EF 100mm f/2.8 Mac... handleiding
Canon EF 100mm f/2.8 Macro USMhandleiding

Handleiding voor de Canon EF 100mm f/2.8 Macro USM in het Nederlands. Deze PDF handleiding heeft 14 pagina's.

PDF 14 1.1mb
Canon EF 100mm f/2.8 Macro USMhandleiding
Vorige pagina

Bekijk hieronder de handleiding van de Canon EF 100mm f/2.8 Macro USM. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

MANUALSCAT | NL

Vragen & antwoorden

Heb je een vraag over de Canon EF 100mm f/2.8 Macro USM en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Canon EF 100mm f/2.8 Macro USM. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Canon EF 100mm f/2.8 Macro USM zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.

Stel een vraag over de Canon EF 100mm f/2.8 Macro USM

Pagina: 1
NLD-1 De Canon EF100mm f/2,8 MACRO USM is een macro-objectief dat gebruikt kan worden voor normale fotografie en voor macrofotografie tot 1x vergroting. Het objectief is geschikt voor Canon EOS-camera’s. • “USM” is de afkorting voor ultrasone motor. Kenmerken 1. Zwevend driegroeps scherpstelsysteem voor een haarscherpe omlijning bij alle scherpstelafstanden vanaf levensgroot tot oneindig. 2. Ultrasone motor (USM) voor een snelle en stille scherpstelling. 3. Canon-macroflitser om gemakkelijk close- upfoto’s met een flitser te maken. Door de toepassing van een binnenscherpstelmechanisme is AF-fotografie mogelijk terwijl de macroflitser is aangebracht. Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Canon-product. Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt Waarschuwing om een defect of beschadiging van het objectief of de camera te voorkomen. Extra informatie over het gebruik van het objectief en het maken van foto’s.
Pagina: 2
NLD-2 a Veiligheidsmaatregelen a Veiligheidsmaatregelen • Kijk niet door de lens of de camera naar de zon of een andere heldere lichtbron. Dit beschadigt uw ogen. Het is vooral gevaarlijk wanneer u rechtstreeks door de lens naar de zon kijkt. • Laat het objectief niet zonder lensdop in de zon liggen, ongeacht of het objectief wel of niet op de camera is bevestigd. Dit om te voorkomen dat de lens de zonnestralen samenbundelt, hetgeen zou kunnen resulteren in brand. Voorzorgsmaatregelen betreffende de behandeling • Als het objectief van een koude omgeving naar een warme ruimte wordt gebracht, kan er condens op de lens en de interne onderdelen ontstaan. Om condens te voorkomen, raden wij u aan het objectief in een luchtdichte plastic zak te doen voordat u dit van een koude omgeving naar een warme ruimte brengt. Neem het objectief uit de zak nadat dit geleidelijk is opgewarmd. Ga op dezelfde wijze te werk wanneer u het objectief van een warme ruimte naar de kou meeneemt. • Stel het objectief niet aan grote hitte bloot door het bijvoorbeeld in een auto te leggen die in de zon geparkeerd staat. Hoge temperaturen kunnen resulteren in een defect van het objectief.
Pagina: 3
NLD-3 Benaming van de onderdelen Zie voor verdere informatie de pagina's die tussen haakjes zijn vermeld (→ **). Bevestiging voor zonnekap en Macro Ring Lite (→ 5, 11) Filterschroefdraad (→ 10) Scherpstelring (→ 4) Scherpstelmodusschakelaar (→ 4) Afstandsschaal (→ 8) Montageplaats voor het statief (→ 8) Lensbevestigingsmarkering (→ 4) Groef voor statiefkraagadapter (→ 8) Scherpstelafstandsbereik-keuzeschakelaar (→ 5) Contactpunten (→ 4)
Pagina: 4
NLD-4 • Na het verwijderen van het objectief plaatst u dit met de achterkant omhoog om te voorkomen dat het lensoppervlak en de elektrische contactpunten worden beschadigd. • Als de contactpunten vuil of bekrast zijn of als er vieze vingers op zitten, kan dit resulteren in corrosie of een gebrekkige elektrische verbinding. Dit kan een foutieve werking van de camera en het objectief tot gevolg hebben. • Als de contactpunten vuil zijn of als er vieze vingers op zitten, kunt u ze met een zacht doekje schoonmaken. • Zet de stofkap op het objectief wanneer u dit verwijdert. Om de stofkap juist aan te brengen, lijnt u de lensbevestigingsmarkering uit met de K-markering van de stofkap, zoals aangegeven in de afbeelding, en dan draait u de stofkap naar rechts. Volg de aanwijzingen in de omgekeerde volgorde om de stofkap te verwijderen. 1. Het objectief bevestigen en verwijderen Raadpleeg de handleiding van de camera voor informatie betreffende het bevestigen en verwijderen van het objectief. 2. De scherpstelmodus instellen Voor gebruik van autofocus (AF) zet u de scherpstelmoduschakelaar op AF. Voor gebruik van handbediende scherpstelling (MF) zet u de scherpstelmodusschakelaar op MF en stelt dan scherp met de scherpstelring. De scherpstelring werkt altijd, ongeacht de scherpstelmodus. Na automatische scherpstelling in de ONE SHOT AF-modus, kunt u handmatig scherpstellen door de ontspanknop half in te drukken en aan de scherpstelring te draaien. (Continue handmatige scherpstelling)
Pagina: 5
NLD-5 Als u autofocus gebruikt buiten het ingestelde afstandsbereik voor de scherpstelling, kan het objectief stoppen met scherpstellen bij het begin van het scherpstelbereik; dit duidt niet op een foutieve werking. Druk de ontspanknop nog een keer half in. U kunt het afstandsbereik voor de scherpstelling instellen op 0,31 meter tot oneindig of 0,48 meter tot oneindig. Door de juiste instelling voor het afstandsbereik te kiezen wordt er sneller automatisch scherpgesteld. 3. Het afstandsbereik voor de scherpstelling kiezen 4. Zonnekap (los verkrijgbaar) De ET-67 zonnekap kan gebruikt om ongewenst licht uit de lens te houden en om de voorkant van de lens te beschermen tegen regen, sneeuw en stof. Bevestig de zonnekap terwijl u deze uitlijnt met de zonnekapbevestiging aan de voorkant van het objectief en draai de zonnekap dan zoals aangegeven door de pijl om hem vast te maken. De zonnekap kan ook omgekeerd op het objectief worden aangebracht wanneer dit wordt opgeborgen. • Als de zonnekap niet juist is aangebracht, kan deze een gedeelte van het beeld blokkeren. • Bij het bevestigen of losmaken van de zonnekap pakt u de voet van de zonnekap vast om deze te draaien. Pak niet de voorrand van de zonnekap vast om deze te draaien, want dit kan resulteren in vervorming van de zonnekap. • Verwijder de zonnekap wanneer u de macroflitser gebruikt.
Pagina: 6
NLD-6 5. Foto’s maken Normale fotografie Het objectief kan gebruikt worden als een medium teleobjectief voor normale fotografie zoals portretfoto’s. Close-upfotografie U kunt ook close-up foto’s tot 1x vergroting (levensgroot) maken. De minimale scherpstelafstand van 31 cm is de afstand vanaf het onderwerp tot het scherpstelvlak. De feitelijke werkafstand vanaf de voorkant van de lens tot het onderwerp is ongeveer 15 cm. Bij het scherpstellen kunt u prioriteit geven aan het uitkaderen of aan de vergroting. [Uitkaderen heeft prioriteit] Terwijl u door de zoeker kijkt en het onderwerp uitkadert, stelt u scherp in de AF- of MF-modus. [Vergroting heeft prioriteit] 1. Zet de scherpstelmodusschakelaar op MF. 2. Stel de vergroting in. Terwijl u naar de vergrotingsschaal op het objectief kijkt, draait u aan de scherpstelring om de gewenste vergroting te verkrijgen. 3. Voer de scherpstelling uit. Terwijl u door de zoeker kijkt, beweegt u de camera naar voren of achteren totdat het onderwerp scherp in beeld is. 4. Verfijn de scherpstelling. Draai aan de scherpstelring totdat de scherpstelling optimaal is. Aangezien macrofoto’s een zeer geringe scherptediepte hebben, moet u zorgvuldig scherpstellen om het gewenste resultaat te verkrijgen. • De vergroting verwijst naar de verhouding tussen de grootte van het onderwerp en het corresponderende beeldformaat op het scherpstelvlak. Op de afstandsindex wordt dit aangegeven als 1:x. • Om cameratrillingen te voorkomen, raden wij u aan een afstandsbediening en een statief (beide los verkrijgbaar) te gebruiken. • Om de scherptediepte te controleren, kunt u de scherptediepte-previewknop van de camera indrukken.
Pagina: 7
NLD-7 6. Betreffende de belichting De belichting instellen Wanneer u foto’s maakt met de TTL- lichtmeetmethode is er geen belichtingscompensatie vereist om het licht te meten dat door de lens komt. Bij de TTL-lichtmeetmethode is AE (automatische belichting) bij alle scherpstelafstanden mogelijk. U hoeft alleen de gewenste fotografeermodus in te stellen en dan de sluitertijd en het diafragma te controleren voordat u de foto maakt. Vergroting en effectief f-getal Bij het diafragma dat de camera aangeeft, wordt verondersteld dat er op oneindig is scherpgesteld. Het feitelijke diafragma (het effectieve f-getal) wordt donkerder (het effectieve f-getal wordt hoger) naarmate de scherpstelafstand korter is (de vergroting neemt toe). Dit veroorzaakt geen belichtingsproblemen bij normale fotografie. Bij close-upfotografie kunt u de verandering in het effectieve f-getal echter niet negeren. • De juiste belichting voor een close-upfoto hangt in belangrijke mate van het onderwerp af. Wij raden u daarom aan enkele foto’s van hetzelfde onderwerp met verschillende belichtingen te maken. • Het verdient aanbeveling bij macrofotografie de diafragma- prioriteit AE (Av) of Manual (M) fotografeermodus te gebruiken, want de scherptediepte en de belichting kunnen in die modi gemakkelijk worden ingesteld. Als uw oog het oculair niet afdekt bij het maken van de foto (bij gebruik van een afstandsbediening enz.), dient u de oculairsluiter of het oculairdekseltje te gebruiken. Dit om te voorkomen dat er ongewenst licht via het oculair naar binnen komt, waardoor de belichtingsinstelling wordt gewijzigd. Vergroting 1 : 5 1 : 3 1 : 2 1 : 1,5 1 : 1 Effectief f-getal 3,6 4,1 4,6 5,0 5,9 Belichtingsfactor + +1 +1 +1 +2 (stops)* + +1 +1 +2 1 2 1 2 2 3 1 3 2 3 * Bovenste waarden: 1/3 stops. Onderste waarden 1/2 stops. Wanneer u een handbelichtingsmeter gebruikt om de belichting in te stellen, dient u rekening te houden met de belichtingsfactor die in de volgende tabel is vermeld.
Pagina: 8
NLD-8 Om het objectief op een statief te bevestigen, hebt u de statiefkraag B (B) en de statiefkraagadapter (los verkrijgbaar) voor de EF100mm f/2,8 Macro USM nodig. Bevestigingsmarkering Voetstuk van statiefkraag Borglipje Bevestigingsmarkering Aansluitnokjes voor statiefkraag Bevestigingsnokjes 8. Gebruik van een statiefkraag (los verkrijgbaar) Statiefkraagadadapter Statiefkraag B (B) • Wanneer u verticaal wilt fotograferen, draait u de camera zodanig dat de greep aan de bovenkant is. Als u de camera in de tegenovergestelde richting draait, zal de greep tegen de statiefkraag stoten. • Voordat u het objectief bevestigt of losmaakt, zet u de statiefkraag terug in de normale positie (horizontale fotografeerstand). Het is anders mogelijk dat de statiefkraag tegen de cameragreep of het pentaprisma stoot en het objectief niet bevestigd of verwijderd kan worden. • Als de EOS-camera een ingebouwde flitser heeft, kan het gebeuren dat het pentaprisma ervoor zorgt dat de statiefkraag niet naar de bovenkant van het objectief gedraaid kan worden. Symbool oneindige afstand Afstandsmarkering 7. Symbool oneindige afstand Dit compenseert voor de verschuiving van het scherpstelpunt oneindig als gevolg van veranderingen in de temperatuur. De positie oneindig bij normale temperatuur is het punt waarbij de verticale lijn van het L-merkteken tegenover de afstandsindicator van de afstandsschaal staat. Voor een nauwkeurige handmatige scherpstelling van onderwerpen op oneindig kijkt u door de zoeker terwijl u aan de scherpstelring draait.
Pagina: 9
NLD-9 Gebruik van een statiefkraag (los verkrijgbaar) De statiefkraag bevestigen en losmaken Volg de aanwijzingen in de onderstaande afbeeldingen om de statiefkraag te bevestigen. Om de statiefkraag te verwijderen, voert u de handelingen in de omgekeerde volgorde uit. Lijn de markering op de statiefkraagadapter uit met de lensbevestigingsmarkering. Duw de adapter op de achterkant van het objectief. • De binnenste nokjes van de statiefkraagadapter moeten in de groeven van de objectiefvatting schuiven. De adapter mag niet om de objectiefvatting kunnen draaien. Draai de vergrendelknop van de statiefkraag los. Lijn de lensbevestigingsmarkering uit met de statiefkraagmarkering en schuif de statiefkraag op het objectief. Draai de statiefkraag in de gewenste stand en draai de vergrendelknop weer vast. • U kunt de oriëntatievergrendelknop op de statiefbevestiging losdraaien, om de bevestiging in de gewenste stand te draaien voor gebruik met een bepaald cameramodel in de verticale of de horizontale stand. Afhankelijk van EOS-cameramodel kan het gebeuren dat de statiefkraag tegen de accu of de verticale handgreep stoot wanneer deze gemonteerd is. In dat geval moet de accu/verticale handgreep of de statiefkraag worden verwijderd.
Pagina: 10
NLD-10 U kunt een filter aanbrengen op de Filterschroefdraad aan de voorkant van de lens. 9. Filters (los verkrijgbaar) • Op dit objectief kunnen niet tegelijkertijd filters en de macroflitser worden aangebracht. • Als u een polarisatiefilter nodig hebt, gebruik dan het Canon circulair polarisatiefilter (58-mm). • Verwijder eerst de zonnekap wanneer u het polarisatiefilter wilt afstellen. 10.Tussenstukken (los verkrijgbaar) Afstand camera Vergroting tot-onderwerp (mm) Dichtbij Veraf Dichtbij Veraf EF12 II 314 1002 1,19× 0,12× EF25 II 319 606 1,39× 0,26× U kunt het tussenstuk EF12 II of EF25 II aanbrengen voor uitvergrote foto’s. De fotografeerafstand en vergroting zijn hieronder aangegeven. Voor een nauwkeurige scherpstelling raden wij u aan handmatig scherp te stellen.
Pagina: 11
NLD-11 • Voor informatie betreffende de bediening van de Canon Macro Ring Lite MR-14EX of de Macro Twin Lite MT-24EX wordt u verwezen naar de bijgeleverde handleidingen. • Het verdient aanbeveling bij macrofotografie de diafragma-prioriteit AE (Av) of Manual (M) fotografeermodus te gebruiken, want de scherptediepte en de belichting kunnen in die modi gemakkelijk worden ingesteld. 12. Macroflitser (los verkrijgbaar) De Canon Macro Ring Lite MR-14EX en de Macro Twin Lite MT-24EX bieden volautomatische flitsfotografie tot 1x vergroting in de E-TTL autoflash-modus. 11. Close-uplenzen (los verkrijgbaar) Door een 250D- of 500D-close-uplens (58-mm) aan te brengen, hebt u de beschikking over close-upfotografie. De vergroting is als volgt. • Close-uplens 250D: 1,44x - 0,40x • Close-uplens 500D: 1,28x - 0,20x Voor een nauwkeurige scherpstelling raden wij u aan handmatig scherp te stellen.
Pagina: 12
NLD-12 Technische gegevens Brandpuntsafstand/diafragma 100 mm f/2,8 Objectiefconstructie 8 groepen, 12 elementen Minimaal diafragma f/32 Beeldhoek Diagonaal: 24° Verticaal: 14° Horizontaal: 20° Kortste scherpstelafstand 0,31 m Maximale vergrotingsfactor 1× Beeldveld 24 × 36 mm (bij 0,31 m) Filterdiameter 58 mm Maximale diameter en lengte 78,6 × 118,6 mm Gewicht 580 g Zonnekap (los verkrijgbaar) ET-67 Lensdop E-58U/E-58 II Lenskoker (los verkrijgbaar) LP1219 Statiefkraag (los verkrijgbaar) Ringtype statiefbevestiging B (B) (wordt bij de EF100mm f/2,8 MACRO USM-adapter geleverd) • De lengte van het objectief is de afstand vanaf het bevestigingsvlak tot aan de voorkant van de lens. Tel hierbij 21,5 mm op voor de E-58U lensdop en stofkap, en 24,2 mm voor de E-58 II. • De opgegeven grootte en het gewicht zijn enkel voor het objectief, tenzij anders vermeld. • De EF1,4X II/EF2X II-tussenstukken kunnen niet met dit objectief gebruikt worden. • De diafragma-instellingen zijn aangegeven op de camera. • Alle vermelde gegevens zijn gemeten volgens de Canon-normen. • Wijzigingen in de technische gegevens en het ontwerp van het product voorbehouden, zonder voorafgaande kennisgeving.
Merk:
Canon
Product:
Lenzen
Model/naam:
EF 100mm f/2.8 Macro USM
Bestandstype:
PDF
Beschikbare talen:
Nederlands