- compensatie 0 (Nul) Witbalanscorrectie Geannuleerd WB-BKT Geannuleerd AEB Geannuleerd Belichting in buitengebied corrigeren Inschakelen/ Correctiegegevens blijven behouden Flitsbelicht. compensatie 0 (Nul) Live view- opnamen Uitschakelen Bestandnr. Continu Auto. reiniging Inschak. Persoonlijke voorkeuzen Geen wijzigingen Stofwisdata Gewist
Pagina: 45
46 Voordat u begint Als u EOS Utility (meegeleverde software) gebruikt om uw copyrightgegevens in te stellen, wordt de copyrightinfo toegevoegd aan de Exif-gegevens van de opname. U kunt de copyrightinfo op de camera alleen bekijken of verwijderen. Wanneer geen copyrightinfo is ingesteld, wordt het grijs weergegeven op het scherm en is het onbruikbaar. Wanneer het scherm [Wis instellingen] wordt weergegeven, drukt u op de knop <B> om de copyrightinfo weer te geven. Druk op de knop <M> om terug te gaan naar het scherm [Wis instellingen]. Als u de copyrightinfo wilt verwijderen, selecteert u [Verwijder copyrightinfo] in het scherm [Wis instellingen]. Camera-instellingen Camera-instellingen Uitschakelen 1 min. spring m/6 10 beelden Pieptoon Aan Beeld omkeren AanzD Foto z. card Aan LCD helderheid Auto: standaard Kijktijd 2 sec. Datum/Tijd Geen wijzigingen Overbel. waarsch. Uitschakelen Taal Geen wijzigingen AF punt weerg. Uitschakelen Videosysteem Geen wijzigingen Histogram Helderheid Cameragebruikersinstellingen Geen wijzigingen My Menu instellingen Geen wijzigingen 3 Over copyrightinfoN
Pagina: 46
47 2 Foto's maken met basisfuncties In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de volautomatische modi (1/C) op het programmakeuzewiel kunt gebruiken voor de beste resultaten. In de volautomatische modi (1/C) hoeft u de camera alleen maar op het onderwerp te richten en de opname te maken; de camera stelt alles automatisch in (pag. 198). Bovendien kunnen de belangrijkste opname- instellingen in de volautomatische modi niet worden gewijzigd, zodat slechte opnamen als gevolg van foutieve handelingen worden voorkomen. Volautomatische modi De functie Auto Lighting Optimizer (Auto Helderheid Optimalisatie) In de volautomatische modi (1/C) past de functie Auto Lighting Optimizer (Auto Helderheid Optimalisatie) de opname automatisch aan, zodat de helderheid en het contrast optimaal worden ingesteld. In de modi d/s/f is de functie Auto Lighting Optimizer (Auto Helderheid Optimalisatie) standaard ingeschakeld (pag. 177).
Pagina: 47
48 1 Stel het programmakeuzewiel in op <1>. 2 Richt een AF-punt op het onderwerp. Bij het scherpstellen worden alle AF-punten gebruikt. Meestal wordt er scherpgesteld op het dichtstbijzijnde object. Het scherpstellen kan worden vereenvoudigd door het middelste AF-punt op het onderwerp te richten. 3 Stel scherp op het onderwerp. Als u de ontspanknop half indrukt, gaat de focusring van het objectief draaien om scherp te stellen op het onderwerp. X Het AF-punt dat hiervoor wordt gebruikt, knippert rood. Op hetzelfde moment is een pieptoon te horen en brandt het focusbevestigingslampje <o> in de zoeker. 4 Maak de opname. Druk de ontspanknop helemaal in om een opname te maken. X De opname wordt ongeveer 2 seconden op het LCD-scherm weergegeven. 1 Volautomatisch opnamen maken AF-punt Focusbevestigingslampje
Pagina: 48
49 1 Volautomatisch opnamen maken Het focusbevestigingslampje <o> knippert en het onderwerp is niet scherpgesteld. Richt het AF-punt op een gedeelte met goed contrast tussen licht en donker en druk de ontspanknop vervolgens half in (pag. 84). Ga iets achteruit als u te dicht bij het onderwerp bent en probeer het opnieuw. Soms knipperen meerdere AF-punten tegelijk. In dat geval is op al deze AF-punten scherpgesteld. Zolang het AF-punt dat op het gewenste onderwerp is gericht knippert, kunt u de opname maken. De pieptoon blijft zachtjes aanhouden (Het focusbevestigingslampje <o> brandt ook niet). Dit geeft aan dat de camera voortdurend scherpstelt op een bewegend onderwerp (Het focusbevestigingslampje <o> brandt niet). Zolang de pieptoon klinkt, kunt u de ontspanknop volledig indrukken om een opname te maken van een bewegend onderwerp. Het onderwerp wordt niet scherpgesteld als u de ontspanknop half indrukt. Wanneer de modusschakelaar op het objectief op <MF> (handmatige scherpstelling) staat, stelt de camera niet scherp. Stel de modusschakelaar in op <AF> (automatische scherpstelling). De weergegeven sluitertijd knippert. Omdat het te donker is, kunt u een onscherpe opname krijgen doordat de camera beweegt. Gebruik een statief of een externe Speedlite uit de EX-serie (afzonderlijk verkrijgbaar, pag. 103) bij het maken van opnamen. Hoewel ik een externe Speedlite heb gebruikt, is de onderkant van de foto donker. Als de lenskap is bevestigd, wordt de flitser gehinderd. Als het onderwerp zich dicht bij de camera bevindt, verwijdert u de kap voordat u opnamen maakt met de flitser. Veelgestelde vragen
Pagina: 49
50 Positioneer het onderwerp links of rechts, afhankelijk van de gehele opname, om te zorgen voor een gebalanceerde achtergrond en een goed perspectief. In de modus <1> (Automatisch) drukt u de ontspanknop half in om scherp te stellen op een niet-bewegend onderwerp. De scherpstelling wordt vergrendeld. U kunt de compositie vervolgens opnieuw bepalen en de ontspanknop volledig indrukken om de opname te maken. Dit heet focusvergrendeling. Als het onderwerp tijdens of na het scherpstellen in de modus <1> (Automatisch) beweegt en de afstand tot de camera verandert, treedt AI Servo AF in werking om voortdurend scherp te stellen op het onderwerp. Zolang u het AF-punt op het onderwerp blijft richten terwijl u de ontspanknop half indrukt, wordt voortdurend scherpgesteld. Druk de ontspanknop volledig in om de opname te maken. 1 Volautomatische technieken De compositie opnieuw bepalen Opnamen maken van een bewegend onderwerp.
Pagina: 50
51 De modus <1> Automatisch regelt alles, terwijl u met de modus <C> Automatisch/creatief eenvoudig de helderheid, scherptediepte, kleurtoon (Picture Style), enzovoort kunt wijzigen. De standaardinstellingen zijn gelijk aan die van de modus <1> (Automatisch). * CA staat voor Automatisch/creatief (Creative Auto). 1 Stel het programmakeuzewiel in op <C>. X Het scherm Automatisch/creatief wordt weergegeven op het LCD-scherm. 2 Druk <9> helemaal naar beneden. X U kunt <9> gebruiken om een functie te selecteren. ( ) De functies (1) t/m (5) op de volgende pagina kunnen worden geselecteerd. 3 Stel de gewenste optie in. Gebruik <9> om de functie te selecteren. X Onder aan het scherm staat een korte beschrijving van de geselecteerde functie. Draai aan het instelwiel <5> of <6> om de instelling te wijzigen. Druk <9> naar beneden om terug te gaan naar het scherm van stap 2. 4 Maak de opname. Nadat de foto is gemaakt, wordt het LCD-scherm uitgeschakeld. C Creatieve automatische opnamen Als u de opnamemodus wijzigt of de camera uitschakelt, worden de standaardinstellingen van Automatisch/creatief hersteld. De instellingen voor de opnamekwaliteit, de zelfontspanner en de afstandsbediening blijven echter behouden.
Merk:
Canon
Product:
Fotocamera's
Model/naam:
EOS 5D Mark II
Bestandstype:
PDF
Beschikbare talen:
Nederlands