Bosch FR 10 handleiding

Bekijk hieronder de handleiding van de Bosch FR 10. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Bosch
  • Product: Thermostaat
  • Model/naam: FR 10
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: , , , , , , , , , ,

Inhoudsopgave

Pagina: 1
2 |
6 720 613 552 (2007/01)
Geachte klant,
Warmte voor het leven - dat is ons traditionele motto. Warmte is
voor mensen een basisbehoefte. Zonder warmte voelen wij ons
niet goed, en pas de warmte maakt van een huis een behaaglijk
thuis. Sinds meer dan 100 jaar ontwikkelt Bosch daarom oplossin-
gen voor warmte, warm water en klimaatregeling die zo veelvoudig
zijn als uw wensen.
U heeft gekozen voor een kwalitatief hoogwaardige oplossing van
Bosch en u heeft daarmee een goede keus gemaakt. Onze produc-
ten werken met de modernste technologie en zijn betrouwbaar,
energie-efficiënt en fluisterstil. Zo kunt u geheel onbezorgd van
warmte genieten.
Mocht u met uw Bosch product toch eens problemen hebben,
neemt u dan dan contact op met uw Bosch installateur. Hij helpt
u graag verder. Zie de achterzijde voor meer informatie.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe Bosch product.
Uw Bosch team
Pagina: 2
Inhoudsopgave | 3
6 720 613 552 (2007/01)
Inhoudsopgave
1 Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen 4
1.1 Voor uw veiligheid 4
1.2 Verklaring symbolen 5
2 Gegevens over het toebehoren 6
2.1 Leveringsomvang 6
2.2 Technische gegevens 7
2.3 Extra toebehoren 7
2.4 Reiniging 7
2.5 Installatievoorbeelden 7
3 Installatie (Alleen voor de installateur) 8
3.1 Montage 8
3.2 Afvalverwijdering 8
3.3 Elektrische aansluiting 9
4 Ingebruikneming (Alleen voor de installateur) 10
5 Bediening 11
5.1 Functie wijzigen 12
5.2 Gewenste kamertemperatuur wijzigen 12
5.3 Basisinstelling van de gewenste kamertemperatuur wijzigen 13
5.4 Installateursniveau instellen (Alleen voor de installateur) 15
5.5 Verwarmingsprogramma instellen 19
5.6 Bescherming tegen vorst 19
6 Storingen verhelpen 20
7 Energie besparen 23
8 Milieubescherming 25
Aanhangsel 53
Pagina: 3
4 | Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen
6 720 613 552 (2007/01)
1 Veiligheidsvoorschriften en ver-
klaring van de symbolen
1.1 Voor uw veiligheid
B Neem de gebruiksaanwijzing in acht voor een juiste werking.
B Monteer het verwarmingstoestel en het overige toebehoren en
stel het in werking overeenkomstig de aanwijzingen in de bijbe-
horende gebruiksaanwijzingen.
B Laat het toebehoren alleen door een erkend installateur mon-
teren.
B Deze toebehoren alleen in combinatie met de aangegeven ver-
warmingstoestellen aansluiten. Neem aansluitschema in acht!
B Sluit toebehoren in geen geval op een 230 V stroomnet aan.
B Voor montage van de toebehoren:
onderbreek de stroomverzorging (230 VAC) naar het verwar-
mingstoestel en andere Busdeelnemers.
B Monteer deze toebehoren niet in een vochtige ruimte.
B Stel de klant op de hoogte van de werkwijze van het toebeho-
ren en instrueer hem ten aanzien van de bediening.
B Bij kans op vorst moet het verwarmingstoestel ingeschakeld
blijven en dient u de aanwijzingen voor vorstbescherming in
acht te nemen.
Pagina: 4
Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen | 5
6 720 613 552 (2007/01)
1.2 Verklaring symbolen
Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optre-
den als de voorschriften niet worden opgevolgd.
• Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade
kan optreden.
• Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ern-
stige materiële schade kan optreden.
• Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden.
In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.
Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die geval-
len geen gevaar voor mens of toestel oplevert.
Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden
door middel van een grijs vlak en een gevaren
driehoek aangeduid.
Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangege-
ven symbool worden begrensd met een lijn bo-
ven en onder de tekst.
Pagina: 5
6 | Gegevens over het toebehoren
6 720 613 552 (2007/01)
2 Gegevens over het toebehoren
• Met de FR 10 is de kamertemperatuurregeling van een CV-cir-
cuit mogelijk.
• In installaties met een CV-circuit kan via het tijdprogramma van
een tijdschakelklok automatisch tussen de actueel ingestelde
functie / / en verwarmingsfunctie geblokkeerd
worden gewisseld.
• De FR 10 kan in installaties met kamertemperatuurregelaar
FR 100/FR 110 voor uitbreiding tot max. 10 CV-circuits worden
toegepast. Zie voor meer informatie de documentatie van de
FR 100/FR 110.
• De regelaar is voorbereid voor wandmontage.
2.1 Leveringsomvang
Æ Afbeelding 2 op pagina 50:
1 Bovenstuk regelaar en voet voor montage op de muur
2 Installatie- en bedieningshandleiding
De FR 10 kan alleen worden aangesloten op een
verwarmingstoestel met Heatronic 3.
Pagina: 6
Gegevens over het toebehoren | 7
6 720 613 552 (2007/01)
2.2 Technische gegevens
2.3 Extra toebehoren
Zie ook de prijslijst.
• MT 10: Analoge schakelklok met 1 kanaal.
• DT 10: Digitale schakelklok met 1 kanaal.
• IPM 1: Module voor aansturing van een gemengd of onge-
mengd CV-circuit.
2.4 Reiniging
B Wrijf de behuizing van de regelaar indien nodig met een voch-
tige doek schoon. Gebruik daarbij geen scherpe of bijtende rei-
nigingsmiddelen.
2.5 Installatievoorbeelden
Installatievoorbeelden voor installaties met meer dan één CV-cir-
cuit staan in de documentatie van de kamertemperatuurregelaar
FR 100/FR 110.
Afmetingen Afbeelding 3, pagina 51
Nominale spanning 10 ... 24 VDC
Nominale stroom ≤ 3,5 mA
Regelaaruitgang Tweedraads bus
Regelbereik 5 ... 30 °C in stappen van 0,5 K
Max. omgevingstemperatuur 0 ... +50 °C
Isolatieklasse III
Beschermingstype IP20
Tabel 1
Pagina: 7
8 | Installatie (Alleen voor de installateur)
6 720 613 552 (2007/01)
3 Installatie (Alleen voor de
installateur)
3.1 Montage
De regelkwaliteit van de FR 10 is afhankelijk van de montageplaats.
De montageplaats (Regelruimte) moet voor de regeling van de ver-
warming resp. het CV-circuit geschikt zijn.
B Kies de montageplaats (Æ Afbeelding 3 op pagina 52).
B Trek het bovenstuk van de voet (Æ afbeelding 4 op pagina 52).
B Monteer de voet (Æ Afbeelding 5 op pagina 52).
B Breng de elektrische aansluiting tot stand (Æ Afbeelding 6 op
pagina 53).
B Steek het bovenstuk vast.
3.2 Afvalverwijdering
B Verwijder de verpakking op een voor het milieu verantwoorde
wijze.
B Als een component wordt vervangen: verwijder de oude com-
ponent op een voor het milieu verantwoorde wijze.
Gevaar: Gevaar voor stroomschok!
B Voor montage van de toebehoren:
onderbreek de stroomverzorging (230 VAC) naar
het verwarmingstoestel en andere Busdeelnemers.
Het montageoppervlak op de muur moet egaal en
vlak zijn.
Pagina: 8
Installatie (Alleen voor de installateur) | 9
6 720 613 552 (2007/01)
3.3 Elektrische aansluiting
B Busverbinding van regelaar naar overige busdeelnemers:
Gebruik elektrische kabels die minimaal overeenkomen met
type H05 VV-... (NYM-I...).
Toegestane leidinglengten van de Heatronic 3 naar de regelaar:
B Om inductieve beïnvloeding te voorkomen: Installeer alle laag-
spanningsleidingen gescheiden van leidingen met een span-
ning van 230 V (Minimumafstand 100 mm).
B Als er inductieve externe invloeden zijn, moeten de leidingen
worden afgeschermd.
Daardoor worden de leidingen beschermd tegen extern invloe-
den zoals sterkstroomkabels, voeringsleidingen, transforma-
torstations, radio- en televisietoestellen, amateurzendstations,
magnetrons en dergelijke.
B Sluit de FR 10 Bijv. aan een Heatronic 3 aan (Æ Afbeelding 6 op
pagina 53).
Leidinglengte Diameter
≤ 80 m 0,40 mm2
≤ 100 m 0,50 mm2
≤ 150 m 0,75 mm2
≤ 200 m 1,00 mm2
≤ 300 m 1,50 mm2
Tabel 2
Als de leidingdiameters van de busverbindingen ver-
schillend zijn:
B Sluit de busverbindingen via een aftakdoos (A)
aan (Æ Afbeelding 7 op pagina 53).
Pagina: 9
10 | Ingebruikneming (Alleen voor de installateur)
6 720 613 552 (2007/01)
4 Ingebruikneming (Alleen voor
de installateur)
B Stel de codeerschakelaars op de IPM 1 overeenkomstig de aan-
wijzingen in de meegeleverde gebruiksaanwijzing in.
B Schakel de installatie in.
Bij eerste ingebruikneming of na volledige reset van alle instellin-
gen:
B Bij installaties met een CV-circuit:
Bevestig de knipperende codering 1 HC door in te druk-
ken.
-of-
B Als de regelaar een CV-circuit HK2...10 moet regelen:
Selecteer de desbetreffende codering 2 HC tot 10 HC door aan
te draaien en bevestig deze door in te drukken.
De systeemconfiguratie start automatisch en AC wordt ca. 60
seconden weergegeven.
Per CV-circuit mag slechts één FR 10 per codering
worden toegewezen.
Pagina: 10
Bediening | 11
6 720 613 552 (2007/01)
5 Bediening
De FR 10 kan de verwarming alleen regelen als er een functie actief
is. In combinatie met een schakelklok (Toebehoren), wordt via het
tijdprogramma automatisch tussen de actueel ingestelde functie
/ / en verwarmingsfunctie geblokkeerd gewisseld. Vorst-
bescherming is gewaarborgd (Æ Hoofdstuk 5.6 op pagina 19).
Bedieningselementen (Æ afbeelding 1 op pagina 50)
1 Keuzeknop :
- Draaien = waarde instellen
- Indrukken = instelling/waarde bevestigen
2 Toets mode:
- Functie wijzigen
- Gebruikersniveau openen = ca. 3 seconden indrukken
- Installateursniveau openen = ca. 6 seconden indrukken
- Naar hogere niveau terugkeren
Symbolen (Æ Afbeelding 1 op pagina 50)
Actuele kamertemperatuur of gewenste kamertemperatuur (Als
u aan de keuzeknop draait)
Functie Verwarmen
Functie Sparen
Functie Eco
Geen verwarmingsfunctie beschikbaar, Bijv. verwarmingsfunctie
geblokkeerd vanwege de schakelklok (Toebehoren)
Branderfunctie
Tabel 3
Stel de regelaar aanvoertemperatuur van het ver-
warmingstoestel op de maximaal benodigde aan-
voertemperatuur in.
Pagina: 11
12 | Bediening
6 720 613 552 (2007/01)
5.1 Functie wijzigen
B Druk zo vaak op de toets mode tot de gewenste functie wordt
weergegeven.
= continu Verwarmen
= continu Sparen
= continu Eco
De ingestelde functie is alleen actief als de verwarmingsfunctie
niet geblokkeerd is.
5.2 Gewenste kamertemperatuur wijzigen
B Stel met de keuzeknop de gewenste kamertemperatuur
voor de actuele functie / / in.
Tijdens de wijziging wordt in plaats van de actuele kamertem-
peratuur de gewenste kamertemperatuur knipperend weerge-
geven. De wijziging van de gewenste kamertemperatuur blijft
actief tot de volgende wijziging, de volgende wisseling van
functie of een onderbreking van de spanning. Voor de desbe-
treffende functie geldt daarna weer de in het gebruikersniveau
geprogrammeerde kamertemperatuur.
Gebruik deze functie als u de gewenste kamertem-
peratuur incidenteel wilt wijzigen, bijvoorbeeld
voor een feestje.
Pagina: 12
Bediening | 13
6 720 613 552 (2007/01)
5.3 Basisinstelling van de gewenste kamertempe-
ratuur wijzigen
B Open het gebruikersniveau: Druk de toets mode ca. 3 secon-
den in tot –– wordt weergegeven.
B Laat de toets mode los en draai aan tot de gewenste
parameter wordt weergegeven:
– 1A p = gewenste kamertemperatuur voor Verwarmen
– 1b p = gewenste kamertemperatuur voor Sparen
– 1C p = gewenste kamertemperatuur voor Eco
B Druk kort op : de actuele temperatuurwaarde voor de eer-
der geselecteerde parameter wordt weergegeven.
B Druk kort op : De actuele temperatuurwaarde knippert.
B Draai aan om de gewenste kamertemperatuur in te stel-
len:
Gebruik de functie als u de gewenste kamertempe-
raturen duurzaam en afwijkend van de basisinstel-
lingen wilt programmeren.
Pagina: 13
14 | Bediening
6 720 613 552 (2007/01)
– Verwarmen = maximaal benodigde temperatuur (Bijv. als
er personen in de woonruimte verblijven en deze een com-
fortabele kamertemperatuur wensen). Instelbereik is hoger
dan Sparen tot max. 30 °C.
– Sparen = gemiddeld benodigde temperatuur (Bijv. als
een lagere temperatuur voldoende is of als alle personen
buitenshuis zijn of slapen en het gebouw niet te sterk mag
afkoelen). Instelbereik is hoger dan Eco en lager dan
Verwarmen.
– Eco = minimaal benodigde temperatuur (Bijv. als alle per-
sonen buitenshuis zijn of slapen en het gebouw mag afkoe-
len). Houd rekening met aanwezige huisdieren en planten.
Instelbereik is lager dan Sparen tot min. 5 °C.
B Druk kort op om de waarde op te slaan.
B Druk zo vaak op de toets mode tot de actuele kamertempera-
tuur wordt weergegeven.
Pagina: 14
Bediening | 15
6 720 613 552 (2007/01)
5.4 Installateursniveau instellen (Alleen voor de
installateur)
B Open het installateursniveau: Druk de toets mode ca. 6 secon-
den in tot ––– wordt weergegeven.
B Laat de toets mode los en draai aan tot de gewenste
parameter wordt weergegeven:
– 5A p = Codering
– 5b p = Configuratie CV-circuit
– 6A p = Ingebouwde kamertemperatuurvoeler afstemmen
– 6b p = Aanpassingsfactor I
– 6C p = Versterkingsfactor V
– 6d p = Maximale aanvoertemperatuur
– 6E p = Looptijd mengklep
B Druk kort op : De actuele waarde voor de eerder geselec-
teerde parameter wordt weergegeven.
B Druk kort op : De actuele waarde knippert.
B Draai aan om de gewenste waarde in te stellen:
B Druk kort op om de waarde op te slaan.
B Druk zo vaak op de toets mode tot de actuele kamertempera-
tuur wordt weergegeven.
Het installateursniveau is uitsluitend bestemd voor
de installateur.
Pagina: 15
16 | Bediening
6 720 613 552 (2007/01)
5.4.1 Codering wijzigen (Parameter: 5A p)
Instelbereik: 1 tot 10
Gebruik deze parameter als u de codering na de ingebruikneming
wilt aanpassen:
B Bij installaties met een CV-circuit: Stel de codering 1 in.
-of-
B Als de regelaar een CV-circuit HK2...10 moet besturen:
Stel de desbetreffende codering 2 tot 10 in.
5.4.2 Configuratie CV-circuit wijzigen (Parameter: 5b p)
Instelbereik: 1 tot 3
Gebruik deze parameter als u de configuratie na de ingebruikne-
ming wilt wijzigen:
B Stel de desbetreffende configuratie in:
– 1 = Ongemengd CV-circuit zonder IPM
– 2 = Ongemengd CV-circuit met IPM
– 3 = Gemengd CV-circuit
Per CV-circuit mag slechts één FR 10 per codering
worden toegewezen.
Pagina: 16
Bediening | 17
6 720 613 552 (2007/01)
5.4.3 Kamertemperatuurvoeler afstemmen
(Parameter: 6A p)
Instelbereik: –3,0 °C (K) tot +3,0 °C (K)
Gebruik deze parameter als u de weergegeven kamertemperatuur
wilt aanpassen.
B Breng een geschikt precisiemeetinstrument in de buurt van de
FR 10 aan. Het precisiemeetinstrument mag geen warmte aan
de FR 10 afgeven.
B Scherm de thermostaat een uur lang af voor externe verwar-
mingsbronnen.
B Stem de weergegeven correctiewaarde voor de kamertempera-
tuur af.
5.4.4 Aanpassingsfactor I instellen (Parameter: 6b p)
Instelbereik: 0 % tot 100 %
De aanpassingsfactor I is de snelheid waarmee een blijvende rege-
lafwijking van de kamertemperatuur wordt gecompenseerd.
B Aanpassingsfactor I instellen:
– ≤ 40 %: Stel een lagere factor in om geringere variatie van
de kamertemperatuur door langzamere correctie te berei-
ken.
– ≥ 40 %: Stel een hogere factor in om snellere correctie door
sterkere variatie van de kamertemperatuur te bereiken.
Pagina: 17
18 | Bediening
6 720 613 552 (2007/01)
5.4.5 Versterkingsfactor V instellen (Parameter: 6C p)
Instelbereik: 40 % tot 100 %
De versterkingsfactor V heeft, afhankelijk van verandering van de
kamertemperatuur, invloed op de warmtevraag.
B Versterkingsfactor V instellen:
– ≤ 50 %: Stel een lagere factor in om de invloed op de warm-
tevraag te beperken. De ingestelde kamertemperatuur
wordt na geruime tijd met een geringe variatie bereikt.
– ≥ 50 %: Stel een hogere factor in om de invloed op de warm-
tevraag te versterken. De ingestelde kamertemperatuur
wordt snel met neiging tot variatie bereikt.
5.4.6 Maximale aanvoertemperatuur instellen
(Parameter: 6d p)
Instelbereik: 30 °C tot 85 °C
B Stel de maximale aanvoertemperatuur passend voor het CV-cir-
cuit in.
5.4.7 Looptijd mengklep instellen (Parameter: 6E p)
Instelbereik: 10 sec. tot 600 sec.
B Stel de looptijd van de mengklep op de looptijd van de
gebruikte mengklepstelmotor in.
Pagina: 18
Bediening | 19
6 720 613 552 (2007/01)
5.4.8 Alle instellingen resetten
B Houd en mode tegelijkertijd gedurende 15 seconden
ingedrukt tot de countdown is uitgevoerd.
5.5 Verwarmingsprogramma instellen
B Stel het verwarmingsprogramma met in- en uitschakeltijden op
de schakelklok in (Æ Gebruiksaanwijzing schakelklok).
5.6 Bescherming tegen vorst
Als de kamertemperatuur in de regelruimte onder 4 °C of de aan-
voertemperatuur onder 8 °C daalt, wordt de verwarming (Pomp)
ingeschakeld. Om de 4 °C kamertemperatuur of 8 °C aanvoertem-
peratuur vast te houden, wordt de verwarming (Pomp) overeen-
komstig in- en uitgeschakeld.
Met deze functie voert u een reset van alle instellin-
gen van de regelaar uit. Alle installatie specifieke in-
stellingen moeten door de installateur opnieuw
ingevoerd worden.
Pagina: 19
20 | Storingen verhelpen
6 720 613 552 (2007/01)
6 Storingen verhelpen
Bij een storing van het verwarmingstoestel wordt in het display
Bijv. EA. E weergegeven. Daarbij staat (EA) voor de storing op het
verwarmingstoestel, de punt (.) voor een externe storing en (E)
voor „error“ (Storing).
Bij een storing van de FR 10 wordt in het display Bijv. 03 E weer-
gegeven.
Daarbij staat (03) voor storingsnummer FR 10 en (E) voor „error“
(Storing):
B Raadpleeg een vakman voor verwarming.
Als er meer storingen actief zijn, wordt de storing met de hoogste
prioriteit weergegeven.
Display Oorzaak Door installateur laten verhelpen
01 E Verwarmingstoestel
meldt zich niet meer.
Controleer codering en verbinding
van de busdeelnemers.
Verkeerde busdeelne-
mer aangesloten.
Vervang de verkeerde busdeelnemer.
02 E Interne storing. Vervang FR 10.
03 E Temperatuurvoeler in
FR 10 defect.
Vervang FR 10.
11 E Nieuwe busdeelne-
mer herkend.
Controleer de configuratie en pas
deze aan.
12 E Busdeelnemer IPM
ontbreekt.
Controleer codering en verbinding
van de busdeelnemers.
13 E Busdeelnemer veran-
derd of verwisseld.
Controleer configuratie, codering en
verbinding en pas deze aan.
14 E Niet-toegestane bus-
deelnemer aangesloten.
Verwijder niet-toegestane busdeelne-
mer.
AE. E
...
Storing van verwar-
mingstoestel.
Verhelp de storing volgens de infor-
matie in de documentatie van het ver-
warmingstoestel.
Tabel 4
Pagina: 20
Storingen verhelpen | 21
6 720 613 552 (2007/01)
Klacht Oorzaak Oplossing
Gewenste kamer-
temperatuur
wordt niet
bereikt.
Thermostaatkranen in de
regelruimte te laag inge-
steld.
Open de thermostaatkra-
nen volledig of laat een
installateur in plaats daar-
van handmatig bediende
kranen monteren.
Regelaar aanvoertempera-
tuur van verwarmingstoe-
stel te laag ingesteld.
Stel regelaar aanvoertem-
peratuur hoger in.
Lucht in de verwarmingsin-
stallatie.
Ontlucht de verwarmings-
radiatoren en de verwar-
mingsinstallatie.
Gewenste kamer-
temperatuur
wordt ver over-
schreden.
Montageplaats van FR 10
ongunstig, Bijv. bij buiten-
muur, in de buurt van
raam, luchtstroom, enz.
Kies een betere plaats
(Æ Hoofdstuk 3.1) en laat
de FR 10 door een instal-
lateur verplaatsen.
Te grote kamer-
temperatuur-
schommelingen.
Tijdelijke inwerking van
warmte van andere bron-
nen op de ruimte, Bijv. zon-
licht, verlichting, televisie,
open haard, enz.
Kies een betere plaats
(Æ Hoofdstuk 3.1) en laat
de FR 10 door een instal-
lateur verplaatsen.
Stijging in plaats
van daling van
temperatuur.
Tijd van de dag op de scha-
kelklok (Toebehoren) ver-
keerd ingesteld.
Controleer de instelling.
Tijdens de uit-
schakeltijd te
hoge kamertem-
peratuur.
Grote warmteopslag van
het gebouw.
Stel de uitschakeltijd op
de schakelklok (Toebeho-
ren) vroeger in.
Verkeerde rege-
ling of geen rege-
ling.
Busverbinding of busdeel-
nemer defect.
Laat de busverbinding
door een installateur vol-
gens het aansluitschema
controleren en indien
nodig corrigeren.
Tabel 5
Pagina: 21
22 | Storingen verhelpen
6 720 613 552 (2007/01)
Als de storing niet kan worden verholpen:
B Neem contact op met een erkend verwarmingsinstallatiebedrijf
of een erkende klantenservice en geef de storing en de gege-
vens van het toestel (Zie typeplaatje) op.
Toestelgegevens
Type:
........................................................................................................
Bestelnummer:
........................................................................................................
Fabricagedatum (FD...):
........................................................................................................
Pagina: 22
Energie besparen | 23
6 720 613 552 (2007/01)
7 Energie besparen
• De temperatuur in de regelruimte (Plaats waar de regelaar is
gemonteerd) werkt als regelgrootheid voor het toegewezen
CV-circuit. Daarom moet het vermogen van de radiatoren in de
regelruimte zo krap mogelijk worden ingesteld:
– Bij handmatig bediende radiatorkranen met de voorinstel-
ling.
– Bij geheel geopende thermostaatkranen met het instelbare
voetventiel.
Als de thermostaatkranen in de regelruimte niet helemaal
geopend zijn, verminderen de thermostaatkranen eventueel
de warmtetoevoer, hoewel de regelaar warmte vraagt.
• Regel de temperatuur in de andere ruimten met thermostaat-
kranen.
• De warmte van andere bronnen in de regelruimte (Bijvoorbeeld
zonlicht, oven, enz.) kan de verwarming in de andere ruimten
te laag uitvallen (Verwarming blijft koud).
• Door het verlagen van de ruimtetemperatuur tijdens spaarfa-
sen kan veel energie worden bespaard: Verlagen van de ruim-
tetemperatuur met 1 K (°C): tot 5 % energiebesparing. Niet
zinvol: De ruimtetemperatuur van dagelijks verwarmde ruimten
te laten dalen beneden +15 °C. De afgekoelde muren geven
dan koude af, de ruimtetemperatuur wordt verhoogd en zo
wordt meer energie verbruikt dan bij een gelijkmatige warmte-
aanvoer.
Pagina: 23
24 | Energie besparen
6 720 613 552 (2007/01)
• Goede warmte-isolatie van het gebouw: De ingestelde tempe-
ratuur voor Sparen of Eco wordt niet bereikt. Toch wordt
energie bespaard omdat de verwarming uitgeschakeld blijft.
Vervolgens eerder naar lagere functie schakelen.
• Laat bij het luchten het venster niet op een kier staan. Daarbij
wordt voortdurend warmte aan de ruimte onttrokken zonder
dat de ruimtelucht noemenswaardig wordt verbeterd.
• Het is beter om kort, maar intensief te luchten (Raam geheel
openen).
• Draai tijdens het luchten de thermostaatkraan dicht of zet de
functie op Eco.
Pagina: 24
Milieubescherming | 25
6 720 613 552 (2007/01)
8 Milieubescherming
Milieubescherming is een belangrijk beginsel van Bosch.
Kwaliteit van de producten, spaarzaamheid en milieubescherming
zijn voor ons doelen die even belangrijk zijn. Wetten en voorschrif-
ten ten aanzien van de milieubescherming worden strikt in acht
genomen.
Ter bescherming van het milieu passen wij met inachtneming van
economische gezichtspunten de best mogelijke techniek en mate-
rialen toe.
Verpakking
Wat betreft de verpakking nemen wij deel aan de recyclingssyste-
men in de verschillende landen, die een optimale recycling waar-
borgen.
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het
milieu en kunnen worden gerecycled.
Oud toestel
Oude toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden
gerecycled.
De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de
kunststoffen zijn gekenmerkt. Daardoor kunnen de verschillende
componenten worden gesorteerd en gerecycled resp. afgevoerd.

Vragen & antwoorden

Er zijn (nog) geen vragen over de Bosch FR 10.

Stel een vraag over de Bosch FR 10

Heb je een vraag over de Bosch FR 10 en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Bosch FR 10. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Bosch FR 10 zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.