Bosch AKE 40-19 PRO handleiding

Bekijk hieronder de handleiding van de Bosch AKE 40-19 PRO. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Bosch
  • Product: Kettingzaag
  • Model/naam: AKE 40-19 PRO
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Inhoudsopgave

Pagina: 76
Nederlands - 1
Let op! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzin-
gen. Wanneer de volgende voorschriften niet in acht worden
genomen, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig let-
sel tot gevolg hebben.
Bewaar deze veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen
goed voor later gebruik.
Het hierna gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft
betrekking op uw elektrische gereedschap voor gebruik op het
stroomnet (met netsnoer).
De gebruiker wordt geadviseerd, zich voor het eerste gebruik
door een ervaren vakman te laten instrueren over de bedie-
ning van de kettingzaag en het gebruik van beschermende
uitrusting, aan de hand van praktische voorbeelden. Als eer-
ste oefening dient het zagen van boomstammen op een zaag-
bok of onderstel plaats te vinden.
Verklaring van de pictogrammen:
Lees de gebruiksaanwijzing.
Bescherm de machine tegen regen.
Trek de stekker altijd uit het stopcontact voor instel-
lings- en onderhoudswerkzaamheden en altijd on-
middellijk wanneer de stroomkabel beschadigd of
doorgesneden wordt.
Draag bij het gebruik van het elektrische gereed-
schap altijd een gehoorbescherming en een veilig-
heidsbril.
De terugslagrem en de uitlooprem stoppen
de zaagketting binnen korte tijd.
Werkomgeving
■ Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd. Een
rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongeval-
len leiden.
■ Werk met het gereedschap niet in een omgeving met
explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen,
brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektri-
sche gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of
de dampen tot ontsteking kunnen brengen.
■ Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik
van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer
u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap
verliezen.
■ Kinderen en jongeren, met uitzondering van jongeren
in opleiding van 16 jaar en ouder onder toezicht, mo-
gen de kettingzaag niet bedienen. Hetzelfde geldt voor
personen die niet of onvoldoende vertrouwd zijn met
de omgang met de kettingzaag. De gebruiksaanwijzing
moet altijd binnen handbereik zijn. Personen die overver-
moeid of niet lichamelijk belastbaar zijn, mogen de ketting-
zaag niet bedienen.
Elektrische veiligheid
■ De aansluitstekker van het gereedschap moet in het
stopcontact passen. De stekker mag in geen geval
worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in
combinatie met geaarde gereedschappen. Onveran-
derde stekkers en passende stopcontacten beperken het
risico van een elektrische schok.
■ Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde op-
pervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen,
fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico
door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.
■ Houd het gereedschap uit de buurt van regen en
vocht. Het binnendringen van water in het elektrische ge-
reedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
■ Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het
gereedschap te dragen of op te hangen of om de stek-
ker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de
buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende
gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte
kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
■ Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap
werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die
voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het ge-
bruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verleng-
kabel beperkt het risico van een elektrische schok.
Veiligheid van personen
■ Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand
te werk bij het gebruik van het elektrische gereed-
schap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe
bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of me-
dicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik
van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen lei-
den.
■ Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd
een veiligheidsbril. Het gebruik van beschermende uit-
rusting, zoals een stofmasker, slipvaste schoenen, een
veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de
werkomgeving, vermindert het verwondingsgevaar.
■ Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het
elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de
stekker in het stopcontact steekt. Wanneer u bij het dra-
gen van het gereedschap uw vinger aan de schakelaar
hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de
stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
■ Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels
voordat u het gereedschap inschakelt. Een instelge-
reedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereed-
schap kan tot verwondingen leiden.
■ Overschat uzelf niet. Zorg ervoor dat u stevig staat en
steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het gereed-
schap in onverwachte situaties beter onder controle hou-
den.
■ Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kle-
ding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoe-
nen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende
kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende
delen worden meegenomen.
■ Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen
kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te ver-
zekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden ge-
bruikt. Het gebruik van deze voorzieningen beperkt het
gevaar door stof.
Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elek-
trische gereedschappen
■ Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw
werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische
gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap
werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaci-
teitsbereik.
■ Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de
schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet
meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en
moet worden gerepareerd.
Veiligheidsvoorschriften
F016 L70 532 - Buch Seite 1 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
77 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 77
Nederlands - 2
■ Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het ge-
reedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereed-
schap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt on-
bedoeld starten van het gereedschap.
■ Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen
buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet
gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd
zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektri-
sche gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door
onervaren personen worden gebruikt.
■ Verzorg het gereedschap zorgvuldig. Controleer of be-
wegende delen van het gereedschap correct functio-
neren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig
gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het
gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze be-
schadigde onderdelen voor het gebruik repareren.
Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhou-
den elektrische gereedschappen.
■ Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en
schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereed-
schappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel
vast en zijn gemakkelijker te geleiden.
■ Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetge-
reedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzin-
gen en zoals voor dit speciale gereedschapstype voor-
geschreven. Let daarbij op de arbeidsomstandighe-
den en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik
van elektrische gereedschappen voor andere dan de voor-
ziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Service
■ Laat het gereedschap alleen repareren door gekwalifi-
ceerd en vakkundig personeel en alleen met originele
vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd
dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.
Waarschuwingen voor kettingzagen:
■ Houd bij een lopende zaag alle lichaamsdelen uit de
buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten
van de zaag dat de zaagketting niets aanraakt. Bij werk-
zaamheden met een kettingzaag kan een moment van on-
oplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen
door de zaagketting worden meegenomen.
■ Houd de kettingzaag met uw rechterhand aan de ach-
terste handgreep en met uw linkerhand aan de voorste
handgreep vast. Als u de kettingzaag anders vasthoudt,
loopt u een hoger risico op verwondingen. Houd de ket-
tingzaag daarom alleen zoals voorgeschreven vast.
■ Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming.
Overige beschermende uitrusting voor hoofd, handen,
benen en voeten wordt geadviseerd. Passende be-
schermende kleding vermindert het verwondingsgevaar
door rondvliegend spaanmateriaal en toevallig aanraken
van de zaagketting.
■ Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij gebruik
van een kettingzaag op een boom bestaat verwondingsge-
vaar.
■ Let er altijd op dat u stevig staat en gebruik de ketting-
zaag alleen als u op een stevige en vlakke ondergrond
staat. Een gladde of instabiele ondergrond kan, in het bij-
zonder bij het gebruik van een ladder, tot het verlies van
de controle over uw evenwicht en de kettingzaag leiden.
■ Houd er bij het afzagen van een onder spanning
staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de
spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak
de bediener raken, of kan deze de bediener de controle
over de kettingzaag doen verliezen.
■ Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van laag
houtgewas en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in
de zaagketting blijven hangen en op u slaan of u uit het
evenwicht brengen.
■ Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep met
stilstaande zaagketting en naar achteren wijzende ge-
leidingsrail. Breng altijd de veiligheidsafscherming
aan voordat u de kettingzaag vervoert of opbergt. Een
zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de
kans op per ongeluk aanraken van de lopende zaagket-
ting.
■ Volg de aanwijzingen voor het smeren, de ketting-
spanning en het wisselen van toebehoren op. Een on-
juist gespannen of gesmeerde ketting kan breken of het te-
rugslagrisico verhogen.
■ Houd handgrepen droog, schoon en vrij van olie en
vet. Vettige grepen met olie zijn glad en leiden tot het ver-
lies van de controle over de kettingzaag.
■ Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag alleen voor
werkzaamheden waarvoor deze bestemd is. Voor-
beeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van
plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van
hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor werkzaam-
heden waarvoor deze niet bestemd is, kan tot gevaarlijke
situaties leiden.
Oorzaken en voorkoming van een terugslag:
– Terugslag kan optreden als de punt van de geleidingsrail
een voorwerp raakt of als het hout buigt en de zaagketting
in de groef wordt vastgeklemd.
– Een aanraking met de punt van de geleidingsrail kan in
veel gevallen tot een onverwachte en naar achteren ge-
richte actie leiden, waarbij de geleidingsrail omhoog en in
de richting van de bediener wordt geslagen.
– Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenkant
van de geleidingsrail kan de geleidingrail snel in de richting
van de bediener terugstoten.
– Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle
over de zaag verliest en u zich mogelijk ernstig verwondt.
Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag inge-
bouwde veiligheidsvoorzieningen. Als gebruiker van een
kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen
om zonder ongevallen en zonder verwondingen te kunnen
werken.
Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of on-
juiste gebruiksomstandigheden van het elektrische gereed-
schap. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte
voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven:
■ Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duim en
vinger de grepen van de kettingzaag omsluiten. Neem
een zodanige lichaamshouding in en houd uw armen
in een zodanige positie, dat u stand kunt houden ten
opzichte van de terugslagkrachten. Als geschikte maat-
regelen worden getroffen, kan de bediener de terugslag-
krachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
■ Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag
niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt per onge-
luk aanraken met punt van de kettinggeleider voorkomen
en kan de kettingzaag in onverwachte situaties beter on-
der controle worden gehouden.
■ Gebruik altijd de door de fabrikant voorgeschreven
vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen. Ver-
keerde vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen
kunnen tot kettingbreuk en terugslag leiden.
■ Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor het
slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage
dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag.
F016 L70 532 - Buch Seite 2 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
78 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 78
Nederlands - 3
De machine is bestemd voor het vellen van bomen
en het zagen van stammen, takken, houten balken,
planken etc. en kan worden gebruikt voor schulpen
(in de lengte van de houtnerf) en afkorten (dwars op
de houtnerf). Deze machine is niet geschikt voor het
zagen van minerale materialen.
Dit handboek bevat voorschriften over de juiste
montage en het veilig gebruik van uw kettingzaag.
Het is belangrijk dat u deze aanwijzingen zorgvuldig
leest.
Neem alle delen van de machine voorzichtig uit de
verpakking en controleer deze op volledigheid:
– Kettingzaag
– Afscherming
– Zaagketting
– Zwaard
– Kettingbescherming
– Zaagkettinghechtolie (80 ml)
– Gebruiksaanwijzing
Neem contact op met uw leverancier wanneer onderdelen
ontbreken of beschadigd zijn.
Technische gegevens
Kettingzaag AKE 35-19 PRO AKE 40-19 PRO
Bestelnummer 0 600 836 7.. 0 600 836 8..
Spannen van de ketting zonder
hulpgereedschap (SDS) ● ●
Opgenomen vermogen [W] 1900 1900
Kettingsnelheid (bij onbelast lopen) [m/s] 13 13
Zwaardlengte [cm] 35 40
Omkeerster ● ●
Terugslagrem ● ●
Aanlooprem ● ●
Type zaagketting 3/8" - 91 3/8" - 91
Kettingschakeldikte [mm] 1,3 (0,05") 1,3 (0,05")
Aantal kettingschakels 52 57
Inhoud olievoorraadreservoir [ml] 200 200
Automatische kettingsmering ● ●
Klauwaanslag ● ●
Gewicht zonder netsnoer, ca. ** [kg] 4,6 4,7
Veiligheidsklasse / II / II
**gemeten met rail en ketting
Opmerking: Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het gereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke
gereedschappen kunnen afwijken.
Inschakeling veroorzaakt een kortdurende spanningsdaling. Bij ongunstige voorwaarden van het stroomnet kunnen
nadelige gevolgen voor andere machines of apparaten optreden. Bij netimpedanties van minder dan 0,25 ohm treden
waarschijnlijk geen storingen op.
Gebruik volgens bestemming
Inleiding
Meegeleverd
F016 L70 532 - Buch Seite 3 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
79 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 79
Nederlands - 4
1 Achterste handgreep
2 Aan /uitschakelaar
3 Inschakelblokkering
4 Olietankdop
5 Activering van kettingrem (handbescherming)
6 Markering „Kettingrem vrij”
7 Voorste handgreep
8 Omkeerster
9 Kettingbescherming
10 Zaagketting
11 Zwaard
12 Klauwaanslag
13 Kettingspanring, rood
14 Spangreep
15 Afscherming
16 Kettingspannok
17 Bevestigingsbout
18 Zwaardgeleidingsbrug
19 Oliesproeier
20 Looprichting- en snijrichtingsymbool
21 Kettingwiel
22 Kettingvangbout
23 Netstekker**
24 Serienummer
**verschilt per land
In de gebruiksaanwijzing afgebeeld en beschreven
toebehoren wordt niet altijd standaard meegeleverd.
Elektrische veiligheid
Uw machine is voor extra veiligheid geïsoleerd en
heeft geen aarding nodig. De bedrijfsspanning be-
draagt 230 V AC, 50 Hz (voor niet-EU-landen 220 V
of 240 V, afhankelijk van de uitvoering). Gebruik al-
leen goedgekeurde verlengkabels. Er mogen alleen
verlengkabels van het type H07-F of IEC
(60227 IEC 53) worden gebruikt.
Als u verlengkabels voor het gereedschap gebruikt,
moeten dat kabels met de volgende aderdiameters
zijn:
– 1,0 mm2: maximale lengte 40 m
– 1,5 mm2: maximale lengte 60 m
– 2,5 mm2: maximale lengte 100 m
Voor nog meer veiligheid wordt het gebruik van een
foutstroomschakelaar (reststroomapparaat) met
een afslagstroom van maximaal 30 mA geadvi-
seerd. De foutstroomschakelaar moet voor elk ge-
bruik worden gecontroleerd.
Opmerking voor producten die niet in Groot-Brit-
tannië worden verkocht: LET OP: Voor uw veilig-
heid is het nodig dat de aan de machine aange-
brachte stekker 23 zoals op de afbeelding weerge-
geven met de verlengkabel 25 wordt verbonden.
De stekker van de verlengkabel moet tegen spatwa-
ter bestemd zijn en uit rubber bestaan of met rubber
bekleed zijn.
De verlengkabel moet met een trekontlasting wor-
den gebruikt.
De aansluitkabel moet regelmatig op beschadigin-
gen worden gecontroleerd en mag alleen in een
goede toestand worden gebruikt.
Wanneer de aansluitkabel beschadigd is, mag deze
alleen door een erkende Bosch-werkplaats worden
gerepareerd.
Sluit de kettingzaag pas na volledige mon-
tage aan op het stroomnet.
■ Draag altijd werkhandschoenen bij de omgang
met de zaagketting.
Montage van zwaard en zaagketting
1. Pak alle delen voorzichtig uit.
2. Breng de twee pijlen op de kettingspanring 13
en de afscherming 15 met elkaar in overeen-
stemming.
3. Leg de kettingzaag neer op een recht oppervlak.
Er mogen alleen zaagkettingen met een
aandrijfschakeldikte (groefbreedte) van
1,3 mm worden gebruikt.
Bestanddelen van
de machine
Voor uw veiligheid
Let op! Schakel de kettingzaag uit en trek de
stekker uit het stopcontact voor onderhouds- en
reinigingswerkzaamheden en wanneer de kabel
doorgesneden, beschadigd of in de war is.
Voorzichtig! Raak de ronddraaiende ketting
niet aan.
Gebruik de kettingzaag in geen geval in de
buurt van personen, kinderen of dieren en
evenmin na het gebruik van alcohol, drugs of
verdovende medicijnen.
A
Montage en zaagketting
spannen
A C
15
13
F016 L70 532 - Buch Seite 4 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
80 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 80
Nederlands - 5
4. Leg de zaagketting 10 in de rondlopende sleuf
van het zwaard 11. Let op de juiste looprichting.
Vergelijk de ketting met het looprichtingsym-
bool 20. Controleer dat de kettingspannok 16
naar buiten wijst.
5. Leg de kettingschakels om het kettingwiel 21 en
plaats het zwaard 11 zo dat de voor en achter de
bevestigingsbout 17 liggende zwaardgeleidings-
bruggen 18 in het langgat van het zwaard 11 grij-
pen.
6. Controleer of alle delen goed geplaatst zijn en
houd het zwaard met de ketting in deze stand.
7. Breng de afscherming nauwkeurig aan en contro-
leer dat de kettingvangbout 22 in de daarvoor
voorziene geleidingssleuf van de afscherming 15
komt te liggen.
8. Draai de afscherming 15 met de spangreep 14
losjes vast.
De zaagketting is nog niet gespannen. Het spannen
van de zaagketting gebeurt zoals beschreven in
punt 1 – 7 van „Spannen van de zaagketting”.
Zaagketting spannen
Controleer de kettingspanning voor het begin van de
werkzaamheden, na de eerste keren zagen en tij-
dens het zagen regelmatig elke 10 minuten. In het
bijzonder bij nieuwe zaagkettingen moet in het begin
met verslapping worden gerekend.
De levensduur van de zaagketting is in grote mate
afhankelijk van voldoende smering en juiste span-
ning.
Span de zaagketting niet wanneer deze zeer heet is,
omdat de ketting na het afkoelen samentrekt en dan
te strak op het zwaard ligt.
1. Leg de kettingzaag neer op een recht oppervlak.
2. Draai de spangreep 14 ca. 1 tot 3 slagen tegen
de wijzers van de klok in los om de zwaardvast-
zetting los te maken.
3. Controleer of de kettingschakels goed in de gelei-
dingssleuf van het zwaard 11 en op het ketting-
wiel 21 liggen.
11
10
16
20
21
17
18
11
15 22
14
F016 L70 532 - Buch Seite 5 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
81 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 81
Nederlands - 6
4. Draai de rode kettingspanring 13 klikkend met de
wijzers van de klok mee tot de juiste ketting-
spanning is bereikt. Het klikmechanisme voor-
komt dat de kettingspanning losraakt. Wanneer
de kettingspanring 13 slechts moeilijk kan wor-
den gedraaid, moet de spangreep 14 verder te-
gen de wijzers van de klok in worden losgedraaid.
De spangreep 14 mag meedraaien wanneer de
kettingspanring 13 wordt ingesteld.
5. De zaagketting 10 is correct gespannen wanneer
deze in het midden ca. 3 – 4 mm kan worden op-
getild. Dit moet met één hand gebeuren door het
omhoogtrekken van de zaagketting tegen het ei-
gen gewicht van de machine.
6. Wanneer de zaagketting 10 te sterk is gespan-
nen, moet de kettingspanring 13 tegen de wijzers
van de klok in los worden gedraaid.
7. Klem bij optimaal gespannen zaagketting 10 het
zwaard 11 met de spangreep 14 rechtsom-
draaiend vast. Gebruik geen gereedschap.
Belangrijk: De kettingzaag wordt niet met
zaagkettinghechtolie gevuld geleverd. Het
is belangrijk om de kettingzaag voor ge-
bruik met olie te vullen. Het gebruik van de
kettingzaag zonder zaagkettinghechtolie
of bij een oliepeil onder de minimummar-
kering leidt tot beschadiging van de ket-
tingzaag.
De levensduur en de snijcapaciteit van de ketting
hangt af van de optimale smering. Daarom wordt tij-
dens het gebruik de zaagketting door middel van de
oliesproeier 19 automatisch met zaagkettinghecht-
olie gesmeerd.
Olietank vullen:
– Plaats de kettingzaag met de olietankdop 4 naar
boven op een geschikte ondergrond.
– Maak met een doek de omgeving van de olie-
tankdop 4 schoon, schroef de dop los en verwij-
der deze.
– Verwijder het filterinzetstuk niet voor het vullen.
– Vul de olietank met biologisch afbreekbare
Bosch-zaagkettinghechtolie.
– Let erop dat er geen vuil in de olietank terecht-
komt. Breng de olietankdop 4 weer aan en sluit
af.
Belangrijk: Om de luchtuitwisseling tus-
sen olietank en omgeving mogelijk te ma-
ken, zijn er tussen de zeef en de olie-
tankdop vier kleine compensatiekanalen
aanwezig. Hierdoor kan afhankelijk van de
functie in geringe mate olie naar buiten ko-
men. Let erop dat de zaag altijd horizon-
taal (olietankdop 4 naar boven) wordt
neergezet.
Gebruik uitsluitend de geadviseerde, biologisch
afbreekbare hechtolie om beschadiging van de
kettingzaag te voorkomen. Gebruik nooit gere-
cyclede olie of oude olie. Bij gebruik van
niet-toegelaten olie vervalt de garantie.
Let op de netspanning! De spanning van de
stroombron moet overeenkomen met de gegevens
op het typeplaatje. Met 230 V aangeduide machines
kunnen ook worden gebruikt met een spanning van
220 V.
In- en uitschakelen
Houdt de kettingzaag vast zoals beschreven bij
„Werkzaamheden met de kettingzaag”.
Als u de machine wilt inschakelen, drukt u op de in-
schakelblokkering 3, vervolgens drukt u de aan/uit-
schakelaar 2 helemaal in en houdt u de schakelaar
in deze stand vast. De inschakelblokkering 3 kunt u
nu loslaten.
Als u de machine wilt uitschakelen, laat u de aan/
uit-schakelaar 2 los.
Na het zagen mag de kettingzaag niet worden ge-
stopt door het bedienen van de voorste handbe-
scherming (activeren van de terugslagrem).
Kettingsmering
13
14
3-4 mm
10
14
A B
Ingebruikneming
B
F016 L70 532 - Buch Seite 6 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
82 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 82
Nederlands - 7
De kettingzaag is voorzien van twee beschermings-
voorzieningen:
De motorrem remt de ketting na het loslaten van de
aan/uit-schakelaar 2 af.
De kettingrem is een beschermingsmechanisme
dat bij terugslag van de machine wordt geactiveerd
door het naar voren duwen van handbescherming 5.
De ketting stopt binnen korte tijd.
Voer van tijd tot tijd een functietest uit. Duw de voor-
ste handbescherming 5 naar voren (stand ➋) zodat
de rode punt 28 onder de markering 6 zichtbaar
wordt en schakel vervolgens de kettingzaag kort in.
De ketting mag niet aanlopen. Als u de kettingrem
weer wilt ontgrendelen, dient u de voorste handbe-
scherming 5 terug te trekken (stand ➊), zodat de
rode punt 28 onder de markering 6 wordt bedekt.
Voor het zagen
Voor de ingebruikneming en regelmatig tijdens het
zagen moeten de volgende controles worden uitge-
voerd:
– Verkeert de kettingzaag in een functieveilige toe-
stand?
– Is de olietank gevuld? Controleer de oliepeil-
aanduiding 26 voor de werkzaamheden en regel-
matig tijdens de werkzaamheden. Vul olie bij
wanneer het oliepeil de onderkant van het peil-
glas bereikt heeft. De vulling is voldoende voor
ca. 15 minuten, afhankelijk van de pauzes en de
intensiteit van de werkzaamheden.
– Is de ketting juist gespannen en scherp genoeg?
Controleer de kettingspanning tijdens het zagen
elke 10 minuten. In het bijzonder bij nieuwe zaag-
kettingen moet met vergroting worden gerekend.
De toestand van de zaagketting beïnvloedt de
zaagcapaciteit in belangrijke mate. Alleen
scherpe kettingen beschermen tegen overbelas-
ting.
– Is de kettingrem ontgrendeld en haar werking ge-
waarborgd?
– Draagt u de vereiste beschermende uitrusting?
Gebruik een veiligheidsbril en gehoorbescher-
ming. Overige beschermende uitrusting voor uw
hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevo-
len. Geschikte beschermende kleding vermindert
het verwondingsgevaar van wegvliegend materi-
aal en het onbedoeld aanraken van de zaagket-
ting.
Terugslag van de zaag
Terugslag van de zaag is het plotseling omhoog- of
terugslaan van de lopende kettingzaag, dat kan op-
treden bij aanraking van de zwaardpunt met het
zaagmateriaal of bij een vastklemmende ketting.
Wanneer zaagterugslag optreedt, reageert de ma-
chine op onoverzienbare wijze en kan deze ernstige
verwondingen veroorzaken bij de bediener of bij per-
sonen in de werkomgeving.
Zijwaarts zagen, schuin zagen en in de lengte zagen
moet met bijzondere voorzichtigheid gebeuren om-
dat de klauwaanslag 12 hierbij niet kan worden toe-
gepast.
Ter voorkoming van zaagterugslag:
– Zet de kettingzaag zo vlak mogelijk aan.
– Werk nooit met een losse, verslapte of sterk ver-
sleten zaagketting.
– Scherp de zaagketting zoals voorgeschreven.
– Zaag nooit boven schouderhoogte.
– Zaag nooit met de punt van het zwaard.
– Houd de kettingzaag altijd stevig met beide han-
den vast.
– Gebruik altijd een terugslagremmende Bosch-
zaagketting.
– Gebruik de klauwaanslag 12 als hefboom.
– Let op de juiste kettingspanning.
Algemene werkwijze
Houd de kettingzaag altijd met beide handen
vast. Houd uw linkerhand vast aan de voorste hand-
greep en uw rechterhand aan de achterste hand-
greep. Omsluit de grepen altijd met duim en vingers.
Zaag nooit eenhandig. Geleid de stroomkabel altijd
naar achteren en houd deze buiten het bereik van
de zaagketting en het zaagmateriaal. Positioneer de
stroomkabel zo, dat deze zich niet in grote of kleine
takken kan vastgrijpen.
Gebruik de kettingzaag alleen wanneer u stevig
staat. Houd de kettingzaag iets rechts van het eigen
lichaam.
De ketting moet voor het contact met het hout op
volle snelheid zijn. Gebruik daarbij de klauwaan-
slag 12 voor het vastzetten van de kettingzaag op
het hout. Gebruik de klauwaanslag tijdens het zagen
als hefboom.
Zet bij het zagen van dikke takken of stammen de
klauwaanslag op een lager punt neer. Trek daarvoor
de kettingzaag terug om de klauwaanslag los te ma-
ken en deze opnieuw lager aan te zetten. Haal de
zaag daarbij niet uit de inzaging.
Druk bij het zagen niet met kracht op de zaagketting,
maar zorg met de klauwaanslag 12 voor een lichte
hefboomdruk.
Terugslagrem en kettingrem
Werkzaamheden met de
kettingzaag
D
B
D
D
E
F
F016 L70 532 - Buch Seite 7 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
83 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 83
Nederlands - 8
Gebruik de kettingzaag nooit met gestrekte ar-
men. Probeer niet op moeilijk bereikbare plaatsen te
zagen, of staand op een ladder. Zaag nooit boven
schouderhoogte.
De beste zaagresultaten worden bereikt wanneer de
kettingsnelheid niet door overbelasting daalt.
Voorzichtig aan het einde van de inzaging. Zodra de
zaag loskomt, verandert de gewichtskracht onver-
wacht. Er bestaat kans op ongevallen voor benen en
voeten.
Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit de
inzaging.
Boomstammen zagen
Let op de volgende veiligheidsvoorschriften:
Leg de stam neer zoals op de afbeelding
weergegeven en ondersteun deze zo dat de inza-
ging niet sluit en de zaagketting niet vastklemt.
Stel korte houtstukken in en klem deze vast voor het
zagen.
Zaag alleen voorwerpen van hout. Voorkom het
aanraken van stenen en spijkers, omdat deze om-
hoog geslingerd kunnen worden, de zaagketting
kunnen beschadigen of ernstige verwondingen bij
de gebruiker of omstanders kunnen veroorzaken.
Raak met de lopende zaag geen draadafrasteringen
of de vloer aan.
De zaag is niet geschikt voor het snoeien van dunne
takken.
Zagen in lengterichting dient met bijzondere zorgvul-
digheid te gebeuren, omdat de klauwaanslag 12
dan niet kan worden gebruikt. Houd de zaag in een
vlakke hoek om terugslag van de zaag te voorko-
men.
Bewerk bij zaagwerkzaamheden op een helling al-
tijd stammen van bovenaf of opzij staand of liggend
zaagmateriaal.
Let wegens gevaar voor struikelen op boomstron-
ken, takken, wortels en dergelijke.
Zagen van hout onder spanning
Bij het zagen van onder spanning staand hout en
onder spanning staande takken en bomen bestaat
een verhoogde kans op ongevallen. Hier is uiterste
voorzichtigheid geboden. Zulke werkzaamheden
mogen alleen worden uitgevoerd door een vak-
man.
Wanneer hout aan beide zijden wordt ondersteund,
eerst van boven (Y) een derde gedeelte van de dia-
meter door de stam zagen en vervolgens van onde-
ren (Z) op dezelfde plaats de stam doorzagen om
splinteren en vastklemmen van de zaag te voorko-
men. Voorkom daarbij contact van de zaagketting
met de grond. Wanneer hout slechts aan één zijde
wordt ondersteund, eerst van onderen (Y) een
derde van de diameter naar boven zagen en vervol-
gens op dezelfde plaats van boven (Z) de stam
doorzagen om splinteren en vastklemmen van de
zaag te voorkomen.
Bomen vellen
Draag altijd een helm om beschermd te
zijn tegen vallende takken.
Met de kettingzaag mogen alleen bomen worden
geveld waarvan de stamdiameter kleiner is dan
de lengte van het zwaard.
➊ Scherm de werkomgeving af. Let erop dat zich
geen personen of dieren ophouden in de buurt
waar de boom valt.
Probeer nooit om een vastgeklemde zaag met
een lopende motor vrij te krijgen. Gebruik hou-
ten spieën om de zaagketting te bevrijden.
Als u met twee of meer personen tegelijkertijd zaagt
en velt, houd dan als afstand tussen de vellende en
de zagende personen minstens de dubbele hoogte
aan van de te vellen boom. Let er bij het vellen van
bomen op, dat u andere personen niet blootstelt aan
gevaar, u geen leidingen raakt en geen materiële
schade veroorzaakt. Als een boom met een stroom-
leiding in aanraking komt, breng dan direct de ener-
giemaatschappij hiervan op de hoogte.
Stel u als bediener van de kettingzaag, bij zaag-
werkzaamheden op een helling, boven de te vellen
boom op, omdat de boom na de val waarschijnlijk
bergaf zal rollen of glijden.
➋ Voor het vellen dient een vluchtweg te worden ge-
pland en wanneer nodig vrijgemaakt te worden. De
vluchtweg dient van de te verwachten vallijn schuin
naar achteren weg te leiden.
➌ Houd voor het vellen rekening met de natuurlijke
helling van de boom, de plaats van grote takken en
de windrichting, om de valrichting van de boom te
kunnen beoordelen. Verwijder vuil, stenen, losse
schors, spijkers, nieten en draad van de boom.
Inkepingen zagen: Zaag haaks op de valrichting
een kerf (X – W) met een diepte van 1/3 van de
boomdiameter. Zaag eerst de onderste horizontale
inkeping. Hierdoor voorkomt u het vastklemmen van
de kettingzaag of van de geleidingsrails bij het za-
gen van de tweede inkeping.
Inkeping voor het vellen van de boom zagen:
Zaag de inkeping (Y) voor het vellen van de boom
minstens 50 mm boven de horizontale inkeping.
Zaag de inkeping voor het vellen van de boom paral-
lel aan de horizontale inkeping. Zaag de inkeping
slechts zo diep in, dat er nog een verbindingsstuk
(valrand) blijft staan, dat als scharnier kan werken.
Het verbindingsstuk verhindert, dat de boom draait
en in de verkeerde richting valt. Zaag het verbin-
dingsstuk niet door.
G
E H
H
I
F016 L70 532 - Buch Seite 8 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
84 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 84
Nederlands - 9
Als de inkeping voor het vellen van de boom in de
buurt van het verbindingsstuk komt, moet de boom
met vallen beginnen. Als het erop lijkt, dat de boom
mogelijkerwijs niet in de gewenste richting valt of te-
rugbuigt en de zaagketting vastklemt, onderbreekt u
het zagen van de inkeping voor het vellen van de
boom en gebruikt u een spie van hout, kunststof of
aluminium om de inkeping te openen en om de
boom in de gewenste valrichting te doen omslaan.
Als de boom begint te vallen, verwijdert u de ketting-
zaag uit de inkeping, schakelt u de zaag uit, legt u
deze neer en verlaat u het gevarenbereik via de ge-
plande vluchtroute. Let op naar beneden vallende
takken en struikel niet.
Door het indrijven van een spie (Z) in de zaaglijn
moet de boom nu ten val worden gebracht.
Let wanneer de boom begint te vallen op naar bene-
den vallende takken en twijgen.
Takken van de gevelde boom afzagen
Laat grote, naar beneden gerichte takken eerst
nog staan wanneer u takken van de gevelde boom
afzaagt. Zaag kleine takken in één keer af, zoals op
de afbeelding getoond. Zaag onder spanning
staande takken van onderen naar boven om vast-
klemmen van de zaag te voorkomen.
Boomstam in stukken zagen
Zorg ervoor dat u stevig staat en verdeel uw li-
chaamsgewicht gelijkmatig over beide voeten wan-
neer u de gevelde boomstam in stukken zaagt. Leg
indien mogelijk takken, balken of spieën onder de
stam om deze te steunen. Houd u aan de aanwijzin-
gen om gemakkelijk te zagen.
Als de boomstam over de hele lengte gelijkmatig op
de grond ligt, zoals afgebeeld, zaagt u vanaf de bo-
venkant.
Als de boomstam aan één kant hoger ligt, zoals
afgebeeld, zaagt u eerst een derde van de stamdia-
meter vanaf de onderkant en vervolgens de rest
vanaf de bovenkant.
Als de boomstam aan twee kanten wordt onder-
steund, zoals afgebeeld, zaagt u eerst twee derde
van de stamdiameter vanaf de bovenkant en vervol-
gens een derde vanaf de onderkant.
Ga bij zaagwerkzaamheden op een helling, zo-
als afgebeeld, altijd hoger dan de boomstam staan.
Verminder de aandrukkracht wanneer de stam bijna
is doorgezaagd en blijf de handgrepen van de ket-
tingzaag stevig vasthouden, zodat u tijdens het mo-
ment van doorzagen de controle over de machine
behoudt. Let erop dat de zaagketting de grond niet
raakt. Wacht na het doorzagen tot de zaagketting tot
stilstand is gekomen, voordat u de kettingzaag ver-
wijdert. Schakel de motor van de kettingzaag altijd
uit voordat u naar een andere boom gaat.
Trek altijd voor onderhoudswerkzaamhe-
den de stekker uit het stopcontact.
Opmerking: Voer de volgende onderhoudswerk-
zaamheden regelmatig uit zodat u verzekerd bent
van een lang en probleemloos gebruik.
Controleer de kettingzaag regelmatig op klaarblijke-
lijke gebreken, zoals een losse, versleten of bescha-
digde zaagketting, losse bevestiging of versleten of
beschadigde onderdelen.
Bij de demontage van de zaagketting moet erop
worden gelet dat deze eerst met de kettingspan-
ring 13 wordt ontspannen. Wanneer het ontspannen
wordt nagelaten, kunnen defecten in de SDS-groep
optreden.
Controleer of de afschermingen en veiligheidsvoor-
zieningen intact en correct gemonteerd zijn. Nood-
zakelijke reparaties en onderhoudswerkzaamheden
moeten voor het gebruik van de kettingzaag worden
uitgevoerd.
Wanneer de kettingzaag ondanks zorgvuldige pro-
ductie- en testprocédés toch defect raakt, moet de
reparatie door een erkende klantenservice voor
Bosch elektrische gereedschappen worden uitge-
voerd.
Maak voor verzending van een kettingzaag altijd
de olietank leeg. Neem daarvoor de zeef uit de
tank en breng deze vervolgens weer aan.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervan-
gingsonderdelen altijd het bestelnummer van
10 cijfers van de machine.
Controleer de zaagketting en het zwaard volgens
het gedeelte „Zaagketting spannen”.
De geleidingssleuf van het zwaard verslijt in de loop
van de tijd. Draai bij het vervangen van de zaagket-
ting het zwaard 180° om de slijtage over beide zijden
te verdelen.
Bij SDS-modellen moet de kettingspannok 16 op het
zwaard omgemonteerd worden.
Controleer het kettingwiel 21. Wanneer het wiel door
de grote belasting versleten of beschadigd is, moet
het door een klantenservicewerkplaats vervangen
worden.
K
L
M
N
O
Onderhoud en reiniging
Zaagketting en zwaard
vervangen of keren
A
F016 L70 532 - Buch Seite 9 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
85 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 85
Nederlands - 10
De zaagketting kan bij elke erkende klantenservice-
werkplaats voor Bosch elektrische gereedschappen
op vakkundige wijze worden geslepen. Met de
Bosch-kettingslijpvoorziening of de Dremel-Multi
met slijptoebehoren 1453 kunt u de ketting ook zelf
slijpen. Neem de bijgeleverde gebruiksaanwijzing
voor het slijpen in acht.
U kunt de werking van de automatische kettings-
mering controleren door de zaag in te schakelen en
deze met de punt vlakbij een stuk karton of papier op
de vloer te houden. Let op, raak de vloer niet aan
met de ketting. Neem een veiligheidsafstand van
20 cm in acht. Wanneer hierbij een toenemend
oliespoor zichtbaar wordt, werkt de automatische
smering correct. Wanneer ondanks een volle olie-
tank geen oliespoor zichtbaar wordt, dient u het ge-
deelte „Problemen oplossen” te lezen of contact op
te nemen met de Bosch-klantenservice.
Zaagketting
AKE 35-19 PRO.......................................... F 016 800 239
AKE 40-19 PRO.......................................... F 016 800 240
Zwaard
AKE 35-19 PRO.......................................... F 016 800 241
AKE 40-19 PRO.......................................... F 016 800 242
Reinigen
Kettingslijp- en reinigingsset................. F 016 800 263
Kettinghechtolie, 1 liter............................ 2 607 000 181
Kettinghechtolie, 5 liter............................ F 016 800 111
Overig toebehoren
Handschoenen ............................................ 2 607 000 134
Veiligheidsbril............................................... F 016 800 178
SNR 19 Gehoorbescherming
(Geluidsniveauvermindering
19 dB (A))....................................................... 2 607 990 042
SNR 24 Gehoorbescherming
(Geluidsniveauvermindering
24 dB (A))....................................................... 2 607 990 043
Reinig het kunststofhuis van de kettingzaag met be-
hulp van een zachte borstel en een schone doek.
Gebruik geen water, oplosmiddel of polijstmiddel.
Verwijder alle verontreinigingen, in het bijzonder van
de ventilatieopeningen 27 van de motor.
Demonteer na een gebruiksduur van 1 tot 3 uur de
afscherming 15, het zwaard en de ketting en reinig
deze met een borstel.
Verwijder met een borstel al het vastzittende materi-
aal onder de afscherming 15, het kettingwiel 21 en
de zwaardbevestiging. Reinig de oliesproeier 19
met een schone doek.
Wanneer het kettingspanmechanisme moeilijk
loopt, dient u in de afscherming 15 het deksel 29 te
verwijderen en vervolgens de spangreep 14 en de
kettingspanring 13 tegen elkaar in te draaien, zodat
de aanslag binnenin het mechanisme losraakt en
naar buiten kan vallen. Klop de afscherming 15 licht
uit en reinig het mechanisme met een zachte borstel
of perslucht wanneer het erg vuil is. Gebruik hier-
voor in geen geval ander gereedschap.
Wanneer de kettingzaag langdurig moet worden op-
geborgen, moeten zaagketting en zwaard eerst wor-
den gereinigd.
Bewaar de kettingzaag op een veilige plaats droog
en buiten bereik van kinderen.
Voorkom lekkage door te controleren dat het ge-
reedschap in horizontale positie wordt weggelegd
(olievuldop 4 naar boven gericht).
Als het gereedschap in de verkoopverpakking wordt
bewaard, moet de olietank zonder rest worden leeg-
gemaakt.
Slijpen van de zaagketting
Automatische smering
controleren
Toebehoren
Reinigen/bewaren
B
J
F016 L70 532 - Buch Seite 10 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
86 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 86
Nederlands - 11
De volgende tabel geeft een overzicht van storingsverschijnselen en geeft aan hoe u problemen kunt oplos-
sen wanneer uw machine niet goed werkt. Neem contact op met uw servicewerkplaats wanneer u het pro-
bleem niet zelf kunt verhelpen.
Let op: Schakel de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u op zoek gaat naar de
fout.
Problemen oplossen
Symptoom Mogelijke oorzaak Oplossing
De kettingzaag werkt niet Terugslagrem geactiveerd
Geen stroom
Stopcontact defect
Stroomkabel beschadigd
Zekering defect
Trek de handbescherming 5 in
stand ➊ zo terug dat de rode punt
bedekt wordt
Controleer de stroomvoorziening
Controleer de stroombron en probeer
eventueel een andere
Controleer de kabel en probeer
eventueel een andere
Vervang de zekering
Kettingzaag werkt met
onderbrekingen
Stroomkabel beschadigd
Extern los contact
Intern los contact
Aan/uit-schakelaar defect
Controleer de kabel en probeer
eventueel een andere
Breng de kettingzaag naar een
Bosch-reparatiewerkplaats
Breng de kettingzaag naar een
Bosch-reparatiewerkplaats
Breng de kettingzaag naar een
Bosch-reparatiewerkplaats
Zaagketting droog Geen olie in de olietank
Ontluchting in olietankdop verstopt
Olieafvoerkanaal verstopt
Vul olie bij
Reinig de olietankdop
Maak het olieafvoerkanaal vrij
Terugslagrem en
kettingrem
Probleem met schakelmechanisme
vooraan in handbescherming
Breng de kettingzaag naar een
Bosch-reparatiewerkplaats
Ketting of geleidingsral
heet
Geen olie in de olietank
Ontluchting in olietankdop verstopt
Olieafvoerkanaal verstopt
Kettingspanning te hoog
Ketting bot
Vul olie bij
Reinig de olietankdop
Maak het olieafvoerkanaal vrij
Stel de kettingspanning in
Slijp de ketting of vervang deze
Kettingzaag trekt, trilt of
zaagt niet goed
Kettingspanning te los
Ketting bot
Ketting versleten
Zaagtanden wijzen in de verkeerde
richting
Stel de kettingspanning in
Slijp de ketting of vervang deze
Vervang de ketting
Monteer de zaagketting opnieuw met
de tanden in de juiste richting
F016 L70 532 - Buch Seite 11 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
87 • F016 L70 532 • 08.04
Pagina: 87
Nederlands - 12
Elektrische gereedschappen, toebehoren en ver-
pakkingen moeten op een voor het milieu verant-
woorde wijze worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:
Gooi elektrische gereedschappen
niet bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtlijn
2002/96/EG over elektrische en elek-
tronische oude apparaten en de om-
zetting van de richtlijn in nationaal
recht moeten niet meer bruikbare elektrische ge-
reedschappen apart worden ingezameld en op een
voor het milieu verantwoorde wijze worden herge-
bruikt.
Explosietekeningen en informatie over vervan-
gingsonderdelen vindt u op:
www.bosch-pt.com
Nederland
✆ .................................................... +31 (0)76 / 5 79 54 54
Fax .................................................... +31 (0)76 / 5 79 54 94
E-Mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
✆ ........................................................ +32 (0)70 / 22 55 65
Fax ........................................................ +32 (0)70 / 22 55 75
E-Mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Meetwaarden vastgesteld volgens 2000/14/EG (1 m
afstand) en DIN 45 635.
Het A-gewogen geluidsdrukniveau van de machine
bedraagt kenmerkend: geluidsdrukniveau
93 dB (A); geluidsvermogenniveau 104 dB (A).
Draag oorbeschermers.
De kenmerkende gewogen versnelling bedraagt
8 m/s2.
Wij verklaren op eigen verantwoording dat dit pro-
duct voldoet aan de volgende normen en norma-
tieve documenten: EN 50 144 volgens de bepalin-
gen van de richtlijnen 89/336/EEG, 98/37/EG en
2000/14/EG.
EG-bouwtypecontrole nr. 2079325.01 CE door ge-
notificeerde testinstantie nr. 0344.
2000/14/EG: Het gegarandeerde geluidsvermogen-
niveau LWA is lager dan 105 dB (A). Waarderings-
methode van de conformiteit volgens aanhangsel V.
Leinfelden, 01.09.2005.
Dr. Egbert Schneider Dr. Eckerhard Strötgen
Senior Vice President Head of Product
Engineering Certification
Robert Bosch GmbH, Power Tools Division
Wijzigingen voorbehouden
Afvalverwijdering
Klantenservice
Conformiteitsverklaring
F016 L70 532 - Buch Seite 12 Freitag, 18. April 2008 9:07 09
88 • F016 L70 532 • 08.04

Vragen & antwoorden

Er zijn (nog) geen vragen over de Bosch AKE 40-19 PRO.

Stel een vraag over de Bosch AKE 40-19 PRO

Heb je een vraag over de Bosch AKE 40-19 PRO en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Bosch AKE 40-19 PRO. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Bosch AKE 40-19 PRO zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.