Bosch KGV39VL30 handleiding

Bekijk hieronder de handleiding van de Bosch KGV39VL30. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Bosch
  • Product: Koelkast
  • Model/naam: KGV39VL30
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: , , , , , , , , , , , , ,

Inhoudsopgave

Pagina: 2
it Indice
Avvertenze di sicurezza e potenziale
pericolo .................................................. 40
Avvertenze per lo smaltimento .......... 42
Dotazione ............................................... 42
Osservare la temperatura ambiente
e la ventilazione del locale ................. 43
Collegare l’apparecchio ..................... 43
Conoscere l’apparecchio ................... 44
Accendere l’apparecchio ................... 45
Regolare la temperatura ..................... 45
Capacità utile totale ............................. 46
Il frigorifero ............................................ 46
Super-raffreddamento ......................... 47
Congelatore .......................................... 47
Max. capacità di congelamento ........ 47
Congelare e conservare ..................... 47
Congelamento di alimenti freschi ..... 48
Super-congelamento ........................... 49
Decongelare surgelati ......................... 49
Dotazione .............................................. 50
Adesivo «OK» ....................................... 51
Spegnere e mettere fuori servizio
l'apparecchio ........................................ 51
Scongelamento .................................... 51
Pulizia dell’apparecchio ...................... 52
Odori ...................................................... 53
Illuminazione (LED) ............................. 54
Risparmiare energia ............................ 54
Rumori di funzionamento ................... 54
Eliminare piccoli guasti ....................... 55
Autotest dell’apparecchio .................. 57
Servizio Assistenza Clienti ................. 57
nl Inhoud
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen ............................. 58
Aanwijzingen over de afvoer .............. 60
Omvang van de levering .................... 60
Let op de omgevingstemperatuur
en de beluchting .................................. 61
Apparaat aansluiten ............................ 61
Kennismaking met het apparaat ....... 62
Inschakelen van het apparaat ........... 63
Instellen van de temperatuur ............. 63
Netto-inhoud .......................................... 64
De koelruimte ....................................... 64
Superkoelen .......................................... 64
Diepvriesruimte ..................................... 65
Maximale invriescapaciteit ................. 65
Invriezen en opslaan ........................... 65
Verse levensmiddelen invriezen ....... 66
Supervriezen ......................................... 67
Ontdooien van diepvrieswaren ......... 67
Uitvoering .............................................. 67
Sticker „OK” .......................................... 68
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen ..................................... 69
Ontdooien ............................................. 69
Schoonmaken van het apparaat ...... 70
Luchtjes ................................................. 71
Verlichting (LED) .................................. 71
Energie besparen ................................ 71
Bedrijfsgeluiden ................................... 72
Kleine storingen zelf verhelpen ......... 72
Zelftest apparaat .................................. 74
Servicedienst ........................................ 74
Pagina: 60
nl
58
nlInhoudnlGebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen
Voordat u het apparaat
in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het
installatievoorschrift nauwkeurig door.
U vindt daarin belangrijke informatie over
plaatsing, gebruik en onderhoud van het
apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing niet in acht
worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik
of voor een eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Het apparaat bevat een geringe
hoeveelheid van het milieuvriendelijke
maar brandbare koelmiddel R600a. Let
erop dat de leidingen van het koelcircuit
bij het transport of de installatie niet
beschadigd worden. Koelmiddel dat naar
buiten spuit kan vlam vatten of tot
oogletsel leiden.
Bij beschadiging
■ Open vuur of andere
ontstekingsbronnen uit de buurt van
het apparaat houden;
■ Ruimte gedurende een paar minuten
goed luchten;
■ Apparaat uitschakelen en de stekker
uit het stopcontact trekken;
■ Contact opnemen met
de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat
bevat, des te groter moet de ruimte zijn
waarin het apparaat wordt opgesteld.
In een te kleine ruimte kan bij een lek
een ontvlambaar mengsel van gas
en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek
minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid
koelmiddel in uw apparaat vindt u op het
typeplaatje aan de binnenkant van het
apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat
beschadigd raakt, moet deze worden
vervangen door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon. Onvakkundige
installatie en reparaties kunnen groot
gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden
uitgevoerd door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen
van de fabrikant gebruikt worden. Alleen
bij deze onderdelen garandeert de
fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen
voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel
mag uitsluitend via de klantenservice
worden aangeschaft.
Bij het gebruik
■ Nooit elektrische apparaten in het
apparaat gebruiken (bijv.
verwarmingsapparaten, elektrische
ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
■ Het apparaat nooit met een
stoomreiniger ontdooien of
schoonmaken! De hete stoom kan in
de elektrische onderdelen
terechtkomen en kortsluiting
veroorzaken. Kans op een elektrische
schok!
Pagina: 61
nl
59
■ Gebruik geen puntige of scherpe
voorwerpen om een laag ijs of rijp
te verwijderen. Hierdoor kunt u
de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan
vlam vatten of tot oogletsel leiden.
■ Geen producten met brandbare
drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen
explosieve stoffen in het apparaat
opslaan. Gevaar voor explosie!
■ Plint, uittrekbare manden of laden,
deuren etc. niet als opstapje
gebruiken of om op te leunen.
■ Om te ontdooien of schoon te maken:
stekker uit het stopcontact trekken
resp. de zekering uitschakelen of
losdraaien. Altijd aan de stekker
trekken, nooit aan de aansluitkabel.
■ Dranken met een hoog
alcoholpercentage altijd goed
afgesloten en staand bewaren.
■ Geen olie of vet gebruiken op
kunststof onderdelen en
deurdichtingen. Ze kunnen poreus
worden.
■ De be- en ontluchtingsopeningen van
het apparaat nooit afdekken.
■ Personen (inclusief kinderen) met
fysieke, sensorische of psychische
beperkingen of gebrekkige kennis
mogen dit apparaat uitsluitend
gebruiken indien ze onder toezicht
staan van een persoon die
verantwoordelijk is voor hun veiligheid
of door deze persoon zijn ingelicht
over de wijze waarop het apparaat
dient te worden gebruikt.
■ Flessen en blikjes met vloeistoffen –
vooral koolzuurhoudende dranken –
niet in de diepvriesruimte opslaan.
De flessen en blikjes kunnen
springen!
■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de
diepvriesruimte hebt gehaald, nooit
onmiddellijk in de mond nemen.
Kans op verbranding!
■ Vermijd langdurig contact van uw
handen met de diepvrieswaren, ijs of
de verdamperbuizen enz.
Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen
ervan zijn geen speelgoed voor
kinderen.
Verstikkingsgevaar door opvouwbare
kartonnen dozen en folie!
■ Het apparaat is geen speelgoed voor
kinderen!
■ Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van kinderen
bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen van
levensmiddelen,
■ voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor
privégebruik in het huishouden en de
huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU
richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid
gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan
de veiligheidsbepalingen voor
elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Pagina: 62
nl
60
Aanwijzingen over
de afvoer
* Afvoeren van de verpakking
van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat
tegen transportschade. De gebruikte
materialen zijn onschadelijk voor het
milieu en kunnen opnieuw worden
gebruikt. Help daarom mee en zorg
dat de verpakking milieuvriendelijk wordt
afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier
of bij de reinigingsdienst
in uw gemeente informeren hoe
u uw oude apparaat en het
verpakkingsmateriaal van het nieuwe
apparaat kunt (laten) afvoeren voor een
milieuvriendelijke verwerking.
* Afvoeren van uw oude
apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos
afval! Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen worden
teruggewonnen.
ã=Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen
met de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet
eruit halen om het kinderen moeilijk
te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte
apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel
en in de isolatie gas. Die zorgvuldig
moeten worden afgevoerd. Met het oog
op een doelmatige en milieuvriendelijke
afvoer mogen de leidingen van het
koelcircuit tot het moment van transport
niet beschadigd worden.
Omvang van
de levering
Controleer na het uitpakken alle
onderdelen op eventuele
transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel
waar u het apparaat hebt aangeschaft of
bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende
onderdelen:
■ Vrijstaand apparaat
■ Zakje met montagemateriaal
■ Uitrusting (modelafhankelijk)
■ Gebruiksaanwijzing
■ Montagevoorschrift
■ Klantenserviceboekje
■ Garantiebijlage
■ Informatie over energieverbruik en
geluiden
Dit apparaat is gekenmerkt
in overeenstemming met
de Europese richtlijn 2002/96/
EG betreffende afgedankte
elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical
and electronic equipment –
WEEE). Deze richtlijn geeft het
kader aan voor een in de EU
geldende terugname
en verwerking van oude
apparaten.
Pagina: 64
nl
61
Let op
de omgevingstemperat
uur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde
klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk
van de klimaatklasse kan het apparaat
bij de volgende omgevingstemperaturen
gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op
het typeplaatje, afb. 0.
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de binnentemperatuurgrenzen
van de aangegeven klimaatklasse.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse
SN wordt gebruikt bij een lagere
binnentemperatuur, kunnen
beschadigingen aan het apparaat
worden uitgesloten tot een temperatuur
van +5 °C.
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achterzijde van
het apparaat wordt warm. De verwarmde
lucht moet ongehinderd afgevoerd
kunnen worden. Anders moet de
koelmachine meer presteren. Waardoor
het energieverbruik toeneemt. De
be en ontluchtingsopeningen mogen dan
ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet
u minimaal 1 uur wachten voordat u het
apparaat in gebruik neemt. Tijdens het
transport kan het gebeuren dat de olie
van de compressor in het koelsysteem
terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte
van het apparaat schoonmaken (zie
hoofdstuk „Schoonmaken van
het apparaat”).
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt
van het apparaat bevinden en ook na het
opstellen van het apparaat goed
bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan
beschermklasse I. Het apparaat
aansluiten op een volgens
de voorschriften geïnstalleerd 220–
240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact
met aardleiding. Het stopcontact moet
zijn beveiligd met een zekering van 10 A
tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 0
Klimaatklasse Toelaatbare
omgevingstemperatuur
SN +10 °C tot 32 °C
N +16 °C tot 32 °C
ST +16 °C tot 38 °C
T +16 °C tot 43 °C
Pagina: 65
nl
62
ã=Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden
aangesloten op elektronische
energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen
netvoedingsinverters en sinusinverters
worden gebruikt. Netvoedingsinverters
worden gebruikt bij fotovoltaïsche
installaties die rechtstreeks zijn
aangesloten op het openbare
elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen
(bijv. op schepen of in berghutten) die
geen rechtstreekse aansluiting op het
openbare elektriciteitsnet hebben, moet
een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met
het apparaat
De laatste bladzijde met de afbeeldingen
uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is
op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan
variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn
mogelijk.
Afb. 1
* Niet bij alle modellen.
Bedieningselementen
Afb. 2
1-4 Bedieningselementen
5 Verlichting (LED)
6 Glasplateau in de koelruimte
7 Groentelade
8 Boter en kaasvak *
9 Voorraadvak in de deur
10 Vak voor grote flessen
11 Diepvrieslade (klein)
12 Glasplateau in de diepvriesruimte
13 Diepvrieslade (groot)
14 Dooiwaterafvoergootje
15 Schroefvoetjes
A Koelruimte
B Diepvriesruimte
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit
te schakelen.
2 Temperatuurindicatie
Koelruimte
De cijfers komen overeen met
de ingestelde temperaturen in
de koelruimte in °C.
3 Indicatie „super”
Deze brandt wanneer het
superkoelen en supervriezen
actief zijn.
4 Temperatuurinsteltoets
koelruimte
Met de toets wordt
de temperatuur van de koelruimte
ingesteld.
Pagina: 66
nl
63
Inschakelen van
het apparaat
Afb. 2
Het apparaat met de toets Aan/Uit 1
inschakelen.
De temperatuurindicatie 2 knippert, tot
in het apparaat de ingestelde
temperatuur is bereikt.
Het apparaat begint te koelen. De
verlichting is ingeschakeld wanneer
de deur open is.
Wij raden een instelling van +4 °C aan.
Aanwijzingen bij het gebruik
■ Na het inschakelen kan het een aantal
uren duren voordat de ingestelde
temperaturen zijn bereikt.
Vóór die tijd geen levensmiddelen
in het apparaat leggen.
■ Terwijl de koelmachine loopt, vormen
zich dooiwaterdruppels of een laagje
rijp op de achterwand van
de koelruimte. U hoeft
de dooiwaterdruppels niet af te wissen
of de rijp af te schrapen.
De achterwand wordt automatisch
ontdooid. Het dooiwater loopt via
het afvoergootje, afb. ., naar
de koelmachine, waar het verdampt.
■ De voorzijde van het apparaat achter
de deur wordt gedeeltelijk licht
verwarmd waardoor de vorming van
condenswater in de buurt van
de deurafdichting wordt voorkomen.
■ Wanneer de deur van
de diepvriesruimte na het sluiten niet
direct weer geopend kan worden,
dient u even te wachten tot
de onderdruk is verdwenen.
■ Door het koelsysteem kan zich op
de vriesroosters op sommige plaatsen
al snel een laagje rijp afzetten. Dit
heeft geen invloed op het functioneren
van het apparaat of op
het stroomverbruik. Ontdooien is pas
nodig als zich op het hele oppervlak
van het vriesrooster een laag rijp of ijs
met een dikte van meer dan 5 mm
heeft gevormd.
Instellen van
de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2 °C
tot +8 °C.
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak
indrukken tot de gewenste temperatuur
in de koelruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het
geheugen opgeslagen. De ingestelde
temperatuur wordt aangegeven op de
temperatuurindicatie 2.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is
afhankelijk van de
koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimtetemperaturen
veroorzaken ook lagere
vriesruimtetemperaturen.
Pagina: 67
nl
64
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt
u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 0
Vriesvermogen volledig
benutten
Om de maximale hoeveelheid
diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle
uitrustingsonderdelen worden verwijderd.
De levensmiddelen kunnen dan
rechtstreeks op de legplateaus en op
de bodem van de vriesruimte worden
gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en
verwijderen. Afb. 5
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats
voor bereide gerechten, bakproducten,
conserven, gecondenseerde melk, harde
kaas en koudegevoelige groente en fruit.
Attentie bij het inruimen
De levensmiddelen goed verpakt of
afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur,
kleur en versheid behouden. Bovendien
wordt voorkomen dat de levensmiddelen
naar elkaar gaan smaken en
de kunststof onderdelen verkleuren.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen
de achterwand raken. Anders wordt
de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen
aan de achterwand vastvriezen.
Let op de koudezones
in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte
verschillen de koudezones:
■ De koudste zone is de schuiflade.
Afb. 4
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige
levensmiddelen (bijv. vis, worst,
vlees).
■ De warmste zone bevindt zich
helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv.
harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn
aroma verder ontwikkelen en de boter
blijft goed smeerbaar.
Superkoelen
Bij het superkoelen wordt de koelruimte
ca. 2½ dag lang zo koud mogelijk
gekoeld. Hierna wordt automatisch
omgeschakeld naar de vóór het
superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
■ vóór het inladen van grote
hoeveelheden levensmiddelen.
■ om dranken snel te koelen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 4 meermaals
indrukken, tot de indicatie super 3
brandt.
Het superkoelen schakelt na ca. 2½ dag
automatisch uit.
Pagina: 68
nl
65
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van
diepvriesproducten,
■ om ijsblokjes te maken,
■ om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van
het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij
een open deur ontdooien de
diepvrieswaren. In de diepvriesruimte
vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog
stroomverbruik!
Maximale
invriescapaciteit
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op
het typeplaatje. Afb. 0
Voorwaarden voor max.
invriesvermogen
■ Supervriezen inschakelen voordat u
de verse levensmiddelen aanbrengt
(zie hoofdstuk „Supervriezen”).
■ Onderdelen eruit halen
Stapel de levensmiddelen
rechtstreeks op de legplateaus en de
bodem van de diepvriesruimte.
■ Grote hoeveelheden levensmiddelen
bij voorkeur invriezen in het bovenste
vak. Daar worden ze heel snel en
daardoor voorzichtig ingevroren.
■ Verse levensmiddelen zo dicht
mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Invriezen en opslaan
Inkopen van
diepvriesproducten
■ De verpakking mag niet beschadigd
zijn.
■ Neem de houdbaarheidsdatum in
acht.
■ De temperatuur in de verkoop-koelkist
moet -18 °C of kouder zijn.
■ De diepvriesproducten liefst in een
koeltas transporteren en snel in de
diepvriesruimte leggen.
Levensmiddelen invriezen
■ Gebruik uitsluitend verse
levensmiddelen.
■ Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
■ De levensmiddelen luchtdicht
verpakken zodat ze niet uitdrogen of
hun smaak verliezen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag
inschuiven om een goede luchtcirculatie
te waarborgen.
Als er veel levensmiddelen moeten
worden opgeslagen, dan kunt u
de levensmiddelen direct op
de glasplateaus en op de bodem van
de diepvriesruimte opstapelen.
1. Daartoe dient u alle diepvriesladen te
verwijderen.
2. Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en
verwijderen. Afb. 5
Pagina: 69
nl
66
Verse levensmiddelen
invriezen
Gebruik uitsluitend verse
levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en
de kleur zo goed mogelijk te behouden,
dient groente geblancheerd te worden
voordat het wordt ingevroren. Bij
aubergines, paprika’s, courgettes en
asperges is blancheren niet
noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren
vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
■ Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees,
wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden,
gepelde eieren, melkproducten zoals
kaas, boter en kwark, bereide
gerechten en kliekjes zoals soep,
eenpansgerechten, gaar vlees en gare
vis, aardappelgerechten, ovenschotels
en zoete toetjes.
■ Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw
worden gegeten, zoals kropsla en
radijsjes, ongepelde eieren,
wijndruiven, hele appels, peren en
perziken, hardgekookte eieren,
yoghurt, dikke zure melk, zure room,
crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken
zodat ze niet uitdrogen of hun smaak
verliezen.
1. Levensmiddelen in de verpakking
leggen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting
voorzien.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen-
en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel
verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,
vuilniszakken en gebruikte
boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van
polyetheen kunnen met een folie-
lasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van
de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van
het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten,
brood en banket:
tot 6 maanden.
■ Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
■ Groente, fruit:
tot 12 maanden.
Pagina: 70
nl
67
Supervriezen
De levensmidelen zo snel mogelijk door
en door invriezen zodat vitamine,
voedingswaarden, uiterlijk en smaak
behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse
levensmiddelen inlaadt het supervriezen
in, om ongewenste temperatuurstijging te
voorkomen.
Doorgaans is 4-6 uur van tevoren
voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat
permanent, in de diepvriesruimte wordt
een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt
gebruiken, dient u 24 uur vóór het
inladen van de verse waar het
supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen
(max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van
het supervriessysteem worden
ingevroren.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 4 meermaals
indrukken, tot de indicatie super 3
brandt.
Het supervriessysteem wordt na
2½ dagen automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van
diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze
van de levensmiddelen kunt u kiezen uit
de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
■ in de koelkast
■ in de elektrische oven, met/zonder
heteluchtventilator
■ in de magnetron
ã=Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren
niet opnieuw invriezen. Pas na het koken
of braden tot een kant-en-klaargerecht
kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor
bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
Afb. 6
U kunt de plateaus en voorraadvakken
in de binnenruimte naar wens
verplaatsen: Daartoe het legplateau
uittrekken, vooraan optillen en
verwijderen.
Groentelade met
vochtigheidsregelaar
Afb. 7
Om optimale omstandigheden te
scheppen voor het bewaren van groente
en fruit, kan de luchtvochtigheid
in de groentelade worden aangepast
aan de hoeveelheid levensmiddelen:
kleine hoeveelheid fruit en groente –
hoge luchtvochtigheid
grote hoeveelheid fruit en groente – lage
luchtvochtigheid
Pagina: 71
nl
68
Aanwijzing
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas,
bananen, papaja en citrusvruchten) en
groente (bijv. aubergines, komkommers,
courgettes, paprika, tomaten en
aardappels) dienen voor een optimaal
behoud van kwaliteit en aroma buiten de
koelkast bewaard te worden op een
temperatuur van circa +8 °C.
Flessenrek
Afb. 8
In de flessenrek kunnen flessen veilig
worden bewaard. De houder is variabel.
Voorraadvak in de deur
Afb. 9
Het plateau optillen en verwijderen.
Flessenhouder
Afb. *
De flessenhouder voorkomt dat
de flessen kantelen bij het openen en
sluiten van de deur.
Diepvrieslade (groot)
Afb. 1/13
Voor het bewaren van grote
diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden
en ganzen.
Aanwijzing
Scheidingsplaat (indien aanwezig) kan
niet worden verwijderd.
Koude-accu
Afb. +
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen
van de stroom of bij een storing
het verwarmen van de opgeslagen
diepvrieswaren. De langste bewaartijd
wordt bereikt als u de accu direct op
de levensmiddelen in het bovenste vak
legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk
koelhouden van levensmiddelen (bijv. in
een koeltas) eruit genomen worden.
IJsbakje
Afb. ,
1. Het ijsbakje voor ¾ met water vullen
en in de diepvriesruimte zetten.
2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met
een bot voorwerp losmaken (steel van
een lepel).
3. Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort
onder stromend water houden.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK”-temperatuurcontrole
kunnen temperaturen onder +4 °C
worden geregistreerd. Stel
de temperatuur trapsgewijs kouder in als
de sticker niet „OK” aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat
kan het tot 12 uur duren voor
de temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
Pagina: 72
nl
69
Apparaat uitschakelen
en buiten werking
stellen
Uitschakelen van het apparaat
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit
en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van
het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet
gebruikt:
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp.
uitschakelen.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
Ontdooien
Koelruimte
Het apparaat wordt automatisch
ontdooid.
Het dooiwater loopt via
de dooiwatergootjes en het afvoergaatje
naar het verdampingsgedeelte van
het apparaat.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte wordt niet
automatisch ontdooid omdat
de diepvrieswaren niet mogen
ontdooien. Een laagje rijp in
de diepvriesruimte vermindert de koude-
afgifte aan de diepvrieswaren waardoor
het stroomverbruik wordt verhoogd.
Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.
ã=Attentie
Een laag rijp of ijs niet met een mes of
een scherp voorwerp afschrapen. U kunt
hierdoor de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan
vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Ca. 4 uur vóór het ontdooien
het supervriessysteem inschakelen zodat
de levensmiddelen een zeer lage
temperatuur bereiken en hierdoor langer
bij omgevingstemperatuur bewaard
kunnen worden.
1. Het apparaat uitschakelen om te
ontdooien.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp.
uitschakelen.
3. Diepvriesladen met
de levensmiddelen op een koele
plaats bewaren. Koude-accu (indien
aanwezig) op de levenmiddelen
leggen.
4. Dooiwaterafvoer openen. Afb. -
5. Het legplateau voor grote flessen kan
worden gebruikt om het dooiwater op
te vangen. Hiertoe het plateau voor
grote flessen verwijderen (zie het
hoofdstuk Apparaat reinigen) en
onder de open dooiwaterafvoer zetten.
Pagina: 73
nl
70
6. Om het ontdooiproces te versnellen
twee pannen met heet water op een
onderzetter in het apparaat zetten.
7. Na het ontdooien het opgevangen
dooiwater weggieten. Het resterende
dooiwater op de bodem van
de diepvriesruimte met een spons
afwissen.
8. Dooiwaterafvoer sluiten.
9. Plateau voor grote flessen weer in de
deur plaatsen.
10.Na het ontdooien het apparaat weer
aansluiten en inschakelen.
Schoonmaken van
het apparaat
ã=Attentie
■ Gebruik geen schoonmaak of
oplosmiddelen die zand, chloride of
zuren bevatten.
■ Geen schuursponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan
corrosie ontstaan.
■ De legplateaus en voorraadvakken
mogen niet in de afwasmachine
gereinigd worden.
Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat
uitschakelen.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien
resp. uitschakelen!
3. De diepvrieswaren eruit halen en op
een koele plaats bewaren. Koude-
accu (indien aanwezig) op
de levenmiddelen leggen.
4. Het apparaat schoonmaken met een
zachte doek en lauw water met een
scheutje pH neutraal
schoonmaakmiddel. Het sop mag niet
in de verlichting terechtkomen.
5. Deurafdichting alleen met schoon
water schoonmaken en grondig
droogwrijven.
6. Na het schoonmaken apparaat weer
aansluiten en inschakelen.
7. Diepvrieswaren weer in het apparaat
leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele
onderdelen van het apparaat worden
verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Afb. 6
De glasplateaus optillen, naar voren
trekken, laten zakken en zijdelings eruit
zwenken.
Dooiwater-afvoerklep
Voor het reinigen van de dooiwater-
afvoergoot moet het glasplateau boven
de groentelade, afb. 1/7, worden
losgemaakt van de dooiwater-afvoerklep.
Glasplateau verwijderen, dooiwater-
afvoerklep optillen en verwijderen. Afb. .
De dooiwater-afvoergoot en het
afvoergat regelmatig reinigen met
wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater
goed kan weglopen.
Reservoir verwijderen
Afb. 5
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken,
vooraan optillen en verwijderen.
Pagina: 74
nl
71
Groentelade
(niet bij alle modellen)
De afschermplaat van de groentelade
kan ter reiniging worden verwijderd.
De knoppen aan de zijkant na elkaar
indrukken en daarbij de afschermplaat
van de groentelade nemen. Afb. /
Legplateaus uit de deur nemen
Afb. 9
Legplateaus optillen en verwijderen.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
1. Apparaat uitschakelen met de Aan/
Uit-knop. Afb. 2/1
2. Alle levensmiddelen uit het apparaat
halen.
3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk
Schoonmaken van het apparaat).
4. Alle verpakkingen schoonmaken.
5. Sterk ruikende levensmiddelen
luchtdicht verpakken om luchtjes te
voorkomen.
6. Apparaat weer inschakelen.
7. Levensmiddelen inruimen.
8. Na 24 uur controleren of er opnieuw
luchtjes zijn ontstaan.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een
onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen
alleen door de Servicedienst of een
erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
■ Het apparaat in een droge, goed
te ventileren ruimte plaatsen! Het
apparaat niet direct in de zon of in de
buurt van een warmtebron plaatsen
zoals een verwarmingsradiator of een
fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
■ Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen, daarna in het apparaat
plaatsen.
■ Diepvrieswaren in de koelruimte
leggen om ze te ontdooien en de kou
van de diepvrieswaren gebruiken om
andere levensmiddelen te koelen.
■ Een laag rijp of ijs
in de diepvriesruimte regelmatig laten
ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert
de afgifte van koude aan
de diepvrieswaren en verhoogt
het energieverbruik.
■ Deuren van het apparaat zo kort
mogelijk openen.
■ Om een verhoogd stroomverbruik te
vermijden, dient de achterkant van het
apparaat af en toe gereinigd te
worden.
■ Indien aanwezig:
Wandafstandhouder monteren om
de geplande energieopname van het
apparaat te bereiken (zie
montagehandleiding). Een kleinere
afstand tot de muur heeft geen
nadelige invloed op de werking van
het apparaat. De energieopname kan
dan wel iets veranderen. De afstand
van 75 mm mag niet worden
overschreden.
Pagina: 75
nl
72
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten,
ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen
schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van
een waterpas stellen. Gebruik hiervoor
de schroefvoetjes of leg iets onder
het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander
meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat
ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen
of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald
kunnen worden en zet ze eventueel
opnieuw in het apparaat.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over
de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing
te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek
betalen!
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
De temperatuur wijkt
erg af van
de instelling.
In sommige gevallen is
het voldoende om het apparaat
gedurende 5 minuten uit
te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na
enkele uren controleren of
de temperatuur
de temperatuurinstelling genaderd
is.
Als de temperatuur te koud is:
de volgende dag de temperatuur
nogmaals controleren.
Pagina: 76
nl
73
Geen enkele indicatie
brandt.
Stroomuitval;
de zekering is
uitgeschakeld;
de stekker zit niet
goed in
het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken.
Controleer of er stroom is.
Controleer de zekeringen.
In de koelruimte
is het te koud.
De temperatuur
is te koud ingesteld.
Temperatuur warmer instellen (zie
hoofdstuk „Instellen van
de temperatuur”).
De bodem van
de koelruimte is nat.
De dooiwatergoten
of het afvoergat zijn
verstopt.
De dooiwatergoten en het
afvoergaatje schoonmaken (zie
„Schoonmaken van het apparaat”).
Afb. .
De diepvriesruimte
heeft een dikke laag
rijp.
Ontdooien van het diepvriesruimte.
Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg
er altijd voor dat de deur van het
diepvriesruimte goed dicht is.
De temperatuur in
de diepvriesruimte is
te warm.
De deur van
het apparaat werd
te vaak geopend.
Deur van het apparaat niet onnodig
openen.
De be en
ontluchtingsopeningen
zijn afgedekt.
Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere
hoeveelheden verse
levensmiddelen.
Max. invriescapacitiet niet
overschrijden.
Het apparaat koelt
niet,
de temperatuurindicati
e en de verlichting
branden.
Het presentatielicht
is ingeschakeld.
Apparaat-zelftest starten (zie het
hoofdstuk „Zelftest apparaat”).
Na afloop van het programma
schakelt het apparaat weer over op
het normale gebruik.
Pagina: 77
nl
74
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een
automatisch zelftestprogramma dat
de oorzaken van storingen aangeeft die
alleen door de Servicedienst verholpen
kunnen worden.
Zelftest starten
1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten
wachten.
2. Apparaat inschakelen en binnen de
eerste 10 seconden de
temperatuurinsteltoets, afb. 2/4,
gedurende 3–5 seconden ingedrukt
houden, tot de koelruimte-
temperatuurindicatie 2 °C gaat
branden.
Het zelftestprogramma start wanneer
de temperatuurindicaties na elkaar
gaan branden.
Wanneer het apparaat na korte tijd de
voor de zelftest ingestelde temperuur
aangeeft, is het in orde.
Als de indicatie super gedurende
10 seconden knippert, is er sprake van
een fout.
Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt
het apparaat weer over op het normale
gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van
de Servicedienst in uw omgeving kunt u
vinden in het telefoonboek of
in de meegeleverde brochure met
service-adressen. Geef a.u.b. aan
de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.)
en het FD-nummer (FD) van
het apparaat op.
U vindt deze gegevens op
het typeplaatje. Afb. 0
Door deze nummers aan
de Servicedienst door
te geven voorkomt u onnodig
heen en weer rijden van de monteur
en de hieraan verbonden kosten. En
de hieraan verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies
bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt
u in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen.
NL 088 424 4010
B 070 222 141

Vragen & antwoorden

Er zijn (nog) geen vragen over de Bosch KGV39VL30.

Stel een vraag over de Bosch KGV39VL30

Heb je een vraag over de Bosch KGV39VL30 en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Bosch KGV39VL30. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Bosch KGV39VL30 zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.