EF 70-300mm f/4-5.... handleiding
Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USMhandleiding

Handleiding voor de Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USM in het Nederlands. Deze PDF handleiding heeft 24 pagina's.

PDF 24 1.1mb
Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USMhandleiding
Vorige pagina

Bekijk hieronder de handleiding van de Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USM. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

MANUALSCAT | NL

Vragen & antwoorden

Heb je een vraag over de Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USM en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USM. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USM zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.

Stel een vraag over de Canon EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USM

Pagina: 1
NLD-1 Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Canon-product. De Canon EF70-300mm f/4-5,6 IS II USM is een telefoto zoomlens, voor gebruik in combinatie met EOS-camera’s. ● ● “IS” is de afkorting voor beeldstabilisator. ● ● “USM” is de afkorting voor ultrasone motor. Camerafirmware ● ● Bij gebruik van deze lens, moet u op de Canon-website de laatste firmware van de camera controleren. Indien de firmware van de camera niet de laatste versie is, moet u de firmware met de laatste versie bijwerken. ● ● Controleer de Canon-website voor details aangaande het bijwerken van de firmware. Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt Waarschuwing om een storing of beschadiging van het objectief of de camera te voorkomen. Extra informatie over het gebruik van het objectief en het maken van foto’s.
Pagina: 2
NLD-2 Voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik van de camera. Lees deze voorzorgsmaatregelen zorgvuldig. Zorg ervoor dat alle gegevens in acht worden genomen om de risico’s op lichamelijk letsel voor de gebruiker en andere mensen te voorkomen. Waarschuwing Informatie met betrekking tot de risico’s die kunnen leiden tot de dood of ernstig letsel. ● ● Kijk niet naar de zon of een heldere lichtbron via de lens of spiegelreflexcamera. Dit kan leiden tot verlies van het gezichtsvermogen. Rechtstreeks naar de zon kijken door de lens is bijzonder gevaarlijk. ● ● Richt het objectief of de camera niet naar de zon en fotografeer haar niet. De reden is dat het objectief de zonnestralen bundelt, zelfs wanneer de zon zich buiten het beeldveld bevindt of bij het fotograferen met tegenlicht, hetgeen een storing of brand kan veroorzaken. ● ● Laat het objectief niet zonder lensdop in de zon liggen, ongeacht of het objectief wel of niet op de camera is bevestigd. Dit om te voorkomen dat de lens de zonnestralen samenbundelt, hetgeen zou kunnen resulteren in brand. Voorzichtig Informatie met betrekking tot de risico’s die kunnen leiden tot letsel. ● ● Laat de camera niet achter op plaatsen die onderhevig zijn aan hoge of lage temperaturen. Dit kan zorgen dat de camera extreem warm of koud wordt, wat brandwonden of ander letsel kan veroorzaken bij aanraking. Voorzichtig Informatie met betrekking tot de risico’s die kunnen leiden tot schade aan het apparaat. ● ● Stel het objectief niet aan grote hitte bloot door het bijvoorbeeld in een auto te leggen die in de zon geparkeerd staat. Hoge temperaturen kunnen resulteren in een defect van het objectief. Veiligheidsmaatregelen
Pagina: 3
NLD-3 Voorzorgsmaatregelen betreffende de behandeling ● ● Als het objectief van een koude omgeving naar een warme ruimte wordt gebracht, kan er condens op de lens en de interne onderdelen ontstaan. Om condens te voorkomen, raden wij u aan het objectief in een luchtdichte plastic zak te doen voordat u het van een koude omgeving naar een warme ruimte brengt. Neem het objectief uit de zak nadat het geleidelijk is opgewarmd. Ga op dezelfde wijze te werk wanneer u het objectief van een warme omgeving naar een koude omgeving verplaatst. ● ● Leest u alstublieft ook alle lensgerelateerde voorzorgsmaatregelen te vinden in uw camera’s handleiding. Algemene voorzorgsmaatregelen
Pagina: 4
NLD-4 Voorzorgsmaatregelen bij opnames maken Dit objectief maakt gebruik van nano-USM als aandrijfunit voor de scherpstellinglens (het objectief dat de scherpstelling uitlijnt). De motor beheert de scherpstellens ook tijdens het zoomen. 1. Als de camera op OFF (UIT) staat De motor werkt niet als de camera op OFF (UIT), of als de camera op OFF (UIT) staat door het gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Daarom moeten gebruikers het volgende in acht nemen: ● ● Handmatige aanpassing van de scherpstelling is niet mogelijk. ● ● Tijdens het zoomen zal een vertraagde scherpstelling optreden. 2. Als het zoomobjectief in de slaapstand staat Na een bepaalde periode van inactiviteit zal dit objectief in de slaapstand overgaan om energie te besparen. De slaapstand verschilt van als de camera op OFF (UIT) staat door het gebruik van de automatische uitschakelfunctie. In deze stand zal de motor niet werken, zelfs al staat de camera op ON (AAN). Daarom moeten gebruikers het volgende in acht nemen: ● ● Handmatige aanpassing van de scherpstelling is niet mogelijk. ● ● Tijdens het zoomen zal een vertraagde scherpstelling optreden. ● ● Druk de ontspanknop half in om uit de slaapstand te treden. Algemene voorzorgsmaatregelen
Pagina: 5
NLD-5 Bij het gebruik van de lens met spiegelreflexvideocamera ● ● De aandrijfsnelheid van de focus lens zal langzamer zijn dan wanneer de lens wordt gebruikt met een digitale camera. ● ● Beelden zullen onscherp lijken te zijn terwijl de interne flits van de camera wordt opgeladen of bij het zoomen tijdens belichting voor stilstaande beelden. ● ● Zelfs wanneer de camera in <ON> is, kunnen beelden mogelijk onscherp lijken te zijn tijdens het zoomen. Wanneer dit zich voordoet, drukt u de sluiterknop half in tijdens het zoomen. ● ● Nadat u hebt scherpgesteld in de AF-modus of AF-bediening in de ONE SHOT AF-modus en zoomen door de sluiterknop half ingedrukt te houden, kan de camera mogelijk aangeven dat de AF-modus is gewijzigd naar de handmatige focus (MF) modus. ● ● Tijdens continu-opname, kan zoomen de opnamesnelheid mogelijk vertragen. ● ● In sommige gevallen dienen gebruikers enkele seconden te wachten na het zoomen voordat de autofocus (AF) zal functioneren. ● ● Bij het gebruik van de lens met spiegelreflexvideocamera anders dan de EOS-1V/HS, kunnen gegevens niet worden weergegeven op de Objectiefinformatiedisplay (p.12-16), zelfs wanneer de sluiterknop halverwege of geheel wordt ingedrukt, of wanneer de weergavemodus-selectieknop wordt ingedrukt. ● ● Bij gebruik van het objectief met bepaalde film enkel-objectief reflexcamera’s, kan het weergeven van de informatie op het informatiescherm van het objectief, ervoor zorgen dat de autofocus (AF) stopt met werken. In dit geval moet u een opname maken nadat u eerst het informatiescherm van het objectief naar UIT heeft geschakeld (p.12). Algemene voorzorgsmaatregelen
Pagina: 6
NLD-6 Zonnekapbevestiging (→ 18) Filterschroefdraad (→ 19) Scherpstelring (→ 8) Zoomringblokkeerhendel (→ 9) Lensbevestigingsmarkering (→ 7) Scherpstelmodusschakelaar (→ 8) Beeldstabilisatorschakelaar (→ 10) Zoomring (→ 7) Zoompositiemarkering (→ 7) Weergavemodus selectieknop (→ 12) Objectiefinformatiedisplay (→ 12) Contactpunten (→ 7) ● ● Zie voor verdere informatie de pagina’s die tussen haakjes zijn vermeld (→ **). Benaming van de onderdelen
Pagina: 7
NLD-7 Raadpleeg de handleiding van de camera voor informatie betreffende het bevestigen en verwijderen van het objectief. ● ● Na het verwijderen van het objectief plaatst u het met de achterkant omhoog om te voorkomen dat het lensoppervlak en de contactpunten beschadigd worden. ● ● Als de contactpunten vuil of bekrast zijn of als er vingerafdrukken op zitten, kan dit resulteren in corrosie of een gebrekkige elektrische verbinding. Dit kan een foutieve werking van de camera en het objectief tot gevolg hebben. ● ● Als de contactpunten vuil zijn of als er vingerafdrukken op zitten, kunt u ze met een zacht doekje schoonmaken. ● ● Bevestig de lensdop en stofkap bij het loskoppelen van de lens. Bij het bevestigen van de stofkap, lijn de lensbevestigingsmarkering uit met de  index van de stofkap en draai met de klok mee zoals aangegeven in de afbeelding. Volg de omgekeerde procedure om het los te maken. Om te zoomen, draait u aan de zoomring van het zoomobjectief. ● ● Zorg dat u klaar bent met zoomen voordat u met scherpstellen begint. Zoomen na het scherpstellen kan van invloed zijn op de scherpstelling. ● ● Er kan tijdelijke onscherpte optreden als er te snel aan de zoomring gedraaid wordt. ● ● Zoomen als de camera op OFF (UIT) staat zal in een vertraagde scherpstelling resulteren. ● ● Zoomen tijdens belichting “stilstaand beeld” zal resulteren in vertraagde scherpstelling. Dit zorgt ervoor dat iedere lichtstreep gevangen tijdens de belichting zal vervagen. 1.  Het objectief bevestigen en verwijderen 2. Zoomen
Pagina: 8
NLD-8 Zet de scherpstelmodusschakelaar op AF als u wilt fotograferen in de autofocus (AF) modus. Als u de modus handmatig scherpstellen (MF) wilt gebruiken, zet u de scherpstelmodusschakelaar op MF. U kunt vervolgens scherpstellen door aan de scherpstelring te draaien. ● ● Snel draaien aan de scherpstelring kan vertraagde scherpstelling veroorzaken. ● ● Handmatige aanpassing van de scherpstelling is niet mogelijk als de camera op OFF (UIT) staat. Na autofocus in de AF-modus of AF-werking in de ONE SHOT AF-modus, stel handmatig scherp door de sluiterknop half in te drukken en aan de scherpstelring (Full-time handmatige scherpstelling) te draaien. 3. De scherpstelmodus instellen
Pagina: 9
NLD-9 De zoomring kan vergrendeld worden met het objectief in de kortste stand. Deze functie is handig wanneer u de camera aan een riem draagt, om te voorkomen dat het objectief uitschuift. 1 Draai de zoomring in de uiterste groothoekstand (70 mm). 2 Schuif de zoomringblokkeerhendel in de richting aangegeven door de pijl. ● ● Om de zoomring vrij te zetten, schuift u de zoomringblokkeerhendel in de tegenovergestelde richting van de pijl. De zoomring kan niet op zijn plaats worden vastgezet anders dan op de breedste stand. 4. De zoomring vergrendelen
Pagina: 10
NLD-10 U kunt de beeldstabilisator in de AF- en de MF-modus gebruiken. Deze functie zorgt voor een optimale stabilisatie van het beeld overeenkomstig de opname-omstandigheden (zoals bij opnamen van stilstaande onderwerpen of opnamen waarbij onderwerpen worden gevolgd). 1 Zet de STABILIZER-schakelaar op <ON>. ● ● Als u de beeldstabilisatorfunctie niet wilt gebruiken, zet u de schakelaar op <OFF>. 2 Wanneer u de ontspanknop half indrukt, begint de beeldstabilisator te werken. ● ● Controleer of het beeld in de zoeker stabiel is en druk dan de ontspanknop helemaal in om de foto te maken. <ON> <OFF> De beeldstabilisator van dit objectief is geschikt voor het maken van foto’s met de camera in de hand bij de volgende omstandigheden. ● ● Omstandigheden met weinig licht, zoals bij schemering of binnenshuis ● ● Plaatsen zoals kunstgalerijen of toneelpodia waar fotograferen met een flitser niet is toegestaan ● ● Op plaatsen waar u niet stabiel staat ● ● Als u achter elkaar opnamen maakt van een bewegend onderwerp ● ● In situaties waar geen korte sluitertijden gebruikt kunnen worden. 5. Beeldstabilisator
Pagina: 11
NLD-11 ● ● U kunt ook het beeld stabiliseren door een statief te gebruiken. Afhankelijk van het soort statief en de opname-omstandigheden is het dan soms beter de beeldstabilisatorfunctie uit te schakelen. ● ● Zelfs met een monopod zal de beeldstabilisator even effectief zijn als tijdens fotograferen vanuit de hand. Echter, afhankelijk van de opnameomstandigheden, zijn er gevallen waarin het effect van de Beeldstabilisator minder effectief kan zijn. ● ● De beeldstabilisatorfunctie werkt ook wanneer het objectief met een EF12 II- of EF25 II-tussenstuk wordt gebruikt. ● ● Afhankelijk van de camera die u gebruikt, kan er een trilling in het beeld ontstaan, zoals wanneer de sluiter dichtklikt. Dit heeft echter geen invloed op de opname. ● ● Als u de Custom-functie van de camera gebruikt voor het toewijzen van een andere toets voor de bediening van de AF, zal de beeldstabilisatorfunctie werken wanneer u op de nieuw toegewezen AF-toets drukt. ● ● De beeldstabilisator kan de onscherpte die wordt veroorzaakt door beweging van het onderwerp niet compenseren. ● ● Zet de STABILIZER-schakelaar op <OFF> wanneer u foto’s neemt met de Bulb- instelling (lange belichtingstijden). Als de STABILIZER-schakelaar op <ON> staat, kan de beeldstabilisatorfunctie fouten veroorzaken. ● ● De beeldstabilisator werkt mogelijk niet goed bij het maken van een foto vanuit een hard op en neer schuddend voertuig. ● ● De Beeldstabilisator verbruikt meer stroom dan normaal fotograferen, wat resulteert in minder foto’s en kortere filmopnamen. ● ● De beeldstabilisator werkt ongeveer twee seconden, ook wanneer u uw vinger niet op de ontspanknop houdt. Verwijder het objectief niet wanneer de beeldstabilisator aanstaat. Dit kan resulteren in een storing. ● ● Bij de EOS-1V/HS, 3, ELAN 7E/ELAN 7/30/33, ELAN 7NE/ELAN 7N/30V/33V, ELAN II/ELAN II E/50/50E, REBEL 2000/300, IX, IX Lite/IX7, en D30 zal de beeldstabilisator niet werken wanneer de zelfontspanner wordt gebruikt. Beeldstabilisator
Pagina: 12
NLD-12 Met de Objectiefinformatiedisplay kan de gebruiker ofwel „Focus op afstand”, „Focus lengte indicator,” of „Shake hoeveelheid” selecteren voor de weergave instelling wanneer de camera wordt ingeschakeld <ON>. (1) Focus afstand weergavemodus (2) Focus lengte weergavemodus (3) Camera shake hoeveelheid weergavemodus ■ Objectiefinformatiedisplay controle Objectiefinformatiedisplay Weergavemodus selectieknop Het ingedrukt houden van de Weergavemodus selectieknop (meer dan 2 seconden) zal de Objectiefinformatiedisplay van AAN naar UIT of van UIT naar AAN schakelen. Als de Objectiefinformatiedisplay is ingesteld op UIT, worden er geen gegevens weergegeven op de Objectiefinformatiedisplay zelfs als de camera en de lens werken. ● ● Wanneer de Objectiefinformatiedisplay AAN is, wordt er meer batterij energie verbruikt dan wanneer het UIT is, wat resulteert in een lager aantal foto’s die kunnen worden genomen en een afname in de hoeveelheid tijd voor Movie opnamemodus. ● ● Het is niet mogelijk om de achtergrondverlichting of weergavedichtheid van de Objectiefinformatiedisplay aan te passen. 6.  Objectiefinformatiedisplay
Pagina: 13
NLD-13 ■ Weergave modus selectie U kunt schakelen van de ene weergavemodus naar de andere wanneer het display AAN is door voor een korte duur op de Weergavemodus selectieknop te drukken (minder dan 1 seconde). Scherpstelafstand weergavemodus Focus lengte weergavemodus Camera shake hoeveelheid weergavemodus ● ● De laatste weergavemodus instelling wordt onthouden, zelfs wanneer de camera wordt uitgeschakeld <OFF>. ● ● Een omgekeerde zwart-wit weergave wordt verkregen door op de Weergavemodus selectieknop te drukken tussen de 1 en 2 seconden. ■ Weergavemodi (1) Focus afstand weergavemodus Deze modus wordt gebruikt om de scherpstelafstand van de lens weer te geven. De Scherptediepteschaal verschijnt aan de onderkant van het scherm (zie „8. Scherptediepteschaal” op p. 17). (2) Focus lengte weergavemodus Deze modus wordt gebruikt om de brandpuntsafstand van de lens weer te geven. Wanneer de lens wordt gebruikt met een APS-H of APS-C formaat camera, wordt een 35 mm equivalent brandpuntsafstand weergegeven door de camera (zie „Extra informatie” op pag. 20). Wanneer een 35 mm equivalent brandpuntsafstand foto wordt weergegeven door de camera, dan wordt „35mm EQV” weergegeven in de linkerbenedenhoek van de Objectiefinformatiedisplay. Objectiefinformatiedisplay
Pagina: 14
NLD-14 ● ● De scherpstelafstand display en de brandpuntsafstand display zijn alleen om te dienen als leidraad. ● ● Bij het gebruik van de lens met een 35 mm full-formaat camera en er is een verschil tussen de weergegeven informatie op het lens- informatiescherm en de Zoomring indicatie, volg dan alstublieft de Zoomring indicatie. ● ● 35 mm formaat conversie is niet mogelijk in de volgende gevallen: • • Bij gebruik van de lens met ofwel een EOS 5DS of 5DS R camera die is ingesteld op 1.3x of 1.6x gewas schieten. • • Bij gebruik van de lens met een van de volgende camera’s: EOS D6000, EOS D2000, EOS DCS 1, en EOS DCS 3 • • Wanneer brandpuntsafstand informatie wordt opgenomen in de beeldgegevens (Exif-data) (3) Camera shake hoeveelheid weergavemodus Deze modus wordt gebruikt om de hoeveelheid Verticaal en Horizontaal schudden weer te geven die de camera en de lens ondervinden. ● ● De camera shake hoeveelheid scherm is er alleen om als leidraad te dienen. Zelfs als er geen shake wordt aangegeven, is het niet gegarandeerd dat de beelden scherp zullen zijn. ● ● De camera shake hoeveelheid scherm maakt gebruik van informatie van de sensor die de beeldstabilisator activeert. Echter, dit geeft niet de effectiviteit van de beeldstabilisator aan. ● ● Aangezien de Objectiefinformatiedisplay op de lens ligt, is het niet mogelijk om de camera shake hoeveelheid informatie te zien tijdens het gebruik van de zoeker of het LCD-scherm van de camera. Daarom, verzoeken wij u het gebruiken als een leidraad om te controleren hoe u de camera vasthoud en hoe u op de sluiterknop moet drukken om cameratrillingen te verminderen. Objectiefinformatiedisplay
Pagina: 15
NLD-15 ■ Informatie schermweergave methode volgens het type camera Wanneer de Objectiefinformatiedisplay is ingesteld om informatie weer te geven (p. 12), dan zijn de weergave omstandigheden afhankelijk van het type camera (1 tot 3 hieronder) dat is gebruikt. 1. Wanneer de lens wordt gebruikt met ofwel een spiegelreflexvideocamera of digitale spiegelreflexcamera, dan zullen de volgende handelingen worden aangegeven op het Objectiefinformatiedisplay voor een periode van ongeveer 10 seconden. ● ● Sluiterknop wordt half/helemaal ingedrukt ● ● Weergavemodus selectieknop wordt ingedrukt (wanneer ingedrukt voor minder dan 2 seconden) ● ● Als de volgende handelingen worden uitgevoerd terwijl gerelateerde operatie informatie wordt weergegeven, worden ze geïndiceerd voor een extra periode van ongeveer 10 seconden te beginnen vanaf het moment dat een dergelijke operatie werd gestart. • • Sluiterknop wordt half/helemaal ingedrukt • • Weergavemodus selectieknop wordt ingedrukt (wanneer ingedrukt voor minder dan 2 seconden) • • Handmatige scherpstelling • • Zooming • • Overschakelen van Live view-opname naar stilstaande beelden opname • • Overschakelen van Movie opnamemodus naar stilstaande beelden opname 2. Wanneer de lens wordt gebruikt met een digitale spiegelreflexcamera, dan wordt de weergave overgeschakeld naar continue weergave wanneer de volgende handelingen worden verricht. ● ● Bij het omschakelen naar Live view-opname ● ● Bij het omschakelen naar Movie opnamemodus ● ● Wanneer ingesteld op Movie opnamemodus voordat u de camera <ON> doet. Om een continue weergave te stoppen, drukt u langer dan 2 seconden op de Weergavemodus selectieknop. Objectiefinformatiedisplay
Pagina: 16
NLD-16 3. Wanneer de lens wordt gebruikt met een spiegelloze camera (EOS M serie camera’s)*, wordt informatie weergegeven zoals aangeduid door de twee cameramodel gebaseerde categorieën hieronder. * Vatting adapter EF-EOS M is vereist 3-1: EOS M10, M3 Informatie wordt continu weergegeven wanneer de camera is ingeschakeld <ON>. 3-2: EOS M2, M ● ● Movie opnamemodus: Informatie wordt continu weergegeven wanneer de camera is ingeschakeld <ON>. ● ● Still-image opname: Informatie wordt continu weergegeven voor de volgende handelingen wanneer de camera is ingeschakeld <ON>. • • Sluiterknop wordt half/helemaal ingedrukt • • Weergavemodus selectieknop wordt ingedrukt (wanneer ingedrukt voor minder dan 2 seconden) Om een continue weergave te stoppen, drukt u langer dan 2 seconden op de Weergavemodus selectieknop. ● ● Afhankelijk van de gebruikte camera, kan informatie mogelijk niet worden weergegeven, zelfs wanneer u op de Weergavemodus selectieknop drukt wanneer de camera is uitgeschakeld als gevolg van te worden ingesteld op Auto Power OFF. Om de camera weer AAN te zetten, drukt u de sluiterknop half in. ● ● Bij het gebruik van de lens met spiegelreflexvideocamera anders dan de EOS-1V/HS, kunnen gegevens mogelijk niet worden weergegeven, zelfs wanneer de sluiterknop halverwege of geheel wordt ingedrukt, of wanneer de weergavemodus-selectieknop wordt ingedrukt. ● ● Bij het gebruik van de lens met de EOS-1D Mark III en EOS-1Ds Mark III, wordt informatie niet weergegeven, zelfs niet bij het overschakelen naar Live view-opname modus. ● ● Afhankelijk van de gebruikte camera kan informatie verdwijnen van het scherm nog voor 10 seconden zijn bereikt voordat de informatie aanvankelijk werd weergegeven. ● ● Afhankelijk van de gebruikte camera, kunnen gegevens mogelijk niet worden weergegeven voor een volledige extra 10 seconden nadat een handeling wordt uitgevoerd terwijl gerelateerde informatie wordt weergegeven. ● ● Afhankelijk van de gebruikte camera, kan met behulp van de wijzerplaten van de camera, menuknoppen, etc. gegevens verdwijnen van het beeldscherm, kan voorkomen worden dat informatie wordt weergegeven voor een volledige 10 seconden, of kan informatie continu worden weergegeven gedurende meer dan 10 seconden. ● ● Hoewel dit van toepassing is op sommige camera’s, wordt de informatie niet weergegeven wanneer de camera is ingesteld op de Bol (lange blootstelling) modus, zelfs als de sluiterknop half/helemaal wordt ingedrukt. ● ● Bij het opnemen van een Time-lapse-movie zal informatie willekeurig verschijnen en verdwijnen van het display. Objectiefinformatiedisplay
Pagina: 17
NLD-17 Zie „6. Objectiefinformatiedisplay” en schakel de weergavemodus naar „Scherpstelafstand display mode.” Afstandsmarkering Symbool voor compensatie oneindige afstand Om het verschuiven van het oneindige scherpstelpunt, dat wordt veroorzaakt door veranderingen in temperatuur, te compenseren, is er een grens bij de oneindigheidspositie (∞). De positie oneindig bij normale temperatuur is het punt waarbij de verticale lijn van de afstandsschaal L mark, op één lijn ligt met de afstandsmarkering. Voor een nauwkeurige handmatige scherpstelling van onderwerpen op oneindig kijkt u door de zoeker of u kijkt naar het vergrote beeld* op het LCD-scherm terwijl u de scherpstelring ronddraait. * Bij gebruik van de lens met camera’s in staat tot Live view-opname, kan de oneindigheid positie worden gecontroleerd door het uitvergroten van de afbeelding. Zie „6. Objectiefinformatiedisplay” en schakel de weergavemodus naar „Scherpstelafstand display mode.” De scherptediepte is de afstand vóór en achter het vlak van focus op het subject dat scherp wordt weergegeven. De diepte van het veld wordt aangegeven door het gebied tussen de Scherptediepteschaal lijnen onder de Afstandsschaal. De getallen op de schaal zijn F-waarden. ● ● De Scherptediepteschaal positie verandert als gevolg van zoomen. Voor f/8, wanneer de weergave ruimte smal wordt, verdwijnt de weergave en wordt alleen de schaal die f/8 toont weergegeven. Bij het dichterbij de Telefoto-einde (300 mm) bewegen, verdwijnt ook de schaal die f/8 weergeeft. ● ● De Scherptediepteschaal is alleen om te dienen als een leidraad. 7.  Symbool voor compensatie oneindige afstand 8.  Scherptediepteschaal
Pagina: 18
NLD-18 9. Zonnekap (los verkrijgbaar) De ET-74B zonnekap kan gebruikt worden om ongewenst licht uit de lens te houden en om de voorkant van de lens te beschermen tegen regen, sneeuw en stof. Bevestigingspositieteken Rode punt Stoppositieteken Rode punt ● Bevestigen Lijn het rode bevestigingspositieteken van de zonnekap uit met het rode puntje op de voorkant van het objectief en draai vervolgens aan de kap in de richting van de pijl totdat deze goed vast zit en het rode puntje op de zonnekap stoppositieteken uitlijnt. Knop ● Verwijderen Houd uw vinger op de toets die zich aan de zijkant van de zonnekap bevindt en draai vervolgens aan de zonnekap in de richting van de pijl totdat het positieteken op de zonnekap tegenover het rode puntje op de voorkant van het objectief staat om het los te maken. De zonnekap kan ook omgekeerd op het objectief worden aangebracht wanneer dit wordt opgeborgen. ● ● Als de zonnekap niet juist is aangebracht, kan zich vignettering (donkere verkleuring van de omtrek van de foto) voordoen. ● ● Draai en houd de voet van de zonnekap vast bij het bevestigen en verwijderen ervan. In sommige gevallen kan deze vervormt raken wanneer de kap wordt geroteerd terwijl er aan de rand vastgehouden wordt.
Pagina: 19
NLD-19 U kunt het verlengstuk EF12 II of EF25 II aanbrengen voor uitvergrote foto’s. De scherpstelafstand en vergroting zijn hieronder aangegeven. Scherpstelafstandsbereik (mm) Vergrotingsfactor (×) Korte afstand Lange afstand Korte afstand Lange afstand EF12 II 70mm 468 623 0,25 0,17 300mm 1055 7645 0,32 0,04 EF25 II 70mm 355 406 0,47 0,38 300mm 953 3908 0,40 0,09 Voor een nauwkeurige scherpstelling raden wij u de MF-stand aan. 10.  Filters (los verkrijgbaar) 11.  Verlengstuk (los verkrijgbaar) U kunt een filter aanbrengen op de filterschroefdraad aan de voorkant van de lens. ● ● Er kan slechts één filter worden bevestigd. ● ● Als u een polarisatiefilter nodig hebt, gebruik dan het Canon circulair polarisatiefilter PL-C B (67 mm). ● ● Verwijder de zonnekap bij het afstellen van de polariserende filter.
Pagina: 20
NLD-20 Extra informatie ■ 35 mm equivalent brandpuntsafstand Afbeelding Wanneer de lens wordt gebruikt met een APS-H of APS-C formaat camera, worden de beelden respectievelijk getoond bij 1,3x of 1,6x. Bijvoorbeeld, wanneer de lens wordt gebruikt met een APS-H formaat camera, lijkt een beeld met een brandpuntsafstand van 70 mm alsof de brandpuntsafstand 91 mm is, en een beeld met een brandpuntsafstand van 300 mm lijkt alsof het middelpunt lengte 390 mm is. Wanneer de lens wordt gebruikt met een APS-C formaat camera, lijkt een beeld met een brandpuntsafstand van 70 mm alsof de brandpuntsafstand 112 mm is, en een beeld met een brandpuntsafstand van 300 mm lijkt alsof het middelpunt lengte 480 mm is. Op hetzelfde moment, wordt „35 mm EQV” weergegeven in de linkerbenedenhoek van de Objectiefinformatiedisplay.
Pagina: 21
NLD-21 Brandpuntsafstand/diafragma 70-300mm f/4-5,6 Objectiefconstructie 12 groepen, 17 elementen Minimaal diafragma f/32-45 Beeldhoek Diagonaal: 34° - 8°15′, Verticaal: 19°30′ - 4 °35′, Horizontaal: 29° - 6°50′ Kortste scherpstelafstand 1,2 m Maximale vergrotingsfactor 0,25x (bij 300 mm) Beeldveld Ong. 365 x 554 - 97 x 144 mm (bij 1,2 m) Filterdiameter 67 mm Maximale diameter en lengte 80 x 145,5 mm Gewicht Ong. 710 g Zonnekap ET-74B (los verkrijgbaar) Lensdop E-67 II Objectiefkoffer LP1222 (los verkrijgbaar) ● ● De lengte van het objectief is de afstand vanaf het bevestigingsvlak tot aan de voorkant van de lens. Tel hier 24,2 mm bij op voor de lensdop en de stofkap. ● ● De opgegeven afmetingen en het gewicht zijn alleen voor het objectief, tenzij anders vermeld. ● ● Verlengstukken kunnen niet met dit objectief worden gebruikt. Bovendien zijn er geen close- upobjectieven ontworpen voor gebruik met dit objectief. ● ● De diafragmainstellingen zijn aangegeven op de camera. De camera compenseert automatisch voor variaties in de diafragmainstelling wanneer de camera in- of uitgezoomd is. ● ● Alle vermelde gegevens zijn gemeten volgens de Canon-normen. ● ● Wijzigingen in de technische gegevens en het ontwerp van het product voorbehouden, zonder voorafgaande kennisgeving. Technische gegevens
Pagina: 22
NLD-22 Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie en EER (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) Dit symbool geeft aan dat dit product in overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2012/19/EU) en de nationale wetgeving niet mag worden afgevoerd met het huishoudelijk afval. Dit product moet worden ingeleverd bij een aangewezen, geautoriseerd inzamelpunt, bijvoorbeeld wanneer u een nieuw gelijksoortig product aanschaft, of bij een geautoriseerd inzamelpunt voor hergebruik van elektrische en elektronische apparatuur (EEA). Een onjuiste afvoer van dit type afval kan leiden tot negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid als gevolg van potentieel gevaarlijke stoffen die veel voorkomen in elektrische en elektronische apparatuur (EEA). Bovendien werkt u door een juiste afvoer van dit product mee aan het effectieve gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Voor meer informatie over waar u uw afgedankte apparatuur kunt inleveren voor recycling kunt u contact opnemen met het gemeentehuis in uw woonplaats, de reinigingsdienst, of het afvalverwerkingsbedrijf. U kunt ook het schema voor de afvoer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) raadplegen. Ga voor meer informatie over het inzamelen en recyclen van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur naar www.canon-europe.com/weee.
Merk:
Canon
Product:
Lenzen
Model/naam:
EF 70-300mm f/4-5.6 IS II USM
Bestandstype:
PDF
Beschikbare talen:
Nederlands