Bosch AKE 30 LI handleiding

Bekijk hieronder de handleiding van de Bosch AKE 30 LI. Alle handleidingen op ManualsCat.com zijn geheel gratis te bekijken. Via de knop 'Selecteer een taal' kan je kiezen in welke taal je de handleiding wilt bekijken.

  • Merk: Bosch
  • Product: Kettingzaag
  • Model/naam: AKE 30 LI
  • Bestandstype: PDF
  • Beschikbare talen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Inhoudsopgave

Pagina: 89
F 016 L70 758 | (22.11.10) Bosch Power Tools
90 | Nederlands
nl
Veiligheidsvoorschriften
Verklaring van de pictogrammen
Lees de gebruiksaanwijzing
door.
Gebruik het gereedschap niet
in de regen en stel het niet
bloot aan regen.
Verwijder de accu voordat u
het gereedschap reinigt, in-
stelt of voor korte tijd onbe-
heerd laat.
Draag een veiligheidsbril.
Draag een gehoorbescher-
ming.
Trek vóór instellings- en on-
derhoudswerkzaamheden of
wanneer de stroomkabel be-
schadigd of doorgesneden
wordt onmiddellijk de net-
stekker uit het stopcontact.
De terugslagrem en de snel-
stop stoppen de zaagketting
binnen korte tijd.
Algemeneveiligheidswaarschuwingen
voor elektrische gereedschappen
Lees alle veiligheids-
waarschuwingen en
alle voorschriften. Als de waarschuwingen en
voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit
een elektrische schok, brand of ernstig letsel
tot gevolg hebben.
Bewaar alle waarschuwingen en voorschrif-
ten voor toekomstig gebruik.
Het in de waarschuwingen gebruikte begrip
„elektrisch gereedschap” heeft betrekking op
elektrische gereedschappen voor gebruik op
het stroomnet (met netsnoer) en op elektri-
sche gereedschappen voor gebruik met een
accu (zonder netsnoer).
1) Veiligheid van de werkomgeving
a) Houd uw werkomgeving schoon en
goed verlicht. Een rommelige of onver-
lichte werkomgeving kan tot ongevallen
leiden.
b) Werk met het elektrische gereedschap
niet in een omgeving met explosiege-
vaar waarin zich brandbare vloeistof-
fen, brandbare gassen of brandbaar
stof bevinden. Elektrische gereed-
schappen veroorzaken vonken die het
stof of de dampen tot ontsteking kun-
nen brengen.
c) Houd kinderen en andere personen tij-
dens het gebruik van het elektrische
gereedschap uit de buurt. Wanneer u
wordt afgeleid, kunt u de controle over
het gereedschap verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische
gereedschap moet in het stopcontact
passen. De stekker mag in geen geval
worden veranderd. Gebruik geen
adapterstekkers in combinatie met ge-
aarde elektrische gereedschappen.
Onveranderde stekkers en passende
stopcontacten beperken het risico van
een elektrische schok.
b) Voorkom aanraking van het lichaam
met geaarde oppervlakken, bijvoor-
beeld van buizen, verwarmingen, for-
nuizen en koelkasten. Er bestaat een
verhoogd risico door een elektrische
schok wanneer uw lichaam geaard is.
c) Houd het gereedschap uit de buurt van
regen en vocht. Het binnendringen van
water in het elektrische gereedschap
vergroot het risico van een elektrische
schok.
d) Gebruik de kabel niet voor een ver-
keerd doel, om het elektrische gereed-
schap te dragen of op te hangen of om
de stekker uit het stopcontact te trek-
ken. Houd de kabel uit de buurt van
hitte, olie, scherpe randen en bewe-
gende gereedschapdelen. Beschadig-
de of in de war geraakte kabels vergro-
ten het risico van een elektrische schok.
e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch
gereedschap werkt, dient u alleen ver-
lengkabels te gebruiken die voor ge-
bruik buitenshuis zijn goedgekeurd.
Het gebruik van een voor gebruik bui-
tenshuis geschikte verlengkabel be-
perkt het risico van een elektrische
schok.
f) Als het gebruik van het elektrische ge-
reedschap in een vochtige omgeving
onvermijdelijk is, dient u een aardlek-
schakelaar te gebruiken. Het gebruik
van een aardlekschakelaar vermindert
het risico van een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en
ga met verstand te werk bij het ge-
bruik van het elektrische gereed-
schap. Gebruik geen elektrisch ge-
reedschap wanneer u moe bent of
onder invloed staat van drugs, alcohol
of medicijnen. Een moment van onop-
lettendheid bij het gebruik van het elek-
trische gereedschap kan tot ernstige
verwondingen leiden.
b) Draag persoonlijke beschermende uit-
rusting. Draag altijd een veiligheids-
bril. Het dragen van persoonlijke be-
schermende uitrusting zoals een
stofmasker, slipvaste werkschoenen,
een veiligheidshelm of gehoorbescher-
ming, afhankelijk van de aard en het ge-
bruik van het elektrische gereedschap,
vermindert het risico van verwondin-
gen.
c) Voorkom per ongeluk inschakelen.
Controleer dat het elektrische gereed-
schap uitgeschakeld is voordat u de
stekker in het stopcontact steekt of de
accu aansluit en voordat u het gereed-
schap oppakt of draagt. Wanneer u bij
het dragen van het elektrische gereed-
schap uw vinger aan de schakelaar hebt
of wanneer u het gereedschap inge-
schakeld op de stroomvoorziening aan-
sluit, kan dit tot ongevallen leiden.
WAARSCHUWING
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 90 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 90
Nederlands | 91
Bosch Power Tools F 016 L70 758 | (22.11.10)
d) Verwijder instelgereedschappen of
schroefsleutels voordat u het elektri-
sche gereedschap inschakelt. Een in-
stelgereedschap of sleutel in een
draaiend deel van het gereedschap kan
tot verwondingen leiden.
e) Voorkom een onevenwichtige li-
chaamshouding. Zorg ervoor dat u ste-
vig staat en steeds in evenwicht blijft.
Daardoor kunt u het elektrische gereed-
schap in onverwachte situaties beter
onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen
loshangende kleding of sieraden.
Houd haren, kleding en handschoenen
uit de buurt van bewegende delen.
Loshangende kleding, lange haren en
sieraden kunnen door bewegende de-
len worden meegenomen.
g) Wanneer stofafzuigings- of stofop-
vangvoorzieningen kunnen worden ge-
monteerd, dient u zich ervan te verze-
keren dat deze zijn aangesloten en
juist worden gebruikt. Het gebruik van
een stofafzuiging beperkt het gevaar
door stof.
4) Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig
gebruik van elektrische gereedschappen
a) Overbelast het gereedschap niet. Ge-
bruik voor uw werkzaamheden het
daarvoor bestemde elektrische ge-
reedschap. Met het passende elektri-
sche gereedschap werkt u beter en vei-
liger binnen het aangegeven
capaciteitsbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap
waarvan de schakelaar defect is. Elek-
trisch gereedschap dat niet meer kan
worden in- of uitgeschakeld, is gevaar-
lijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact of
neem de accu uit het elektrische ge-
reedschap voordat u het gereedschap
instelt, toebehoren wisselt of het ge-
reedschap weglegt. Deze voorzorgs-
maatregel voorkomt onbedoeld starten
van het elektrische gereedschap.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische ge-
reedschappen buiten bereik van kinde-
ren. Laat het gereedschap niet gebruiken
door personen die er niet mee vertrouwd
zijn en deze aanwijzingen niet hebben
gelezen. Elektrische gereedschappen zijn
gevaarlijk wanneer deze door onervaren
personen worden gebruikt.
e) Verzorg het elektrische gereedschap
zorgvuldig. Controleer of bewegende
delen van het gereedschap correct
functioneren en niet vastklemmen en
of onderdelen zodanig gebroken of be-
schadigd zijn dat de werking van het
elektrische gereedschap nadelig
wordt beïnvloed. Laat deze beschadig-
de onderdelen voor het gebruik repa-
reren. Veel ongevallen hebben hun oor-
zaak in slecht onderhouden elektrische
gereedschappen.
f) Houd snijdende inzetgereedschappen
scherp en schoon. Zorgvuldig onder-
houden snijdende inzetgereedschap-
pen met scherpe snijkanten klemmen
minder snel vast en zijn gemakkelijker
te geleiden.
g) Gebruik elektrisch gereedschap, toe-
behoren, inzetgereedschappen en der-
gelijke volgens deze aanwijzingen. Let
daarbij op de arbeidsomstandigheden
en de uit te voeren werkzaamheden.
Het gebruik van elektrische gereed-
schappen voor andere dan de voorziene
toepassingen kan tot gevaarlijke situa-
ties leiden.
5) Gebruik en onderhoud van accugereed-
schappen
a) Laad accu’s alleen op in oplaadappara-
ten die door de fabrikant worden ge-
adviseerd. Voor een oplaadapparaat
dat voor een bepaald type accu ge-
schikt is, bestaat brandgevaar wanneer
het met andere accu’s wordt gebruikt.
b) Gebruik alleen de daarvoor bedoelde
accu’s in de elektrische gereedschap-
pen. Het gebruik van andere accu’s kan
tot verwondingen en brandgevaar lei-
den.
c) Voorkom aanraking van de niet-ge-
bruikte accu met paperclips, munten,
sleutels, spijkers, schroeven en ande-
re kleine metalen voorwerpen die
overbrugging van de contacten kun-
nen veroorzaken. Kortsluiting tussen
de accucontacten kan brandwonden of
brand tot gevolg hebben.
d) Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit
de accu lekken. Voorkom contact daar-
mee. Spoel bij onvoorzien contact met
water af. Wanneer de vloeistof in de
ogen komt, dient u bovendien een arts
te raadplegen. Gelekte accuvloeistof
kan tot huidirritaties en verbrandingen
leiden.
6) Service
a) Laat het elektrische gereedschap al-
leen repareren door gekwalificeerd en
vakkundig personeel en alleen met ori-
ginele vervangingsonderdelen. Daar-
mee wordt gewaarborgd dat de veilig-
heid van het gereedschap in stand blijft.
Veiligheidsvoorschriften voor ketting-
zagen
f Houd bij een lopende zaag alle lichaams-
delen uit de buurt van de zaagketting.
Controleer voor het starten van de zaag
dat de zaagketting niets aanraakt. Bij
werkzaamheden met een kettingzaag kan
een moment van onoplettendheid ertoe
leiden dat kleding of lichaamsdelen door
de zaagketting worden meegenomen.
f Houd het elektrische gereedschap alleen
aan de geïsoleerde greepvlakken vast.
Anders kan de zaagketting in aanraking
met verborgen stroomleidingen komen.
Contact van de zaagketting met een span-
ningvoerende leiding kan metalen delen
van het gereedschap onder spanning zet-
ten en tot een elektrische schok leiden.
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 91 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 91
F 016 L70 758 | (22.11.10) Bosch Power Tools
92 | Nederlands
f Houd de kettingzaag altijd met uw rech-
terhand aan de achterste greep en met
uw linkerhand aan de voorste greep vast.
Als u de kettingzaag omgekeerd vasthoudt,
loopt u een hoger risico op letsel. Houd de
kettingzaag daarom alleen zoals voorge-
schreven vast.
f Draag een veiligheidsbril en gehoorbe-
scherming. Overige beschermende uit-
rusting voor uw hoofd, handen, benen en
voeten wordt aanbevolen. Passende be-
schermende kleding vermindert de kans
op verwondingen door rondvliegend
spaanmateriaal en toevallig aanraken van
de zaagketting.
f Werk met de kettingzaag niet op een
boom. Bij gebruik van een kettingzaag op
een boom bestaat kans op verwondingen.
f Let er altijd op dat u stevig staat en ge-
bruik de kettingzaag alleen als u op een
stevige en vlakke ondergrond staat. Een
gladde ondergrond of instabiele posities,
bijvoorbeeld op een ladder, kunnen tot
evenwichtsverlies of verlies van de contro-
le over de kettingzaag leiden.
f Houd er bij het afzagen van een onder
spanning staande tak rekening mee dat
deze terugveert. Als de spanning in de
houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak
de bediener raken, of kan deze de bedie-
ner de controle over de kettingzaag doen
verliezen.
f Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen
van laag houtgewas en jonge bomen. Het
dunne materiaal kan in de zaagketting blij-
ven hangen en op u slaan of u uit het even-
wicht brengen.
f Draag de kettingzaag aan de voorste greep
in uitgeschakelde toestand, de zaagketting
van uw lichaam afgewend. Breng altijd de
veiligheidsafscherming aan voordat u de
kettingzaag vervoert of opbergt. Een zorg-
vuldige omgang met de kettingzaag vermin-
dert de kans op per ongeluk aanraken van de
lopende zaagketting.
f Volg de aanwijzingen voor het smeren, de
kettingspanning en het wisselen van toe-
behoren op. Een onjuist gespannen of ge-
smeerde ketting kan breken of het terug-
slagrisico verhogen.
f Houd grepen droog, schoon en vrij van
olie en vet. Vettige grepen met olie zijn
glad en leiden tot het verlies van de contro-
le over de kettingzaag.
f Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag
niet voor werkzaamheden waarvoor deze
niet bestemd is. Voorbeeld: Gebruik de
kettingzaag niet voor het zagen van plas-
tic, metselwerk of bouwmaterialen die
niet van hout zijn. Het gebruik van de ket-
tingzaag voor werkzaamheden waarvoor
deze niet bestemd is, kan tot gevaarlijke si-
tuaties leiden.
Oorzaken en voorkoming van een terugslag:
– Terugslag kan optreden als de punt van de
geleidingsrail een voorwerp raakt of als het
hout buigt en de zaagketting in de groef wordt
vastgeklemd.
– Een aanraking met de punt van de ketting-
geleider kan in veel gevallen tot een onver-
wachte en naar achteren gerichte actie lei-
den, waarbij de kettinggeleider omhoog en in
de richting van de bediener wordt geslagen.
– Het vastklemmen van de zaagketting aan de
bovenkant van de geleidingsrail kan de gelei-
dingsrail snel in de richting van de bediener
terugstoten.
– Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u
de controle over de zaag verliest en u zich mo-
gelijk ernstig verwondt. Vertrouw niet uitslui-
tend op de in de kettingzaag ingebouwde vei-
ligheidsvoorzieningen. Als gebruiker van een
kettingzaag dient u verschillende maatregelen
te treffen om zonder ongevallen en zonder
verwondingen te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd
of onjuist gebruik van het elektrische gereed-
schap. Terugslag kan worden voorkomen door
geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hier-
onder beschreven:
f Houd de zaag met beide handen vast,
waarbij duim en vinger de grepen van de
kettingzaag omsluiten. Neem een zodani-
ge lichaamshouding in en houd uw armen
in een zodanige positie, dat u stand kunt
houden ten opzichte van de terugslag-
krachten. Als geschikte maatregelen wor-
den getroffen, kan de bediener de terug-
slagkrachten beheersen. Laat de
kettingzaag nooit los.
f Voorkom een abnormale lichaamshou-
ding en zaag niet boven schouderhoogte.
Daardoor wordt per ongeluk aanraken met
de punt van de kettinggeleider voorkomen
en kan de kettingzaag in onverwachte si-
tuaties beter onder controle worden ge-
houden.
f Gebruik altijd de door de fabrikant voor-
geschreven vervangende kettinggelei-
ders en zaagkettingen. Verkeerde vervan-
gende kettinggeleiders en zaagkettingen
kunnen tot kettingbreuk en terugslag lei-
den.
f Houd u aan de aanwijzingen van de fabri-
kant voor het slijpen en het onderhoud
van de zaagketting. Te lage dieptebegren-
zers verhogen de neiging tot terugslag.
Extra waarschuwingen
f De gebruiker wordt geadviseerd om zich
voor het eerste gebruik door een ervaren
vakman aan de hand van praktische voor-
beelden te laten instrueren over de bedie-
ning van de kettingzaag en het gebruik van
beschermende uitrusting. Als eerste oefe-
ning dient het zagen van boomstammen op
een zaagbok of onderstel plaats te vinden.
f Dit gereedschap is er niet voor bestemd
om te worden gebruikt door personen (in-
clusief kinderen) met beperkte fysieke,
zintuigelijke of geestelijke vermogens of
gebrekkige ervaring en/of gebrekkige ken-
nis, tenzij zij onder toezicht staan van een
voor hun veiligheid verantwoordelijke per-
soon, of zij van deze persoon instructies
ontvangen ten aanzien van het gebruik van
het gereedschap.
Kinderen moeten onder toezicht staan, om
zeker te stellen dat zij niet met het gereed-
schap spelen.
f Kinderen en jongeren, met uitzondering
van jongeren in opleiding van 16 jaar en
ouder onder toezicht, mogen de ketting-
zaag niet bedienen. Hetzelfde geldt voor
personen die niet of onvoldoende bekend
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 92 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 92
Nederlands | 93
Bosch Power Tools F 016 L70 758 | (22.11.10)
zijn met de omgang met de kettingzaag.
De gebruiksaanwijzing moet altijd binnen
handbereik zijn. Personen die overver-
moeid of niet lichamelijk belastbaar zijn,
mogen de kettingzaag niet bedienen.
f Houd het elektrische gereedschap tijdens
de werkzaamheden stevig met beide han-
den vast en zorg ervoor dat u stevig staat.
Het elektrische gereedschap wordt met
twee handen veiliger geleid.
f Controleer of alle beschermingsvoorzie-
ningen en grepen bij gebruik van het ge-
reedschap gemonteerd zijn. Probeer
nooit een onvolledig gemonteerd gereed-
schap of een gereedschap met niet-toege-
stane aanpassingen in gebruik te nemen.
f Wacht tot het elektrische gereedschap
tot stilstand is gekomen voordat u het
neerlegt.
f Open de accu niet. Er bestaat gevaar voor
kortsluiting.
Bescherm de accu tegen hitte, bij-
voorbeeld ook tegen voortdurend
zonlicht, vuur, water en vocht. Er
bestaat explosiegevaar.
f Bij beschadiging en onjuist gebruik van
de accu kunnen er dampen vrijkomen.
Zorg voor frisse lucht en raadpleeg bij
klachten een arts. De dampen kunnen de
luchtwegen irriteren.
f Als de accu defect is, kan er vloeistof uit
de accu lekken, waardoor aangrenzende
voorwerpen worden bevochtigd. Contro-
leer de betrokken onderdelen. Reinig de-
ze of vervang ze indien nodig.
f Gebruik de accu alleen in combinatie met
uw Bosch elektrische gereedschap. Al-
leen zo wordt de accu tegen gevaarlijke
overbelasting beschermd.
f Gebruik alleen originele Bosch-accu’s
met de op het typeplaatje van het elektri-
sche gereedschap aangegeven spanning.
Bij gebruik van andere accu’s, bijvoorbeeld
imitaties, opgeknapte accu’s of accu’s van
andere merken, bestaat gevaar voor per-
soonlijk letsel en materiële schade door
exploderende accu’s.
Veiligheidsvoorschriften voor oplaad-
apparaten
Houd het oplaadapparaat uit de
buurt van regen en vocht. Het bin-
nendringen van water in het oplaad-
apparaat vergroot het risico van een
elektrische schok.
f Laad geen accu’s van andere fabrikanten
op. Het oplaadapparaat is alleen geschikt
voor het opladen van Bosch-lithiumionac-
cu’s met de in de technische gegevens ver-
melde spanningen. Anders bestaat er
brand- en explosiegevaar.
f Houd het oplaadapparaat schoon. Door
vervuiling bestaat gevaar voor een elektri-
sche schok.
f Controleer voor elk gebruik oplaadappa-
raat, kabel en stekker. Gebruik het op-
laadapparaat niet als u een beschadiging
hebt vastgesteld. Open het oplaadappa-
raat niet zelf en laat het alleen door ge-
kwalificeerd personeel en alleen met ori-
ginele vervangingsonderdelen repareren.
Beschadigde oplaadapparaten, kabels en
stekkers vergroten het risico van een elek-
trische schok.
f Gebruik het oplaadapparaat niet op een
gemakkelijk brandbare ondergrond (zo-
als papier of textiel) of in een brandbare
omgeving. Vanwege de bij het opladen op-
tredende verwarming van het oplaadappa-
raat bestaat brandgevaar.
f Houd toezicht op kinderen en zorg ervoor
dat zij niet met het oplaadapparaat spelen.
f Kinderen en personen met geestelijke of
lichamelijke beperkingen mogen het op-
laadapparaat alleen gebruiken onder toe-
zicht of nadat deze een instructie voor
het gebruik hebben ontvangen. Een zorg-
vuldige instructie vermindert de kans op
verkeerde bediening en letsel.
Functiebeschrijving
Lees alle veiligheidswaarschu-
wingen en alle voorschriften. Als
de waarschuwingen en voor-
schriften niet worden opgevolgd,
kan dit een elektrische schok,
brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Gebruik volgens bestemming
Het elektrische gereedschap is bestemd voor
het zagen van hout, bijv. houten balken, plan-
ken, takken en stammen, alsmede voor het
vellen van bomen. Het kan worden gebruikt
voor schulpen (in de lengte van de nerf) en af-
korten (dwars op de nerf).
Dit elektrische gereedschap is niet geschikt
voor het zagen van minerale materialen.
Meegeleverd
Neem het elektrische gereedschap voorzich-
tig uit de verpakking. Controleer of de volgen-
de delen compleet zijn:
– Kettingzaag
– Afscherming
– Zaagketting
– Zwaard
– Kettingbescherming
– Zak met olie
– Gebruiksaanwijzing
Accu en oplaadapparaat worden bij bepaalde
uitvoeringen niet meegeleverd.
Neem contact op met uw leverancier wanneer
er onderdelen ontbreken of beschadigd zijn.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de
afbeelding van het elektrische gereedschap
op de pagina met afbeeldingen.
1 Achterste handgreep
2 Inschakelblokkering voor aan/uit-schake-
laar
3 Aan/uit-schakelaar
4 Olietankdop
5 Voorste handgreep
6 Activering van terugslagrem (handbe-
scherming)
7 Oliepeilindicatie
8 Klauwaanslag
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 93 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 93
F 016 L70 758 | (22.11.10) Bosch Power Tools
94 | Nederlands
9 Kettingbescherming
10 Zwaard
11 Zaagketting
12 Spangreep
13 Afscherming
14 Ventilatie-uitgang
15 Kettingspangreep
16 Serienummer
17 Accu
18 Accu-ontgrendelingsknop
19 Knop voor accuoplaadindicatie
20 Accu-oplaadindicatie
21 Indicatie temperatuurbewaking
22 Oplaadschacht
23 Oplaadapparaat
24 Rode LED-indicatie op oplaadapparaat
25 Groene LED-indicatie op oplaadapparaat
26 Netstekker **
27 Looprichtings- en snijrichtingssymbool
28 Kettingwiel
29 Bevestigingsbout
30 Kettingspanbout
31 Oliesproeier
32 Zwaardgeleidingsbrug
33 Kettingvangbout
34 Ventilatie-ingang
** verschilt per land
Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren
wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebe-
horen vindt u in ons toebehorenprogramma.
Technische gegevens
Informatie over geluid en trillingen
Meetwaarden voor geluid bepaald volgens
2000/14/EG.
Het A-gewogen geluidsniveau van het elektri-
sche gereedschap bedraagt kenmerkend: ge-
luidsdrukniveau 74 dB(A); geluidsvermogen-
niveau 94 dB(A). Onzekerheid K=3 dB.
Draag een gehoorbescherming.
Trillingsemissiewaarden (vectorsom van drie
richtingen) bepaald volgens EN 60745:
trillingsemissiewaarde ah <2,5 m/s2
, onzeker-
heid K =1,5 m/s2
.
Het in deze gebruiksaanwijzing vermelde tril-
lingsniveau is gemeten met een volgens
EN 60745 genormeerde meetmethode en kan
worden gebruikt om elektrische gereedschap-
pen met elkaar te vergelijken. Het is ook ge-
schikt voor een voorlopige inschatting van de
trillingsbelasting.
Het aangegeven trillingsniveau representeert
de voornaamste toepassingen van het elektri-
sche gereedschap. Als echter het elektrische
gereedschap wordt gebruikt voor andere toe-
passingen, met afwijkende inzetgereedschap-
pen of onvoldoende onderhoud, kan het tril-
Accu-kettingzaag AKE 30 LI
Zaaknummer 3 600 H37 1..
Kettingsnelheid bij onbelast lopen m/s 8
Zwaardlengte cm 30
Spannen van de ketting zonder hulpgereedschap
(SDS) z
Terugslagrem z
Type zaagketting 3/8" – 90
Kettingschakeldikte mm 1,1 (0,034")
Aantal kettingschakels 45
Inhoud olietank ml 120
Automatische kettingsmering z
Klauwaanslag z
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 kg 5,2
Serienummer Zie serienummer 16 (typeplaatje) op het
elektrische gereedschap
Accu Li-Ion
Zaaknummer 2 607 336 107
Nominale spanning V= 36
Capaciteit Ah 2,6
Oplaadtijd (bij lege accu) min 95
Aantal accucellen 20
Oplaadapparaat AL 3640 CV
Professional
AL 3620 CV
Professional
Zaaknummer EU
UK
AU
2 607 225 099
2 607 225 101
2 607 225 103
2 607 225 657
2 607 225 659
2 607 225 661
Laadstroom A 4,0 2,0
Toegestaan oplaadtemperatuurbereik °C 0– 45 0– 45
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 kg 1,0 0,6
Isolatieklasse /II /II
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het elektrische gereedschap. De handelsbenamingen van som-
mige elektrische gereedschappen kunnen afwijken.
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 94 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 94
Nederlands | 95
Bosch Power Tools F 016 L70 758 | (23.11.10)
lingsniveau afwijken. Dit kan de
trillingsbelasting gedurende de gehele ar-
beidsperiode duidelijk verhogen.
Voor een nauwkeurige schatting van de tril-
lingsbelasting moet ook rekening worden ge-
houden met de tijd waarin het gereedschap
uitgeschakeld is, of waarin het gereedschap
wel loopt, maar niet werkelijk wordt gebruikt.
Dit kan de trillingsbelasting gedurende de ge-
hele arbeidsperiode duidelijk verminderen.
Leg aanvullende veiligheidsmaatregelen ter
bescherming van de bediener tegen het effect
van trillingen vast, zoals: Onderhoud van elek-
trische gereedschappen en inzetgereed-
schappen, warm houden van de handen, orga-
nisatie van het arbeidsproces.
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren als alleen verantwoordelijke dat
het onder „Technische gegevens” beschreven
product voldoet aan de volgende normen en
normatieve documenten: EN 60745 (accuge-
reedschap) en EN 60335 (acculader) volgens
de bepalingen van de richtlijnen 2006/95/EG,
2004/108/EG, 2006/42/EG, 2000/14/EG.
EG-bouwtypecontrole nr. 2131439.01CE door
genotificeerde testinstantie nr. 0344, KEMA
Quality B.V. Arnhem, Netherlands.
2000/14/EG: Gegarandeerd geluidsvermo-
genniveau 97 dB(A). Wegingsmethode van de
conformiteit volgens aanhangsel V.
Productcategorie: 6
Technisch dossier bij:
Bosch Lawn and Garden Ltd., PT-LG/EAE,
Stowmarket, Suffolk IP14 1EY, England
09
Robert Bosch GmbH, Power Tools Division
D-70745 Leinfelden-Echterdingen
19.11.2010
Montage
Voor uw veiligheid
f Let op! Schakel vóór onderhouds- en rei-
nigingswerkzaamheden het elektrische
gereedschap uit en verwijder de accu.
f Gebruik de 4,5 Ah accu niet met dit elek-
trische gereedschap.
Accu verwijderen (zie afbeelding A)
De accu 17 beschikt over twee vergrende-
lingsstanden die moeten voorkomen dat de
accu bij het onbedoeld indrukken van de ac-
cuontgrendelingsknop 18 uit de machine valt.
Zolang de accu in het elektrische gereed-
schap is geplaatst, wordt deze door een veer
op de juiste plaats gehouden.
Opmerking: Het elektrische gereedschap
werkt alleen als beide vergrendelingstanden
zijn vastgeklikt.
Als u de accu 17 wilt verwijderen:
Accu opladen (zie afbeelding B)
f Gebruik geen ander oplaadapparaat. Het
meegeleverde oplaadapparaat is afge-
stemd op de in het elektrische gereed-
schap ingebouwde lithium-ion accu.
f Let op de netspanning! De spanning van
de stroombron moet overeenkomen met
de gegevens op het typeplaatje van het op-
laadapparaat. Met 230 V aangeduide op-
laadapparaten kunnen ook met 220 V wor-
den gebruikt.
De accu is voorzien van een thermische bevei-
liging die ervoor zorgt dat de accu alleen in
het temperatuurbereik tussen 0 °C en 45 °C
kan worden opgeladen. Daardoor wordt een
lange levensduur van de accu bereikt.
Opmerking: De accu wordt gedeeltelijk opge-
laden geleverd. Om de volledige capaciteit
van de accu te verkrijgen, laadt u voor het eer-
ste gebruik de accu volledig in het oplaadap-
paraat op.
De lithiumionaccu kan op elk moment worden
opgeladen zonder de levensduur te verkorten.
Een onderbreking van het opladen schaadt de
accu niet.
De lithiumionaccu is met „Electronic Cell Pro-
tection (ECP)” tegen te sterk ontladen be-
schermd. Als de accu leeg is, wordt de ket-
tingzaag door een veiligheidsschakeling
uitgeschakeld: de zaagketting beweegt niet
meer.
Druk na het automatisch uit-
schakelen van het elektrische
gereedschap niet meer op de aan/uit-scha-
kelaar. De accu kan anders beschadigd wor-
den.
Opladen
Het opladen begint zodra de netstekker van het
oplaadapparaat in het stopcontact en de accu
17 in de oplaadschacht 22 wordt gestoken.
Door de intelligente oplaadmethode wordt de
oplaadtoestand van de accu automatisch her-
kend en wordt de accu afhankelijk van de ac-
cutemperatuur en -spanning met de optimale
laadstroom opgeladen.
Daardoor wordt de accu ontzien en blijft de-
ze, indien in het oplaadapparaat bewaard, al-
tijd volledig opgeladen.
Betekenis van de indicatie-elementen
Het bewaken van het opladen wordt aangege-
ven door de LED-indicaties 24 en 25:
Snel opladen
Dr. Egbert Schneider
Senior Vice President
Engineering
Dr. Eckerhard Strötgen
Head of Product
Certification
no Duw de accu tegen de voet van het elek-
trische gereedschap (1.) en druk tege-
lijkertijd op de ontgrendelingsknop 18
(2.).
p Trek de accu van het elektrische ge-
reedschap los tot een rode streep zicht-
baar wordt (3.).
q Druk nogmaals op de ontgrendelings-
knop 18 en trek de accu volledig naar
buiten.
AL 3640 CV
Professional
LET OP
OBJ_DOKU-22661-002.fm Page 95 Tuesday, November 23, 2010 3:32 PM
Pagina: 95
F 016 L70 758 | (22.11.10) Bosch Power Tools
96 | Nederlands
Snel opladen wordt aangegeven door knippe-
ren van de groene LED-indicatie 25.
Indicatie-element op de accu: Tijdens het op-
laden gaan de drie groene LED’s na elkaar
branden en gaan deze kort uit. De accu is vol-
ledig opgeladen als de drie groene LED’s con-
tinu branden. Ongeveer 5 minuten nadat de
accu volledig is opgeladen, gaan de drie groe-
ne LED’s weer uit.
Opmerking: Snel opladen is alleen mogelijk
als de temperatuur van de accu zich binnen
het toegestane oplaadtemperatuurbereik be-
vindt, zie het gedeelte „Technische gege-
vens”.
Accu opgeladen
Continu branden van de groene LED-indica-
tie 25 geeft aan dat de accu volledig opgela-
den is.
Bovendien klinkt gedurende ca. 2 seconden
een geluidssignaal waardoor akoestisch
wordt aangegeven dat de accu volledig is op-
geladen.
De accu kan vervolgens worden verwijderd en
onmiddellijk worden gebruikt.
Als de accu niet in het oplaadapparaat is ge-
stoken, geeft continu branden van de groene
LED-indicatie 25 aan dat de stekker in het
stopcontact is gestoken en het oplaadappa-
raat gereed is voor gebruik.
Accutemperatuur onder 0 °C of boven 45 °C
Continu branden van de rode LED-indicatie
24 geeft aan dat de temperatuur van de accu
buiten het snellaadtemperatuurbereik van
0 °C – 45 °C ligt. Zodra het toegestane tem-
peratuurbereik bereikt is, schakelt het op-
laadapparaat automatisch over op snelladen.
Als de temperatuur van de accu buiten het
toegestane oplaadtemperatuurbereik ligt,
gaat de rode LED van de accu branden wan-
neer u de accu in het oplaadapparaat zet.
Geen opladen mogelijk
Een andere storing tijdens het opladen wordt
aangegeven door knipperen van de rode LED-
indicatie 24.
Het opladen kan niet worden gestart en het
opladen van de accu is niet mogelijk (zie „Sto-
ringen opsporen”).
Aanwijzingen voor het opladen
Bij langdurig opladen of meermaals opladen
zonder onderbreking kan het oplaadapparaat
warm worden. Dit is echter zonder bezwaar
en wijst niet op een technisch defect van het
oplaadapparaat.
Een duidelijk kortere gebruiksduur na het op-
laden duidt erop dat de accu versleten is en
moet worden vervangen.
Neem de voorschriften ten aanzien van de af-
valverwijdering in acht.
Accukoeling (Active Air Cooling)
De in het oplaadapparaat geïntegreerde venti-
latorregeling bewaakt de temperatuur van de
ingezette accu. Als de accutemperatuur boven
30 °C ligt, wordt de accu door een ventilator
op de optimale oplaadtemperatuur gekoeld.
De ingeschakelde ventilator maakt een venti-
latiegeluid.
Als de ventilator niet loopt, ligt de accutempe-
ratuur in het optimale oplaadtemperatuurbe-
reik, of is de ventilator defect. In dit geval
wordt de oplaadtijd van de accu langer.
Zaagketting monteren en spannen
(zie afbeeldingen C1–C3)
f Zet de accu pas in de kettingzaag nadat
deze volledig gemonteerd is.
f Draag werkhandschoenen bij het hante-
ren van de zaagketting.
Montage van zwaard en zaagketting
– Pak alle delen voorzichtig uit.
– Leg de kettingzaag op een recht oppervlak
neer.
f Gebruik alleen zaagkettingen met een
kettingschakeldikte (groefbreedte) van
1,1 mm.
– Leg de zaagketting 11 in de rondlopende
groef van het zwaard 10. Let daarbij op de
juiste looprichting. Vergelijk daarvoor de
zaagketting met het looprichtingsymbool
27 op het zwaard 10.
– Leg de kettingschakels om het kettingwiel
28 en breng het zwaard 10 zodanig aan dat
de bevestigingsbout 29 en de beide
zwaardgeleidingsbruggen 32 in het langgat
van het zwaard 10 en de kettingspanbou-
ten 30 in de bijbehorende boorgaten van
het zwaard 10 grijpen.
Indien nodig draait u de kettingspangreep
15 om de kettingspanbout 30 met de boor-
gaten van het zwaard 10 op één lijn te
brengen.
– Controleer of alle delen goed geplaatst zijn
en houd het zwaard met de zaagketting in
deze stand.
– Draai de kettingspangreep 15 zo ver tot de
zaagketting 11 spelingvrij is.
– Zet de afdekking 13 nauwkeurig neer en
controleer dat de kettingvangbout 33 in de
daarvoor voorziene geleidingssleuf van de
afdekking 13 komt te liggen.
AL 3620 CV
Professional
AL 3640 CV
Professional
AL 3620 CV
Professional
AL 3640 CV
Professional
AL 3620 CV
Professional
AL 3640 CV
Professional
AL 3620 CV
Professional
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 96 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 96
Nederlands | 97
Bosch Power Tools F 016 L70 758 | (22.11.10)
– Draai de afdekking 13 met de spangreep
12 iets vast.
– De zaagketting is nog niet gespannen. Het
spannen van de zaagketting gebeurt zoals
beschreven in het gedeelte „Zaagketting
spannen”.
Zaagketting spannen (zie afbeelding D)
Controleer de kettingspanning vóór het begin
van de werkzaamheden, na de eerste keren
zagen en tijdens het zagen regelmatig elke 10
minuten. In het bijzonder bij nieuwe zaagket-
tingen moet in het begin met verslapping wor-
den gerekend.
De levensduur van de zaagketting is in grote
mate afhankelijk van voldoende smering en
juiste spanning.
Span de zaagketting niet wanneer deze zeer
heet is, omdat de ketting na het afkoelen sa-
mentrekt en dan te strak op het zwaard ligt.
– Leg de kettingzaag op een recht oppervlak
neer.
– Draai de spangreep 12 slechts zo ver los
dat het zwaard 10 nog in de juiste stand
wordt gehouden (spangreep niet verwijde-
ren!).
– Controleer of de kettingschakels goed in
de geleidingssleuf van het zwaard 10 en op
het kettingwiel 28 liggen.
– Draai de kettingspangreep 15 met de wij-
zers van de klok mee tot de juiste kettings-
panning is bereikt. De draaiende beweging
duwt de kettingspanbout 30 en daarmee
het zwaard 10 naar voren.
– De zaagketting 11 is goed gespannen als
deze in het midden ca. 5–10 mm kan wor-
den opgetild. Dit moet met één hand ge-
beuren door het omhoogtrekken van de
zaagketting tegen het eigen gewicht van de
kettingzaag.
– Als de zaagketting 11 te sterk gespannen
is, draait u de kettingspangreep 15 tegen
de wijzers van de klok in. Controleer ver-
volgens nogmaals de kettingspanning. In-
dien nodig stelt u de kettingspanning zoals
beschreven bij.
– Draai de afdekking 13 met de spangreep
12 vast.
Zaagketting smeren
(zie afbeeldingen C1 en E)
Opmerking: De kettingzaag wordt niet met
zaagkettinghechtolie gevuld geleverd. Het is
belangrijk om de kettingzaag vóór gebruik met
olie te vullen. Het gebruik van de kettingzaag
zonder zaagkettinghechtolie of bij een oliepeil
onder de minimummarkering leidt tot bescha-
diging van de kettingzaag.
De levensduur en de zaagcapaciteit van de
zaagketting hangt af van de optimale smering.
Daarom wordt de zaagketting tijdens het ge-
bruik door middel van de oliesproeier 31 auto-
matisch met zaagkettinghechtolie gesmeerd.
Ga als volgt te werk om de olietank te vullen:
– Plaats de kettingzaag met de olietankdop 4
naar boven op een geschikte ondergrond.
– Maak de omgeving van de olietankdop 4
schoon met een doek en verwijder de dop.
– Vul de olietank met biologisch afbreekbare
Bosch-zaagkettinghechtolie tot het oliepeil
de markering „max” van de oliepeilindica-
tie 7 bereikt heeft.
– Let erop dat er geen vuil in de olietank te-
rechtkomt. Schroef de olietankdop 4 weer
vast.
– Laat de kettingzaag 30 seconden lopen om
de olie op te pompen.
Opmerking: Voor de ventilatie van de olietank
bevinden zich kleine luchtkanalen in de olie-
tankdop. Om uitlopen te voorkomen, dient u
de kettingzaag als deze niet wordt gebruikt al-
tijd verticaal neer te zetten, met de olie-
tankdop 4 omhoog.
Opmerking: Gebruik uitsluitend de geadvi-
seerde biologisch afbreekbare kettingolie om
een beschadiging van de kettingzaag te voor-
komen. Gebruik nooit gerecyclede olie of
oude olie. Bij het gebruik van niet toegelaten
olie vervalt de garantie.
Opmerking: De olie wordt bij lagere tempera-
turen taaivloeibaar, waardoor de oliedoorvoer
wordt verminderd.
Gebruik
Ingebruikneming
Accu plaatsen
Duw de opgeladen accu 17 van achteren in de
voet van het elektrische gereedschap. Druk de
accu volledig in de voet tot de rode streep niet
meer zichtbaar is en de accu veilig vergren-
deld is.
Opmerking: Het elektrische gereedschap
werkt alleen als beide vergrendelingstanden
zijn vastgeklikt.
In- en uitschakelen
Houd de kettingzaag vast zoals beschreven in
het gedeelte „Werkzaamheden met de ket-
tingzaag”.
Als u het elektrische gereedschap wilt inscha-
kelen bedient u eerst de inschakelblokkering
2 en drukt u vervolgens de aan/uit-schakelaar
3 in en houdt u deze ingedrukt.
Als het elektrische gereedschap loopt, kunt u
de inschakelblokkering loslaten.
Als u het elektrische gereedschap wilt uit-
schakelen laat u de aan/uit-schakelaar 3 los.
Opmerking: Om veiligheidsredenen kan de
aan-/uitschakelaar 3 van de machine niet
worden vergrendeld, maar moet deze tijdens
het gebruik voortdurend ingedrukt blijven.
Opmerking: Rem de kettingzaag niet af door
het bedienen van de voorste handbescher-
ming 6 (activeren van de terugslagrem).
Terugslagrem (zie afbeelding F)
De terugslagrem is een beschermingsmecha-
nisme dat bij een terugslaande kettingzaag
wordt geactiveerd via de voorste handbe-
scherming 6. De zaagketting stopt na uiterlijk
0,15 seconden.
Voer van tijd tot tijd een functietest uit. Duw
de voorste handbescherming 6 naar voren
(positie o) en schakel de kettingzaag kort in.
De zaagketting mag niet aanlopen. Als u de te-
rugslagrem weer wilt ontgrendelen, laat u de
aan/uit-schakelaar 3 los en trekt u de voorste
handbescherming 6 weer terug (positie n).
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 97 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 97
F 016 L70 758 | (22.11.10) Bosch Power Tools
98 | Nederlands
Opmerking: Als de terugslagrem actief is en u
probeert de kettingzaag te starten, klinkt een
waarschuwingssignaal („pieptoon”). Als u de
kettingzaag wilt starten, laat u de aan/uit-
schakelaar 3 los, trekt u de voorste handbe-
scherming 6 in stand n terug en drukt u ver-
volgens op de aan/uit-schakelaar 3.
Werkzaamheden met de kettingzaag
Vóór het zagen
Vóór de ingebruikneming en regelmatig tij-
dens het zagen moeten de volgende controles
worden uitgevoerd:
– Verkeert de kettingzaag in een functieveili-
ge toestand?
– Is de olietank gevuld? Controleer de olie-
peilaanduiding vóór de werkzaamheden en
regelmatig tijdens de werkzaamheden. Vul
olie bij wanneer het oliepeil de onderkant
van het peilglas bereikt heeft. De vulling is
voldoende voor ca. 15 minuten, afhankelijk
van de pauzes en de intensiteit van de
werkzaamheden.
– Is de zaagketting juist gespannen en
scherp genoeg? Controleer de kettings-
panning tijdens het zagen regelmatig elke
10 minuten. In het bijzonder bij nieuwe
zaagkettingen moet in het begin met ver-
slapping worden gerekend. De toestand
van de zaagketting beïnvloedt de zaagca-
paciteit in belangrijke mate. Alleen scher-
pe zaagkettingen beschermen tegen over-
belasting.
– Is de terugslagrem losgemaakt en haar
werking gewaarborgd?
– Draagt u de vereiste beschermende uitrus-
ting? Gebruik een veiligheidsbril en ge-
hoorbescherming. Overige beschermende
uitrusting voor uw hoofd, handen, benen
en voeten wordt aanbevolen. Geschikte
beschermende kleding vermindert de kans
op verwondingen door wegvliegend mate-
riaal en het onbedoeld aanraken van de
zaagketting.
Terugslag van de zaag (zie afbeelding F)
Terugslag van de zaag is het plotseling om-
hoog- of terugslaan van de lopende ketting-
zaag. Dit kan optreden bij aanraking van de
zwaardpunt met het zaagmateriaal of bij een
vastklemmende ketting.
Wanneer zaagterugslag optreedt, reageert de
kettingzaag op onvoorspelbare wijze en kan
deze ernstig letsel veroorzaken bij de bedie-
ner of bij personen in de omgeving van de
zaag.
Zijwaarts zagen, schuin zagen en in de lengte
zagen moet bijzondere voorzichtigheid gebeu-
ren omdat de klauwaanslag 8 hierbij niet kan
worden toegepast.
Ter voorkoming van zaagterugslag:
– Zet de kettingzaag zo vlak mogelijk aan.
– Werk nooit met een losse, verslapte of
sterk versleten zaagketting.
– Slijp de zaagketting zoals voorgeschreven.
– Zaag nooit boven schouderhoogte.
– Zaag nooit met de punt van het zwaard.
– Houd de kettingzaag altijd met beide han-
den vast.
– Gebruik altijd een terugslagremmende
Bosch-zaagketting.
– Gebruik de klauwaanslag 8 als hefboom.
– Let op de juiste kettingspanning.
Algemene werkwijze (zie afbeeldingen F – I)
Houd de kettingzaag altijd met beide handen
vast, de voorste handgreep met uw linker-
hand en de achterste handgreep met uw rech-
terhand. Pak de grepen altijd volledig met
duim en vingers vast. Zaag nooit eenhandig.
Gebruik de kettingzaag alleen wanneer u ste-
vig staat. Houd de kettingzaag iets rechts van
uw eigen lichaam.
De zaagketting moet vóór het contact met het
hout op volle snelheid lopen. Gebruik daarbij
de klauwaanslag 8 om de kettingzaag op het
hout te laten steunen. Gebruik tijdens het za-
gen de klauwaanslag als hefboom.
Zet bij het zagen van dikke takken of stammen
de klauwaanslag op een lager punt neer. Trek
daarvoor de kettingzaag terug om de klauw-
aanslag los te maken en deze lager aan te zet-
ten. Verwijder de kettingzaag daarbij niet uit
de zaagsnede.
Druk bij het zagen niet met kracht op de zaag-
ketting, maar zorg met de klauwaanslag 8
voor een lichte hefboomdruk.
Gebruik de kettingzaag nooit met gestrekte
armen. Probeer niet op moeilijk bereikbare
plaatsen te zagen, of staand op een ladder.
Zaag nooit boven schouderhoogte.
De beste zaagresultaten worden bereikt wan-
neer de kettingsnelheid niet door overbelas-
ting daalt.
Voorzichtig aan het einde van de zaagsnede.
Zodra de kettingzaag uit de zaagsnede komt,
verandert de gewichtskracht onverwacht. Er
bestaat gevaar voor letsel van benen en voe-
ten.
Verwijder de kettingzaag alleen met een lo-
pende zaagketting uit de zaagsnede.
Boomstammen zagen
(zie afbeeldingen G en J)
Neem bij het zagen van boomstammen de vol-
gende veiligheidsvoorschriften in acht:
Leg de stam neer zoals op de afbeelding weer-
gegeven en ondersteun deze zodanig dat de
zaagsnede niet sluit en de zaagketting niet
vastklemt.
Leg korte stukken hout voor het zagen recht
neer en klem deze vast.
Zaag alleen voorwerpen van hout. Voorkom
aanraking van stenen en spijkers, omdat deze
omhoog geslingerd kunnen worden, de zaag-
ketting kunnen beschadigen of ernstig letsel
bij de gebruiker of omstanders kunnen ver-
oorzaken.
Raak met de lopende kettingzaag geen draad-
afrasteringen of de grond aan.
De kettingzaag is niet geschikt voor het
snoeien van dunne takken.
Zagen in lengterichting dient met bijzondere
zorgvuldigheid te gebeuren, omdat de klauw-
aanslag 8 dan niet kan worden gebruikt. Ge-
leid de kettingzaag in een platte hoek om te-
rugslag van de zaag te voorkomen.
Bewerk bij zaagwerkzaamheden op een hel-
ling stammen of liggend zaagmateriaal van bo-
venaf of aan de zijkant staand.
Let vanwege de kans op struikelen op boom-
stronken, takken, wortels, enz.
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 98 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 98
Nederlands | 99
Bosch Power Tools F 016 L70 758 | (22.11.10)
Zagen van hout onder spanning
(zie afbeelding J)
f Onder spanning staand hout en onder
spanning staande takken en bomen mo-
gen alleen door een daartoe opgeleid vak-
man worden gezaagd. Er is uiterste voor-
zichtigheid geboden. Er bestaat een
verhoogd risico op ongevallen.
Als hout aan beide zijden wordt ondersteund,
zaagt u eerst van boven (Y) een derde gedeel-
te van de diameter door de stam en zaagt u
vervolgens van onderen (Z) op dezelfde plaats
de stam door om splinteren en vastklemmen
van de kettingzaag te voorkomen. Voorkom
daarbij contact van de zaagketting met de
grond.
Als het hout slechts aan één zijde wordt on-
dersteund, zaagt u eerst van onderen (Y) een
derde van de diameter naar boven en zaagt u
vervolgens op dezelfde plaats van boven (Z)
de stam door om splinteren en vastklemmen
van de kettingzaag te voorkomen.
Bomen vellen (zie afbeelding K)
f Draag altijd een veiligheidshelm om be-
schermd te zijn tegen vallende takken.
f Met de kettingzaag mogen alleen bomen
worden geveld waarvan de stamdiameter
kleiner is dan de lengte van het zwaard.
f Zet de werkomgeving af. Let erop dat zich
geen personen of dieren ophouden in de
buurt van de plaats waar de boom valt
(n).
f Probeer niet om een vastgeklemde zaag-
ketting met een lopende motor los te krij-
gen. Gebruik een houtspie om een vastge-
klemde zaagketting los te maken.
Als u met twee of meer personen tegelijkertijd
zaagt en velt, houd dan als afstand tussen de
vellende en de zagende personen minstens de
dubbele hoogte van de te vellen boom aan.
Let er bij het vellen van bomen op, dat u ande-
re personen niet blootstelt aan gevaar, u geen
leidingen raakt en geen materiële schade ver-
oorzaakt. Als een boom met een stroomlei-
ding in aanraking komt, dient u het energiebe-
drijf hiervan onmiddellijk in kennis te stellen.
Stel u als bediener van de kettingzaag bij
zaagwerkzaamheden op een helling boven de
te vellen boom op, omdat de boom na de val
waarschijnlijk bergaf zal rollen of glijden.
Vóór het vellen dient een vluchtweg (o) te
worden gepland en indien nodig te worden
vrijgemaakt. De vluchtweg dient van de te ver-
wachten vallijn schuin naar achteren weg te
leiden.
Houd vóór het vellen rekening met de natuur-
lijke helling van de boom, de plaats van grote
takken en de windrichting, om de valrichting
van de boom te kunnen beoordelen.
Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers,
nieten en draad van de boom.
Inkepingen zagen: Zaag haaks op de valrich-
ting een inkeping (X – W) met een diepte van
een derde van de boomdiameter. Zaag eerst
de onderste horizontale inkeping. Hierdoor
voorkomt u het vastklemmen van de ketting-
zaag of de geleidingsrail bij het zagen van de
tweede inkeping.
Inkeping voor het vellen van de boom zagen:
Zaag de inkeping voor het vellen van de boom
(Y) minstens 50 mm boven de horizontale in-
keping. Zaag vervolgens de inkeping voor het
vellen van de boom parallel aan de horizontale
inkeping. Zaag de inkeping voor het vellen van
de boom slechts zo diep in, dat er nog een ver-
bindingsstuk (valrand) blijft staan, dat als
scharnier kan werken. Het verbindingsstuk
verhindert, dat de boom draait en in de ver-
keerde richting valt. Zaag het verbindingsstuk
niet door.
Als de inkeping voor het vellen van de boom in
de buurt van het verbindingsstuk komt, moet
de boom met vallen beginnen. Als het erop
lijkt, dat de boom mogelijkerwijs niet in de ge-
wenste richting valt of terugbuigt en de zaag-
ketting vastklemt, onderbreekt u het zagen
van de inkeping voor het vellen van de boom
en gebruikt u een spie van hout, kunststof of
aluminium om de inkeping te openen en de
boom in de gewenste valrichting te doen om-
slaan.
Als de boom begint te vallen, verwijdert u de
kettingzaag uit de inkeping, schakelt u de
zaag uit, legt u deze neer en verlaat u de geva-
renzone via de geplande vluchtroute. Let op
omlaagvallende takken en zorg ervoor dat u
niet struikelt.
Breng de boom vervolgens ten val door het in-
drijven van een spie (Z) in de horizontale inke-
ping.
Als de boom begint te vallen, verlaat u de ge-
varenzone via de geplande vluchtweg. Let op
omlaagvallende takken en zorg ervoor dat u
niet struikelt.
Takken van de gevelde boom afzagen
(zie afbeelding L)
Na het vellen zaagt u de takken van de gevelde
boom. Laat grote naar onderen gerichte tak-
ken, die de boom steunen, eerst staan. Zaag
kleine takken volgens de afbeelding in één
keer af. Zaag onder spanning staande takken
van onderen naar boven om vastklemmen van
de zaagketting te voorkomen.
Boomstam in stukken zagen
(zie afbeeldingen M – P)
Vervolgens zaagt u de gevelde boom in stuk-
ken. Let erop dat u stevig staat en dat u uw li-
chaamsgewicht gelijkmatig over beide voeten
verdeelt. Leg indien mogelijk takken, balken
of spieën onder de stam om deze te steunen.
Houd u aan de aanwijzingen voor gemakkelijk
zagen.
Als de totale lengte van de boomstam gelijk-
matig wordt ondersteund, zaagt u van boven-
af.
Als de boomstam aan één kant hoger ligt,
zaagt u eerst een derde van de stamdiameter
vanaf de onderkant en vervolgens de rest van-
af de bovenkant ter hoogte van de zaagsnede
onder.
Als de boomstam aan twee kanten wordt on-
dersteund, zaagt u eerst twee derde van de
stamdiameter vanaf de bovenkant en vervol-
gens een derde vanaf de onderkant ter hoogte
van de zaagsnede boven.
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 99 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 99
F 016 L70 758 | (22.11.10) Bosch Power Tools
100 | Nederlands
Ga bij zaagwerkzaamheden op een helling al-
tijd hoger dan de boomstam staan. Verminder
de aandrukkracht wanneer de stam bijna is
doorgezaagd en blijf de handgrepen van de
kettingzaag stevig vasthouden, zodat u tijdens
het moment van doorzagen de controle over
de machine behoudt. Let erop dat de zaagket-
ting de grond niet raakt. Wacht na het doorza-
gen tot de zaagketting tot stilstand is geko-
men, voordat u de kettingzaag verwijdert.
Schakel de motor van de kettingzaag altijd uit
voordat u naar de volgende boom gaat.
Accu-oplaadindicatie (zie afbeelding B)
De accu 17 is voorzien van een oplaadindica-
tie 20 die de oplaadtoestand van de accu aan-
geeft. De oplaadindicatie 20 bestaat uit drie
groene LED’s.
Bedien de toets voor de oplaadindicatie 19
om de oplaadindictie 20 te activeren. Na ca. 5
seconden gaat de oplaadindicatie automa-
tisch uit.
De oplaadtoestand kan ook worden gecontro-
leerd terwijl de accu verwijderd is.
Als na het bedienen van de toets 19 geen van
de LED’s brandt, is de accu defect en moet
deze worden vervangen.
Om veiligheidsredenen kan de oplaadtoe-
stand alleen worden opgevraagd als het elek-
trische gereedschap stilstaat.
Tijdens het opladen gaan de drie groene
LED’s na elkaar branden en gaan deze kort uit.
De accu is volledig opgeladen als de drie groe-
ne LED’s continu branden. Ongeveer
5 minuten nadat de accu volledig is opgela-
den, gaan de drie groene LED’s weer uit.
Indicatie voor temperatuurbewaking
De rode LED van de indicatie voor tempera-
tuurbewaking 21 geeft aan dat de accu of de
elektronica van het elektrische gereedschap
(als de accu in het gereedschap is geplaatst)
zich in niet het optimale temperatuurbereik
bevindt. In dit geval werkt het elektrische ge-
reedschap niet, of niet met volledig vermo-
gen.
Temperatuurbewaking van de accu
De rode LED 21 knippert als de knop 19 of de
aan/uit-schakelaar 3 wordt ingedrukt (terwijl
de accu in het gereedschap is geplaatst): De
bedrijfstemperatuur van de accu ligt buiten
het temperatuurbereik van – 10 °C tot
+ 60 °C.
Bij een temperatuur boven 70 °C wordt de ac-
cu uitgeschakeld tot deze zich weer in het toe-
gestane bedrijfstemperatuurbereik bevindt.
Temperatuurbewaking van de elektronica
van het elektrische gereedschap
De rode LED 21 brandt bij het indrukken van
de aan/uit-schakelaar 3 continu: De tempera-
tuur van de elektronica van het elektrische ge-
reedschap bedraagt minder dan 5 °C of meer
dan 75 °C.
Bij een temperatuur boven 90 °C wordt de
elektronica van het elektrische gereedschap
uitgeschakeld tot deze zich weer in het toege-
stane bedrijfstemperatuurbereik bevindt.
Storingen opsporen
Als het elektrische gereedschap niet goed werkt, vindt u in de volgende tabel informatie over
foutsymptomen, mogelijke oorzaken en oplossingen. Neem contact op met een servicewerk-
plaats als u hiermee het probleem niet kunt verhelpen.
f Let op: Schakel het elektrische gereedschap uit en verwijder de accu voordat u het ge-
reedschap op storingen onderzoekt.
LED-indicatie Accucapaciteit
Continu branden 3
groene LED’s ≥ 2/3
Continu branden 2
groene LED’s ≥ 1/3
Continu brandt 1 groene
LED ≤ 1/3
Knipperlicht 1 groene
LED Reserve
Symptomen Mogelijke oorzaak Oplossing
Kettingzaag
loopt niet
Terugslagrem geactiveerd (een waar-
schuwingssignaal („pieptoon”) is
hoorbaar)
Voorste handbescherming 6 in stand
n terugtrekken
Accu leeg Accu opladen, zie ook de „Aanwijzin-
gen voor het opladen”
Accu niet correct ingezet Controleer dat beide vergrende-
lingstanden zijn vastgeklikt
Motorbeveiliging aangesproken Motor laten afkoelen
Accu te koud of te heet Accu laten opwarmen of afkoelen
Zaagketting be-
weegt niet
Accu leeg Accu opladen, zie ook de „Aanwijzin-
gen voor het opladen”
Elektrisch gereedschap defect Neem contact op met klantenservice
Kettingzaag
werkt met on-
derbrekingen
Extern of intern los contact Neem contact op met de erkende
Bosch-klantenservice
Aan/uit-schakelaar 3 defect Neem contact op met de erkende
Bosch-klantenservice
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 100 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 100
Nederlands | 101
Bosch Power Tools F 016 L70 758 | (22.11.10)
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
f Let op! Schakel vóór onderhouds- en rei-
nigingswerkzaamheden het elektrische
gereedschap uit en verwijder de accu.
Opmerking: Voer de volgende onder-
houdswerkzaamheden regelmatig uit, zodat u
verzekerd bent van een lang en probleemloos
gebruik.
Houd het elektrische gereedschap en de ven-
tilatieopeningen altijd schoon om goed en vei-
lig te werken.
Controleer de kettingzaag regelmatig op
zichtbare gebreken, zoals een losse, versleten
of beschadigde zaagketting, losse bevestiging
en versleten of beschadigde onderdelen.
Controleer of afschermingen en veiligheids-
voorzieningen niet beschadigd zijn en juist
zijn aangebracht. Voer voor het gebruik even-
tueel noodzakelijke onderhouds- of reparatie-
werkzaam-heden uit.
Mocht de kettingzaag ondanks zorgvuldige
productie- en testmethoden toch defect ra-
ken, moet de reparatie door een erkende klan-
tenservice voor Bosch elektrische gereed-
schappen worden uitgevoerd.
Zaagketting
droog
Geen olie in de olietank Olie bijvullen
Ontluchting in olietankdop 4
verstopt
Olietankdop 4 reinigen
Olieafvoerkanaal verstopt Olieafvoerkanaal reinigen
Zaagketting
wordt niet afge-
remd
Terugslagrem defect Neem contact op met de erkende
Bosch-klantenservice
Zaagketting of
geleidingsral
heet
Geen olie in de olietank Olie bijvullen
Ontluchting in olietankdop 4
verstopt
Olietankdop 4 reinigen
Olieafvoerkanaal verstopt Olieafvoerkanaal reinigen
Kettingspanning te hoog Kettingspanning instellen
Zaagketting stomp Zaagketting slijpen of vervangen
Kettingzaag
trekt, trilt of
zaagt niet goed
Kettingspanning te laag Kettingspanning instellen
Zaagketting stomp Zaagketting slijpen of vervangen
Zaagketting versleten Zaagketting vervangen
Zaagtanden wijzen in de verkeerde
richting
Zaagketting juist monteren
Sterke trillingen
of geluiden
Elektrisch gereedschap defect Neem contact op met klantenservice
Zaagduur per
acculading te
gering
Te veel wrijving wegens ontbrekende
smering
Smeer de ketting (zie „Zaagketting
smeren”)
Zaagketting moet gereinigd worden Zaagketting reinigen
Slechte zaagtechniek zie „Werkzaamheden met de ketting-
zaag”
Accu niet vol opgeladen Accu opladen, zie ook de „Aanwijzin-
gen voor het opladen”
Zaagketting be-
weegt langzaam
Accu leeg Accu opladen, zie ook de „Aanwijzin-
gen voor het opladen”
Accu is buiten het toegestane tempe-
ratuurbereik bewaard
Laat de accu op kamertemperatuur
komen (binnen het toegestane accu-
temperatuurbereik van 0 – 45 °C)
Accuoplaadindi-
catie 24 brandt
permanent
Opladen niet
mogelijk
Accu niet (goed) aangebracht Plaats de accu correct op het oplaad-
apparaat
Accucontacten vuil Reinig de accucontacten, bijvoor-
beeld door de accu enkele keren te
plaatsen en te verwijderen, of ver-
vang de accu indien nodig
Accu defect Vervang de accu
De LED-indica-
ties 24 en 25
branden niet
nadat de stek-
ker in het stop-
contact wordt
gestoken
Netsnoer van het oplaadapparaat is
niet (of niet goed) vastgestoken
Steek de stekker (volledig) in het
stopcontact
Stopcontact, netsnoer of oplaadap-
paraat defect
Netspanning controleren, oplaadap-
paraat indien nodig door een erken-
de klantenservice voor Bosch elektri-
sche gereedschappen laten
controleren
Symptomen Mogelijke oorzaak Oplossing
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 101 Monday, November 22, 2010 1:10 PM
Pagina: 101
F 016 L70 758 | (22.11.10) Bosch Power Tools
102 | Nederlands
Opmerking: Maak voor verzending van een
kettingzaag altijd de olietank leeg.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervan-
gingsonderdelen altijd het uit tien cijfers be-
staande zaaknummer volgens het typeplaatje
van de kettingzaag.
Zaagketting en zwaard vervangen of keren
(zie afbeeldingen C1–C3)
Controleer de zaagketting en het zwaard vol-
gens het gedeelte „Zaagketting spannen”.
De geleidingssleuf van het zwaard verslijt in
de loop van de tijd. Draai bij het vervangen
van de zaagketting het zwaard 180° om de
slijtage te compenseren. Hierdoor wordt de
gebruiksduur van het zwaard verlengd.
Controleer het kettingwiel 28. Als het wiel
door de grote belasting versleten of bescha-
digd is, moet het door een klantenservice-
werkplaats vervangen worden.
Slijpen van de zaagketting
De zaagketting kan bij elke erkende klanten-
servicewerkplaats voor Bosch elektrische ge-
reedschappen op vakkundige wijze worden
geslepen. Met de Bosch-kettingslijpvoorzie-
ning of de Dremel-Multi met slijptoebehoren
1453 kunt u de ketting ook zelf slijpen. Neem
de daarbij gevoegde slijphandleiding in acht.
Automatische smering controleren
U kunt de werking van de automatische ket-
tingsmering controleren door de zaag in te
schakelen en deze met de punt vlakbij een
stuk karton of papier op de vloer te houden.
Raak de vloer niet met de ketting aan en houd
een veiligheidsafstand van 20 cm aan. Als
hierbij een toenemend oliespoor zichtbaar
wordt, werkt de automatische smering cor-
rect. Als er ondanks een volle olietank geen
oliespoor zichtbaar wordt, lees dan het ge-
deelte „Storingen opsporen” of neem contact
op met de Bosch-klantenservice.
Na de werkzaamheden. Gereedschap opbergen
Reinig het vormkunststofhuis van de ketting-
zaag met behulp van een zachte borstel en
een schone doek. Gebruik geen water, oplos-
middel of polijstmiddel. Verwijder alle veront-
reinigingen, in het bijzonder van de ventilatie-
openingen van de motor.
Demonteer na een gebruiksduur van 1 – 3 uur
de afdekking 13, het zwaard 10 en de zaagket-
ting 11 en reinig deze met behulp van een bor-
stel.
Verwijder met een borstel al het vastzittende
materiaal onder de afscherming 13, het ket-
tingwiel 28 en de zwaardbevestiging. Maak de
oliesproeier 31 schoon met een schone doek.
Als de kettingzaag langdurig moet worden op-
geborgen, reinigt u de zaagketting 11 en het
zwaard 10.
Bewaar de kettingzaag op een veilige plaats
droog en buiten bereik van kinderen.
Plaats geen voorwerpen op het elektrische ge-
reedschap.
Let erop dat u de kettingzaag altijd horizon-
taal met de olietankdop 4 naar boven neerzet.
Als u de kettingzaag in de verkoopverpakking
bewaart, moet u de olietank zonder rest leeg-
maken.
Toebehoren
Zaagketting
AKE 30 LI . . . . . . . . . . . . . . . . .F 016 800 256
Overig toebehoren
Zaagkettinghechtolie, 1 liter . .2 607 000 181
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen
over reparatie en onderhoud van uw product
en over vervangingsonderdelen. Explosieteke-
ningen en informatie over vervangingsonder-
delen vindt u ook op:
www.bosch-garden.com
De medewerkers van onze klantenservice ad-
viseren u graag bij vragen over de aankoop,
het gebruik en de instelling van producten en
toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Vervoer
Gebruik de accu alleen als de behuizing onbe-
schadigd is. Plak open contacten af en verpak
de accu zodanig dat deze niet in de verpak-
king beweegt.
Bij de verzending van lithiumionaccu’s kan
markering verplicht zijn. Neem daarvoor de in
uw land geldende voorschriften in acht.
Afvalverwijdering
Elektrische gereedschappen, toebehoren en
verpakkingen moeten op een voor het milieu
verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Gooi elektrische gereedschappen, accu’s en
batterijen niet bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn
2002/96/EG moeten niet meer
bruikbare elektrische gereed-
schappen en volgens de Euro-
pese richtlijn 2006/66/EG moe-
ten defecte of lege accu’s en
batterijen apart worden ingezameld en op een
voor het milieu verantwoorde wijze worden
hergebruikt.
Accu’s en batterijen:
Li-ion:
Lees de aanwijzingen in het
gedeelte „Vervoer”,
pagina 102 en neem deze in
acht.
Wijzigingen voorbehouden.
OBJ_BUCH-1275-002.book Page 102 Monday, November 22, 2010 1:10 PM

Vragen & antwoorden

Er zijn (nog) geen vragen over de Bosch AKE 30 LI.

Stel een vraag over de Bosch AKE 30 LI

Heb je een vraag over de Bosch AKE 30 LI en kan je het antwoord niet vinden in de gebruikershandleiding? Wellicht kunnen de bezoekers van ManualsCat.com je helpen om je vraag te beantwoorden. Door het formulier hieronder in te vullen zal je vraag verschijnen onder de handleiding van de Bosch AKE 30 LI. Let erop dat je het probleem dat je hebt met de Bosch AKE 30 LI zo zorgvuldig mogelijk beschrijft. Hoe duidelijker je vraag omschreven is, hoe groter de kans is dat je snel een reactie ontvangt van een andere gebruiker. Via e-mail zal je automatisch op de hoogte gesteld worden als iemand gereageerd heeft op je vraag.